RECHTBANK BREDA Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 11/537 Uitspraakdatum: 17 september 2011 Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55 en 8:55e Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzet van [belanghebbende] B.V., gevestigd te [woonplaats], belanghebbende, tegen de met toepassing van artikel 8:54 en afdeling 8.2.4a van de Awb gedane uitspraak van de rechtbank van 24 juni 2011 in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst/Limburg, kantoor Roermond. 1.Behandeling van het verzet 1.1Bij genoemde uitspraak van deze rechtbank is het beroep van belanghebbende (met bovengenoemd procedurenummer) met toepassing van artikel 8:54 en afdeling 8.2.4a van de Awb ongegrond verklaard. De rechtbank achtte aannemelijk dat de inspecteur al op 2 mei 2005 uitspraak op bezwaar had gedaan zodat het verzoek om toekenning van een dwangsom is afgewezen en het beroep ongegrond is verklaard. 1.2Bij fax van 22 juli 2011, ingekomen bij de rechtbank op die dag, heeft belanghebbende verzet gedaan tegen deze uitspraak. Belanghebbende heeft daarbij niet verzocht om op het verzet te worden gehoord. 2.Feiten en gronden van het verzet 2.1.De inspecteur heeft aan belanghebbende met dagtekening 28 december 2004 een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1999 tot en met 31 december 2000, aanslagnummer [nummer], opgelegd. Belanghebbende heeft hiertegen op 12 januari 2005 bezwaar gemaakt. Bij brief van 25 januari 2011 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de inspecteur op dit bezwaar. Bij dit beroep heeft belanghebbende eveneens verzocht om een dwangsom in verband met het niet beslissen op het bezwaar en om vergoeding van proceskosten, materiële en immateriële schade. 2.2.Voor het geval de uitspraak op bezwaar van 2 mei 2005 op die datum op de voorgeschreven wijze aan belanghebbende is bekend gemaakt is de termijn voor het indienen van het beroep ruimschoots overschreden. Belanghebbende stelt echter de uitspraak op bezwaar nimmer te hebben ontvangen. 2.3.1.Veronderstellenderwijs ervan uitgaand dat belanghebbende de uitspraak op bezwaar niet heeft ontvangen overweegt de rechtbank het volgende. 2.3.2.De inspecteur had op het ingediende bezwaar binnen één jaar uitspraak moeten doen. Indien belanghebbende niet binnen die termijn een uitspraak op bezwaar had ontvangen noch een mededeling van de inspecteur had ontvangen dat de termijn voor het doen van die uitspraak was verlengd, had belanghebbende in beroep kunnen gaan tegen het weigeren van de inspecteur uitspraak te doen op het bezwaar. Belanghebbende komt echter eerst met het beroepschrift van 25 januari 2011 in beroep tegen het weigeren van de inspecteur om uitspraak op het bezwaar te doen. 2.3.3.Ten tijde van het beroep geldt artikel 6:12 van de Awb zoals dat is vastgesteld bij de wet van 28 augustus 2009, Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Staatsblad 2009, 383), en de wet van 12 november 2009, de Dienstenwet (Staatsblad 2009, 503). Die bepaling luidt als volgt: "
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.