RECHTBANK BREDA Sector civiel recht Team familierecht Enkelvoudige Kamer Zaaknummer: 196822 FA RK 08-5263 31 mei 2012 nadere beschikking betreffende echtscheiding, in de zaak van (naam), wonende te (plaatsnaam), gemeente (plaatsnaam), hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. K.T.J.M. Pijls-olde Scheper, en (naam), wonende te (plaatsnaam), gemeente (plaatsnaam), hierna te noemen de man, advocaat mr. M. de Winter. 1. Het verdere verloop van het geding Dit blijkt uit de volgende stukken: - de in deze zaak op 25 augustus 2011 door de rechtbank gegeven beschikking met alle daarin vermelde stukken; - etc… 2. De nadere beoordeling 2.1 Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank deskundigenonderzoeken gelast en voor iedere deskundige een aantal vraagpunten geformuleerd. 2.2 (…) 2.3 (…) 2.4 Deskundige (naam) heeft bij bovengenoemde brief, ter griffie ontvangen op 20 februari 2012, verzocht om een aanvullend voorschot van € 11.900,= inclusief BTW vast te stellen, omdat het eerste voorschot inmiddels verbruikt was. Bij bovengenoemde brief van de advocaat van de man, ontvangen op 17 april 2012, heeft de man bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van een nader voorschot; voor het geval de rechtbank het verzoek van de deskundige wel zou honoreren is de man van mening dat ieder van partijen de helft zou moeten dragen. Bij voormelde brief van de advocaat van de vrouw, per fax ontvangen op 16 april 2012 en vervolgens met bijlagen op 17 april 2012, bericht de vrouw dat tussen partijen onderling alsook tussen de man en de deskundige uitvoerig gecorrespondeerd is over de vraag of informatie van de man respectievelijk zijn maatschap door de deskundige zou mogen worden gebruikt voor zijn werkzaamheden, nu die stukken niet, althans niet volledig, aan de vrouw ter beschikking zijn gesteld. De man heeft zich op het standpunt gesteld dat vertrouwelijk aan de heer (naam deskundige) toegezonden stukken niet in kopie aan de vrouw mogen worden afgegeven. De vrouw is van mening dat alle stukken ook aan haar moeten worden verstrekt en heeft in dat kader gewezen op de Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken en met name de daarin genoemde punten 60 en 61. Bij voornoemde brief van 20 april 2012 heeft de advocaat van de man hierop gereageerd en aangegeven dat de maatschap waarvan de man deel uitmaakt, moet kunnen rekenen op vertrouwelijke behandeling van de door deze aangeleverde informatie. De Leidraad Deskundigen kan niet aan de eigen beroepsverantwoordelijkheid van de deskundige en aan de positie van de maatschapsleden voorbijgaan, aldus de man. 2.5 De rechtbank heeft vervolgens bij brief van 19 april 2012 aan de deskundige verzocht zich over de bezwaren van partijen uit te laten. Bij brief van 23 mei 2012 heeft de deskundige bevestigd dat een discussie is ontstaan over het al dan niet verstrekken van alle informatie aan beide partijen. Hij is van mening dat dit een kwestie is tussen partijen en de rechtbank. Voorts heeft hij aangegeven de resterende tijd in te schatten op circa 20 uur, zodat kan worden volstaan met de vaststelling van een aanvullend voorschot van € 7.500,= te vermeerderen met 19 % BTW. 2.6 De rechtbank overweegt als volgt: Niet alleen in regel 60 en 61 van de Leidraad Deskundigen in Civiele Zaken, maar ook in artikel 198 lid 2 Rv is het uitgangspunt neergelegd dat ieder van partijen kennis moet kunnen nemen van alle gegevens die aan de deskundige in het kader van zijn onderzoek door een van partijen worden verstrekt. Partijen dienen elkaar ten behoeve van een goede procesorde over en weer kopieën van alle stukken en verzoeken die zij aan de deskundige toezenden te verstrekken. In het onderhavige geval beroept de man, naar de rechtbank begrijpt, zich op de vertrouwelijkheid van bepaalde stukken die hij aan de deskundige ter beschikking heeft gesteld. Voor zover het gaat om stukken die door derden, meer specifiek de maatschap waarvan de man deel uitmaakt, aan de deskundige onder het beding van geheimhouding ter beschikking zijn gesteld, kan sprake zijn van een uitzondering op de hiervoor geformuleerde regel. De rechtbank acht het redelijk om het door de vrouw gedane compromisvoorstel te volgen. Dat betekent dat de (advocaat van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.