RECHTBANK BREDA team kanton Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 732846 VV 12-91 vonnis in kort geding d.d. 14 september 2012 inzake 1. [X], wonende te [woonplaats], 2. [Y], wonende te [woonplaats], eisers, gemachtigde: mr. K. van Overloop, advocaat te Goes, tegen de besloten vennootschap AMCOR TOBACCO PACKAGING BRABANT B.V., gevestigd te Bergen op Zoom, gedaagde, gemachtigde: mr. J. Roose, advocaat te Tilburg. Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk “[X]”, “[Y]” en “Amcor”. 1. Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit: a. de aanvraag kort geding van 6 augustus 2012; b. het faxbericht van mr. Roose van 9 augustus 2012; c. het daarop gevolgde faxbericht van mr. Van Overloop van 9 augustus 2012; d. de dagvaarding van 23 augustus 2012 met producties; e. het faxbericht van mr. Roose van 29 augustus 2012 met producties; f. de e-mail van mr. Roose van 29 augustus 2012 met de daarin opgenomen “link”. g. het faxbericht van mr. Van Overloop van 30 augustus 2012 met productie. 1.2 De inhoud van genoemde stukken geldt als hier ingelast. 1.3 Door Amcor is voorts, bij monde van haar gemachtigde, verwezen naar de inhoud van een door haar op 29 augustus 2012 ter griffie van deze rechtbank ingediend voorwaardelijk verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [X]. De inhoud van dat verzoekschrift en de daarbij behorende producties geldt, op verlangen van Amcor en met instemming van [X] en [Y], eveneens als hier ingelast. 1.4 De mondelinge behandeling in kort geding heeft plaatsgevonden op vrijdag 31 augustus 2012. Daarbij zijn de door [X] en [Y] gezamenlijk ingestelde vorderingen tegen Amcor, anders dan Amcor voorstond, uit doelmatigheidsoverwegingen gezamenlijk behandeld, zoals partijen reeds op 13 augustus 2012 schriftelijk is bericht. 1.5 Ter zitting waren aanwezig [X] en [Y] in persoon, bijgestaan door mr. Van Overloop voornoemd, alsmede de heer [Z] (general plant manager) en mevrouw [Q] (hr manager) namens Amcor, bijgestaan door mr. Roose voornoemd. De gemachtigden van partijen hebben ter gelegenheid van de zitting hun pleitnotities overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. 2. Het geschil 2.1 [X] en [Y] vorderen, kort gezegd, hen onmiddellijk te werk te stellen onder doorbetaling van hun loon vanaf respectievelijk 25 juli 2012 en 30 juli 2012 tot aan de dag dat hun (onderscheiden) arbeidsovereenkomsten naar behoren zullen zijn geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging over het niet tijdig-betaalde loon, alsmede met een bedrag van € 400,-- aan buitengerechtelijke kosten, met veroordeling van Amcor in de (na)kosten van dit geding met rente. 2.2 Amcor concludeert tot afwijzing van de gevorderde voorzieningen. 3. De beoordeling 3.1 Het spoedeisend belang is niet betwist en staat gelet op de aard van de vorderingen voldoende vast. 3.2 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken, dan wel blijkens de niet betwiste inhoud van producties, staat in rechte het volgende vast: • Amcor is een onderneming, die zich bezighoudt met de vervaardiging en distributie van verpakkingsmaterialen van papier en karton. De onderneming te Bergen op Zoom is onderdeel van een wereldwijd concern. • [X] en [Y] zijn beiden op basis van een arbeidsovereenkomst bij Amcor werkzaam (geweest): [X] vanaf 1 oktober 1996 en [Y] vanaf 16 juni 2008. • Beiden verrichtten hun werkzaamheden in ploegendienst in de productiehal van Amcor: [X] laatstelijk als rotatiediepdrukker, ook wel “printer” genoemd en [Y] als visueel inspecteur. • In zijn functie van printer was [X] verantwoordelijk voor de productie van bedrukte verpakkingen voor de sigarettenindustrie. In zijn rol van (eerste) drukker was hij verantwoordelijk voor de functionele aansturing en de begeleiding van de medewerkers aan “zijn” drukpers. • De drukpers is een productiestraat van ongeveer 50 meter en bestaat uit een invoerdeel, drukpersen, snijmachine en een stapelmachine voor het gereed product. Aan het begin van de productiestraat worden grote rollen papier ingereden door een rollentruck, in het persdeel worden inkten toegevoegd en wordt het papier bedrukt met behulp van drukpersen en aan het einde wordt het papier gesneden en gestapeld op een pallet. • In haar functie van visueel inspecteur was [Y] belast met de visuele controle van de geproduceerde verpakkingen. • Het productieproces van Amcor is, mede gelet op de zware chemicaliën waarmee wordt gewerkt, nauwkeurig gedocumenteerd en voorzien van standaard operating procedures (SOP’s). • Per proces zijn veiligheidsvoorschriften uitgewerkt, die passen binnen het concernbreed veiligheidsbeleid, bestaande uit training en voorlichting, feedback, uniforme markering van veiligheidszones en een uniform veiligheidsbeleid voor persoonlijke beschermingsmiddelen. • De productiesite van Amcor is verdeeld in veiligheidszones. Elke zone is voorzien van een paneel met daarop de veiligheidsinstructies die verplicht zijn voor die zone. • Naast een veiligheidsinstructie per zone hanteert Amcor ook aparte veiligheidsinstructies op het niveau van werkzaamheden. • Jaarlijks wordt minimaal 12 uur per medewerker verplicht aandacht besteedt aan veiligheidstrainingen. • Op 24 juli 2012 hebben [X] en [Y] hun werkzaamheden enige tijd uitgevoerd zonder werkschoenen. • Op 25 juli 2012 is [X] om die reden op staande voet ontslagen. [Y] is met ingang van die dag geschorst. • Het ontslag en de schorsing zijn [X] en [Y] schriftelijk bevestigd bij brieven van 26 juli 2012. • In de aan [Y] gerichte schorsingsbrief van die datum is [Y] onder meer als volgt bericht: “Wij hebben op woensdag 25 juli 2012 een gesprek gehad over het incident dat u, in de middagdienst van de vorige dag uw veiligheidsschoenen heeft uitgedaan in de productiehal. (...). Wij hebben aangegeven dat dit gedrag onacceptabel is. Om die reden hebben wij u geschorst en hebben wij aangegeven te willen onderzoeken welke consequenties uw gedrag dient te hebben. U bent geschorst met behoud van loon tot het moment dat ons intern onderzoek is afgerond en wij de conclusie ervan met u heb kunnen delen. (…) Wij nodigen u dan ook uit om aanstaande maandag, 30 juli 2012, om 11 uur ten kantore van ondergetekende ([Z], ktr.) aanwezig te zijn voor een gesprek tussen u en mij in het bijzijn van de heer [adres], Productiemanager. Wij zullen u in dat gesprek meedelen welke consequenties ik aan uw gedrag verbindt.” • Tijdens het daarop gevolgde gesprek van 30 juli 2012 is [Y] (alsnog) op staande voet ontslagen. • In de ontslagbrief van die datum wordt haar, evenals eerder [X], in essentie verweten, dat zij willens en wetens de binnen Amcor geldende strikte veiligheidsvoorschriften heeft overtreden door tijdens het werk in de productiehal de werkschoenen uit te trekken. • Zowel [X] als [Y] hebben, bij monde van hun gemachtigde, tegen het ontslag op staande voet geprotesteerd, zich beschikbaar gesteld de overeengekomen werkzaamheden te verrichten en daarbij aanspraak gemaakt op doorbetaling van hun salaris. • Amcor heeft in beide ontslagen volhard. 3.3 [X] en [Y] leggen aan hun samengevoegde vorderingen tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling de nietigheid ten grondslag van het hen op respectievelijk 25 en 30 juli 2012 gegeven ontslag op staande voet. Dit ontslag vormt volgens [X] en [Y] in de gegeven omstandigheden een te zware sanctie, waartoe zij wijzen op hun goede (en voor wat [X] betreft lange) staat van dienst, de slechte werkomstandigheden binnen Amcor, meer in het bijzonder de hitte in de fabriekshal op 24 juli 2012 en persoonlijke omstandigheden, waaronder de (financiële) gevolgen van het ontslag. In de visie van [X] en [Y] dient voorts meegewogen te worden, dat een vergelijkbaar incident binnen Amcor niet tot een ontslag van de betrokken werknemers heeft geleid, dat ook overigens geen eenduidig beleid wordt gevoerd, nu [Y] eerst is geschorst, waar [X] direct op staande voet is ontslagen en dat de door Amcor gestelde potentiële gevaren bij het niet dragen van veiligheidsschoenen (als brandgevaar en/of beknelling van de voeten) zich niet hebben verwezenlijkt en de kans daarop ook niet of nauwelijks aanwezig was. 3.4 Amcor concludeert tot afwijzing van de gevorderde voorzieningen. In de visie van Amcor zijn de beide ontslagen op staande voet tijdig en terecht gegeven, waartoe zij samengevat stelt, dat het in acht nemen van de veiligheidsvoorschriften bij haar van zwaarwegende betekenis is, dat [X] en [Y] aantoonbaar zijn opgeleid in veiligheid en voortdurend zijn geïnformeerd over de noodzaak zich aan de veiligheidsvoorschriften te houden, maar dat zij niettemin bewust hebben besloten om in strijd met die voorschriften hun veiligheidsschoenen in de productiehal uit te trekken. [X] en [Y] hebben daarmee opzettelijk, althans in ieder geval roekeloos, zichzelf en anderen aan ernstig gevaar blootgesteld, nu de veiligheidsschoenen niet alleen (eigen) bescherming bieden tegen onder meer letsel door beknelling of ongewenste aanraking met chemicaliën als inkt, maar ook noodzakelijk zijn om eventuele statische elektriciteit op te heffen. De vonkvorming, die als gevolg van statische elektriciteit kan ontstaan betekent een potentieel gevaar voor alle aanwezigen in de productiehal, waar met vluchtige, zeer brandbare stoffen wordt gewerkt, aldus Amcor. 3.5 Nu [X] en [Y] het ontslag op staande voet onterecht achten om redenen die ten aanzien van beiden gelijk althans nagenoeg gelijk zijn en het verweer daartegen van Amcor eveneens berust op ten aanzien van beide eisers nagenoeg gelijke gronden en stellingen is besloten tot een gezamenlijke behandeling en beslissing van de vorderingen. 3.6 Beoordeeld dient te worden of aannemelijk is dat het door Amcor aan [X] en [Y] gegeven ontslag op staande voet in een bodemprocedure stand zal houden. Daartoe is van belang na te gaan of er voldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld of gebleken om op voorhand het bestaan van een dringende reden aan te nemen, als bedoeld in de artikelen 7:677 en 7:678 BW. 3.7 Tussen partijen staat niet ter discussie, dat [X] en [Y] op 24 juli 2012 in de productiehal hun veiligheidsschoenen voor enige tijd hebben uitgetrokken. Evenmin is in geschil, dat zij wisten dat dit in strijd was met de bij Amcor geldende veiligheidsvoorschriften. [X] en [Y] kenden het belang dat Amcor hecht aan haar veiligheidsbeleid, althans zij hebben dit belang redelijkerwijs kunnen en moeten begrijpen uit de veiligheidsinstructies, die hen - onweersproken - zijn voorgehouden tijdens onder meer trainingen en feedbackgesprekken en uit de gedragscodes en veiligheidscontracten, waarvoor zij in 2010 en 2012 hebben getekend. 3.8 Dat het veiligheidsbeleid bij Amcor hoge prioriteit heeft en dat zij zwaarwegende betekenis toekent aan de naleving van essentiële veiligheidsvoorschriften is, gelet op de belangen die deze voorschriften dienen, waaronder het minimaliseren van (het risico
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.