← Nederland

ECLI:NL:RBBRE:2012:BY4922

RECHTBANK BREDA Sector kanton Locatie Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 741188 OV VERZ 12-4327 beschikking d.d. 25 oktober 2012

  1. Het verzoek en de beoordeling 1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van een op 29 augustus 2012 door de griffie ontvangen schriftelijk verzoek van [curator], hierna te noemen ‘curator’, om niet meer jaarlijks rekening en verantwoording aan de kantonrechter af te leggen inzake de vermogensrechtelijke goederen van [curandes], hierna te noemen ‘curandus’. 1.2 Op 31 augustus 2012 is aan curator schriftelijk medegedeeld dat de verplichting jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter in stand blijft. Vervolgens is ter griffie op 3 september 2012 een brief ontvangen waarin curator nogmaals heeft verzocht om niet jaarlijks rekening en verantwoording te hoeven in te dienen en waarbij hij tevens een mondelinge behandeling vraagt teneinde zijn verzoek toe lichten. Hierop is een mondelinge behandeling bepaald, waar zowel curator als curandus voor zijn uitgenodigd. Bij brief van 5 oktober 2012 heeft curator te kennen gegeven niet ter zitting aanwezig te zullen zijn, vanwege de hoge (reis)kosten die dit met zich brengt. Vervolgens is door de griffier een brief verzonden dat - gelet op het verzoek van curator - zijn aanwezigheid ter zitting noodzakelijk wordt geacht en de zitting derhalve doorgang zal vinden, waarna curator telefonisch te kennen heeft gegeven niet ter zitting aanwezig te zullen zijn. 1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2012, tijdens welke zitting curator en curandus - hoewel behoorlijk opgeroepen - niet zijn verschenen. De kantonrechter kan ingevolge artikel 1:386 BW jo. 1:354 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ten allen tijde de curator voor oproepen voor een zitting en de curator is verplicht alle gewenste inlichten te verstrekken. Door curator is hier niet aan voldaan door niet ter zitting te verschijnen en de kantonrechter niet te voorzien van de benodigde inlichten. 1.4 De curator heeft als wettelijke taak zorg te dragen voor een goede uitoefening van de vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen van curandus en dient daarbij jaarlijks aan de verplichting - zoals vermeld in artikel 1:386 jo. 1:359 BW - van het indienen van de rekening en verantwoording te voldoen. De kantonrechter acht geen bijzonderheden aanwezig om vast te stellen dat er niet meer jaarlijks aan de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen behoeft te worden voldaan. Daarbij merkt de kantonrechter op dat indien niet aan de verplichting wordt voldaan dit een reden kan zijn om tot ontslag van de curator over te gaan. 1.5 Gelet op de het bovenstaande zal het verzoek worden afgewezen.
  2. De beslissing De kantonrechter: wijst het verzoek af; bepaalt dat het jaarlijks indienen van de rekening en verantwoording door de curator in stand blijft. Deze beschikking is gegeven op mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en door deze en de griffier ondertekend. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Het beroepschrift moet door tussenkomst van een procureur worden ingediend bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.