RECHTBANK BREDA Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 11/6594 Uitspraakdatum: 31 oktober 2012 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen [belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst/Rivierenland, kantoor Nijmegen, de inspecteur. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de inspecteur van 22 november 2011 op het bezwaar van belanghebbende tegen de beschikking teruggaaf inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2010 van 14 september 2011 (kenmerk [nummer]). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2012 te ’s Hertogenbosch. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, en namens de inspecteur, [gemachtigden]. 1. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - wijzigt de beschikking tot één naar een teruggaaf van € 3.106; - veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 136,40; - gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt. 2. Gronden 2.1. Belanghebbende was in het jaar 2010 werkzaam bij één werkgever, namelijk de [werkgever]. Belanghebbende weigert een kopie van zijn identiteitsbewijs te laten opnemen in de loonadministratie van zijn werkgever. Als inhoudingsplichtige heeft de werkgever dan ook niet voldaan aan artikel 28, eerste lid, onderdeel e, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB), waardoor over het loon het anonieme tarief op de voet van artikel 26b van de Wet LB is toegepast. Het loon voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) over het onderhavige jaar bedroeg € 77.236. Daarover is een bedrag van € 5.446 (7,05% van € 77.236) aan inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (IAB Zvw) ingehouden en afgedragen door de werkgever. Door de werkgever is van de ingehouden IAB Zvw een bedrag van € 2.340 (7,05% van het maximum bijdrage-inkomen Zvw van € 33.189) vergoed. 2.2. Met dagtekening 8 augustus 2011 heeft belanghebbende voor het onderhavige jaar het formulier “Verzoek teruggaaf Inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw)” ingediend. Bij beschikking van 14 september 2011 heeft de inspecteur het verzoek om teruggaaf bijdrage Zvw afgewezen. Daartegen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar is de beschikking gehandhaafd. 2.3. In geschil is of belanghebbende als anonieme werknemer in de zin van artikel 26b van de Wet LB recht heeft op teruggaaf van het op hem drukkende bedrag aan IAB Zvw dat boven het jaarmaximum is ingehouden en afgedragen. 2.4. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende geen recht op enig teruggaaf, nu artikel 50 van de Zvw nooit tot een teruggaaf kan leiden wanneer sprake is van één inhoudingsplichtige. Daartoe wijst de inspecteur onder meer naar de memorie van toelichting, meer specifiek naar de passage dat artikel 50 de situatie betreft dat een verzekeringsplichtige gelijktijdig bijdrage-inkomen geniet van verschillende werkgevers of uitkeringsinstanties (Kamerstukken II 2003/04, 29 763, nr. 3). Belanghebbende heeft onder meer gesteld dat in artikel 50 van de Zvw geen voorwaarden staan vermeld over het aantal inhoudingsplichtigen. 2.5. In artikel 43 van de Zvw is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald: “(…) 2. Het bijdrage-inkomen wordt ten minste op nihil gesteld en wordt tot geen hoger bedrag in aanmerking genomen dan het bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Financiën, vastgestelde bedrag. (…) 4. In de gevallen, bedoeld in artikel 26b, eerste volzin, van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 19 Wet financiering sociale verzekeringen, blijven het tweede en het derde lid buiten toepassing bij de berekening van het als bijdrage-inkomen in aanmerking te nemen loon dat van de inhoudingsplichtige is genoten.” 2.6. In artikel 46 van de Zvw is het volgende bepaald: “1. Een verzekeringsplichtige die bij regeling van Onze Minister aan te wijzen loon overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de loonbelasting geniet, heeft recht op een volledige vergoeding door de inhoudingsplichtige van de inkomensafhankelijke bijdrage over dit deel van het bijdrage-inkomen. 2. Voor de toepassing van het eerste lid is artikel 43, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.” 2.7. In artikel 50 van de Zvw is het volgende bepaald: “1. Indien over het bijdrage-inkomen inkomensafhankelijke bijdrage is ingehouden over een hoger bijdrage-inkomen dan het bedrag, bedoeld in artikel 43, tweede lid, stelt de inspecteur, bedoeld in de Wet financiering sociale verzekeringen, bij voor bezwaar vatbare beschikking het bedrag van de teveel betaalde bijdrage vast. 2. Indien het bijdrage-inkomen waarover inkomensafhankelijke bijdrage is ingehouden van verschillende inhoudingsplichtigen is ontvangen, wordt het bedrag van de teveel ingehouden bijdrage als bedoeld in het eerste lid naar evenredigheid toegerekend aan de door deze inhoudingsplichtigen ingehouden bijdrage. 3. In afwijking in zoverre van de vorige leden wordt het bedrag van teveel ingehouden bijdrage voor zover mogelijk toegerekend aan de inkomensafhankelijke bijdrage over het bijdrage-inkomen waarop artikel 46, eerste lid, niet van toepassing is. 4. Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld. 5. In afwijking van de artikelen 25b , 27f , 27j, derde lid, en 29i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen verleent de inspecteur een teruggave van een ingehouden bedrag aan inkomensafhankelijke bijdrage over loon als bedoeld in artikel 46, eerste lid, aan de inhoudingsplichtige.” 2.8. De memorie van toelichting (Kamerstukken II 2004/05, 30 124, nr. 3) vermeldt met betrekking tot artikel 43, vierde lid, van de Zvw onder meer het volgende: “Overeenkomstig artikel 19 van de Wfsv wordt in het nieuwe vierde lid van artikel 43 Zvw bepaald dat geen maximumgrens voor het bijdrage-inkomen geldt voor zover dat inkomen loon is en de betrokken werknemer niet of niet goed in de administratie van de werkgever staat. De Belastingdienst zal in dit geval bij de desbetreffende werkgever dus de inkomensafhankelijke bijdrage over het gehele loon heffen. De werkgever is inhoudingsplichtig. Omdat in artikel 46, tweede lid, Zvw niet wordt geregeld dat ook het nieuwe artikel 43, vierde lid, Zvw van overeenkomstige toepassing is, is de werkgever niet verplicht ook de bijdrage over het gedeelte van het loon, dat de bijdrage-inkomensgrens overschrijdt te vergoeden. Hij kan dit meerdere dus voor rekening van de werknemer laten.” 2.9. De memorie van toelichting (Kamerstukken II 2003/04, 29 763, nr. 3) vermeldt met betrekking tot artikel 50 van de Zvw onder meer het volgende: “Artikel 50 betreft de situatie dat een verzekeringsplichtige gelijktijdig bijdrage-inkomen geniet van verschillende werkgevers of uitkeringsinstanties. Bijvoorbeeld een verzekeringsplichtige ontvangt een pensioen en heeft daarnaast nog een dienstbetrekking. Indien blijkt dat voor de Zvw in totaal meer procentuele bijdrage is ingehouden en afgedragen dan op grond van artikel 43, tweede lid, verschuldigd is, wordt de te veel betaalde bijdrage op aanvraag van de inhoudingsplichtige dan wel de verzekeringsplichtige terugbetaald. De belastingdienst voert deze terugbetalingsregeling uit. De verzekeringsplichtigen met meer inkomensbronnen waarop inhouding van de inkomensafhankelijke bijdrage plaatsvindt, moeten zelf goed opletten of voor hen in totaal te veel bijdrage is ingehouden en afgedragen. Indien dat het geval is, kunnen zij een verzoek tot terugbetaling van te veel betaalde bijdrage indienen bij de Belastingdienst. Indien het een teruggave betreft van een bijdrage die de inhoudingsplichtige op grond van artikel 46 dient te vergoeden, vindt de terugbetaling van de te veel betaalde bijdrage in lijn met de Wfsv aan de inhoudingsplichtige plaats. Bij terugbetaling van te veel afgedragen bijdrage wordt een rangorde aangehouden. In voorkomende gevallen wordt eerst de bijdrage die door de werkgever(s)/uitkeringsinstantie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.