vonnis RECHTBANK BREDA Sector civiel recht Team handelsrecht zaaknummer / rolnummer: 182839 / KG ZA 07-685 Vonnis in kort geding van 21 december 2007 in de zaak van de vennootschap onder firma VOF MEDIREVA, gevestigd te Maastricht, eiseres, procureur mr. R.A.H. Post, advocaat mr. G. Verberne te Amsterdam, tegen de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRALE ZORGVERZEKERAARS GROEP ZORGVERZEKERAAR U.A., gevestigd te Tilburg, gedaagde, procureur mr. N.TH. ter Haar Romeny, advocaat mr. A.J.H.W.M. Versteeg te Amsterdam. waarin heeft gevorderd als gevoegde partij te worden toegelaten: de commanditaire vennootschap MOSADEX CV gevestigd te Elsloo eiseres in het incident tot voeging procureur mr. M.F.IJ.I. Kramer advocaat mr. T. van Wijk waarin hebben gevorderd als tussenkomende partij te worden toegelaten: de besloten vennootschap BLOCKLAND BV tevens handelend onder de naam Medithuis, gevestigd te IJsselstein, eiseres in het incident tot tussenkomst, procureur mr. A.P.M. Jacobs advocaat mr. G. ‘t Hart de besloten vennootschap PAUL HARTMANN BV gevestigd te Utrecht, eiseres in het incident tot tussenkomst procureur mr. N. van Bruggen advocaat mr. M.J. Mutsaers Partijen zullen hierna MediReva, CZ, Mosadex, Blockland en Hartmann genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de incidentele conclusie tot voeging van Mosadex - de incidentele conclusie tot tussenkomst van Blockland - de incidentele conclusie tot tussenkomst van Hartmann - de mondelinge behandeling - de pleitnota van MediReva - de pleitnota van CZ - de pleitnota van Mosadex - de pleitnota van Blockland - de pleitnota van Hartmann. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. Het geschil 2.1. MediReva vordert bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: - CZ te verbieden op grond van de gehouden aanbesteding uitvoering te geven aan haar gunningsvoornemen met betrekking tot perceel 10 als genoemd in haar brief van 16 november 2007, althans CZ te gebieden het in deze brief genoemde voornemen tot gunning in te trekken, althans CZ te gebieden dat zij op grond van genoemd voornemen geen overeenkomst ter zake zal mogen sluiten dan wel geen uitvoering mag geven aan een in strijd met het aanbestedingsrecht gesloten overeenkomst dan wel deze overeenkomst dient te beëindigen op straffe van verbeurte van een dwangsom; - indien CZ wenst over te gaan tot gunning van perceel 10, CZ te gebieden - conform haar brief van 8 oktober 2007 - de opdracht te gunnen aan MediReva op straffe van verbeurte van een dwangsom; - althans CZ te gebieden de huidige aanbesteding in te trekken en de onderhavige opdracht opnieuw aan te besteden; - een zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren; met veroordeling van CZ in de kosten van het geding. 2.2. CZ voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3. De beoordeling 3.1. De voorzieningenrechter verstaat dat Blockland en Hartmann bij incidentele conclusie voeging vorderen in plaats van tussenkomst nu de door hen geformuleerde vorderingen niet zijn aan te merken als zelfstandige vorderingen die een tussenkomst rechtvaardigen. Blockland en Hartmann concluderen immers tot afwijzing van de vorderingen van MediReva en willen CZ houden aan het besluit hen perceel 10 te gunnen. Na te hebben geconstateerd dat MediReva en CZ daartegen geen bezwaar hadden, heeft de voorzieningenrechter Mosadex, Blockland en Hartmann toegestaan om zich aan de zijde van CZ te voegen. 3.2. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten: a. CZ heeft begin juli 2007 bekend gemaakt dat zij voor haar verzekerden in de zin van de Zorgverzekeringswet incontinentiezorg wenste in te kopen. b. CZ heeft een offerteleidraad gepubliceerd waarin is aangegeven met behulp van welke criteria CZ een keuze zal maken uit de partijen die voor overeenkomsten voor de levering van incontinentiematerialen en bijbehorende diensten in aanmerking kunnen komen. c. MediReva (Apothekerscombinatie Zuid) heeft in het kader van deze aanbesteding een inschrijving ingediend voor de percelen 9 en 10. d. Op 8 oktober 2007 heeft CZ bekend gemaakt met welke partijen zij voornemens was een overeenkomst te sluiten voor de levering van incontinentiemateriaal en bijbehorende diensten. Op basis van deze voorlopige beslissing bestond het voornemen MediReva, als één van de drie partijen, perceel 10 te gunnen. Deze voorlopige beslissing was voor verschillende partijen, aanleiding bezwaren kenbaar te maken. De bezwaren hadden voor wat betreft perceel 10 betrekking op verkeerde uitleg die door CZ zou zijn gegeven aan de term ‘beschikt over’ in onderdeel 2.1, zesde lid, van het programma van eisen en wensen (bijlage 1 bij de offerteleidraad). Deze bezwaren hebben CZ ertoe gebracht een herbeoordeling uit te voeren. Deze herbeoordeling heeft geleid tot de nieuwe voorlopige beslissing van 16 november 2007. CZ heeft blijkens deze beslissing van 16 november 2007 het voornemen perceel 10 aan Mosadex, Hartmann en Blockland te gunnen. e. Artikel 2.1, zesde lid, van het programma van eisen en wensen luidt: ‘De zorgaanbieder dient te beschikken over bekwaam personeel, dat beschikt over de juiste deskundigheid. Bij voorkeur BIG-geregistreerde verpleegkundigen met aantekening incontinentie, maar in ieder geval medewerkers die beschikken over minstens 3 jaar ervaring met begeleiding en advisering op het gebied van incontinentie’. f. Het “beoordelingsformulier aanbieding” (bijlage 4 bij de offerteleidraad) vermeldt onder meer onder C.1 Conformiteitentabel, nummer 2.1 onder 6 als korte omschrijving van de inhoud eis/wens: ‘De zorgaanbieder beschikt over BIG-geregistreerde verpleegkundigen met aantekening incontinentie’ en bij de toelichting: ‘Aangeven hoeveel BIG-geregistreerde verpleegkundigen met aantekening incontinentie u in dienst heeft’. g. In de Nota van Inlichtingen van 31 augustus 2007 zijn een aantal vragen opgenomen waaronder op de pagina’s 5 en 53: ‘V38. Op bladzijde 19 van de offerteleidraad is opgenomen dat aanbiedingen die niet aan de gestelde eisen voldoen in beginsel niet voor gunning in aanmerking komen maar dat een aanbieder wel een alternatief kan bieden. Daarbij zou de volgende vraag gesteld kunnen worden: als een aanbieder niet kan voldoen aan een eis, maar aantoont hiervoor een geschikt alternatief te zullen aanbieden, wordt deze inschrijving van deze aanbieder dan door CZ in behandeling genomen? A38. Ja, mits het voorgestelde alternatief recht doet aan de eisen die in het Programma van eisen en wensen worden gesteld en derhalve tot eenzelfde resultaat leiden als de gestelde eis. V6. Mag een hoofdaannemer zich beroepen op de prestaties van onderaannemers wat betreft de gestelde eisen en wensen aan de aanbieder (conformiteitentabel), wanneer hij onderaannemers gaat inzetten bij de uitvoering van de opdracht? A6. De inschrijver mag de ervaring en bekwaamheid van derden aan zichzelf toerekenen, mits aangetoond wordt dat de betreffende derde voor de uitvoering van de opdracht zal worden ingezet. Daartoe dienen de hoofdaannemer en de onderaannemer de als bijlage 3D bijgevoegde verklaring van onderaanneming te ondertekenen.’ 3.3. MediReva legt aan haar vordering ten grondslag dat CZ onrechtmatig heeft gehandeld jegens MediReva doordat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.