Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: FA RK 13-517 Zaaknummer: C/09/435595 Datum beschikking: 13 augustus 2013 Inschrijven geboorte-akte/ vaststellen geboortegegevens Beschikking op het op 18 januari 2013 ingekomen verzoekschrift van: [de man] , de man, wonende te [woonplaats], en [de vrouw] , de vrouw, wonende te [woonplaats], doch feitelijk verblijvende in de Filippijnen, hierna ook te noemen: de verzoekers / de wensouders, advocaat: mr. M.S. Odink te Den Haag. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [minderjarige] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], de minderjarige, in rechte vertegenwoordigd door mr. I.J. Pieters, advocaat te Leiden, in de hoedanigheid van bijzondere curator; de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, zetelend te 's-Gravenhage, de ambtenaar; en [de draagmoeder] , de draagmoeder, wonende te [woonplaats] Filippijnen. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - het aanvullend verzoekschrift; - het verweerschrift van de bijzondere curator; - de brief d.d. 22 maart 2013 van de ambtenaar; - de brief d.d. 6 mei 2013 van de zijde van verzoekers met bijlage; - het faxbericht d.d. 8 mei 2013 van de zijde van verzoekers; - het faxbericht d.d. 23 mei 2013 van de zijde van verzoekers; - twee brieven d.d. 28 mei 2013 van de zijde van verzoekers; - het faxbericht d.d. 11 juni 2013 van de zijde van verzoekers; - de brief d.d. 13 juni 2013 van de bijzondere curator;- de brief d.d. 20 juni 2013 van de zijde van verzoekers met bijlagen. Op 2 juli 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de bijzondere curator, de man vergezeld van zijn advocaat, mevrouw J.A. Roestenburg-de Rooij in haar hoedanigheid van ambtenaar van de burgerlijke stand, mevrouw G. Verbruggen eveneens in haar hoedanigheid van ambtenaar van de burgerlijke stand. Van de zijde van verzoekers is ter terechtzitting een fotoboek ter inzage aan de meervoudige kamer voorgelegd, welk boek bij het einde van de behandeling aan de man is teruggegeven. De vrouw is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen. Na de terechtzitting zijn de volgende stukken ontvangen: - de brief d.d. 15 juli 2013 van de zijde van de man met bijlagen; - de brief d.d. 17 juli 2013 van de zijde van de bijzondere curator; - de brief d.d. 24 juli 2013 van de zijde van de ambtenaar; - de brief d.d. 25 juli 2013 van de zijde van verzoekers met bijlagen waaronder een affidavit van de draagmoeder van 11 februari 2013; - het faxbericht d.d. 31 juli 2013 van de zijde van de ambtenaar. Verzoek Het verzoekschrift - zoals dat thans nog luidt - strekt ertoe dat de rechtbank: primair voor recht verklaart dat tussen de man en de minderjarige een nauwe persoonlijke betrekking bestaat en last geeft tot inschrijving van de geboorteakte van de minderjarige in de registers van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage met vermelding van de erkenning door de man van de minderjarige op de geboorteakte en subsidiairde voor een geboorteakte noodzakelijke gegevens van de minderjarige vaststelt; benoeming van een bijzondere curator over de minderjarige met als doel het vaderschap van verzoeker vast te stellen over de minderjarige; vaststelt dat de verklaring van de man en de draagmoeder luidt dat de minderjarige de geslachtsnaam Koelemij zal dragen; een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en met compensatie van de kosten. De ambtenaar voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. De bijzondere curator verzoekt het verzochte ten aanzien van de familierechtelijke betrekkingen en de last tot inschrijving van de geboorteakte subsidiair vaststelling van de geboortegegevens toe te wijzen. Bij afwijzing hiervan verzoekt de bijzondere curator zelfstandig het vaderschap van de man over voornoemde minderjarige naar Filippijns recht gerechtelijk te doen vaststellen. Feiten - Verzoekers zijn op [de huwelijksdatum] met elkaar gehuwd. - De draagmoeder[de draagmoeder], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], is op [de huwelijksdatum] gehuwd met [echtgenoot]. - Op 29 augustus 2012 heeft de draagmoeder een overeenkomst over draagmoederschap (Surrogacy Agreement / affidavit) gesloten, welke is gelegaliseerd door een notaris uit Pasig City, Filippijnen. - Op 29 augustus 2012 heeft de draagmoeder een door de notaris gelegaliseerde verklaring afgelegd waarin zij – zakelijk weergegeven – afstand doet van al haar (ouderlijke) rechten en verplichtingen met betrekking tot het kind waarvan zij op dat moment zwanger was. Ook heeft zij verklaard dat de man de biologische vader is van de minderjarige en dat de minderjarige de achternaam van de man zal dragen en dat zij instemt met een door de vrouw in Nederland aanhangig te maken adoptieprocedure. - Op [geboortedatum] te[geboorteplaats], is uit de draagmoeder voornoemde minderjarige geboren. - De vrouw verblijft vanaf een week voor de geboorte van de minderjarige tot heden op de Filippijnen. - De man is op 8 december 2012 weer afgereisd naar de Filippijnen. - Op de Filippijnse geboorteakte, opgemaakt door de Office of the Civil Registrar General van de Filippijnen op [de datum geboorteakte] en geregistreerd op [registratie geboorteakte], staat de draagmoeder als moeder vermeld en de man als vader. Aan de geboorteakte is een door de draagmoeder en de man op [overeenkomst] ondertekende Affidavit of acknowledgment/admission of paternity gehecht. - In het in de Filippijnen uitgevoerde DNA-rapport van [DNA rapport] staat vermeld dat er een waarschijnlijkheid is van 99,99% dat verzoeker de biologische vader is van de minderjarige. - De man heeft de Nederlandse nationaliteit. - De vrouw heeft de Filippijnse nationaliteit. - De draagmoeder heeft de Filippijnse nationaliteit. - Bij beschikking d.d. 31 januari 2013 is mr. I.J. Pieters benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige. Beoordeling Oproeping draagmoeder Gelet op de overgelegde stukken, waaronder voormelde verklaring van de draagmoeder d.d. 29 augustus 2012 alsmede een verklaring van de draagmoeder van 11 februari 2013, is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de draagmoeder afstand heeft gedaan van al haar rechten en verplichtingen met betrekking tot de minderjarige en instemt met het verzochte. Derhalve heeft de rechtbank afgezien van oproeping van de draagmoeder in deze procedure. Inschrijving geboorteakte De rechtbank zal eerst overgaan tot beoordeling van het verzoek tot inschrijving van de geboorteakte, als naar haar oordeel het meest verstrekkende verzoek. Rechtsmacht en relatieve bevoegdheid Nu de man in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Ingevolge artikel 269 Rv is deze rechtbank bevoegd van het verzoek kennis te nemen. Inhoudelijke beoordeling Ontvankelijkheid Gelet op artikel 1:25 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, voor zover hier van belang, een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte geboorteakte op verzoek van onder meer een belanghebbende worden ingeschreven in de registers van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage indien de minderjarige op het ogenblik van het verzoek Nederlander is, de minderjarige rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, onder c en d, van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel indien op grond van Boek 1 BW een latere vermelding aan de akte van geboorte van de minderjarige moet worden toegevoegd. Voorts bepaalt lid 3 van voornoemd artikel dat de ambtenaar ambtshalve de geboorteakte kan laten inschrijven. Omdat uit het hiernavolgende zal blijken dat de erkenning van de minderjarige wordt erkend en de minderjarige de leeftijd van zeven jaar nog niet heeft bereikt, heeft de minderjarige op grond van artikel 4, tweede lid van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) vanaf de erkenning de Nederlandse nationaliteit verkregen. Gelet hierop en nu de man op de akte staat vermeld en hij derhalve een in rechte te respecteren belang heeft bij zijn verzoek, is de man ontvankelijk in zijn verzoek. Nu uit het navolgende zal blijken dat de vrouw thans geen juridische band heeft met de minderjarige, heeft zij naar het oordeel van de rechtbank thans geen belang bij het verzoek, en zij zal dientengevolge niet-ontvankelijk worden verklaard. Erkenning buitenslands tot stand gekomen rechtsbetrekkingen De rechtbank stelt voorop dat uit artikel 10:101 juncto 10:100 BW volgt dat in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeiten of rechtshandelingen waarbij familierechtelijke betrekkingen zijn vastgesteld of gewijzigd, welke zijn neergelegd in een door een bevoegde instantie overeenkomstig de plaatselijke voorschriften gemaakte akte, in Nederland worden erkend, tenzij het rechtsfeit of de rechtshandeling niet is voorafgegaan door een behoorlijk onderzoek of de erkenning van die in een akte neergelegde rechtsfeiten of handelingen in strijd met de openbare orde zou zijn. Artikel 10:101, tweede lid specificeert laatstgenoemde weigeringsgrond en bepaalt onder meer dat er sprake is van een weigering indien deze is verricht door een Nederlander die naar Nederlands recht niet bevoegd zou zijn het kind te erkennen. In dat verband komt ook betekenis toe aan artikel 10:95, tweede lid, van het BW waaruit volgt dat het Nederlandse recht bepaalt of een Nederlandse gehuwde man bevoegd is om een kind van een andere vrouw dan zijn echtgenote te erkennen. Beoordeeld dient derhalve te worden of de geboorteakte overeenkomstig de Filippijnse wetgeving is opgemaakt en of er sprake is van voormelde weigeringsgronden die aan erkenning in de weg staan. In dat verband is van belang dat niet ter discussie staat dat de draagmoeder terecht als juridisch moeder op de geboorteakte staat vermeld. Ook naar Filippijns recht wordt als moeder aangemerkt de vrouw uit wie het kind is geboren. Wel is in geschil of de man in overeenstemming met het Filippijns recht op de geboorteakte als vader staat vermeld. De draagmoeder was immers gehuwd met een andere man. De rechtbank heeft in dit verband kennisgenomen van het Filippijnse Familiewetboek (The Family Code of the Philippines executive order no. 209), welke zij niet alleen heeft geraadpleegd in de Duitstalige Bergmann Ferid (internationales Ehe und Kindschaftsrecht) maar ook in het Engels via www.gov.ph. Op de vraag wie als juridisch vader moet worden aangemerkt, zijn van toepassing de artikelen 163 en verder van het Filippijnse Familiewetboek en meer specifiek artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.