RECHTBANK BREDA Sector strafrecht parketnummer: 801292-07 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 21 maart 2008 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [datum en plaats] thans gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda raadsman mr. Van Rooijen, advocaat te Tilburg 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 maart 2008, waarbij de officier van justitie, mr. Smale, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte met anderen een overval heeft voorbereid dan wel medeplichtig is geweest aan de voorbereiding van een overval. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vordert vrijspraak voor het primair ten laste gelegde. De officier van justitie acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan de voorbereiding van een overval. Zij baseert zich daarbij op verklaringen van de verdachten [mededader 1], [mededader 2], [mededader 3] en [mededader 4]. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het ontbreken van het noodzakelijke dubbele opzet bij verdachte. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte wist wat er stond te gebeuren. Hij is niet bij enig vooroverleg betrokken geweest en hij heeft derhalve niets voorbereid. Het enkel wijzen van de weg naar het restaurant zonder te weten wat met die informatie gedaan zou worden, levert geen strafbaar feit op, aldus de raadsman. De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte dan ook integraal vrijgesproken dient te worden. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat er op grond van de diverse verklaringen in het dossier van uit dat [voornaam] [mededader 2], [voornaam] [mededader 1], [voornaam] [mededader 4], [voornaam] [mededader 3] en verdachtes broer, [naam ] in de nacht van vrijdag 3 augustus 2007 op zaterdag 4 augustus 2007 in een gestolen auto naar restaurant “Eeterij de Voorkamer” in Udenhout zijn gereden, met het doel daar een overval te plegen. Daartoe hebben zij een baby-uzi, een mes, bivakmuts(en), panty’s en een koevoet meegenomen. Evenals de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte, al dan niet samen met de anderen, voornoemde voorwerpen voorhanden heeft gehad. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het primair ten laste gelegde. Subsidiair wordt verdachte verweten dat hij aan de voorbereidingshandelingen van een overval, te weten het voorhanden hebben van een gestolen auto, een baby-uzi, een mes, bivakmuts(en), panty’s en een koevoet, medeplichtig is geweest. De verweten medeplichtigheid van verdachte zou eruit bestaan dat hij middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of behulpzaam is geweest door de anderen de weg te wijzen naar restaurant “Eeterij de Voorkamer” en informatie te geven over de de gang van zaken in het restaurant met betrekking tot de openingstijden en het tellen en opbergen van de dagopbrengst. De rechtbank overweegt allereerst dat niet is komen vast te staan dat verdachte enige actieve bijdrage heeft geleverd aan het voorhanden hebben van de gestolen auto, de babyuzi, het mes, de bivakmuts(en), de panty(‘
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.