beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2013/34 zaak-/rekestnummer: C/09/444102 / KG RK 13-1105 zaaknummers: SGR 12/10759, 12/10732, 12/10734, 12/10762, 12/10737, 12/10738, 12/10753, 12/10754 en 12/10843 datum beschikking: 24 juni 2013 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht, in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, gemachtigden: A. Jibodh en mr. S. Bharatsingh; en de inspecteur van de Belastingdienst/Rijnmond, kantoor Rotterdam, strekkende tot wraking van: mr. R.C.H.M. Lips, rechter in de rechtbank Den Haag. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop In de zaak tussen verzoeker en de inspecteur van de Belastingdienst/Rijnmond heeft op 3 juni 2013 een zitting voor de meervoudige kamer plaatsgevonden. Ter zitting heeft mr. S. Bharatsingh, die tot bijstand van de gemachtigde van verzoeker aanwezig was, de voorzitter van de meervoudige kamer gewraakt. Bij brief van 5 juni 2013 heeft de rechter de wrakingskamer in kennis gesteld van zijn standpunt ter zake. Ter zitting van de wrakingskamer heeft mr. Bharatsingh aangegeven dat de wraking enkel heeft plaatsgevonden in de zaak van verzoeker en niet in de zaak van zijn echtgenote [echtgenote van verzoeker]. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 10 juni 2013 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Namens verzoeker zijn ter zitting verschenen A. Jibodh en mr. Bharatsingh. Het wrakingsverzoek is door mr. Bharatsingh aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen toegelicht. De rechter en de inspecteur van de Belastingdienst/Rijnmond zijn – zoals vooraf bericht – niet verschenen. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. De rechter heeft in april 2012 al uitspraken gedaan in vergelijkbare zaken van verzoeker over voorgaande jaren. Nu de feiten en omstandigheden in de thans aan de orde zijnde zaken nagenoeg identiek zijn aan die van voorgaande jaren, is de onpartijdigheid van de rechter onvoldoende gewaarborgd. 4Het standpunt van mr. Lips De rechter stelt primair dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend, aangezien de gemachtigde al lang voor de zitting van 3 juni 2013 op de hoogte was van de namen van de behandelend rechters. Volgens de rechter is het wrakingsverzoek om die reden niet-ontvankelijk. Subsidiair stelt de rechter dat de enkele omstandigheid dat hij al eerder betrokken is geweest bij beslissingen over zaken van verzoeker in het verleden onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen en daarmee voor gegrondverklaring van het wrakingsverzoek. Volgens de rechter zijn geen omstandigheden aangevoerd die leiden tot een ander oordeel. De rechter verzoekt de wrakingskamer te bepalen dat een eventueel volgend wrakingsverzoek van mr. Bharatsingh in zaken van verzoeker niet in behandeling wordt genomen. 5De beoordeling 5.1 Ingevolge artikel 8:16, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht wordt een verzoek tot wraking gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Mr. Bharatsingh heeft namens verzoeker verklaard dat hij pas een week voor de behandeling ter zitting betrokken is geraakt bij de zaak en dat hij in het daaropvolgende weekend de op de zaak betrekking hebbende stukken heeft bekeken en heeft bemerkt dat mr. Lips eerder over zaken van verzoeker heeft geoordeeld. Voorts stelt verzoeker dat niet zeker was of de in de brief van 16 april 2013 genoemde samenstelling van de meervoudige kamer nog zou worden gewijzigd, aangezien dit regelmatig voorkomt. Nu deze laatste stelling door mr. Lips niet zijn weersproken, gaat de wrakingskamer daarvan uit. Het verzoek tot wraking is naar het oordeel van de wrakingskamer dan ook tijdig gedaan. 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.