← Nederland

ECLI:NL:RBBRE:2012:BV2659

RECHTBANK BREDA Team insolventierecht zaak/rolnr.: 244545/FT-EA 12-19 beschikking d.d. 24 januari 2012 inzake [verzoeker] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], woonadres: [adres], handelend onder de naam ELINAD Investments, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Zuidwest-Nederland onder nummer 5078644, vestigingsadres: 4731 CZ Oudenbosch, Nijverheidsweg 33 A, verzoeker, advocaat: mr. J.J.R. Albicher,

  1. Het verloop van de procedure. Dit blijkt uit de volgende stukken: - de akte, houdende de eigen aangifte tot faillietverklaring, met producties 1 t/m 11; - het proces-verbaal van de zitting van 17 januari 2012; - de brief met producties van mr. Kremers van 23 januari 2012; - het proces-verbaal van de zitting van 24 januari 2012; - de ter zitting van 24 januari 2012 door mr. Albrich overgelegde notitie met productie
  2. Het verzoek. Dit strekt er toe om op eigen aangifte in staat van faillissement te worden verklaard.
  3. De beoordeling. De rechtbank stelt vast dat [verzoeker] in gemeenschap van goederen is gehuwd met [echtgenote], in deze procedure bij gestaan door mr. T. Kremers. [verzoeker] en [echtgenote] zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. Op het verzoek tot echtscheiding is nog niet beslist. Ingevolge artikel 4 lid 2 Faillissementswet (hierna: Fw) kan de gehuwde schuldenaar slechts aangifte doen tot faillietverklaring met medewerking van zijn echtgenote, tenzij iedere gemeenschap tussen de echtgenoten is uitgesloten. Ter zitting van 17 januari 2012 is gebleken dat [echtgenote] niet akkoord gaat met de faillissementsaanvraag. Nu [echtgenote] voor deze zitting niet was opgeroepen, is de verdere behandeling van het verzoek aangehouden tot 24 januari 2012 om [echtgenote] alsnog te kunnen horen. Ter zitting van 24 januari 2012 heeft [echtgenote] verklaard geen medewerking te verlenen aan het faillissementsverzoek. Zij stelt hierbij dat zij door een faillissement in vermogensrechtelijke zin zal worden getroffen. Tussen partijen bestaat discussie over meerdere panden die verkocht zijn of verkocht zouden moeten worden. Daarnaast is er discussie over de mogelijkheden om meer inkomen te generen. Volgens [echtgenote] zijn er overigens nog panden waar wel inkomen uit voortkomt. Voorts heeft mr. Kremers ter zitting toegelicht dat niet gebleken is dat de belangrijkste schuldeisers van [verzoeker], te weten Van Lanschot Bankiers en de Rabobank overgaan tot executeren. De rechtbank is met mr. Kremers van oordeel dat de banken het recht van parate executie behouden. Gelet op de weigering van [echtgenote] om mee te werken aan het faillissement van [verzoeker] concludeert de rechtbank dat het verzoek behoort te worden afgewezen, nu ook niet blijkt van een zwaarwegend belang van schuldeisers bij het uitspreken daarvan. Hierbij heeft de rechtbank partijen meegegeven dat er een gemeenschappelijk belang is om zo snel mogelijk tot afwikkeling van de gezamenlijke panden over te gaan.
  4. De beslissing. De Rechtbank: wijst het verzoek tot faillietverklaring af. Deze beschikking is gewezen door mr. Boerma en uitgesproken in raadkamer van 24 januari 2012, in tegenwoordigheid van mr. Lambregts-Brouwers als griffier. Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een procureur binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.