RECHTBANK BREDA Sector strafrecht parketnummer: 02/627688-08, 02/800655-09, 02/607899-06 (tul) en 01/821282-07 (tul) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 september 2010 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [datum en plaats] thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vrouwen te Breda raadsman mr. Nunnikhoven, advocaat te Breda 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 augustus 2010, waarbij de officier van justitie, mr. De Hollander, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 02/627688-08: meermalen oplichting dan wel flessentrekkerij heeft gepleegd; 02/800655-09, feit 1: meermalen oplichting dan wel flessentrekkerij heeft gepleegd; 02/800655-09, feiten 2 en 3: oplichting heeft gepleegd; 02/800655-09, feit 4: smaad heeft gepleegd. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de aangiften en de bekennende verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd. Ten aanzien van de oplichting onder feit 1 met parketnummer 02/800655-09 heeft verdachte bovendien een bekennende verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris. De tenlastegelegde smaad heeft verdachte ontkend. De officier van justitie is van mening dat dit feit toch wettig en overtuigend bewezen kan worden omdat het feit past binnen de overige feiten en omdat verdachte bij dit feit dezelfde modus operandi heeft gebruikt. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Naar de mening van de raadsman dienen de verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd, uitgesloten te worden van het bewijs nu verdachte niet de gelegenheid heeft gehad voorafgaand aan het verhoor een raadsman te consulteren. Deze handelswijze is in strijd met de Salduz-jurisprudentie. De verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris had betrekking op minder feiten dan nu ten laste zijn gelegd. Verdachte heeft toen enkel gezegd: “Ik beken de feiten op de vordering.” Gezien de korte voorbereidingstijd die in het algemeen geldt bij een voorgeleiding in het kader van een vordering tot inbewaringstelling is het de vraag of verdachte de gelegenheid heeft gehad het dossier voldoende met een raadsman te bespreken. Aangezien vervolgens in alle aangiften sprake is van verschillende namen, telefoonnummers en verschillende modi operandi is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de feiten heeft gepleegd, zelfs indien uitgegaan wordt van schakelbewijs, aldus de raadsman. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Het Salduz-verweer Door de raadsman is aangevoerd dat de verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd dienen te worden uitgesloten van het bewijs, aangezien verdachte niet op haar recht is gewezen om voorafgaand aan deze verhoren een raadsman te consulteren. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van de verdediging op de uitspraken van het EHRM inzake Salduz (en anderen) doel treft. De door verdachte afgelegde bekennende verklaringen bij de politie zullen, conform de Salduz-jurisprudentie, dan ook van het bewijs worden uitgesloten. Tijdens het verhoor door de rechter-commissaris op 1 juli 2009 heeft verdachte (een deel van) de tenlastegelegde feiten bekend. Verdachte had bij dit verhoor bijstand van een raadsman. Het door de raadsman gevoerde verweer dat het verhoor destijds betrekking had op minder feiten dan nu ten laste zijn gelegd, kan verdachte niet baten. Op de vordering tot inbewaringstelling van 1 juli 2009 staan acht incidenten van oplichting omschreven (feit 1, acht gedachtestreepjes) en staat bovendien vermeld dat verdachte ook verdacht wordt van oplichting/ flessentrekkerij en faillissementsfraude in de periode van 1 februari 2009 tot en met 15 juni 2009, respectievelijk 1 maart 2006 tot en met 26 februari 2008 in het arrondissement Breda. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor voldoende duidelijk was dat de omvang van de strafzaak tegen verdachte groter zou zijn dan de op dat moment onder feit 1 genoemde feiten. De verdediging heeft dan ook op dat moment voldoende informatie gehad om mogelijke consequenties in te schatten en in vrijheid een proceshouding te kiezen. Het verweer van de raadsman dat de voorbereidingstijd voor een voorgeleiding in het kader van een vordering tot inbewaringstelling gering is, doet aan het bovenstaande niet af. De rechtbank zal de bekennende verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris over die feiten voor het bewijs gebruiken. 4.3.2 Het oordeel over de feiten De rechtbank merkt op dat zij de feiten om bewijstechnische redenen in een andere volgorde zal behandelen dan deze op de tenlastelegging staan vermeld. 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 1 Aangever [slachtoffer 1] biedt zijn personenauto van het merk BMW, voorzien van kenteken [ - - ] te koop aan op een internetsite. Een vrouw reageert hierop telefonisch met een afgeschermd telefoonnummer. De vrouw vertelt dat zij de auto wil bekijken en als hij naar haar zin is, ook meteen kopen. Er wordt een afspraak gemaakt voor enige dagen later. De vrouw die vervolgens op 22 mei 2009 naar de auto komt kijken heeft een donkere huidskleur en aangever denkt dat zij uit Sri Lanka komt. Zij is waarschijnlijk kleiner dan 174 cm. Zij is zwanger en zij vertelt over vier weken te gaan bevallen. Aangever schat dat de vrouw tussen de 25 en 30 jaar oud is. Zij had lang los zwart haar en zij is slank, ondanks haar zwangerschap. De vrouw heeft kleine tanden die aan de bovenkant, bij het tandvlees zwart zijn. De vrouw vertelt een bedrijf te hebben waarbij zij zich met sauna’s bezig houdt. De vrouw bezichtigt de auto samen met een man. Aangever gaat samen met de man een stukje rijden, terwijl de vrouw met de vriendin van aangever in de woning achter blijft. Daarna wordt in de woning de koop gesloten. De vrouw heeft een laptop bij zich. Zij maakt op haar laptop een overeenkomst van de koop van de auto, met daarin als [naam]ns de naam [nnam en adres] De vrouw vertelt vervolgens dat zij het overeengekomen bedrag van € 26.750,- heeft overgemaakt naar de rekening van aangever. Aangever wil bewijs dat het bedrag ook daadwerkelijk is overgemaakt. Middels de vaste lijn van aangever belt de vrouw naar een telefoonnummer. Zij zegt vervolgens dat zij de ING aan de lijn heeft en zij geeft de telefoon aan de vriendin van aangever. Die hoort door de telefoon een vrouw zeggen dat het geld is overgemaakt. Vanaf de laptop print de vrouw een afschrift dat afkomstig lijkt te zijn van de ING Bank. De vrouw laat nog haar telefoonnummer, te weten [nummer], achter bij aangever. De vrouw en de man krijgen van aangever de auto, de sleutels en de autopapieren overhandigd. De vrouw zegt toe een kopie van de overeenkomst en een kopie van haar paspoort via email te verzenden. Aangever vindt het vrijwaringbewijs van de auto diezelfde avond in zijn brievenbus . Op het vermeende afschrift van de ING Bank dat de vrouw aan aangever verstrekt, staat het rekeningnummer [nummer]78. Volgens dit afschrift is het bedrag van € 26.750,- op 22 mei 2009 aan aangever betaald . Daartoe gevorderd verstrekt de ING bank de NAW-gegevens behorend bij rekeningnummer [nummer]. De rekening staat op naam van mevrouw [naam en adres erdachte] . Onder getuige [getuige 1] is op 14 juli 2009 een laptop in beslag genomen . Hij heeft verklaard dat die laptop van [verdachte] is en dat hij die laptop heeft als borg voor een schuld van € 1000,- die zij nog aan hem dient te betalen. Over [verdachte] vertelt hij verder dat zij uit Sri Lanka afkomstig is en woont in Etten-Leur . Naar de laptop wordt onderzoek gedaan. Op de laptop wordt een bestand aangetroffen, dat hetzelfde is als het vermeende afschrift van de ING bank dat de vrouw aan aangever heeft verstrekt . Uit onderzoek naar de historische gegevens van het door de vrouw opgegeven telefoonnummer [nummer] blijkt dat op 22 mei 2009 meermalen telefonisch en sms-contact heeft plaatsgevonden tussen dat nummer en het telefoonnummer van aangever . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 1] te hebben bewogen tot afgifte van de betreffende auto . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 2 Aangeefster [slachtoffer 2] is eigenaresse van het bedrijf [naam BV] B.V. Via internet biedt zij een personenauto van het merk Audi, voorzien van kenteken [ - - ] te koop aan. Zij krijgt daarop een telefonische reactie van een vrouw die zich [naam] noemt en die gebruik maakt van het telefoonnummer [nummer]. Op donderdag 23 april 2009 komt de vrouw op het kantoor van [slachtoffer 2] om een proefrit te maken, waarna de vrouw zegt de auto te willen kopen. De vrouw heeft een laptop bij zich. Zij gaat daarmee aan de slag en vertelt vervolgens dat zij het overeengekomen bedrag van € 22.500,- per ongeluk tweemaal heeft overgemaakt aan aangeefster. Zij toont een afdruk waarop staat vermeld dat inderdaad tweemaal een bedrag van € 22.500,- aan aangeefster is overgemaakt. De vrouw verzoekt [slachtoffer 2] om éénmaal het bedrag van € 22.500,- terug te storten, omdat dit teveel betaald is. Aangeefster doet dit uiteindelijk. Tot overschrijving van de auto op naam van de vrouw komt het niet, omdat op het postkantoor blijkt dat de overschrijving niet plaats kan vinden. Aangeefster ziet op het postkantoor dat de vrouw een rijbewijs heeft op naam [naam verdachte] De vrouw wordt door aangeefster omschreven als ongeveer 160 cm lang, zichtbaar zwanger met een smal postuur. Zij heeft een donker getinte huidskleur, zwart kroeshaar dat half lang naar achteren wordt gedragen. De vrouw heeft onverzorgde handen en tanden . Uit een bankafschrift van de Fortis bank op naam van [naam BV] B.V. blijkt dat op 23 april 2009 van die rekening een bedrag van € 22.500,- is afgeboekt, met als omschrijving ‘retour dubbel betaald bedrag inzake aankoop [ - - ] . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 2] te hebben bewogen tot afgifte van het betreffende geldbedrag . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 3 Aangever [slachtoffer 3] biedt via de internetsite Marktplaats.nl zijn personenauto van het merk Audi voorzien van kenteken [ - - ] te koop aan. Een vrouw die zichzelf [naam] noemt, laat telefonisch weten dat zij geïnteresseerd is in de auto. Uiteindelijk komt het tot een afspraak. De vrouw komt op 16 mei 2009 naar de woning van aangever, samen met een man die zich voorstelt als [naam]. Aangever en de vrouw komen overeen dat zij de auto voor € 24.000,- zal kopen. De vrouw heeft een laptop bij zich. [slachtoffer 3] ontvangt in zijn email een zogenaamde printscreen van het rekeningoverzicht van de vrouw bij de ING bank. Deze printscreen is door de vrouw verstuurd vanaf het emailadres [email adres]. Aangever ziet op de printscreen dat het bedrag van € 24.000,- naar zijn rekening is overgemaakt. De vrouw zegt dat zij gaat bellen met de helpdesk van de ING omdat aangever via internet niet ziet dat het bedrag op zijn rekening is bijgeschreven. De vrouw van aangever hoort via de telefoon dat het bedrag van de rekening van de vrouw is afgehaald. Vervolgens rijden zij naar het postkantoor, waar de auto van aangever wordt overgeschreven op naam van [naam], geboren op 8 juli 1979. De auto wordt door de vrouw en de man meegenomen. Zij waren zelf gekomen in een blauwe Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [ - - ] Enkele dagen later heeft aangever het bedrag nog steeds niet op zijn rekening ontvangen. Hij ziet dat op de printscreen twee rekeningnummers staan, namelijk het nummer [nummer] ten name van [naam], en het nummer [nummer]. Uit telefonisch contact met de ING blijkt dat het eerste nummer bij hen niet bekend is. Het tweede nummer betreft een zakelijke rekening op naam van [verdachte]. De vrouw die de auto gekocht heeft is tenger, ongeveer 170 cm lang en ongeveer 25 jaar oud. Zij heeft een donkere huidskleur en zwart opgestoken haar. Zij is zichtbaar zwanger . Op de laptop, die is onderzocht zoals onder 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 1 is beschreven, wordt een bestand aangetroffen dat lijkt op een overzicht van een betaalrekening van de ING met rekeningnummer [nummer] op naam van [naam] Te zien is dat op 16 mei 2009 een bedrag van € 24.000,- is overgemaakt aan aangever . Uit onderzoek naar de historische gegevens van het door de vrouw opgegeven telefoonnummer [nummer] blijkt dat op 13 mei 2009 en op 22 mei 2009 meermalen telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen dat nummer en het telefoonnummer van aangever . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 3] te hebben bewogen tot afgifte van de betreffende auto . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 4 Aangeefster [vrouw van slachtoffer 4] doet namens haar man, benadeelde [slachtoffer 4] aangifte van oplichting. [slachtoffer 4] biedt via de internetsite Marktplaats.nl een personenauto van het merk Mercedes-Benz, voorzien van kenteken [ - - ] te koop aan. Een vrouw, die zichzelf [naam] noemt, maakt een afspraak om de auto te komen bekijken. Op 19 mei 2009 komt de vrouw, samen met een man die zich voorstelt als [naam], bij aangeefster de auto bezichtigen. De man gaat samen met [slachtoffer 4] een proefrit maken terwijl de vrouw bij aangeefster blijft. Daarna zegt de vrouw dat zij de auto wil kopen en dat zij meteen via internetbankieren de auto wil betalen. Zij heeft een laptop bij zich. Aan aangeefster wordt een transactieformulier verstrekt waarop te zien is dat een bedrag van € 19.500,- is overgemaakt naar de bankrekening van [slachtoffer 4]. Aangeefster belt nog met de ING bank en een medewerker verzekert haar dat zij kan vertrouwen op wat zij op het scherm gezien heeft. De vrouw geeft op het rekeningnummer [nummer]8 te gebruiken, maar later blijkt dat op het afschrift het rekeningnummer [nummer] staat. De vrouw laat het telefoonnummer [nummer] achter. De man is naar het postkantoor gegaan en heeft de auto overgeschreven. Aangeefster ontvangt van hem het vrijwaringsbewijs van de auto en zij geeft de auto aan de vrouw en man mee. Na enige dagen blijkt dat het geld niet naar aangeefster is overgemaakt. Het rekeningnummer [nummer]8 blijkt een niet bestaand rekeningnummer. Het rekeningnummer [nummer] blijkt op naam van [verdachte] Op het “afschrift” van de bank dat de vrouw aan aangeefster verstrekt, is te zien dat het bedrag van € 19.500,- op 19 mei 2009 aan benadeelde is betaald . Op de laptop, die is onderzocht zoals onder 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 1 is beschreven, wordt een bestand aangetroffen, dat hetzelfde is als het “afschrift” van de ING bank dat de vrouw aan aangever heeft verstrekt . Uit onderzoek naar de historische gegevens van het door de vrouw opgegeven telefoonnummer [nummer] blijkt dat op 19 mei 2009 en op 22 mei 2009 meermalen telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen dat nummer en het telefoonnummer van aangever . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 4] en [vrouw van slachtoffer 4] te hebben bewogen tot afgifte van de betreffende auto . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 5 Aangever [slachtoffer 5] heeft zijn personenauto van het merk Golf voorzien van het kenteken [ - - ] te koop aangeboden via de internetsite Marktplaats.nl. Op 6 mei 2009 belt een vrouw met het telefoonnummer 06-39618060 om een afspraak te maken om de auto te bezichtigen. De afspraak vindt diezelfde avond plaats. De vrouw verschijnt samen met een man op de afspraak. Zij maken samen met aangever en diens vriendin een proefrit, waarna de vrouw zegt dat zij de auto willen kopen. De vrouw heeft een laptop bij zich en daarop gaat zij meteen de betaling in orde maken. Zij laat via het scherm van haar laptop zien dat zij het afgesproken bedrag van € 14.750,- naar de rekening van aangever heeft overgemaakt. De vrouw zegt dat zij gaat bellen met de helpdesk van de ING omdat aangever via internet niet ziet dat het bedrag op zijn rekening is bijgeschreven. Via de speaker van de telefoon hoort aangever dat de medewerker van de ING niet kan zeggen wanneer aangever het geld op zijn rekening zal ontvangen omdat hij bij een andere bank zit. Uiteindelijk overhandigt aangever de auto, sleutels en autopapieren aan de vrouw. Het geld heeft aangever nooit ontvangen. De vrouw was zichtbaar zwanger, 28 tot 35 jaar oud en tussen de 155 en 165 cm lang. Zij had een donker gelaat, een tenger postuur en golvend haar . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 5] te hebben bewogen tot afgifte van de betreffende auto . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 6 Aangever [slachtoffer 6] heeft zijn personenauto van het merk Audi, voorzien van het kenteken [ - - ] te koop aangeboden via de internetsite Marktplaats.nl. Op 11 april 2009 belt een vrouw die zichzelf [voornaam] noemt om een afspraak te maken om de auto te bezichtigen. Zij spreken af op dezelfde dag. Na een proefrit gaan zij naar een café om de zaak af te handelen. De vrouw heeft een laptop bij zich en daarop gaat zij de betaling in orde maken. Via het scherm van haar laptop laat zij op de website van de ING Bank [slachtoffer 6] zien dat zij het overeengekomen bedrag van € 28.750,- naar hem heeft overgemaakt. Het overschrijven van de auto blijkt op dat moment niet mogelijk. De vrouw wil de auto niet meenemen. Zij komen overeen dat [slachtoffer 6] aan de vrouw een bedrag van € 10.000,- overmaakt naar haar rekeningnummer [nummer] en daarnaast een bedrag van € 1250,- contant aan haar betaalt, om zeker te zijn dat aangever de auto later aan haar zal leveren. Als aangever het bedrag van € 10.000,- aan haar overmaakt, ziet hij dat haar achternaam [verdachte] is. De vrouw is zichtbaar zwanger, tussen de 160 en 165 lang en zij heeft een soort Aziatisch uiterlijk. Ze had een getinte huidskleur, een tenger postuur en zwart haar. Zij maakt gebruik van het internetadres ‘[emailadres] en van het telefoonnummer [nummer] . Daartoe gevorderd verstrekt de ING bank de gegevens dat het rekeningnummer [nummer] in gebruik is bij mevrouw M. [verdachte], wonende [adres] Op 14 april 2009 wordt op de rekening een bedrag van € 10.000,- bijgeboekt met in de omschrijving: ‘spoedbetaling – [slachtoffer 6] – terugbetaling deel [ - - ]’ . Onder verdachte wordt op 10 juni 2009 een Sony laptop in beslag genomen . Naar de laptop wordt onderzoek gedaan. De zoekvraag ‘[emailadres] levert op die laptop 19 treffers op van bestanden . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 6] te hebben bewogen tot afgifte van het betreffende geldbedrag . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 7 Aangever [slachtoffer 7] zet zijn personenauto van het merk Audi, voorzien van het kenteken [ - - ] te koop op de internetsite Marktplaats. Een vrouw neemt via het telefoonnummer [nummer] telefonisch en via sms contact met hem op en zij maken een afspraak voor 14 mei 2009 voor bezichtiging van de auto. Op het afgesproken tijdstip staan een man en vrouw voor de deur. Zij maakt zich bekend als [naam] en de man stelt zich voor als [naam]. Na een proefrit besluiten de man en de vrouw de auto te kopen. De vrouw is met haar laptop de betaling in orde gaan maken. Zij laat vervolgens aan de vrouw van aangever zien dat zij een bedrag van € 4000,- heeft overgemaakt aan [slachtoffer 8] en een bedrag van € 15.500,- aan [slachtoffer 7], zoals zij zijn overeengekomen. Aangever gaat samen met de vrouw en man naar het postkantoor om de auto over te schrijven. Hij ontvangt daarna het vrijwaringsbewijs en de man en vrouw vertrekken met de auto. Aangever heeft het geld nooit ontvangen. De vrouw was getint met een Aziatisch uiterlijk en zij was 160 cm lang en had een tenger postuur. Zij had zwart lang haar en een slecht gebit. De vrouw was zichtbaar zwanger en zij vertelde dat het kindje Sterre zou gaan heten. Zij vertelde ook een bedrijf te hebben waarbij zij spullen voor sauna’s leverde. Zij reden in een Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [ - - ] . Op het “afschrift” van de bank dat de vrouw aan aangever verstrekt, lijkt te zien dat de twee bedragen van respectievelijk € 4.000,- en € 15.500,- op 14 mei 2009 aan benadeelde zijn betaald . Op de laptop, die is onderzocht zoals onder 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 1 is beschreven, wordt een bestand aangetroffen dat lijkt op een overzicht van een betaalrekening van de ING met rekeningnummer [nummer] op naam van mw. M. [verdachte]. Te zien is dat op 14 mei 2009 een bedrag van € 4.000,- is overgemaakt aan [slachtoffer 8] en een bedrag van € 15.500,- aan [slachtoffer 7] . Uit onderzoek naar de historische gegevens van het door de vrouw die wordt genoemd in aangiften terzake andere feiten opgegeven telefoonnummer [nummer] blijkt dat op 8, 13 en 18 mei 2009 meermalen telefonisch en sms-contact heeft plaatsgevonden tussen dat nummer en het telefoonnummer van aangever . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachtoffer 7] te hebben bewogen tot afgifte van de betreffende auto . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 8 De rechtbank merkt ten aanzien van dit incident allereerst op dat in de tenlastelegging geschreven staat ‘[slachtoffer 9]’. Uit het proces-verbaal van aangifte blijkt echter dat de aangeefster [slachtoffer 9] heet. De rechtbank gaat ervan uit dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving en wijzigt de naam in de tenlastelegging in [slachtoffer 9]. Verdachte is hierdoor niet in haar belangen geschaad. Aangeefster [slachtoffer 9] heeft een personenauto van het merk Audi, voorzien van het kenteken [ - - ] te koop aangeboden via de internetsites Autoscout.nl en Marktplaats.nl. Op 16 april 2009 heeft [slachtoffer 9] een afspraak met een vrouw die geïnteresseerd is in de auto. De vrouw wil de auto kopen en zij stelt voor via internetbankieren te betalen. In een café gaat de vrouw op haar laptop de betaling in orde maken. De vrouw laat aan [slachtoffer 9] via het scherm van haar laptop zien dat zij het overeengekomen bedrag aan aangeefster heeft betaald. Een medewerker van het postkantoor bevestigt aan aangeefster dat zij kan vertrouwen op de informatie op het scherm. Vervolgens gaan aangeefster en de vrouw de auto overschrijven. De vrouw laat het telefoonnummer [nummer] achter. De vrouw stelde zich voor als [voornaam] [verdachte]. Zij heeft een zwangerschapsbuik, een donkere huidskleur, een tenger postuur en zij is ongeveer 160 tot 165 cm lang. Zij heeft halflang haar en een onverzorgd gebit. Haar tanden zijn bij het tandvlees bruin verkleurd . Verdachte heeft op 1 juli 2009 bekend door oplichting [slachto[slachtoffer 9] te hebben bewogen tot afgifte van de betreffende auto . Tussenconclusie 1 De rechtbank acht, gelet op bovenstaande bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien en beschouwd, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte degene is die bovenstaande feiten heeft gepleegd. De rechtbank stelt vast dat de door de aangevers opgegeven signalementen van de vrouw met elkaar overeenkomen en bovendien overeenkomen met het uiterlijk van verdachte, zoals zij ter zitting heeft vastgesteld. De rechtbank stelt voorts vast dat bij alle bovenstaande feiten sprake is van een werkwijze die op essentiële punten overeenkomt. Deze punten blijken uit de processen-verbaal van aangifte en zijn: - verdachte noemt zichzelf veelal [naam] of [voornaam] [verdachte]; - zij bezoekt de aangevers alleen of in gezelschap van een man. Deze man maakt zichzelf diverse keren bekend als [naam]; - zij reageert op advertenties op internet, vaak op de site Marktplaats.nl, waarin auto’s door particulieren te koop worden aangeboden; - zij laat zien direct geld over te maken via een laptop die zij bij zich heeft; - zij laat aangevers via het scherm van haar laptop dan wel via een email dan wel via een print zien dat op haar rekeningoverzicht van de ING Bank staat dat het geld naar aangevers is overgemaakt; - zij maakt veelal gebruik van rekeningnummer [nummer], dat op naam van verdachte staat. Zij maakt ook gebruik van de rekeningnummers [nummer][.], [nummer] en [nummer]8. De laatste drie rekeningnummers blijken niet bestaande rekeningen; - zij vertelt aangevers meerdere malen dat zij teveel geld heeft overgemaakt, waarna zij verzoekt om het teveel betaalde geld terug te storten; - zij maakt gebruik van verschillende telefoonnummers, waaronder meerdere malen de telefoonnummers [nummer] en [nummer]; - zij maakt gebruik van een blauwe Volkwagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken] of [ - - ]. Hierbij merkt de rechtbank op dat niet in alle feiten alle genoemde essentiële kenmerken in de werkwijze naar voren komen. Naar het oordeel van de rechtbank is echter in alle feiten sprake van een werkwijze die op een groot aantal essentiële kenmerken overeenkomt. 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 9 Door [slachtoffer 10] wordt namens [naam BV] B.V. aangifte gedaan. Een mevrouw, die zichzelf [verdachte] noemt en woont in Etten-Leur, bestelt telefonisch bij hem slaapkamermeubilair. Zij maakt gebruik van het telefoonnummer [nummer]. Zij spreken af dat de goederen op 15 april 2009 aan haar geleverd zullen worden tegen contante betaling van € 3.008,- Bij de levering opent een vrouw de deur die zichzelf voorstelt als mevrouw [verdachte]. Zij vertelt niet contant te kunnen betalen, maar laat op het scherm van haar laptop zien dat zij een bedrag van € 6.008,- heeft overgeschreven naar de rekening van [naam BV]. Haar rekeningnummer is [nummer]. Zij verzoekt het teveel betaalde bedrag terug te storten. Het geldbedrag is door benadeelde nooit ontvangen. Enige dagen later ontvangt aangever vanaf telefoonnummer [nummer] een sms-bericht dat iets is mis gegaan met de betaling en dat het geld er zo snel mogelijk aankomt. De vrouw was ongeveer 30 jaar oud, 165 cm lang en had een normaal postuur. Zij had een donkere huidskleur, zuid Aziatisch type. Zij was zichtbaar zwanger . Op de leveringsfactuur staat een handtekening achter de tekst: ‘Handtekening klant voor goede ontvangst’. Deze handtekening is te lezen als: [verdachte] . De handtekening op de leveringsfactuur komt overeen met de handtekening van verdachte op het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris . 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 10 Aangever [slachtofferchtoffer 10] biedt zijn auto van het merk Audi, voorzien van kenteken [ - - ] te koop aan via de internetsite Marktplaats.nl. Op 8 april 2009 komt een vrouw de auto bezichtigen nadat zij daarvoor telefonisch een afspraak heeft gemaakt. Nadat zij een proefrit hebben gemaakt, vertelt de vrouw dat zij de auto wil kopen. Met een door haar meegebrachte laptop gaat zij de betaling in orde maken. Zij laat aangever zien dat zij via haar bank, ING, het overeengekomen bedrag van € 16.500,- heeft overgemaakt naar de bankrekening van aangever. Aangever overhandigt haar de auto, de sleutels en de autopapieren. De dag erna laat de vrouw telefonisch weten dat zij per ongeluk het bedrag dubbel betaald heeft. Op 10 april 2009 overhandigt Goossens haar contant een bedrag van € 3.500,-. De vrouw vertelt dat haar rekeningnummer [nummer] is. De vrouw maakt gebruik van telefoonnummer [nummer]. Zij heeft zich voorgesteld als [naam]. De vrouw heeft een lichtgetint uiterlijk en een slecht gebit . Daartoe gevorderd verstrekt de ING bank in de zaak 800655-09, feit 1 gedachtestreepje 6 de gegevens dat het rekeningnummer [nummer] in gebruik is bij mevr. M. [verdachte], wonende [adres] Op 9 april 2009 wordt op de rekening een bedrag van € 8.750,- bijgeboekt met in de omschrijving: ‘audi tt [ - - ] 800655-09, feit 2 Aangever [slachtoffer 12] heeft in Oosterhout een gastouderopvang onder de naam [naam bedrijf]. Zij vangt de kinderen [voornaam] [verdachte], [voornaam] [verdachte] en [adres] van verdachte op tussen 28 november 2008 en 13 januari 2009. Omstreeks 10 december 2008 meldt verdachte telefonisch aan [slachtofferch 12] dat door de Belastingdienst een fout is gemaakt, waardoor een groot geldbedrag van verdachte op de rekening van [naam bedrijf] is gestort. Op 12 december 2008 ziet aangeefster dat op haar rekening een bedrag van € 16.951,- is gestort met in de omschrijving onder meer de tekst ‘teruggaaf – kinderopvang 2008 ([naam]) belastingdienst’. Aangeefster wil het bedrag aan de Belastingdienst terug storten. Verdachte overtuigt haar echter het geld contant aan haar te betalen omdat zij anders het bedrag niet tijdig voor de feestdagen op haar rekening gestort zal krijgen door de Belastingdienst, aangezien zij een Belgisch rekeningnummer heeft. [slachtofferch 12] overhandigt verdachte een geldbedrag, waarbij zij de openstaande factuur van verdachte bij [naam bedrijf] met het door de Belastingdienst gestorte bedrag verrekent. Vervolgens ontving [slachtofferch 12] een brief van de Belastingdienst waarin stond dat zij het gestorte bedrag moest terugbetalen aan de Belastingdienst . Uit een overzicht van de Girorekening van aangeefster blijkt dat door de belastingdienst op 12 december 2008 een bedrag van € 16.951,- op de rekening van aangeefster is gestort . Het dossier bevat een verklaring dat verdachte contant heeft ontvangen van Kinderopvang [naam] een bedrag van € 10.000,- , een bedrag van € 2420,- en een notitie dat zij een bedrag van € 360,- heeft ontvangen. Beide verklaringen zijn ondertekend. Deze handtekeningen zijn te lezen als: [verd[verdachte]] . De handtekeningen op de twee notities komen overeen met de handtekening van verdachte op het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris . 800655-09, feit 3 Aangeefster [slachtoffer 13] heeft in Rijen een kinderdagverblijf met de naam [naam bedrijf]. Zij vangt daar van augustus 2007 tot en met december 2007 de kinderen [namen] [verdachte] van verdachte op. Bij haar inschrijving heeft verdachte getekend voor automatische incasso. Eind augustus 2007 wordt de factuur van augustus niet betaald. In september 2007 wordt daarom geprobeerd dit bedrag alsnog te incasseren. Verdachte geeft daarop aan dat er van twee maanden geld is afgeschreven, dat zij dit geld niet kan missen en dat zij in de problemen komt als zij het geld niet terug krijgt. [slachtoffer 13] stort daarop op 27 september 2007 een bedrag van € 1604,- terug. Later blijkt dat de incasso’s van augustus en van september niet gelukt zijn . In het dossier zit een aanmeldformulier voor [naam bedrijf] voor het kind [voornaam] [verdachte]. Als emailadres van de ouders staat genoteerd: [emailadres] . Tussenconclusie 2 De hierboven, na tussenconclusie 1, besproken feiten zijn door verdachte niet bekend nadat zij een raadsman heeft geconsulteerd. De rechtbank acht echter deze feiten wettig en overtuigend bewezen, gezien de bewijsmiddelen in deze zaken en gezien de bewezenverklaring van de feiten die in tussenconclusie 1 bewezen zijn verklaard, alles in onderlinge samenhang bezien en beschouwd. De rechtbank zal hierbij gebruik maken van het zogenaamde schakelbewijs. Uit de rechtspraak vloeit voort dat het gebruik van schakelbewijs toelaatbaar is, mits feiten soortgelijk zijn in de zin dat de gang van zaken bij het ten laste gelegde feit op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met de gang van zaken bij andere feiten, waarvoor meer bewijs voorhanden is. Hierbij gaat het om een specifiek patroon in het gedrag van verdachte en de omstandigheden van het geval. De rechtbank stelt vast dat de signalementen die door de aangevers in de feiten onder 800655-09, feit 1 gedachtestreepjes 9 en 10 worden gegeven, overeen komen met de signalementen die door aangevers in de daarvoor bewezenverklaarde feiten worden opgegeven, en bovendien overeenkomen met het uiterlijk van verdachte. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 geldt dat de identiteit van verdachte bij de aangeefsters bekend was. De werkwijze in alle feiten die na tussenconclusie 1 zijn besproken, komt daarnaast op essentiële punten overeen met de werkwijze van verdachte zoals in tussenconclusie 1 is beschreven. De rechtbank is zich ervan bewust dat de werkwijze in de na tussenconclusie 1 besproken feiten niet op alle essentiële punten, zoals die in tussenconclusie 1 zijn beschreven, overeenkomen. Naar het oordeel van de rechtbank is echter sprake van overeenkomsten op een zodanig groot aantal essentiële punten, dat zij het bewijs in deze feiten voldoende wettig en overtuigend acht. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat alle feiten onder 800655-09 feit 1, zijn gepleegd in een periode van slechts anderhalve maand in 2009. 627688-08, slachtoffer [slachtoffer 14] Aangever [slachtoffer 14] biedt zijn personenauto van het merk Volkswagen, voorzien van het kenteken [ - - ] via de internetsite Marktplaats.nl te koop aan. Hij wordt gebeld door een vrouw die zichzelf [voornaam] [verdachte] noemt en zij maken een afspraak om de auto te bezichtigen. Op donderdag 19 juli 2007 maken zij een proefrit in de betreffende auto. Daarna geeft de vrouw aan dat zij de auto wil kopen. Zij rijden naar de woning van [slachtofferc 14] Kaatsheuvel. Daar wil de vrouw inloggen op de computer van aangever om te betalen. De vrouw toont aangever daarna een geprint overzicht waarop hij ziet dat het overeengekomen bedrag van € 27.500,- door haar is overgeboekt van haar girorekening naar de bankrekening van aangever. Aangever ziet dat het bedrag nog niet op zijn bankrekening is binnen gekomen. Zij rijden daarop naar een filiaal van de Rabobank, waar een medewerkster vertelt dat het enige dagen duurt voordat geld van een girorekening op een bankrekening is overgeboekt. De vrouw krijgt de auto en de papieren mee. [slachtoffer 14] heeft het geld nooit ontvangen. De vrouw was ongeveer 25 jaar en had een Hindoestaans uiterlijk. Zij was ongeveer 160 cm lang en had lang donker haar . 627688-08, slachtoffer [slachtofferc 15] Aangever [slachtofferc 15] biedt zijn personenauto van het merk Volkswagen, voorzien van het kenteken [ - - ] te koop aan via de internetsite Marktplaats.nl met als vraagprijs € 15.900,-. Hij wordt gebeld door een vrouw die zichzelf mevrouw [verzonnen naam] noemt en die zegt geïnteresseerd te zijn in de auto. Zij maken een afspraak en zij ontmoeten elkaar op 30 juni 2007 in Tilburg. De vrouw vertelt dat haar meisjesnaam [verdachte] is. Zij heeft naar de afspraak een man meegenomen. De vrouw toont [slachtoffer 15] een uitdraai waaruit blijkt dat op die dag een bedrag van € 16.000,- is overgemaakt van de girorekening van de vrouw, met nummer [nummer] naar de bankrekening van aangever. Na een proefrit besluit de vrouw de auto te kopen. Omdat [slachtoffer 15] aangeeft de overmaking niet te vertrouwen, geeft de vrouw op het postkantoor opnieuw een betalingsopdracht voor een bedrag van € 16.000,- naar de bankrekening van [slachtoffer 15]. Daarna schrijven zij de auto over. Aangever heeft het geld nooit op zijn rekening ontvangen. De vrouw maakt gebruik van het telefoonnum[nummer]r] Op het “afschrift” van de girorekening dat de vrouw aan aangever verstrekt, lijkt te zien dat het bedrag van € 16.000,- op 30 juni 2007 aan aangever is betaald. Het rekeningnummer is [nummer], op naam van mw. [initialen] [verdachte] . 627688-08, slachtoffer [slachtoffer 16] Aangever [slachtoffer 16] biedt zijn personenauto van het merk BMW, type 5er Reihe, 530D Sedan, kleur grijs, te koop aan via de internetsite Marktplaats.nl. Een vrouw neemt via de telefoon en via sms contact op met aangever en met zijn vriendin. De vrouw en aangever spreken af op 2 juli 2007 om 12:30 uur in Tilburg. Na een proefrit gaan [slachtoffer 16] en de vrouw naar een postkantoor zodat de vrouw het geld kan betalen en zij de auto kunnen overschrijven. De vrouw maakt aan de balie het overeengekomen bedrag van € 11.750,- over naar aangever. De baliemedewerker van de postbank vertelt aangever dat het geld is overgemaakt en aangever ontvangt van de vrouw een kopie van het overschrijvingsbewijs. Aangever ontvangt het geld nooit op zijn rekening. De vrouw maakt gebruik van het telefoonnummer [nummer]. Zij heeft een zwarte huidskleur, is ongeveer 27 jaar oud en 175 tot 180 cm lang. Zij heeft een smal postuur en bruin en zwart haar . Uit een uitdraai van de Rijksdienst van het Wegverkeer blijkt dat een grijze BMW 5er Reihe 530D Sedan, voorzien van het kenteken [ - - ] op 2 juli 2007 om 13:31 uur op naam van verdachte is gezet . 627688-08, slachtoffer [slachtoffer 17] Op 28 juni 2007 verkoopt aangever [slachtoffer 17] zijn personenauto van het merk Volkswagen, voorzien van het kenteken [ - - ] aan een vrouw die zichzelf [voornamen] [verd[verdachte]] noemt. Aangever en de vrouw spreken af in Tilburg. De vrouw vertelt aangever dat zij het aankoopbedrag van € 16.000,- al naar aangever heeft overgemaakt. In bijzijn van [slachtoffer 17] belt zij naar een man, die medewerker van het postkantoor zou zijn, en die telefonisch aan aangever bevestigt dat het geld is overgemaakt. [slachtoffer 17] ontvangt ook een kopie van het bewijs van overschrijving. Aangever laat de auto overschrijven en overhandigt deze aan de vrouw. De vrouw maakt gebruik van het telefoonnummer [nummer] en van het emailadres [emailadres] . Op het “afschrift” van de girorekening dat de vrouw aan aangever verstrekt, lijkt te zien dat het bedrag van € 16.000,- op 28 juni 2007 aan aangever is betaald. Het rekeningnummer is [nummer], op naam van mevrouw [initialen] [verdachte] . Het betrokken voertuig stond op naam van [slachtoffer 17] blijkens het kentekenbewijs . 627688-08, slachtoffer [slachtoffer 18] Aangever [slachtoffer 18] is eigenaar van kleinwarenhuis [naam bedrijf]. Hij verkoopt onder andere tuinmeubels, mede via de internetsite jenwsales.nl. Op enig moment wordt [slachtoffer 18] gebeld door een vrouw, die telefonisch een aantal tuinmeubelen bij hem bestelt. Zij maakt gebruik van het telefoonnummer [nummer] en zij zegt [voornaam] [verdachte] te zijn, wonende te Tilburg. Aangever stuurt de vrouw de factuur op het door haar opgegeven emailadres [emailadres]. Op woensdag 9 mei 2007 levert aangever de bestelde tuinmeubelen af op een adres in Tilburg. Een vrouw doet daar de deur open en zij stelt zich voor als [voornaam] [verdachte]. Zij overhandigt aan aangever een uitdraai van haar girorekening met het nummer [nummer] op naam van mevrouw [initialen] [verdachte], waaruit blijkt dat zij die dag het overeengekomen bedrag van € 3.250,- heeft overgemaakt naar de bankrekening van aangever. De vrouw tekent voor ontvangst van de goederen. Aangever heeft het bedrag nooit op zijn rekening ontvangen . Op de factuur van [naam bedrijf] is een handtekening geplaatst voor ontvangst goederen. Deze handtekening is te lezen als: [verd[verdachte]] . De handtekening op de factuur komt overeen met de handtekening van verdachte op het proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris . Op het “afschrift” van de girorekening dat de vrouw aan aangever verstrekt, lijkt te zien dat het bedrag van € 3.250,- op 9 mei 2007 aan aangever is betaald. Het rekeningnummer is [nummer], op naam van mw. [initialen] [verdachte] . 627688-08, slachtoffer [slachtoffer 25] Aangeefster [slachtoffer 19] doet namens [slachtoffer 25] aangifte van oplichting. Een vrouw die zichzelf [voornaam] [verdachte] noemt, bestelt telefonisch bij aangeefster tuinmeubelen voor een bedrag van € 5.514,-. Overeengekomen wordt dat de tuinmeubelen geleverd zullen worden nadat de vrouw een bedrag van € 1000,- heeft aanbetaald. Op 12 juni 2007 ontvangt Avri een fax van de vrouw met een afschrift van haar rekening. Hieruit blijkt dat er een bedrag van € 1000,- is afgeschreven van girorekening [nummer] op naam van [initialen] [verdachte]. Daarop worden de goederen door Avri geleverd op een adres in Tilburg. [slachtoffer 25] heeft nooit geld ontvangen van de vrouw . Op het “afschrift” van de girorekening dat de vrouw aan aangever verstrekt, lijkt te zien dat het bedrag van € 1.000,- op 12 juni 2007 aan Avri tuincentrum is betaald. Het rekeningnummer is [nummer], op naam van mw. [initialen] [verdachte] . Tussenconclusie 3 De rechtbank acht de feiten onder parketnummer 627688-08 wettig en overtuigend bewezen. Zij maakt daarbij opnieuw gebruik van schakelbewijs, zoals al in tussenconclusie 2 is toegelicht. Ten aanzien van de feiten onder parketnummer 627688-08 is daarbij het volgende van belang. Ook deze feiten zijn door verdachte niet bekend nadat zij een raadsman heeft geconsulteerd. De rechtbank acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen, gezien de bewijsmiddelen in deze zaken en gezien de bewezenverklaring van de feiten die in de tussenconclusies 1 en 2 bewezen zijn verklaard, alles in onderlinge samenhang bezien en beschouwd. De rechtbank stelt vast dat de signalementen die door de aangevers worden gegeven, overeen komen met de signalementen die door aangevers in de daarvoor bewezenverklaarde feiten worden opgegeven, en bovendien overeenkomen met het uiterlijk van verdachte. De werkwijze in de feiten komt daarnaast op een aantal essentiële punten overeen met de werkwijze van verdachte zoals in tussenconclusie 1 is beschreven. De rechtbank is zich ervan bewust dat de overeenkomsten tussen de feiten onder enerzijds parketnummer 800655-09 en anderzijds parketnummer 626688-08 minder groot is dan de overeenkomsten tussen de feiten met parketnummer 800655-09 onderling. De rechtbank stelt vast dat de werkwijze in de feiten met parketnummer 626688-08 onderling eveneens op veel essentiële kenmerken overeenkomt. Het is van belang hierbij op te merken dat de feiten met parketnummer 626688-08 allen gepleegd zijn in een periode van drie maanden in het jaar 2007. Feit 1 met parketnummer 800655-09 bestaat uit verschillende incidenten die allen zijn gepleegd in een periode van anderhalve maand in het jaar 2009. Tussen de feiten van de twee verschillende parketnummers zit een periode van twee jaar. De rechtbank acht de verschillen dan ook verklaarbaar en stelt vast dat verdachte in de tussenliggende periode haar werkwijze op een aantal punten heeft aangepast. Zo maakte zij in 2007 steeds gebruik van haar eigen naam, terwijl zij in 2009 regelmatig gebruik maakt van een valse naam. Ook maakte zij in 2007 nog geen gebruik van een laptop, zoals zij in 2009 wel is gaan doen. In 2007 doet zij het een aantal maal voorkomen geld op het postkantoor aan aangevers over te maken. Dit is een werkwijze die zij in 2009 niet meer hanteert. Het lijkt erop dat verdachte gebruik heeft gemaakt van de steeds grotere mogelijkheden en beschikbaarheid van (mobiel) internet. Er zijn naar het oordeel van de rechtbank ook nog steeds in ruime mate voldoende essentiële kenmerken in de werkwijzen van de nu besproken feiten met de hierboven reeds bewezenverklaarde feiten met parketnummer 800655-09. Deze zijn onder andere: - zij reageert op advertenties op internet, vaak op de site Marktplaats.nl, waarin auto’s door particulieren te koop worden aangeboden; - zij laat aangevers via het scherm van een computer dan wel via een print zien dat op haar rekeningoverzicht staat dat het geld naar aangevers is overgemaakt; - zij vertelt aangevers meerdere malen dat zij teveel geld heeft overgemaakt, waarna zij verzoekt om het teveel betaalde geld terug te storten. Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten met parketnummer 800655-09 feit 1 primair tot en met 3 en de feiten met parketnummer 627688-08 heeft gepleegd. De rechtbank heeft hiervan de overtuiging nog sterker bekomen, gezien de verklaring van verdachte ter zitting van 10 december 2009. Zij heeft zich tijdens deze zitting overwegend beroepen op haar zwijgrecht. Geconfronteerd echter met de benadeelde partijen [slachtoffer 15], [slachtoffer 20], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 9], verklaart verdachte: “Het is beslist niet zo dat het mij helemaal niets doet dat ik die mensen heb benadeeld. Maar ten tijde van de oplichtingen stond ik niet stil bij hun gevoelens. Dat is pas achteraf tot me doorgedrongen. ” 800655-09, feit 4 Aangeefster [slachtoffer 12] heeft tevens aangifte gedaan van smaad door verdachte. Voor dit feit bevat het dossier geen andere bewijsmiddelen dan de aangifte. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor dit feit, aangezien uit de aangifte niet blijkt van een werkwijze die op essentiële punten overeenkomt met de hierboven bewezen verklaarde feiten. Er is bovendien sprake van een andersoortig delict. De rechtbank zal verdachte van dit feit vrijspreken. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte 800655-09, feit 1 met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, in Nederland, - op 22 mei 2009, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 1, pag. 369), en - in de periode van 23 april 2009 tot en met 27 april 2009, [slachtoffer 2] en/of [naam BV] BV heeft bewogen tot de afgifte van 22.500 euro, (zaak 2, pag. 383), en/of, - in de periode van 16 mei 2009 tot en met 19 mei 2009 [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 5, pag. 438), en, - in de periode van 19 mei 2009 tot en met 23 mei 2009 [slachtoffer 4] en/of [vrouw slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 6, pag. 449), en, - in de periode van 6 mei 2009 tot en met 8 mei 2009 [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 7, pag. 427), en, - op 11 april 2009 [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van 11.250 euro, (zaak 11, pag. 568) en, - op14 mei 2009 [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 12, pag. 594), en - op 16 april 2009 [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 14, pag. 620), en - op 15 april 2009 [naam BV] BV heeft bewogen tot de afgifte van slaapkamermeubilair, (zaak 23, pag. 922), en - op 8 april 2009 [slachtofferchtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van een (personen)auto (met kenteken [ - - ]), (zaak 25, pag. 952), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, - (al dan niet met behulp van een laptop) een vervalst bankafschrift/overboeking van de ING getoond, en - (aldus) voorgewend om voornoemde goederen te betalen, en - (aldus) zich heeft voorgedaan als een betrouwbare koper met voldoende draagkracht, waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en/of [naam BV] BV en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en/of [vrouw van slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] en [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] en [slachtoffer 9] en [naam BV] en [slachtofferchtoffer 10] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.