RECHTBANK BREDA Sector strafrecht parketnummer: 02/811664-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 juli 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] wonende te [adres] raadsman mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 juni 2012 en 26 juni 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Van Delft, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in Breda: op 13 augustus 2011 twee portiers heeft bedreigd (feit 1) en op 16 september 2011 twee politieagenten heeft bedreigd (feiten 2 en 6), twee agenten heeft beledigd (feiten 3 en 4) en zich heeft verzet bij zijn aanhouding (feit 5). 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle hem verweten feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het navolgende. De bedreiging van in ieder geval één portier van café [naam café] zowel in woord als door het tonen van een vuurwapen maar niet in vereniging gepleegd, op grond van de bevindingen van de verbalisant [naam verbalisanten 1, 2 en 3) de deels bekennende verklaring van verdachte en de verklaring van [naam persoon 1]. De bedreigingen, beledigingen en het verzet bij zijn aanhouding, allemaal gepleegd op 16 september 2011, acht de officier van justitie bewezen op grond van de bevindingen van de betrokken agenten, de beelden van de beveiligingscamera’s ter plaatse en de deels bekennende verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat ten aanzien van de bedreigingen bij café [naam café] de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Met betrekking tot de gebeurtenissen op 16 september 2011 bepleit de verdediging om, gezien de door het optreden van de politie veroorzaakte gemoedstoestand, verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging. De raadsman wijst daarbij op het navolgende. De portier van café [naam café] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris ontkend dat hij door verdachte werd bedreigd. Ook in het vervolgens opgestarte onderzoek naar mogelijk gepleegde meineed was die portier duidelijk en waren zijn verklaringen standvastig. Daarnaast kunnen bij de betrouwbaarheid van de bevindingen van de agenten, alsook de verklaring van[naam persoon 1] de nodige vraagtekens worden geplaatst en mogen de camerabeelden, die overigens geen bewijs van bedreiging tonen, niet aan het bewijs meewerken. In ieder geval is er geen sprake van het tonen van een vuurwapen, aldus de raadsman. Op 16 september 2011 heeft verdachte zich niet verzet tegen zijn aanhouding. Desondanks werd hij in een nekklem genomen. Nadat hem de handboeien waren omgedaan, werd een nekslagader dichtgedrukt en daar heeft hij zich tegen verzet. Daardoor is sprake van psychische overmacht, dan wel noodweer of noodweerexces en dient verdachte te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Feit 1 [naam verbalisant 1] heeft verklaard dat hij op 12 augustus 2011 was belast met de horecadienst en met zijn collega [naam verbalisant 2] door het uitgaansgebied in de Bredase binnenstad liep. Hij hoorde dat een portier van café [naam café] door het lint ging. Het was rond middernacht. Hij hoorde de portier zeggen dat hij al dertig jaar aan de deur stond en nog nooit zo bedreigd was als nu. De portier was bedreigd door mannen van de motorclub Satudarah (hierna ook: de MC). De portier zei tegen verbalisant dat hij door met name een man die zich [voornaam verdachte] noemde met de dood bedreigd was omdat hij de groep motorrijders aan de deur geweigerd had. Die [voornaam verdachte] had tegen de portier gezegd dat hij de man was en dat hij hem kapot zou maken. De portier zei verbalisant voorts dat de man had gezegd dat hij de groep binnen moest laten en hem anders af zou maken. De portier was erg boos, aldus de verbalisant, omdat hij zijn stem verhief, zijn armen druk bewoog en onrustig op en neer liep. Verbalisant hoorde de portier zeggen dat hij zich niet op deze manier liet bedreigen en dat hem dit nog nooit was overkomen. Verbalisant [naam verbalisant 2] heeft verklaard dat hij op 13 augustus 2011 met verbalisant [naam verbalisant 1] toezicht hield in het horecagebied te Breda. Toen zij langs café [naam café] liepen, zag hij een portier geheel uit zijn dak gaan en hoorde hij de portier zeggen dat hij zojuist één van de leden van de MC had geweigerd en dat hij daarop door één van deze personen werd bedreigd. Verbalisant [naam verbalisant 2] hoorde de portier zeggen dat de man zei dat hij de portier kapot zou maken. Hij hoorde de portier ook zeggen dat de man hem had gezegd dat niemand de Satudarah weigerde en dat zij ten koste van alles naar binnen gingen. Verbalisant zag dat dit emotioneel heel wat met de portier deed. Verbalisant [naam verbalisant 3] heeft verklaard dat zij in de nacht van 12 op 13 augustus 2011 surveilleerde in het horecagebied van Breda. Bij café [naam café] ging een portier helemaal los. Zij zag dat de portier erg boos werd en met zijn armen ging zwaaien. Verbalisant [naam verbalisant 3] hoorde de portier zeggen: “jullie lafaards, als de Satudarah er zijn, zijn jullie nergens te bekennen. Als jullie bang zijn moeten jullie het gewoon zeggen.” [naam persoon 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij die nacht werkzaam was in onder meer café [naam café] en dat na het bezoek van de MC-leden aan de deur van het café de portiers boos waren en dat zij door die groep bedreigd waren. De betreffende portier, [naam portier 1], heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in de nacht van 12 op 13 augustus 2011 als portier werkte bij café [naam café] te Breda. Er kwamen leden van de MC aan zijn deur en hij heeft met een man, waarvan hij later begreep dat deze [voornaam verdachte] heette, een gesprek gehad omdat de MC-leden niet het café binnen mochten. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij die nacht bij de portier van café [naam café] verhaal is gaan halen omdat daar eerder die week een lid van de MC de toegang was geweigerd. Er was van beide kanten een woordenwisseling. Hij was dronken en weet dat hij ver kan gaan in zijn dronkenschap en druk kan overkomen. De rechtbank acht op grond hiervan wettig bewezen dat verdachte portier [naam portier 1] heeft bedreigd met de dood. [naam portier 2], de andere portier, is hieromtrent niet gehoord en ook uit andere bewijsmiddelen blijkt niet dat deze is bedreigd. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de bedreiging van voornoemde [naam portier 2]. De rechtbank acht evenmin bewijs voorhanden voor een bedreiging in vereniging. Dat verdachte onderdeel uitmaakte van een grotere groep, die zich in de onmiddellijke nabijheid bevond, maakt dit niet anders. Niet kan worden bewezen dat deze groep in strafrechtelijke zin heeft bijgedragen aan de geuite bedreiging door hun aanwezigheid of anderszins. Hierbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat de portier slechts spreekt over een gesprek met verdachte en volgens verbalisant [naam verbalisant 2] portier [naam portier 1] hem zei dat hij door één van de groepsleden was bedreigd. Van dat deel van de tenlastelegging zal verdachte daarom worden vrijgesproken. Dan ligt aan de rechtbank de vraag voor of zij ook de overtuiging heeft gekregen dat verdachte de portier heeft bedreigd. Deze heeft immers nooit een verklaring bij de politie willen afleggen en heeft bij de rechter-commissaris ontkend dat er sprake was van een bedreiging. Volgens [naam portier 1] was hij alleen enorm boos en voelde hij zich niet gesteund door zijn baas. Om die reden is [naam portier 1] voortijdig vertrokken, waardoor café (naam café) vóór de toegestane sluitingstijd de deuren moest sluiten. De rechtbank acht niet geloofwaardig dat een zeer ervaren portier, zoals [naam portier 1] met 30 jaar ervaring ongetwijfeld is, door een onenigheid met de (nog niet eens ter plekke aanwezige) baas voortijdig zou vertrekken. Hij zou mogelijk aankondigen voortaan niet meer daar aan de deur te willen staan, maar alleen al uit financiële overwegingen zou een portier het meest lucratieve deel van zijn werk, te weten de fooien van het bij sluitingstijd massaal vertrekkende publiek, niet laten schieten voor een onenigheid over het toelatingsbeleid. Dat deze portier desondanks voortijdig vertrok, wetende dat dan het café dicht zou moeten, is veeleer een indicatie dat hij zich inderdaad ernstig bedreigd voelde. Ook het telefoongesprek dat [naam persoon 1] die nacht voerde met zijn neef [naam neef], lid van Satudarah chapter Tilburg, over “die portier die helemaal bedreigd” was en het gesprek van deze [naam neef] met ene (naam persoon 2) over een ping dat in Breda zojuist “de tering was uitgebroken” , wijst niet op een conflict tussen een portier en zijn baas, maar op een daadwerkelijke bedreiging. De rechtbank heeft op grond daarvan ook de overtuiging gekregen dat verdachte portier [naam portier 1] heeft bedreigd. Met de verdediging acht de rechtbank het tonen van een vuurwapen niet bewezen, nu dit niet is aangetroffen en verdachte van aanvang af ten stelligste heeft ontkend een (vuur)wapen te hebben gehad of getoond. Evenmin acht de rechtbank de tweede bedreiging, later die nacht, bewezen. Uit het voorliggende dossier en het verhandelde ter zitting is niet gebleken dat verdachte degene is geweest die tegen [naam portier 1] heeft gezegd: “we treffen elkaar wel op jouw sportschool”. Ook van dit onderdeel van de tenlastelegging wordt verdachte vrijgesproken. Nu de rechtbank de camerabeelden niet voor het bewijs heeft gebruikt, behoeft het verweer van de raadsman dat deze beelden onrechtmatig zijn verkregen en derhalve niet voor het bewijs gebruikt mogen worden, geen bespreking. De feiten 4, 5 en 6 Verbalisant [naam verbalisant 4] heeft verklaard dat hij op 15 september 2011 op zijn, zoals dat heet, bikers-patrol mountainbike, toezicht hield in het horecagebied van Breda. Omstreeks 02.20 uur stond hij met collega biker [naam verbalisant 5] op de kop van de Haven te Breda en zag hij dat verdachte ruzie had met een man en deze sloeg. [naam verbalisant 4] ging met [naam verbalisant 5] ter plaatse en vroeg wat er aan de hand was. [naam verbalisant 5] vroeg verdachte om zijn legitimatiebewijs, waarop verdachte zei: “Kankerwous, ik laat jou helemaal niets zien!” [naam verbalisant 5] pakte de linkerarm van verdachte vast en zei hem dat hij was aangehouden. Gelet op het brede postuur van verdachte besloot [naam verbalisant 4] om van achteren een gecontroleerde halscontrole toe te passen, waarna zij verdachte de transportboeien om probeerden te doen. Verdachte probeerde daarbij zijn armen uit elkaar te houden, verzette zich hevig en trachtte weg te lopen. Uiteindelijk werd hij naar de achterzijde van de transportbus gebracht. [naam verbalisant 4] fouilleerde verdachte en zei hem, de bus in te stappen, waarop verdachte hem aankeek en zei: “Jij moet je kankerkop houden, ik sla je kop eraf. Ik sla je kop eraf.” Verbalisant [naam verbalisant 5] heeft verklaard dat hij met [naam verbalisant 4] op de Haven van Breda zag dat verdachte ruzie had met een andere man. Hij zag dat verdachte de andere man een klap in het gelaat gaf. Verbalisant [naam verbalisant 5] vroeg verdachte wat er aan de hand was, waarop verdachte tegen hem zei: “Ik zeg helemaal niets tegen jou kankerwous”. Hierop heeft hij verdachte aangehouden. Verdachte bleef doorgaan met beledigingen en [naam verbalisant 5] hoorde hem in de richting van collega [naam verbalisant 4] zeggen dat hij zijn kop van zijn romp zou slaan. Namens verbalisant [naam verbalisant 7] verklaarde [naam verbalisant 6] dat [naam verbalisant 7] samen met verbalisant [naam verbalisant 8] door de meldkamer werd verzocht te gaan naar het uitgaanscentrum te Breda. [naam verbalisant 7] heeft het politievoertuig waarin hij reed op de Haven geparkeerd. Tussen een ter hoogte van de Spinola geparkeerd politievoertuig en zijn voertuig stonden twee politiebikers. Ter hoogte van de Haven zag hij dat politiebikers een man aanspraken en hij reed met zijn dienstvoertuig daarheen. Ter plaatse zag hij dat de man tijdens zijn aanhouding tegen begon te stribbelen en met zijn armen ging zwaaien. [naam verbalisant 7] zag dat deze man zich agressief begon te gedragen. Uiteindelijk hebben [naam verbalisant 7] en [naam verbalisant 8] de man overgebracht naar het cellencomplex van bureau Mijkenbroek. Verdachte heeft op de zitting toegegeven dat het goed mogelijk is dat hij in de vroege ochtend van 16 september 2011 bedreigende en beledigende woorden naar de politiebikers heeft geroepen. Nadat de beelden van zijn aanhouding waren getoond, heeft hij verklaard dat hij zich in eerste instantie niet verzette, maar toen hij werd overgebracht naar de achterzijde van de bus hij zich heeft verweerd. Op de beelden van de beveiligingscamera’s heeft de rechtbank op de zitting gezien dat verdachte door de politie op mountainbikes is aangesproken, bij zijn linkerarm is gegrepen en door de andere agent in een nekklem is gegrepen. Verdachte heeft zich eerst verzet, maar dat verzet daarna gestaakt. Kort daarna heeft verdachte zich bij het overbrengen naar de achterzijde van de transportbus hevig verzet. De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in functie zijnde agenten heeft beledigd en zich heeft verzet tegen zijn aanhouding en overbrenging. Het door de verdediging aangevoerde disproportionele politieoptreden is de rechtbank, met name uit de op de zitting bekeken camerabeelden, niet gebleken. Evenmin stroken die beelden met de geopperde mogelijkheid dat er sprake geweest zou kunnen zijn van het naar de keel grijpen en vasthouden door een van de betrokken politiemensen. Integendeel. Verdachte gedroeg zich tijdens een drukke uitgaansavond recalcitrant en werd daarop rechtmatig door de politie aangesproken. Zoals iedere andere burger hoort verdachte dan gewoon mee te werken. Dat hij mogelijk onder invloed van alcohol was maakt dit niet anders. De feiten 2 en 3 Namens verbalisant [naam verbalisant 7] is aangifte gedaan van belediging en bedreiging, gepleegd op 16 september 2011 te Breda. Nadat verdachte was overgebracht naar het politiebureau, heeft [naam verbalisant 7] in de sluis op bureau Mijkenbroek te Breda verdachte gevraagd of hij mee wilde werken, waarop hij hoorde dat verdachte tegen hem riep “kankermongool, kankerhomo”. Vervolgens heeft [naam verbalisant 7] verdachte mede overgebracht naar zijn cel. Toen verdachte voorover op het bed werd weggezet, riep hij: “neuk me maar in mijn kont, kankerhomo, kale kankerhomo”. Toen verdachte werd ontdaan van zijn boeien keek hij hem aan en hoorde [naam verbalisant 7] hem roepen: “Jij bent mijn project, ik maak jou kapot, ik zweer het je”. Verdachte keek hem daarbij agressief aan en wees naar hem. Vervolgens zag hij dat verdachte naar de muur van de cel liep en een aantal harde klappen met zijn hoofd tegen de muur gaf. [naam verbalisant 7] zag vervolgens dat verdachte zich weer tot hem richtte en zich vervolgens met zijn beide gebalde vuisten met kracht tegen zijn kaak sloeg. Verdachte bleef hem daarbij strak in de ogen aankijken en zei hem: "ik maak je kapot, ik ben hier de man, jij bent een homo. Ik pak jou en ik pak je familie. Van jou maak ik mijn project. Ik heb genoeg geld om jou van kant te laten maken, dat zweer ik op mijn vrouw en kinderen, vieze vuile kankerhomo". Verbalisant [naam verbalisant 8] heeft gerelateerd dat zij verdachte in het cellencomplex aan de Mijkenbroek tegen collega [naam verbalisant 7] hoorde zeggen dat hij een homo was. Zij hoorde dat [verdachte] zijn woede richtte tegen [naam verbalisant 7] en naar [naam verbalisant 7] riep: “Homo, vuile kankerhomo”. Ook schreeuwde hij op een agressieve manier: “Ik pak je en je gezin, jij wordt mijn project, daar heb ik geld voor over, dat zweer ik op mijn kinderen. Ik heb honderd miljoen. Homo, jij kankerhomo”. Verdachte heeft de belediging en bedreiging van verbalisant [naam verbalisant 7] ter terechtzitting van 19 juni 2012 bekend. Op grond hiervan acht de rechtbank ook deze feiten wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht in navolging van de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte politieambtenaar [naam verbalisant 7] heeft bedreigd met zware mishandeling door het geven van kopstoten naar/in diens richting, zodat zij verdachte in zoverre zal vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde. De verdediging heeft ten aanzien van de feiten 2 tot en met 6 betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens noodweer/-exces dan wel psychisch overmacht. De rechtbank stelt voorop dat overmatig alcoholgebruik geen rechtvaardigheidsgrond is om een politieambtenaar te beledigen en ernstig te bedreigen. Evenmin kan, nu het politie-optreden naar het oordeel van de rechtbank rechtmatig was, verdachte een beroep doen op noodweer of noodweerexces. Dat er sprake zou zijn van psychisch overmacht, acht de rechtbank evenmin aannemelijk geworden. Niet is gebleken van een van buiten komende drang waartegen weerstand van verdachte redelijkerwijs niet kon worden gevergd. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet de rechtbank geen noodzaak tot het horen van de door de raadsman - subsidiair - gevraagde getuigen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.