RECHTBANK BREDA Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 10/1540 Uitspraakdatum: 3 januari 2011 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende], te [woonplaats], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst/Rijnmond, kantoor Rotterdam verweerder. Eiser wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de inspecteur van 8 maart 2010 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem voor het jaar 2005 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 161.141, zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting (aanslagnummer [nummer].H.56). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2010 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende, [gemachtigde], verbonden aan ZR Adviseurs N.V. te Echt, alsmede namens de inspecteur, [gemachtigde]. 1.Beslissing De rechtbank: -verklaart het beroep gegrond; -vernietigt de uitspraak op bezwaar; -vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 117.400, zonder aftrek ter voorkoming van dubbele belasting; - veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 1.092; -gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt. 2.Gronden 2.1.Belanghebbende is geboren op [datum] 1972, heeft de Nederlandse nationaliteit en is ongehuwd. Uit zijn vaste relatie met [partner] zijn twee kinderen geboren. Met ingang van 2001 hebben belanghebbende en [partner] jaarlijks voor fiscaal partnerschap gekozen. 2.2.Het gezin is woonachtig in Nederland, op het adres [adres] te [woonplaats]. Belanghebbende heeft deze woning op 2 juni 2004 in eigendom verkregen en als eigen woning en dus als hoofdverblijf aangemerkt in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2004 en 2005. De belastbare inkomsten uit eigen woning zijn in de aangifte van belanghebbende voor het onderhavige jaar becijferd op negatief € 3.714 en volledig toegerekend aan [partner]. De aan [partner] voor het jaar 2005 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen staat onherroepelijk vast. 2.3.Belanghebbende drijft sinds [datum] 1996 een binnenscheepvaartonderneming; in het onderhavige jaar in de vorm van een eenmanszaak. [partner] genoot in 2005 een meewerkbeloning uit deze onderneming. 2.4.Belanghebbende vaart als kapitein in het ARA-vaarbied (Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen) en in Duitsland. Van [datum] 1996 tot [datum] 2005 voer belanghebbende met het motortankschip [schip A]. Daarna is hij gaan varen met het motortankschip [schip B]. Het vaarschema voor belanghebbende en de onder zijn eindverantwoordelijkheid werkzame kapitein in loondienst, was in het onderhavige jaar één week op (vaart), één week af (verlof). De bemanning bestond doorgaans de ene week uit belanghebbende en twee stuurmannen met eventueel nog één matroos en de andere week uit de kapitein in loondienst, een stuurman plus een matroos. De bemanning gaat van en aan boord op de plek waar het schip zich op dat moment bevindt. In de loop van tijd wisselt de bemanning van samenstelling en nationaliteit. 2.5.Op [datum] 2005 heeft belanghebbende zich laten inschrijven in [district] te Duitsland op het adres [adres] te [woonplaats B]. Op dit adres bevindt zich een appartement dat belanghebbende huurt. Hij verblijft daar indien hij overleg met zijn Duitse adviseurs voert. Voorts heeft hij zich op [datum] 2005 in Duitsland als binnenvaartondernemer laten inschrijven op het adres [adres], te [woonplaats C] onder de naam “Binnenschifffahrt [belanghebbende]”. Hij heeft daartoe het motortankschip [schip B] van [heer X] eerst gepacht en vervolgens op [datum] 2005 gekocht. Naast belanghebbende hebben nog 11 andere Nederlandse binnenschippers hun onderneming op het adres [adres] ingeschreven. De keuze van belanghebbende voor Oost-Duitsland houdt enkel verband met de aldaar aanwezige financieringsmogelijkheden. 2.6.Het motortankschip [schip A] heeft in Nederland zijn thuishaven en is in Nederland gefinancierd. Het motortankschip [schip B] (hierna ook: het schip) is onder Duitse vlag gebracht en heeft [woonplaats C] (Duitsland) als geregistreerde thuishaven. Voor het schip zijn verzekeringen afgesloten bij een in Duitsland gevestigde verzekeraar. Voor de aankoop heeft belanghebbende financieringsovereenkomsten afgesloten met in Duitsland gevestigde partijen. Reparaties en onderhoud vinden in Nederland plaats omdat in Nederland betere werven zijn. 2.7.Belanghebbende heeft op [datum] 2005 een bevrachtingsovereenkomst gesloten met [bevrachter] mbh (hierna: [bevrachter]) te [woonplaats D] (Duitsland) die de beschikking heeft over een grote vloot. Ingevolge voornoemd contract is belanghebbende verplicht tot eind 2020 in opdracht van en onder de vlag van [bevrachter] minerale oliën en verwante producten te vervoeren. [bevrachter] draagt zorg voor de toedeling van de vrachten, houdt de vrachtadministratie bij en verzorgt de contractbesprekingen met degenen die ladingen te vervoeren hebben. Voor de uitgevoerde reizen brengt [bevrachter] aan belanghebbende een bevrachtingsprovisie van 5% in rekening. 2.8.Met [heer Y] te [woonplaats B] heeft belanghebbende op [datum] 2005 een overeenkomst gesloten op grond waarvan [heer Y] tot eind 2015 het administratieve en financiële beheer met betrekking tot het motortankschip [schip B] verzorgt. Onder deze dienstverlening begrijpen partijen onder meer het afwikkelen van de zakelijke post, het doen van betalingen en van Duitse loon- en omzetbelastingaangiften, het verzorgen van de boekhouding, het opstellen van jaarstukken en het maken van loonafrekeningen. In de overeenkomst is tevens opgenomen dat voor fiscale aangelegenheden belastingadviesbureau [belastingadviesbureau] te [woonplaats B] zal worden ingeschakeld en dat belanghebbende aan [heer Y] en zijn echtgenote ieder een volmacht zal verstrekken met betrekking tot de bankrekeningen. De administratie bevindt zich in [woonplaats B], met uitzondering van de vrachtadministratie, die in [woonplaats D] bij [bevrachter] is ondergebracht. 2.9.Voorts is belanghebbende met [onderneming A] S.A. te [woonplaats] (Luxemburg) overeengekomen dat deze vennootschap met ingang van [datum] 2005 alle financiële aangelegenheden zal verzorgen die verband houden met de bemanning van het schip, uitgezonderd belanghebbende. 2.10.De vrachtopbrengsten komen aan belanghebbende toe. Hij draagt ook de kosten en lasten van het onderhoud van het schip en de personeelslasten van de bemanning. 2.11.Blijkens de vaaroverzichten heeft belanghebbende in het jaar 2005 het schip [schip B] 66 keer geladen, voor het eerst op [datum] 2005, en gelost. Het laden heeft 62 keer in Nederland en 4 keer in België plaatsgevonden. Het lossen vond 58 keer in Nederland, 3 keer in België en 5 keer in Duitsland plaats. Daarbij zijn de vaarroutes afgelegd tussen onderstaande laad- respectievelijk loshavens: - Rotterdam-Amsterdam (30 keer) - Rotterdam-Vlissingen (1 keer) - Rotterdam-Rotterdam (4 keer) - Rotterdam-Terneuzen (5 keer) - Vlissingen-Rotterdam (1 keer) - Vlissingen-Amsterdam (14 keer) - Vlissingen-Duisburg (4 keer) - Vlissingen-Gent (1 keer) - Stein-Antwerpen (2 keer) - Gent-Amsterdam (1 keer) - Antwerpen-Duisburg (1 keer) - Antwerpen-Rotterdam (2 keer) 2.12.Belanghebbende heeft over het jaar 2005 in Duitsland aangiften gedaan voor de Einkommensteuer, de Gewerbesteuer en de Umsatzsteuer. 2.13.Volgens de aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen die belanghebbende in Nederland heeft gedaan, heeft hij per [datum] 2005 zijn binnenscheepvaartonderneming gestaakt en is hij met ingang van [datum] 2005 een nieuwe binnenscheepvaartonderneming, eveneens in de vorm van een eenmanszaak, gestart in Duitsland. Belanghebbende heeft in deze aangifte als winst uit onderneming een bedrag van € 57.576 verantwoord, bestaande uit een verlies uit Nederlandse onderneming van € 25.692 en een winst uit Duitse onderneming van € 83.268. Voor laatstgenoemd bedrag heeft belanghebbende om aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verzocht, waarvan € 51.991 – het bedrag van het aangegeven verzamelinkomen – in het onderhavige jaar te verrekenen en het restant van € 31.277 door te schuiven naar volgend jaar. Belanghebbende heeft niet verzocht om vrijstelling van de premie volksverzekeringen. 2.14. Bij het vaststellen van de onderhavige aanslag heeft de inspecteur geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend en het belastbare inkomen uit werk en woning als volgt bepaald: Aangegeven belastbare winst uit onderneming € 57.576 af: aangegeven premies voor inkomensvoorzieningen € 5.585 Aangegeven belastbaar inkomen uit werk en woning € 51.991 bij: niet aftrekbare Sonderpost €104.000 bij: niet aftrekbare Einkommensteuer € 5.150 Vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning €161.141 2.15.Tot de gedingstukken behoort voorts het door de Belastingdienst Rijnmond aan de Belastingdienst/FIOD-ECD op 5 maart 2007 gedane verzoek om inlichtingen ten aanzien van belanghebbende en 11 andere Nederlandse binnenschippers die hun onderneming in [woonplaats B] hebben ingeschreven en aldaar aangifte hebben gedaan. Ook tot de gedingstukken behoort de brief van de Bundeszentralamt für Steuern aan de FIOD-ECD gedagtekend 11 januari 2008 waarin verslag wordt gedaan van de besprekingen door Duitse ambtenaren met [belastingadviesbureau] en [heer Y] en hun bezoek aan de woning waarvan belanghebbende met ingang van 1 april 2007 een kamer onderhuurt. 2.16.In het verlengde van de in 2.15 vermelde inlichtingenuitwisseling hebben ambtenaren van de Belastingdienst Rijnmond op 8 april 2009 een bezoek gebracht aan het Finanzamt [woonplaats]. In de bespreking werd duidelijk dat zowel de Nederlandse als de Duitse delegatie ertoe neigde dat de plaats van leiding aan boord van het schip zal zijn, nu de schipper/eigenaar veelal ongeveer 300 dagen per jaar aan boord verblijft. Er werd geen overeenstemming bereikt doordat de Duitse delegatie zich op het standpunt stelde dat daartoe de formele thuishaven ([woonplaats C]) doorslaggevend is, terwijl de Nederlandse delegatie zich op het standpunt stelde dat de feitelijke thuishaven doorslaggevend is. 2.17.Tevens bevat het procesdossier de Nederlandse vertaling van de brief van het Ministerie van Financiën aan het Bundeszentralamt für Steuern die onderdeel uitmaakt van een op de voet van artikel 22 van het Verdrag gevoerde overlegprocedure ten aanzien van een andere Nederlandse binnenschipper waarin wordt verzocht de in Duitsland opgelegde aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 2003 en volgende ongedaan te maken. 2.18.Tot de gedingstukken behoort voorts de geanonimiseerde uitspraak van 15 oktober 2009 van het Finanzgericht Nürnberg met kenmerk Az: 4K2150/2007 gedaan in een procedure die in Duitsland is gevoerd door een Nederlandse binnenschipper die zijn onderneming in Duitsland heeft gevestigd in verband met de gunstige financieringsregeling. In deze uitspraak overweegt het Finanzgericht Nürnberg onder meer als volgt: “Im Streitfall steht das Besteuerungsrecht für die Einkünfte aus der Tankschifffahrt nach dem DBA-Niederlande aus folgenden Gründen Deutschland nicht zu:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.