RECHTBANK BREDA PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING Parketnummer: 02/636140-05 Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de economische politierechter in de bovengenoemde rechtbank op 16 mei 2006 . Tegenwoordig: mr. Breeman, economische politierechter, mr. Bijvoet, officier van justitie, en Hoppenbrouwers, griffier. De economische politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen. De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd: [naam verdachte], geboren te [plaats en datum,], wonende te [adres]. Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. Woodrow, advocaat te Tilburg. Tevens is aanwezig de getuige [naam getuige], die door de gerechtsbode is verwezen naar een daartoe bestemde wachtruimte, buiten de zittingzaal. Het onderzoek in de zaak wordt hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 20 februari 2006 bevond. De economische politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen zij zal horen en deelt haar mede dat zij niet tot antwoorden verplicht is. De economische politierechter doet de getuige voor zich verschijnen. De getuige geeft op de vragen van de economische politierechter op te zijn genaamd: [naam getuige] geboren [datum] domicilie kiezende ten kantore van de AID te Eindhoven, Karel de Grotelaan 415, beroep: Controleur van de Algemene Inspectiedienst. Hij verklaart geen bloed- of aanverwant van verdachte te zijn en legt in handen van de economische politierechter op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed af dat hij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zal zeggen. Nu de getuige tijdens het voorbereidend onderzoek nog niet is gehoord en hij op verzoek van de raadsman van verdachte is opgeroepen, wordt hij eerst door de raadsman ondervraagd. De getuige verklaart, zakelijk weergegeven: Ik ben bij [verdachte] thuis geweest, maar ook op de plek waar ze de dieren houdt. Ik kan me de situatie nog wel herinneren. Het is een natuurgebied. Ik ben daar naartoe gegaan samen met een boswachter. Het ligt midden in een bosgebied. Zij hield daar geiten, kippen en een pony. Ik kwam daar voor de geiten. Het is wel even geleden, ik weet niet meer precies wanneer. Ik weet niet meer of ik ook de hangbuikzwijntjes gezien heb toen ik ter plaatse was. Ik was daar gekomen voor de geiten. Wellicht dat ik wel met haar thuis over die zwijntjes heb gesproken. Ik weet gewoon niet zeker meer of ik toen die zwijntjes gezien heb. Ik weet wel dat ik het met haar over die zwijntjes gehad heb. Dit was omdat mevrouw daarnaar vroeg. De geiten waren niet voorzien van een oormerk. Dit moest gezien de regelgeving wel. Ik heb mevrouw toen hiervoor geen proces-verbaal aangezegd. Zij hield de identiteit van de geitjes bij door middel van foto's. Uit de foto’s die zij mij liet zien bleek dat zij de geitjes aan de hand van de kleuring voldoende duidelijk kon identificeren. Bovendien was zij er hobbymatig mee bezig, dus ik vond dit toen voldoende. Ik heb haar toen de INF-regeling uitgelegd en gezegd dat het met betrekking tot de zwijntjes geen juiste identificatie was. Bij varkens is dit ook moeilijker, omdat zij vaak één kleur hebben. Ik weet dat er ook bonte varkens zijn. Ik heb met haar toen ook over de identificatie van de varkens gesproken. Ik weet ook dat ik gezegd heb dat ze de merken moet aanvragen en dat ze gemerkt moeten zijn. Ik weet niet meer of ik gezegd heb dat die merken bij de varkens in de oren moeten. Ik heb niet gedreigd met een proces-verbaal. De verklaring van de getuige wordt niet betwist. De getuige neemt vervolgens plaats in de zaal. De economische politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van: 1. een uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte d.d. 18 maart 2006; 2. een kopie van het persoonsdossier van verdachte d.d. 19 mei 2005; 3. het proces-verbaal der terechtzitting d.d. 20 februari 2006; 4. het proces-verbaal nr. 25968 van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Algemene Inspectiedienst Zuid Nederland, met alle daarin opgenomen processen-verbaal, alle bijlagen en alle overige daarin opgenomen en daarbij behorende stukken; 5. de overige zich in het dossier bevindende stukken. De verdachte verklaart, zakelijk weergegeven, het volgende: Na de controle zijn de varkens gelijk dezelfde dag gechipt. Dit had ik zo afgesproken met de dierenarts. Ik had de varkens pas een paar dagen. Ze waren tussen de 5 en 6 weken oud. Ik vind chippen een betere oplossing dan oormerken. Oormerken kunnen uitscheuren en dat vind ik zielig. Het gaat redelijk met mij. Ik loop nog wel bij een psychiater, maar ik mag niet klagen. De werkstraf die ik vorig jaar had gekregen is afgerond. Ik heb een uitkering van de Sociale dienst en loop bij bureau schuldsanering. De officier van justitie voert het woord, leest zijn vordering voor en legt die aan de rechtbank over. De officier van justitie vordert dat aan verdachte een geldboete van € 90 voorwaardelijk met een proeftijd van een jaar, wordt opgelegd. De raadsman voert het woord tot verdediging en voert daartoe, zakelijk weergegeven, aan: Het feit is wel duidelijk. Cliënte heeft uit het gesprek met de controleur van de AID kunnen opmaken dat zij op de juiste manier handelde. Ook de geiten had ze kennelijk toch op een goede manier geïdentificeerd. Zij had het vertrouwen mogen hebben dat, omdat dit nu voor geiten was geaccepteerd, dit ook gold voor de zwijntjes. Zelfs het chippen zou goed geweest zijn. Ik verzoek u mijn cliënte te ontslaan van rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld. Bij een uitspraak van de rechtbank Amsterdam ging het om een soortgelijke situatie als bij mijn cliënte. Daar ging het ook om gechipte varkens. Daar is met succes een beroep op strafuitsluiting gedaan. Ik laat u op een foto zien dat in die hele kleine oortjes hele grote merken zouden moeten. Dit lijkt gewoon onnodig dierenleed. Het appél tegen de Amsterdamse uitspraak loopt nog en nu is het wachten op een definitieve uitspraak door het Gerechtshof over de zogenaamde chipmethode. Mijn cliënte dacht zo goed te handelen en heeft wel de merken aangevraagd en ook bij de verkoop meegegeven aan de nieuwe kopers. Die merken had ze al in huis op voorraad. Aan de officier van justitie en aan de raadsman van verdachte wordt andermaal de gelegenheid gegeven het woord te voeren. Aan de verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken. De economische politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven. De economische politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting. AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS RECHTDOENDE beslist de als volgt. 1 Inhoud van de tenlastelegging. Overeenkomstig de dagvaarding. 2 Bewezenverklaring. Naar het oordeel van de economische politierechter is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het volgende heeft begaan: dat zij op of omstreeks 18 maart 2005 te Tilburg een of meerdere dieren, te weten vier, in elk geval een hangbuikzwijn(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.