Rechtbank Breda – ECLI:NL:RBBRE:2010:BO2762
RECHTBANK BREDA Team Bergen op Zoom Zaaknummer: 620010 OV 10-4042 Beschikking d.d. 18 oktober 2010 op een verzoek tot wijziging van een onderbewindstelling in een ondercuratelestelling ingediend door Sikke Ward van Meer, gevestigd te (5660 AB) Geldrop, Postbus 56, hierna te noemen verzoeker, als bewindvoerder over de goederen van [betrokkene], geboren op [geboortedatum en -plaats], wonende te ([adres], hierna te noemen betrokkene.
De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.
Als belanghebbenden zijn aangemerkt: a. betrokkene; b. de bewindvoerder, tevens voorgesteld curator; c. mevr. [X], begeleidster van betrokkene.
Betrokkene heeft ingestemd met het verzoek.
3.2 Op 3 september 2010 heeft verzoeker verzocht de onderbewindstelling te wijzigen in een ondercuratelestelling.
3.3 Uit de gedingstukken, waaronder de brief d.d. 30 augustus 2010 en het verhandelde ter zitting is de kantonrechter van oordeel dat de geestelijke stoornis van betrokkene - al dan niet met tussenpozen - van dien aard is dat de maatregel onderbewindstelling niet (altijd) voldoende is om de financiële belangen van betrokkene optimaal te beschermen.
De ter zitting genoemde feiten en omstandigheden zijn voor de kantonrechter dan ook aanleiding het bewind te wijzigen in een ondercuratelestelling. Betrokkene blijkt onder meer moeilijk te beschermen tegen allerlei vormen van (agressieve) telefonische verkoop alsmede verkoop via internet. De huidige bewindvoerder wordt daardoor regelmatig geconfronteerd met telefonisch dan wel via internet door betrokkene gesloten overeenkomsten. Als bewind-voerder ontbreken in dit soort gevallen vaak de mogelijkheden om dit soort contracten/ overeenkomsten aan te vechten. Vaak blijkt de bewindvoerder afhankelijk van de welwillendheid van de contractant. De maatregel van curatele biedt op dat punt -mede gelet de publicatie hiervan en opname in het Curatelenregister- duidelijk meer mogelijkheden om de door betrokkene afgesloten overeenkomsten alsnog aan te vechten. Ter zitting heeft betrokkene ingestemd met de verzochte wijziging van bewind in curatele.
3.4 Verzoeker heeft ter zitting verzocht hem te benoemen tot curator.
3.5 Aangezien de voorgestelde curator zich bereid heeft verklaard het curatorschap te aanvaarden en ten aanzien van deze geen bezwaren zijn gebleken, zal de kantonrechter hem in die functie benoemen.
3.6 De kantonrechter acht het voorts gewenst dat de curator wat betreft zijn mentortaak binnen het curatorschap -in overstemming met artikel 1:459 BW- periodiek verantwoording aflegt over de wijze waarop het mentorschap door hem wordt uitgeoefend. Hij dient daartoe jaarlijks schriftelijk verslag te doen aan de kantonrechter van wat hij in de uitvoering van dat gedeelte van zijn taak heeft gedaan.
Hierbij dienen in elk geval de punten aan de orde te komen die in het door de griffie toe te zenden “modelformulier” worden vermeld.
3.7 De kantonrechter zal hierna voorts verstaan, dat een kopie van deze beschikking wordt gezonden aan de Griffier van de Rechtbank te ’s-Gravenhage in verband met aantekening in het Curateleregister.
3.8 Ex artikel 1:390 BW is de curator gehouden om deze uitspraak tot ondercuratelestelling binnen tien dagen te publiceren in de Staatscourant alsmede in twee door de kantonrechter aan te wijzen dagbladen. Ingeval de curator daarmede nalatig is, is hij zelf hoofdelijk gehouden aan derden de daardoor veroorzaakte schade te vergoeden. De curator dient zo spoedig mogelijk na publicatie aan de griffier van deze rechtbank bewijsstukken te sturen waaruit blijkt dat hij aan bovengenoemde publicatieverplichting heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 oktober 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.
Mededeling van de griffier:
Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeslissing betreft hoger beroep worden ingesteld: a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. verzonden op: