ECLI:NL:RBBRE:2011:BR0641
vonnis RECHTBANK BREDA Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 235272 / KG ZA 11-279 Vonnis in kort geding van 5 juli 2011 in de zaak van [eiseres], wonende te Tilburg, eiseres, advocaat mr. M.C.A.M. van der Meer te Tilburg, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon DE GEMEENTE TILBURG, zetelend te Tilburg, gedaagde, advocaat mr. J.A. van Wijmen te Tilburg.
Partijen zullen hierna [eiseres] en Gemeente Tilburg genoemd worden.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2.2. Gemeente Tilburg voert verweer.
2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Dit huisbezoek heeft niet plaatsgevonden daar mevrouw niet op de afspraak is verschenen. Ook heeft zij niets van zich laten horen. Enkel haar accountant heb ik daarna nog kort gesproken. Deze had van zijn cliënte de opdracht gekregen aan ons door te geven dat ze het geld dat ze aan de verkoop had overgehouden zo’n Euro 40.000,-- bestemd voor de schuldeisers waaronder de gemeente, er op één avond in het casino had doorgedraaid. Desgevraagd gaf de accountant aan niet te weten waar zijn cliënte woonachtig is.’
3.2. [eiseres] legt aan haar primaire vordering tot opheffing van het executoriaal beslag ten grondslag dat executoriaal beslag is gelegd voor een bedrag van Euro 38.168,15 in hoofdsom terwijl een dwangbevel is uitgevaardigd voor een bedrag van Euro 32.387,06. Het verschil tussen beide bedragen van Euro 5.781,09 kan [eiseres] niet plaatsen en zij vordert opheffing voor dit deel van het gelegde beslag. [eiseres] legt aan de subsidiaire vordering ten grondslag dat zij door een wijziging van de begunstiging van de levensverzekering onredelijk wordt benadeeld in de zin van artikel 479p Rv omdat de betreffende lijfrenteverzekering evident een verzorgingskarakter heeft.
3.3. Gemeente Tilburg betwist dat het beslag kan worden opgeheven en stelt dat zowel de beschikking van 30 november 2010 als het dwangbevel dat is uitgevaardigd op 16 maart 2011 inmiddels onherroepelijk zijn. Gemeente Tilburg stelt dat zij de lening ineens kan opeisen omdat één van de voorwaarden als genoemd in de overeenkomst in vervulling ging, namelijk die inzake de bedrijfsbeëindiging en dat dit geschiedde zonder de benodigde overeenstemming met Gemeente Tilburg. Dat en waarom de bedragen waarvoor beslag is gelegd hoger zijn, staat volgens Gemeente Tilburg in de onherroepelijke beschikking en de daaraan ten grondslag liggende rapportage.
Gemeente Tilburg stelt dat op dit moment nog niets gebeurd is met de Koopsompolis maar dat Gemeente Tilburg volkomen terecht de begunstiging van die polis wil wijzigen zodat zij het daaruit op 1 maart 2018, of zoveel eerder als mevrouw [eiseres] komt te overlijden, vrijvallende bedrag van Euro 63.856,00 kan aanwenden voor de voldoening van de schuld waarvoor het executoriale beslag is gelegd. Iedere andere benadering zou in de optiek van Gemeente Tilburg een premie zijn op het door [eiseres] gepleegde misbruik van de voorliggende regelgeving, op grond waarvan haar destijds Bbz-krediet onder voorwaarden is verleend.
3.4. Vaststaat dat zowel tegen de terugvorderingsbeschikking als tegen het dwangbevel geen rechtsmiddelen meer open staan, deze zijn onherroepelijk dan wel rechtens perfect.
Dat het bedrag genoemd in het dwangbevel afwijkt van het bedrag waarvoor executoriaal beslag is gelegd, is het gevolg van hetgeen hieromtrent in de beschikking van 30 november 2010 staat. In de beschikking staat duidelijk dat en met welke bedragen de vordering van Gemeente Tilburg wordt verhoogd: ‘Indien u niet binnen de aangegeven termijn van 6 weken het totale bedrag van de vordering betaalt, zal Sociale Zaken overgaan tot verdergaande maatregelen. De vordering zal worden verhoogd met de kosten voor invordering, zijnde 15% van het openstaande saldo (artikel 58 lid 4 Wet Werk en Bijstand)’.en ‘Wanneer een deurwaarder ingeschakeld moet worden, zullen ook deze kosten aan u worden doorberekend’.
Het voorgaande betekent dat de primaire vordering tot het deels opheffen van het beslag wordt afgewezen.
3.5. Kern van het geschil vormt de vraag of [eiseres] zich erop kan beroepen dat zij onredelijk wordt benadeeld in de zin van artikel 479p Rv indien een wijziging van de begunstiging van de Koopsompolis plaatsvindt.
3.6. Vooropgesteld wordt dat het criterium van onredelijke benadeling toelaat dat levensverzekeringen die niet of niet geheel nodig zijn ter verzorging van de oude dag of nabestaanden geheel of gedeeltelijk uitwinbaar zijn. Indien het echter gaat om de levensverzekering met verzorgingskarakter staat primair het belang van de begunstigde, in dit geval [eiseres], voorop. Van belang daarbij is of een dergelijke voorziening noodzakelijk is naast eventueel reeds elders bestaande aanspraken zoals bijvoorbeeld die ingevolge de Algemene Ouderdomswet of al dan niet verplichte pensioenregelingen, lijfrenten en dergelijke.
3.7. [eiseres] heeft weliswaar voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de ‘ABN AMRO Koopsom Beleggings Polis (Gerichte lijfrenteverzekering)’ heeft afgesloten als voorziening voor haar oude dag. Uitkering van de lijfrente gaat in per 3 januari 2018 en [eiseres] is thans 59 jaar. Onbetwist is dat deze verzekering naast een eventueel recht op een AOW-uitkering haar enige oudedagvoorziening is. Onbetwist is tevens dat [eiseres] thans gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. Op grond van artikel 479p Rv zou dus in beginsel primair het belang van [eiseres] voorop dienen te staan bij de beoordeling of een verbod op de wijziging van de begunstiging in de rede ligt.
Ter zitting heeft [eiseres] echter bevestigd - hetgeen ook in essentie uit de door Gemeente Tilburg overgelegde producties blijkt - dat zij het geld dat zij in april 2010 aan de verkoop van de zaak heeft overgehouden voor een groot gedeelte, in ieder geval voor een bedrag van ruim Euro 30.000,--, van de zakelijke rekening heeft opgenomen en in één avond heeft vergokt in het casino. Dit terwijl zij op de hoogte was van het feit dat sprake was van meerdere schuldeisers waaronder Gemeente Tilburg. Onder deze omstandigheden kan niet worden geconcludeerd dat [eiseres] onredelijk wordt benadeeld door een wijziging van de begunstiging van de polis. Haar vorderingen moeten worden afgewezen.
3.8. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Gemeente Tilburg worden begroot op:
Dit vonnis is gewezen door mr. Römers in tegenwoordigheid van de griffier mr. Nijhof en in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2011.