RECHTBANK BREDA Sector strafrecht parketnummer: 02/800606-10 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 december 2011 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren te [adres] wonende te [plaats en datum] raadsman mr. Van Ouwerkerk, advocaat te Tiel 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 november 2011, waarbij de officier van justitie, mr. Van Delft, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: samen met anderen door geweld [slachtoffer] heeft gedwongen om € 100.000,00 af te geven en/of met geweld € 100.000,00 van die [slachtoffer] heeft gestolen waarbij die [slachtoffer] een oog heeft verloren, dan wel dat verdachte daarbij behulpzaam is geweest. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie is van mening dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het aan hem primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Hij is van mening dat verdachte wel als contactpersoon tussen medeverdachten [mededader 1] en [mededader 2] heeft gefungeerd en de dag voor de overval in het pand aan de [straatnaam] geweest is en daar met meubels gesjouwd heeft. Ook heeft medeverdachte [mededader 2] hem gevraagd of het pand op een echt kantoor leek. Ondanks die rol als hulp en intermediair, kan volgens de officier van justitie niet gesteld worden dat verdachte het feit mede gepleegd heeft, aangezien verdachte niet betrokken was bij zowel het plannen van de overval als de uitvoering ervan op 28 januari 2010, terwijl hij ook geen beloning zou ontvangen voor zijn werkzaamheden. Ook de medeplichtigheid van verdachte aan de overval kan volgens de officier van justitie niet bewezen worden, omdat zijn handelingen niet zodanig waren dat ze in voldoende mate hebben bijgedragen aan de voltooiing van het feit. Tot slot hebben voor de officier van justitie de verklaringen van meerdere medeverdachten dat verdachte niets met het feit te maken, een rol gespeeld bij zijn conclusie tot vrijspraak. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat niet overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het primair en subsidiaire feit gepleegd heeft. De verdediging wijst erop dat het onduidelijk is hoe vaak verdachte telefonisch contact met zijn medeverdachte [mededader 3] heeft gehad, maar dat dit aanzienlijk minder is geweest dan de 160 contacten die in het dossier vermeld worden en dat ook niet blijkt in welke periode dit is geweest. De mogelijke telefonische contacten tussen verdachte en medeverdachte [mededader 3] dienen daarom van het bewijs te worden uitgesloten. Dit geldt ook voor de verklaringen van medeverdachte [mededader 1] die volgens de verdediging aantoonbaar leugenachtig zijn. Voor zover de rechtbank de verklaring van [mededader 1] toch voor het bewijs zou willen gebruiken, wijst de verdediging erop dat onder andere [getuige 1] en medeverdachte [mededader 3] beiden verklaren dat verdachte niet bij de overval betrokken is en dat [mededader 1] in zijn meest betrouwbare verklaring van 10 mei 2010 niet over verdachte rept. Verdachte is volgens de verdediging slechts één keer in het pand aan de [straatnaam] in Tilburg geweest. Toen heeft hij voor medeverdachte [mededader 2] meubels gesjouwd. Hij deed dit louter als vriendendienst omdat [mededader 2] verdachte ook hielp bij het uitmesten van zijn paardenstallen. Dit eenmalig sjouwen met meubelen kan niet tot de conclusie leiden dat verdachte wist wat er in het pand aan de [straatnaam] stond te gebeuren. Ook sluit de verdediging niet uit dat één van de Duitse slachtoffers mogelijk zelf (mede) verantwoordelijk voor de overval is geweest. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair, dan wel subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan. Op grond van met name de verklaringen van verdachte zelf, staat volgens de rechtbank vast dat verdachte de dag voor de overval met medeverdachte [mededader 2] in het pand aan de [straatnaam] 82 te Tilburg is geweest. Verdachte heeft daar geholpen met het verplaatsen van meubels. Ook heeft verdachte opgetreden als contactpersoon tussen medeverdachten [mededader 1] en [mededader 2], die geen rechtstreeks telefonisch contact met elkaar wilden hebben. Op basis van het dossier staat vast dat verdachte wist dat er zaken gedaan zouden worden in het pand, die niet helemaal pluis zouden zijn. Uit het dossier blijkt echter niet dat verdachte wetenschap had dat er een diefstal, laat staan een diefstal met geweld in de [straatnaam] plaats zou vinden. Indien verdachte deze wetenschap wel had, geldt het volgende. Het optreden als tussenpersoon en eenmalig sjouwen met meubels is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking van verdachte met zijn medeverdachten. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het primair aan hem ten laste gelegde. Uit het dossier blijkt voorts niet dat verdachte ten tijde van het misdrijf ter plaatse was, maar slechts dat hij voorafgaand aan het misdrijf zijn medeverdachten heeft geholpen. Van simultane medeplichtigheid is dan ook geen sprake. Om te kunnen vaststellen dat er sprake is van consecutieve medeplichtigheid is vereist dat het plegen van het misdrijf door de hulp van verdachte moet zijn vergemakkelijkt of bevorderd. De verleende hulp moet van ondersteunende betekenis zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de handelingen van verdachte hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van het feit of dat het de bedoeling van verdachte was om bij te dragen aan het feit. Het verband tussen het handelen van verdachte en de uiteindelijke diefstal met geweld is naar het oordeel van de rechtbank zo zwak dat niet gezegd kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan dit feit. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van het subsidiair ten laste gelegde. 5 De benadeelde partijen De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 58.000, = en € 5.000, = aan kosten voor rechtsbijstand. De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 35.000, = en € 50, = aan kosten voor rechtsbijstand. De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van € 40.667,76 en € 5.000, = aan kosten voor rechtsbijstand. Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen. 6 De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde feit; Benadeelde partijen - verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in hun vorderingen en bepaalt dat die vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht; - veroordeelt de benadeelde partijen [slachtoffer], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; - heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte. Dit vonnis is gewezen door mr. Kok, voorzitter, mr. Van Gessel en mr. Van Bergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Schroeijers, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 december 2011. BIJLAGE I: De tenlastelegging hij op of omstreeks 28 januari 2010 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] en/of een of meer anderen, heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 100.000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] en/of die een of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 100.000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of een of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of voornoemde een of meer anderen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s), althans een aantal van hen, althans een van hen - die [slachtoffer] en/of voornoemde een of meer anderen, met een vuurwapen heeft/ hebben beschoten en/of - die [slachtoffer] en/of voornoemde een of meer anderen heeft/hebben bespoten met Pepperspray, althans een bijtende en/of irriterende stof zulks terwijl voornoemd feit voor voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (schotwond in het hoofd en/of verlies van een oog) tot gevolg heeft gehad; art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: J.J. [mededader 3] en/of een of meer mededader(s), op of omstreeks 28 januari 2010 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] en/of een of meer anderen, heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 100.000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] en/of die een of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ofzijn mededader(s), en/of met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van 100.000 euro, althans enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of een of meer anderen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] en/of voornoemde een of meer anderen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s), althans een aantal van hen, althans een van hen- die [slachtoffer] en/of voornoemde een of meer anderen, met een vuurwapen heeft/ hebben beschoten en/of - die [slachtoffer] en/of voornoemde een of meer anderen heeft/hebben bespoten met Pepperspray, althans een bijtende en/of irriterende stof, zulks terwijl voornoemd feit voor voornoemde [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel (schotwond in het hoofd en/of verlies van een oog) tot gevolg heeft gehad tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op een of meer tijdstip(pen) in de maanden december 2009 en/of januari 2010, te Tilburg en/of te Heerewaarden en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door - als contactpersoon op te treden tussen 2 personen welke bij bovengenoemd feit betrokken waren, te weten J. [mededader 2] en J. [mededader 1] en in die hoedanigheid berichten aan de een of de ander door te geven en/of - aan een dader van bovengenoemd feit advies te geven met betrekking tot de inrichting van het pand gelegen aan de [straatnaam] 82 en/of - in het pand aan de [straatnaam] meubelen te verplaatsen op of omstreeks 27 januari 2010 te Tilburg art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.