← Nederland

ECLI:NL:RBBRE:2011:BP3476

RECHTBANK BREDA parketnr. 811282-10 rk-nummer: 11/96 Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 32 van het wetboek van strafvordering van: [verdachte] geboren op [datum en plaats] wonende te [adres]

  1. De procedure. De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - het bezwaarschrift; - het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer d.d.2 februari 2011, waaruit blijkt dat de officier van justitie is gehoord. Tevens zijn verdachte en haar raadsman gehoord.
  2. De beoordeling. Verdachte wordt er van verdacht in de maand september 2009 haar pasgeboren kind van het leven te hebben beroofd uit vrees voor ontdekking van de bevalling. Verdachte is op 25 juli 2010 in verzekering gesteld. Nadat de rechter-commissaris de bewaring had bevolen en tegen verdachte een gerechtelijk vooronderzoek was geopend, is verdachte niet voorgeleid voor de strafraadkamer van de rechtbank. Verdachte heeft tot aan het moment dat zij in vrijheid werd gesteld, diverse verklaringen afgelegd. Op vordering van de Officier van Justitie heeft de rechter-commissaris opdracht gegeven tot diverse onderzoeken. Het betreft een opdracht aan het NFI tot het verrichten van een sectie en een aantal daarmee samenhangende onderzoeken. Tevens zijn een psycholoog en een psychiater benoemd voor het uitbrengen van een dubbelrapportage omtrent verdachte. Verder is een reclasseringsrapport uitgebracht over verdachte. Kennisneming van het voorlopig rapport van het NFI dd 26 juli 2010 is aan verdachte onthouden, doch na bezwaar zijn zowel het voorlopige als later ook het definitieve rapport (dd 21 oktober 2010) van het NFI aan verdachte verstrekt. Bij brief van 17 januari 2011 heeft de rechter-commissaris belast met het onderzoek in het gerechtelijk vooronderzoek tegen verdachte, aan haar raadsman medegedeeld dat het rapport uitgebracht door de deskundige [naam deskundige] aan verdachte zal worden onthouden. Dat gold blijkens die brief eveneens voor de stukken betrekking hebbend op de benoeming van en de vraagstelling aan een deskundige ter zake een 2e uit te voeren sectie. Tegen deze beslissing tot onthouding richt zich het bezwaarschrift. Ten aanzien van het deskundigenrapport gaat de rechtbank op grond van de behandeling ter zitting er van uit dat het hier gaat om een algemeen rapport over kinderdood. Nu het blijkbaar een algemeen rapport betreft en de daarin vervatte informatie waarschijnlijk ook via openbare bronnen ter kennis van verdachte kan komen, valt zonder verdere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien welk belang van het onderzoek onthouding vordert. Ten aanzien van de overige hiervoor weergegeven stukken, moet vooropgesteld worden dat er inmiddels sectierapporten liggen van het NFI die aan verdachte ------------------------------------------------------------------------------- zijn verstrekt. De conclusies uit dat rapport zijn duidelijk. Waarom er desondanks weer een rapport wordt aangevraagd, is de rechtbank niet duidelijk geworden. Mogelijk dat dit onderzoek ten doel heeft om via aanvullende vragen en een aanvullend onderzoek nadere informatie te verkrijgen omtrent de doodsoorzaak. Zonder toelichting, die ontbreekt, valt echter niet in te zien waarom in dat geval te vrezen valt dat verdachte door kennis te nemen van de inhoud van de thans onthouden stukken, de waarheidsvinding zou kunnen belemmeren, laat staan ernstig belemmeren. Verdachte heeft immers al uitgebreide verklaringen afgelegd, waarin zij precies weergeeft hoe de bevalling is gegaan, dat het kind niet leefde en wat zij daarna heeft gedaan. Indien de onthouden stukken al zouden kunnen leiden tot een andere proceshouding van verdachte en het afwijken van haar eerdere verklaringen, dan levert dat naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de reeds afgelegde verklaringen, geen zodanig onderzoeksbelang op, dat daardoor onthouding wordt gerechtvaardigd. Zeker niet nu verdachte al eerder met verschillen tussen haar weergave van de feiten en de mening van deskundigen is geconfronteerd en daarna,, voor zover de rechtbank dat op basis van de aan haar ter beschikking staande stukken kan beoordelen, haar eerdere verklaring niet heeft aangepast. Hoogstens dat zij haar verklaringen heeft aangevuld met een nadere beschrijving van het gebeuren. Evenmin is van onregelmatigheden aan de zijde van verdachte in dit onderzoek gebleken.
  3. De beslissing. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift gegrond. Deze beslissing is gegeven op 9 februari 2011 door mr Kooijman, voorzitter, en mrs Woerdeman en Van Gessel, rechters, in tegenwoordigheid van Jacet, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.