RECHTBANK BREDA Sector strafrecht parketnummer: 801352-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 4 december 2012 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [datum en plaats] wonende [adres] gedetineerd in het huis van bewaring De Boschpoort te Breda raadsman mr. Van der Hardt Aberson, advocaat te Rotterdam 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 5 juni 2012 en 20 november 2012, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aalst respectievelijk mr. Janssen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] in zijn woning te beroven, dan wel dat hij deze persoon heeft bedreigd en heeft mishandeld. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit, de poging tot diefstal met geweld, heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op de aangifte, de bekennende verklaring van verdachte en de verklaring van de getuigen met betrekking tot de bedreigende woorden die verdachte gebezigd zou hebben. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het primaire feit wettig en overtuigend bewezen gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 5 juni 2012 ; - de aangifte van [slachtoffer 1] ; - de getuigeverklaring van [getuige 1] . Met betrekking tot het in de tenlastelegging achter het 4e gedachtestreepje vermelde is de rechtbank van oordeel dat, voor zover dit deel niet door verdachte wordt bekend - hij verklaart immers dat hij zich niet meer kan herinneren dat hij de woorden “dadelijk komt mijn vriend met een echt pistool” heeft gebezigd, maar dat hij het misschien wel heeft gezegd, omdat hij in paniek was - de verklaring van de aangever op dat punt wordt gesteund door de verklaring van de getu[getuige 1]] Aangever heeft verklaard dat verdachte de genoemde woorden heeft gezegd. [getuige 1] verklaart dat hij verdachte hoorde zeggen: “Pas op want mijn vriend komt zo met een echt pistool”. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 23 december 2011 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij verdachte - op het raam van de woning van die [slachtoffer 1] heeft geklopt en - op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van het gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gehouden en - die [slachtoffer 1] tegen zijn gezicht heeft geslagen en - heeft geroepen "dadelijk komt mijn vriend met een echt pistool", althans woorden van gelijke aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert op 20 november 2012, na aanvankelijk op 5 juni 2012 een andere eis te hebben overgelegd, aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarden: - reclasseringsbegeleiding; - opname en behandeling in een intramurale instelling op basis van een indicatiestelling, waarbij verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de geneesheer-directeur; - het toestaan van controle op alcohol en drugs middels urinecontrole; - een meldingsgebod. Zij baseert deze deels voorwaardelijke straf op de inhoud van de rapportages van psycholoog [naam psycholoog] (van 17 oktober 2012), psychiater [naam psychiater] (van 14 oktober 2012) en de reclassering (van 27 september 2012). Zij heeft geconstateerd dat de psycholoog en de psychiater van mening verschillen over de wijze van behandeling, klinisch dan wel ambulant. Het advies van de reclassering en met name de op 19 november 2012 tegenover de officier van justitie afgegeven verklaring van mevrouw [reclasseringsmedewerkster] van de reclassering dat een klinische behandeling bij de reclassering een sterke voorkeur geniet, hebben bij de officier van justitie de doorslag gegeven om te kiezen voor een klinische behandeling, ondanks de bezwaren van verdachte daartegen. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangegeven dat hij, ondanks de wens van verdachte om kaal afgestraft te worden, opteert voor een straf zoals die door de officier van justitie is geëist. Hij beschouwt dit als een laatste kans voor verdachte. Verdachte zou bij De Rooyse Wissel terecht kunnen. Daar zou geen wachtlijst zijn. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot overval op een woning. De hoofdbewoner van de woning heeft de voordeur geopend nadat verdachte op het raam had geklopt. Verdachte heeft toen op een halve meter afstand een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de richting van het gezicht van de bewoner gebracht. Toen de bewoner hem vastpakte, heeft verdachte met dit wapen tegen het gezicht van de bewoner geslagen. De bewoner heeft verdachte vervolgens weten te overmeesteren. Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor het slachtoffer een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Het slachtoffer heeft op de zitting van 5 juni 2012 verteld wat de daad van verdachte teweeg heeft gebracht bij zijn gezin. Hij en zijn partner voelen zich niet meer veilig en hij slaapt sindsdien slecht. Het vertrouwen bij zowel hemzelf, als zijn partner in andere mensen is verdwenen. Hun twee dochtertjes hebben de overval zien gebeuren en zijn voor het leven getekend. Ook zij slapen slecht en durven zelfs niet zonder een van hun ouders naar de wc te gaan, aldus het slachtoffer. Hierbij heeft verdachte kennelijk in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om te proberen, ten koste van een ander, snel aan geld te komen. De rechtbank acht het feit dan ook zeer ernstig. Zij neemt daarbij in ogenschouw dat voor een voltooide overval op een woning doorgaans een gevangenisstraf van 3 jaar wordt opgelegd en dat nu sprake is van een poging tot overval. Daarnaast houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat hij in 2009 al eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten met een geweldaspect. Over verdachte zijn rapporten uitgebracht door de reclassering op 27 september 2012, psycholoog [naam psycholoog] op 17 oktober 2012 en psychiater [naam psychiater] op 14 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.