RECHTBANK BREDA team kanton Bergen op Zoom zaaknummer: 629584 \ MB VERZ 10-201 CJIB-nummer: [nummer] uitspraak: 13 januari 2011 Op de in het openbaar gehouden zitting van 9 december 2010 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door L.P.A. Gijsen-van der Linden als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met bovengenoemd CJIB-nummer. Het beroepschrift is ingediend door: naam : [betrokkene] adres : [adres] gemachtigde : mr. I.M. van den Heuvel adres : Stationsstraat 36 woonplaats : 4701 NC Roosendaal. De gemachtigde van betrokkene is ter zitting verschenen in persoon. Namens de officier van justitie is verschenen F. Slootweg, werkzaam bij het CVOM te Utrecht. Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden, welke aantekeningen worden geacht deel uit te maken van dit proces-verbaal. Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in het beroepschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld. Ter zitting heeft de gemachtigde van betrokkene medegedeeld de gronden van het beroep te handhaven en nog een pleitnota overgelegd. 1. De beoordeling 1.1 De kantonrechter heeft op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting. 1.2 Betrokkene wordt verweten dat zij op 24 maart 2010 te Roosendaal op de Willem Dreesweg binnen de bebouwde kom de maximum snelheid heeft overschreden (verkeersbord A1) met 30 km/h. Kort gezegd: feitcode VB030. Hierbij is betrokkene staande gehouden. 1.3 Het beroep is ontvankelijk omdat het tijdig is ingesteld en er zekerheid is gesteld voor de betaling van de sanctie. 1.4 De Officier van Justitie heeft meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, alsmede de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven. 1.5 De gemachtigde van betrokkene voert aan dat er diverse fouten zijn gemaakt in de procedure. Zo staat er op de aankondiging van beschikking een onjuiste achternaam en staat er dat betrokkene van het mannelijk geslacht is, in plaats van het vrouwelijk geslacht. Betrokkene zou geen verklaring hebben gegeven bij de staandehouding, terwijl betrokkene niet gevraagd is om een verklaring te geven. Ook staat in het zaakoverzicht “de verdachte/betrokkene heeft geen verklaring”. Voor betrokkene is het niet duidelijk of het nu om bestuursrecht of strafrecht gaat. Bovendien stemt het zaakoverzicht van 30 juli 2010 niet overeen met het eerder ontvangen zaakoverzicht van 8 juni 2010. Bij de “uitv. ambtenaar” op het zaakoverzicht van 30 juli 2010 staat een andere code van de ambtenaar dan in het zaakoverzicht van 8 juni 2010. Ook voert de gemachtigde van betrokkene aan dat de beslissing van de Officier van Justitie geen zodanige motivering bevat dat betrokkene kan afleiden waarom het beroep kennelijk ongegrond is verklaard en voorbij is gegaan aan het horen van betrokkene. Als betrokkene was gehoord, dan was het beroep bij de kantonrechter wellicht niet nodig geweest, aldus de gemachtigde van betrokkene. 1.6 Nu de op deze zaak betrekking hebbende gegevens onzorgvuldig, ondeugdelijk en onvoldoende in het dossier staan vermeld kan de administratieve sanctie naar het oordeel van de kantonrechter niet in stand blijven. Namens betrokkene wordt terecht opgemerkt dat vanwege de rechtsbescherming voor de burger in Wet Mulderzaken mag worden verlangd dat ook de politie en het Openbaar Ministerie zich houdt aan de regels bij de wetstoepassing. Dit geldt in het bijzonder ook voor het feit, dat van deze instanties mag worden verwacht dat zij zich niet alleen aan de wet houden maar ook aan de zogenaamde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hiertoe behoort onder meer het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het fairplay-beginsel. 1.7 Voor een burger moet vanaf het begin voldoende kenbaar zijn c.q. kenbaar worden gemaakt waartegen hij/zij zich heeft te verweren en welke hoedanigheid hij/zij heeft in dat kader. Deze hoedanigheid bepaalt immers zijn/haar rechten en plichten. Bijvoorbeeld: Het wel of niet van toepassing zijn van de cautieplicht. 1.8 Niet alleen in deze zaak constateert de kantonrechter, dat kennelijk de druk van het afdoen van een groot aantal zaken door het Openbaar Ministerie leidt tot vergaande vormen van standaardisering en het gebruik van standaardtekstblokken. Gevolg hiervan is, dat de betrokken burger niet meer herkent c.q. kan herkennen of het überhaupt om zijn/haar zaak gaat, welke in de betrokken stukken/beslissing wordt afgehandeld/afgedaan. 1.9 Een schoolvoorbeeld hiervan is het zogenaamde “zaakoverzicht.”. Hieraan wordt in het kader van de bewijsvoering ook in de vaste jurisprudentie vaak zelfs doorslaggevende betekenis toegekend terwijl onduidelijk is welke gegevens, zoals die staan vermeld in dat zaakoverzicht, daadwerkelijk berusten op concrete waarneming(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.