RECHTBANK BREDA Sector strafrecht parketnummer: 02/628386-08 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 maart 2009 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [datum] 1972 te [geboorteplaats] (Turkije), wonende te [adres] raadsman mr. Verstijnen, advocaat te Veghel. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 februari 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Reinders, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: primair: aan vier meisjes, beneden de 16 jaar, via de webcam zijn geslachtsdeel heeft getoond en daarbij zich heeft afgetrokken en/of een seks/pornofilm heeft getoond. subsidiair: in zijn woning via de webcam aan vier meisjes zijn geslachtsdeel heeft getoond en zich heeft afgetrokken, terwijl dit tegen hun wil gebeurde. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd en zij baseert zich daarbij op de verklaringen van de aangeefsters en de bekennende verklaringen van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Volgens de raadsman is er geen sprake van het tonen van een afbeelding, zoals is bedoeld in artikel 240a van het wetboek van strafrecht en zoals primair is tenlastegelegd. Het waarnemen van een ontbloot geslachtsdeel via een webcamverbinding kan niet als zodanig worden aangemerkt. Bovendien moet het om gevallen gaan waarbij minderjarigen onverhoeds worden overvallen. Dit kan slechts van aangeefster [aangeefster 1] worden gezegd. De overige aangeefsters wisten wat zij te zien zouden krijgen en hadden de webcamverbinding kunnen weigeren. Er is geen sprake van vertonen, als bedoeld in artikel 240a van het wetboek van strafrecht. Verdachte moet van het primair tenlastegelegde worden vrijgesproken, aldus de raadsman. Van het subsidiaire feit kan het onderdeel “zijns ondanks” niet bewezen worden. De aangeefster [aangeefster 2], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] wisten immers, voordat zij een webcam-verbinding aangingen dat zij een man zouden zien die naakt was. Met een simpele muisklik hadden zij de webcamverbinding kunnen beëindigen. Gebleken is dat zij juist wel daarbij aanwezig wilden zijn. Bovendien is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de meisjes beneden de 16 jaar waren. Verdachte moet dan ook van dit feit worden vrijgesproken, aldus de raadsman. 4.3 Het oordeel van de rechtbank In de periode van 31 oktober 2007 tot en met 21 november 2007 legde verdachte vanuit zijn woning in Veghel via MSN contact met meisjes onder de naam Olaf en maakte hij gebruik van het emailadres [e-mail adres]. Hij voerde seksueel getinte gesprekken met de meisjes. In de gesprekken kwam ter sprake dat de meisjes nog op school zaten. Op vragen van de meisjes hoe oud verdachte was, antwoordde hij 17/18 jaar. Hij heeft de meisjes verzocht de webcam aan te zetten. Bij het totstandkomen van een verbinding was er vervolgens een foto van een jongen met een petje te zien, niet zijnde de foto van verdachte. Die foto had verdachte van internet gehaald en gebruikt om zelf anoniem te blijven. Op het webcambeeld liet verdachte zien dat hij zijn geslachtsdeel vasthield en zich aan het aftrekken was. Hiervan werd aangifte gedaan door [aangeefster 1] , [aangeefster 2] en [aangeefster 4] , allen beneden de leeftijd van 16 jaar en wonende te Etten-Leur. Zij hebben verklaard dat een persoon die zich Olaf noemde via MSN met hen chatte. Olaf sloeg allerlei vieze praat tegen hen uit en drong aan om de webcam aan te zetten. Toen de webcamverbinding tot stand kwam zagen de aangeefsters meteen dat een man zich aan het aftrekken was. De rechtbank is van oordeel dat het vertonen van voornoemde handelingen via een computer en een webcamverbinding valt onder de delictsomschrijving van artikel 240a van het wetboek van strafrecht, nu met deze technische hulpmiddelen de realiteit wordt afgebeeld. De bedoeling van de wetgever is geweest personen beneden de leeftijd van 16 jaar te beschermen tegen ongewenste beïnvloeding die het gevolg kan zijn van de confrontatie met dergelijke beelden. De wil van de betrokken jeugdige is daarbij niet van belang. Zoals bekend maken met name jeugdige personen veelvuldig gebruik van chatsites en webcamverbindingen. Uitgaand van de bedoeling van de wetgever is een restrictieve uitleg van dit artikel naar het oordeel van de rechtbank niet voor de hand liggend. Het verweer van de raadsman wordt verworpen. De rechtbank acht bewezen dat het voorwaardelijk opzet van verdachte was gericht op het vertonen van zijn geslachtsdeel aan meisjes beneden de 16 jaar. Verdachte deed zich voor als iemand van 17/18 jaar, terwijl hij in werkelijkheid 34 jaar oud was. Hij bracht ook een foto van een jonge man in beeld waarmee hij kennelijk wilde voorwenden dat hij die jonge man was. In de gesprekken met de meisjes ging het vaak over school. De rechtbank is van oordeel dat verdachte op grond hiervan kon verwachten meisjes van een jonge leeftijdscategorie aan te spreken. Hij heeft aldus welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze beneden de leeftijd van 16 jaar zouden zijn. Dat risico heeft hij op de koop toegenomen. Zij acht de feiten wat de aangeefsters [aangeefster 1], [aangeefster 2] en [aangeefster 4] betreft wettig en overtuigend bewezen. Voor het tonen van een seks-/pornofilm aan [aangeefster 3] acht de rechtbank onvoldoende bewijs aanwezig en zal verdachte van dit onderdeel in de tenlastelegging vrijspreken, nu [aangeefster 3] deze film niet zelf heeft gezien, maar deze door haar moeder is bekeken en beoordeeld. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op tijdstippen in de periode van 31 oktober 2007 tot en met 21 november 2007 te Etten-Leur en te Veghel, een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is voorpersonen beneden de leeftijd van zestien jaar heeft vertoond aan [initialen] [aangeefster 1]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.