RECHTBANK DEN HAAG Voorzieningenrechter Team Vreemdelingenkamer Zittingsplaats Arnhem Registratienummers: AWB 13/20883 en 13/20882 Datum uitspraak: 16 augustus 2013 Uitspraak Ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) inzake [naam], geboren op [geboortedatum], v-nummer[nummer], [naam] geboren op [geboortedatum], v-nummer[nummer], van Guinese nationaliteit, verzoekers, gemachtigde mr. M.J.F. Stelling, tegen de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verweerder. Het procesverloop Bij verzoekschrift van 12 augustus 2013 hebben verzoekers verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de geneeskundige verzorging in Conakry van verzoekers daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Bij brief van 16 augustus 2013 hebben verzoekers verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij zich ter behandeling kunnen laten opnemen in [kliniek 2]. Het verzoek is behandeld op de zitting van 14 augustus
- Verzoekers zijn aldaar verschenen, vertegenwoordigd door mr. M.J.F. Stelling. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. Steenstra en mw. L. Pricker. De beoordeling
- De voorzieningenrechter overweegt dat verweerder heeft toegezegd tot drie maanden na uitzetting van verzoekers de kosten van hun medische behandeling te vergoeden. Verweerder heeft daartoe afspraken gemaakt met de [kliniek 1]. Verzoekers zijn daar na aankomst in hun land van herkomst ook naar toegebracht en hebben daar verbleven doch zijn op enig moment vertrokken. Of dat vertrek vrijwillig of onvrijwillig was, daarover verschillen partijen van mening. Ter zitting van de voorzieningenrechter is afgesproken dat verzoekers zich (wederom) tot de [kliniek 1] zouden wenden, ter behandeling. Uit de nadien toegezonden stukken is de voorzieningenrechter gebleken dat verzoekers inderdaad naar de [kliniek 1] zijn gegaan, doch dat ze aldaar niet zijn opgenomen. Wat de reden daarvoor is, is thans niet duidelijk. Op dit moment is ook niet te achterhalen hoe de situatie ter plaatse is, omdat geen objectieve waarnemingen mogelijk zijn. Verweerder heeft de rechtbank bericht dat zondag iemand zal afreizen om ter plaatse polshoogte te gaan nemen en een en ander te begeleiden. Dat geeft thans echter nog geen duidelijkheid. Omdat, mede gelet op de toezegging van verweerder, wel vast staat dat verzoekers medische behandeling nodig hebben en niet verder gewacht kan worden tot (vermeende) problemen met de [kliniek 1] zijn opgelost, zal de voorzieningenrechter een ordemaatregel treffen. De voorzieningenrechter zal de voorziening treffen dat verzoekers zich vanaf heden mogen melden in de [kliniek 2] teneinde zich aldaar vooralsnog te laten behandelen. De kosten van de medische behandeling zullen voor verweerder zijn. De voorzieningenrechter verzoekt verweerder hem zo spoedig mogelijk nader te berichten over de bevindingen van het bezoek van zijn vertegenwoordiger en welke gevolgen dat moet hebben voor de thans getroffen voorziening. De voorzieningenrechter acht verder termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb en verweerder te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op € 944 aan kosten van rechtskundige bijstand. Van andere kosten in dit verband is niet gebleken. De beslissing De voorzieningenrechter - wijst het verzoek toe; - bepaalt dat verzoekers zich vanaf heden mogen melden bij de [kliniek 2] en dat verweerder de kosten van de medische behandeling vergoedt tot maximaal drie maanden na de datum van uitzetting; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers ten bedrage van €
- Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.P.L.M. van Dam, griffier. De griffier, De voorzieningenrechter, Uitgesproken in het openbaar op 16 augustus
- Rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.