vonnis RECHTBANK BREDA Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 239016 / HA ZA 11-1268 Vonnis van 5 september 2012 in de zaak van 1. de vennootschap naar buitenlands recht MICHAEL MILLER FABRICS LLC, gevestigd te New York, Verenigde Staten van Amerika, 2. [eiseres 2], wonende te [woonplaats], 3. [eiseres 3], wonende te [woonplaats], eiseressen, advocaat mr. R.M. van Rompaey, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NOOTEBOOM TEXTIEL BV, gevestigd te Tilburg, gedaagde, advocaat mr. L.E.J. Jonker. Partijen zullen hierna ook Michael Miller Fabrics Llc c.s. en Nooteboom Textiel BV genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties - de conclusie van antwoord, met producties - de antwoordakte van Michael Miller Fabrics Llc c.s. - de conclusie van repliek, met producties - de conclusie van dupliek, met producties - de akte overlegging productie van Michael Miller Fabrics Llc c.s. - de antwoordakte, tevens akte overlegging productie van Nooteboom Textiel BV - de akte overlegging productie van Nooteboom Textiel BV - de antwoordakte en verzoek wijziging eis van Michael Miller Fabrics Llc c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. Het geschil 2.1. Michael Miller Fabrics Llc c.s. vorderen bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: I. de schade (conform randnummer 32 van de dagvaarding) vast te stellen op EURO 98.825,40, althans EURO 90.399,-, althans een bedrag in goede justitie vast te stellen; II. Nooteboom Textiel BV te veroordelen de onder I. vastgestelde schade tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Michael Miller Fabrics Llc c.s. te voldoen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dagvaarding; III. Nooteboom Textiel BV te veroordelen in de kosten van de procedure ex artikel 1019h Rv, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis. 2.2. Nooteboom Textiel BV heeft de vordering weersproken. 3. De beoordeling 3.1. De rechtbank stelt in deze procedure tussen partijen de volgende feiten vast. 3.1.1. Nooteboom Textiel BV, een reeds lang bestaand bedrijf, dat zich eertijds bezig hield met de vervaardiging van textiel, houdt zich sedert enige tijd vooral bezig met de handel in textiel. Zij koopt de stoffen zelf in en verkoopt deze aan andere ondernemingen en/of via haar websites www.destoffenkraam.nl en/of www.delapjesschuur.nl. 3.1.2. Michael Miller Fabrics Llc c.s. houden zich bezig met het ontwerpen en/of verkopen van stoffen, specifiek bedoeld voor quilten en patchwork. 3.1.3. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben Nooteboom Textiel BV ervan beticht stoffen op de markt te brengen met dessins die inbreuk maken op hun auteursrecht. 3.1.4. De rechtbank heeft bij vonnis van 5 januari 2011 in de zaak tussen partijen onder nummer 217223 / HA ZA 10-594 als volgt beslist: “De rechtbank 1. verklaart voor recht dat Nooteboom Textiel BV inbreuk maakt op de auteursrechten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. door de werken, vervat in de volgende designs te verveelvoudigen en/of openbaar te maken, al dan niet in gewijzigde vorm: Trio Dancers, C3235, CX3235 (C. Hybrid), weergegeven achter productie 1 bij dagvaarding, serie Flora, serie Mod Dots, serie Mod Blooms, weergegeven achter productie 6 bij dagvaarding, serie Dahlia, serie Henna, serie Medaillion Bloom, serie Fall, weergegeven achter productie 6 bij dagvaarding; 2. gebiedt Nooteboom Textiel BV zich met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te onthouden van iedere directe en indirecte inbreuk op de auteursrechten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. voor zover betrekking hebbend op de werken, vervat in de hierboven in de beslissing weergegeven designs, en derhalve het openbaar maken en/of verveelvoudigen van de in deze designs vervatte werken te staken en gestaakt te houden; 3. gebiedt Nooteboom Textiel BV, voor zover zij over navolgende gegevens beschikt, aan de advocaat van Michael Miller Fabrics Llc c.s. binnen 4 weken na betekening van dit vonnis te doen toekomen een schriftelijke door een onafhankelijke registeraccountant gecontroleerde en gewaarmerkte opgave van: a. de door of in opdracht van Nooteboom Textiel BV geproduceerde aantallen en meters van voormelde inbreukmakende zaken, althans – indien Nooteboom Textiel BV de inbreukmakende zaken niet zelf produceert of doet produceren – de aan Nooteboom Textiel BV geleverde aantallen, meters, nummers, prijzen, en leverdata van voormelde inbreukmakende zaken, zulks gerangschikt per leverancier, maker, producent of distributeur van voormelde inbreukmakende zaken, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van (email)adressen en telefoon/faxnummers; b. afnemers, alsmede de verkochte aantallen, meters, nummers, prijzen, leverdata en afleveradressen van voormelde inbreukmakende zaken, zulks gerangschikt per afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen en onder mededeling van (email)adressen en telefoon/faxnummers; en de verkochte inbreukmakende zaken, c. de bij Nooteboom Textiel BV nog aanwezige voorraad van voormelde inbreukmakende zaken onder vermelding van de locatie daarvan, alsmede de aantallen (meters) van voormelde inbreukmakende zaken; d. de met voormeld inbreukmakende zaken behaalde omzet en netto winst; 4. gebiedt Nooteboom Textiel BV binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de gehele voorraad, waaronder begrepen de door afnemers geretourneerde voorraad van voormelde inbreukmakende zaken, in ongeschonden staat, op haar kosten op een door Michael Miller Fabrics Llc c.s. te bepalen en aan te geven wijze toe te zenden aan Michael Miller Fabrics Llc c.s.; 5. verklaart voor recht dat Nooteboom Textiel BV aansprakelijk is voor de door Michael Miller Fabrics Llc c.s. geleden en nog te lijden schade als gevolg van de auteursinbreuk door Nooteboom Textiel BV; 6. veroordeelt Nooteboom Textiel BV tot vergoeding van de schade die Michael Miller Fabrics Llc c.s. heeft geleden of lijdt als gevolg van de door Nooteboom Textiel BV gemaakte inbreuk op auteursrechten van Michael Miller Fabrics Llc c.s. zoals in deze beslissing is aangegeven, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet; 7. veroordeelt Nooteboom Textiel BV tot betaling van een dwangsom van EURO 5.000,00 voor ieder dag dat zij in gebreke blijft aan de onder 2 en/of 3 gegeven bevelen te voldoen, met een maximum van EURO 75.000,00; 8. veroordeelt Nooteboom Textiel BV in de kosten van dit geding, zoals hierboven gespecificeerd, begroot op EURO 12.082,09 exclusief btw, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van betekening van dit vonnis; 9. verklaart bovenstaande beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.” 3.1.5. Het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch heeft naar aanleiding van het door Nooteboom Textiel BV tegen het vonnis van de rechtbank ingestelde hoger beroep bij arrest van 17 juli 2012 als volgt beslist. “Het hof: vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van het navolgende deel van het dictum sub 1: "serie Dahlia, serie Henna, serie Medailion Bloom, serie Fall, weergegeven achter productie 6 bij dagvaarding", en in zoverre opnieuw rechtdoende: wijst het sub 1 gevorderde, voor zover betrekking hebbende op de series Dahlia, Henna, Medallion Bloom en Fall, af; bekrachtigt het vonnis waarvan beroep, ten aanzien van het dictum sub 1, voor het overige; bekrachtigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de dicta sub 2. tot en met 9., met dien verstande dat deze dicta dienen te worden uitgelegd en toegepast aldus dat deze uitsluitend betrekking hebben op inbreuken ten aanzien van dessins, genoemd in het in stand gebleven gedeelte van het dictum sub 1; compenseert de proceskosten in hoger beroep, aldus dat elke partij haar eigen kosten zal dragen.” 3.1.6. [X], werkzaam bij De Loijer [X] accountants en adviseurs, heeft op 3 februari 2011 rapport uitgebracht, onder meer omtrent de door de rechtbank in haar beslissing onder 3, sub d genoemde onderwerpen omzet en netto winst. Naar aanleiding van het arrest van het hof heeft genoemde accountant op 30 juli 2012 een nader rapport opgesteld, waarin bij de bepaling van omzet en winst van Nooteboom Textiel BV rekening is gehouden met de beslissing van het hof dat een aantal dessins van Michael Miller Fabrics Llc c.s., te weten die van [eiseres 3], bij de omzet- en winstvaststelling buiten beschouwing dienen te blijven. 3.2. Michael Miller Fabrics Llc c.s. hebben bij dagvaarding in deze procedure een schadestaat overgelegd. Bij akte, genomen op 22 augustus 2012, hebben Michael Miller Fabrics Llc c.s. gesteld dat uit het arrest van het hof niet volgt dat de ontwerpen van [eiseres 3] niet auteursrechtelijk beschermd zijn en dat het arrest niet wegneemt dat de door [eiseres 3] opgevoerde schade daadwerkelijk is geleden en voor vergoeding in aanmerking komt. Voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de auteursrechtelijke positie van [eiseres 3] (wederom) dient te worden vastgesteld, verzoeken zij een akte te mogen nemen waarbij een verklaring voor recht zal worden gevorderd dat [eiseres 3] auteursrechthebbende is ten aanzien van de dessins serie Dahlia, serie Henna, serie Medaillion Bloom, serie Fall. 3.3. De rechtbank wijst het (voorwaardelijke) verzoek van Michael Miller Fabrics Llc c.s. een nadere akte te mogen nemen af. Het hof heeft geoordeeld dat een voldoende feitelijke grondslag ontbreekt om te kunnen vaststellen dat [eiseres 3] als maker van de dessins serie Dahlia, serie Henna, serie Medaillion Bloom, serie Fall is aan te merken. Waar het auteursrecht het uitsluitend recht van alleen de maker van een werk is, komen - behoudens het in het geval van [eiseres 3] niet aan de orde zijnde licentiehouderschap - alleen aan de maker op de Auteurswet gebaseerde vorderingen toe. Uit het arrest van het hof volgt dan ook dat aan [eiseres 3] geen vorderingen, ook niet tot schadevergoeding, toekomen. Met de vernietiging van het vonnis van de rechtbank, voor zover haar beslissingen betrekking hebben op [eiseres 3], is voor de rechtbank thans gegeven dat deze schadestaatprocedure geen betrekking kan hebben op eventuele schade aan de zijde van [eiseres 3]. Voor een hernieuwd debat in eerste aanleg over haar auteursrechtelijke positie is geen plaats. 3.4. In deze schadestaatprocedure gaat het gelet op het vorenstaande om eventuele schade aan de zijde van MMF en [eiseres 2] (ook hierna Michael Miller Fabrics Llc c.s. genoemd). 3.5. Michael Miller Fabrics Llc c.s. vorderen in deze procedure op grond van artikel 27a Aw een bedrag van EURO 53.825,40, subsidiair EURO 45.399,-, aan winstafdracht. Michael Miller Fabrics Llc c.s. stellen voorts het volgende. “De volgende posten behoeven bespreking: a. gederfde winst en licentie-inkomsten: Zoals reeds aangegeven vorderen eisers in lijn met bovenbesproken rechtspraak geen vergoeding van gederfde winst, doch beperken eisers zich tot het vorderen van winstafdracht van Nooteboom, nu de “gederfde winst” zich lastig laat calculeren. Wel is dit punt in de visie van eisers vermeldenswaardig voor de begroting (ex aequo et bono) van de schade bestaande uit “ander nadeel” alsook voor de toepassing van artikel 27 lid 2 aw. De omzetderving als gevolg van de onrechtmatige verspreiding door Nooteboom van de inbreukmakende materialen, die de rechtbank in r.o. 3.15 van het Vonnis reeds aannemelijk oordeelt, straalt immers negatief af op eisers. Ten onrechte wordt de economische positie en daarmee de financiële geloofwaardigheid van eisers daardoor ongunstiger weergegeven dan het geval zou zijn indien de inbreuk niet zou hebben plaatsgevonden. b. kosten voor het bestrijden van de inbreuk door de resp. afnemers van Nooteboom: Eisers worden geconfronteerd met de situatie dat aan vele partijen, in vele verschillende landen, inbreukmakende materialen zijn geleverd. Eisers zullen zich tot al deze partijen moeten wenden teneinde deze van de inbreuk op de hoogte te stellen en teneinde verdere inbreuk te doen staken en voor zover mogelijk juridische maatregelen te treffen. Dit zal een tijds- en kostenintensief traject zijn. Ook deze schade reflecteert negatief op het vermogen van eisers en is daarmee “vermogensschade” die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze schade laat zich op voorhand moeilijk begroten. Notoir gegeven is daarbij wel dat deze kosten aanzienlijk (zullen) zijn. Dat is mede van belang voor de toepassing van artikel 27 lid 2 Aw. c. kosten ter nadere begroting van de schade: Ook dergelijke kosten, waaronder begrepen de kosten voor het inschakelen van externe (financieel) deskundigen, komen voor vergoeding in aanmerking. Nu deze kosten reeds worden begrepen onder de kosten zoals bedoeld in artikel 1019h Rv, zullen eisers deze slechts als schadepost opvoeren voor zover artikel 1019h Rv daarvoor geen ruimte tot vergoeding biedt. d. reputatieschade: De inbreukmakende materialen zijn aan vele partijen, in verschillende landen, geleverd. Dit heeft niet alleen een negatief effect op de omzet/winst van eisers, maar reflecteert ook negatief op hun reputatie en goede naam, waarin zij aanzienlijk hebben geïnvesteerd. De begroting hiervan is niet eenvoudig. Vast staat evenwel dat deze schade aanzienlijk is. De inbreuk heeft zich als een olievlek over Europa (en daarbuiten) verspreid. Eisers zijn door vele partijen benaderd (waarvan voorbeelden in de voorafgaande procedure zijn ingebracht) met vragen over de inbreukmakende zaken, waarbij de slechte kwaliteit daarvan negatief afstraalt op eisers. e. kosten voor rechtsbijstand: Op grond van artikel 1019h Rv komen alle door eisers gemaakte kosten voor rechtsbijstand, alsmede gerechtelijke kosten en kosten voor het (doen) maken van vertalingen voor vergoeding door Nooteboom in aanmerking. Voor de gemaakte kosten tot aan de datum van het Vonnis (5 januari) heeft Nooteboom een vergoeding voldaan van EURO 12.169,50. Nadien zijn verdere kosten gemaakt, onder meer ter inventarisatie en begroting van de schade. Deze kosten zullen eveneens nader worden gespecificeerd en gevorderd. f. overige: (…) Tot op heden hebben eisers geen conveniërende toelichting van Nooteboom ontvangen op de bovengenoemde punten (rechtbank: onderwerpen van het rapport van de accountant). Eisers blijven derhalve in onzekerheid over de juistheid, volledigheid en betrouwbaarheid van de door Nooteboom verstrekte informatie. Ook dit merken eisers aan als wegingsfactor voor de schade bestaande uit “ander nadeel” alsook voor toepassing van artikel 27 lid 2 Aw.” Michael Miller Fabrics Llc c.s. stellen dat de hoogte van deze schadeposten kan worden geschat, dan wel forfaitair kan worden begroot. Michael Miller Fabrics Llc c.s. vorderen voor deze schadeposten een bedrag van EURO 45.000,-. 3.6. De rechtbank oordeelt, daarbij de verweren van Nooteboom Textiel BV betrekkend, als volgt. Voor toewijzing van een vordering tot schadevergoeding op te maken bij staat is voldoende dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden aannemelijk is. Of vervolgens daadwerkelijk aannemelijk is/wordt dat schade is of zal worden geleden en zo ja, ter hoogte van welke bedrag, dient in een schadestaatprocedure aan de hand van door de vorderende partij te poneren stellingen te worden beoordeeld. De rechtbank heeft in haar vonnis van 5 januari 2011 noch in overweging 3.15., noch in enige andere overweging, geoordeeld dat aannemelijk is dat Michael Miller Fabrics Llc c.s. als gevolg van het inbreukmakende handelen van Nooteboom Textiel BV schade hebben geleden. De rechtbank heeft slechts geoordeeld dat de mogelijkheid dat schade is of zal worden geleden, aannemelijk is. De stelling van Michael Miller Fabrics Llc c.s., dat de rechtbank reeds heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat zij schade hebben geleden, berust dan ook op een onjuiste lezing van het vonnis van de rechtbank. 3.7. Een van de vereisten voor toekenning van schadevergoeding is dát Michael Miller Fabrics Llc c.s. enige schade heeft geleden. Dat geldt ook voor toekenning van winstafdracht op grond van artikel 27a Aw. Bij de beoordeling van de vordering tot winstafdracht is voorts het volgende van belang. Artikel 27a, lid 1 Aw moet worden gelezen tegen de achtergrond van artikel 6:104 BW, dat bij de invoering van artikel 27a Aw nog niet was ingevoerd. Indien in het geheel geen schade is geleden, is de weg naar toepassing van deze bepaling afgesneden. Voor gevallen waarin aannemelijk is dat schade is ontstaan, maar de omvang daarvan moeilijk kan worden aangetoond, terwijl de dader door zijn handelwijze winst heeft gemaakt, geeft artikel 6:104 BW een dubbel - weerlegbaar - vermoeden, namelijk (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.