Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer jeugdstrafzaken Parketnummer 09/818229-13 Datum uitspraak: 15 augustus 2013 Tegenspraak (Promis) De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats], adres: [adres], thans gedetineerd in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 1 augustus 2013, gelijktijdig met de behandeling van een verzoek tot uithuisplaatsing. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.J. Laman en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte mr. N. Harlequin, advocaat te Den Haag, en door de verdachte naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 30 april 2013 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Lange Poten, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] , welk geweld bestond uit het (met kracht) - slaan/stompen met de vuist, althans hand, tegen het gezicht, althans het hoofd, van voornoemde [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of - slaan met een (hard) voorwerp tegen het (achter)hoofd van voornoemde [aangever 1] en/of - vastpakken van de armen van voornoemde [aangever 1] en/of - schoppen tegen het lichaam van voornoemde [aangever 1] terwijl deze [aangever 1] op de grond lag; , waarbij hij, verdachte (met kracht) met de vuist, althans de hand, tegen het gezicht, althans het hoofd van voornoemde [aangever 1] heeft geslagen en/of gestompt, en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te weten, een hersenschudding en/of een scheurwond in het achterhoofd en/of een wond in de mondhoek en/of een loszittende voortand) voor voornoemde [aangever 1] ten gevolge heeft gehad; art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 141 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht 3Bewijsoverwegingen 3.1 Inleiding Op 30 april 2013 wordt de politie tijdens Koninginnenacht te Den Haag aangesproken door aangevers [aangever 1] en [aangever 2]. Zij verklaren dat zij mishandeld zijn door een groep jongens. Zij wijzen de politie de daders aan. De politie houdt vervolgens verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aan. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich door zijn handelen schuldig heeft gemaakt aan openlijk geweld, en zo ja, of het letsel dat [aangever 1] heeft opgelopen, door verdachte is toegebracht. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte dit feit heeft begaan. 3.3 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat verdachte het ten laste gelegde in vereniging heeft gepleegd. Verdachte heeft immers in zijn belevenis één op één gevochten en had geen weet van andere jongens die de aangevers eveneens zouden hebben mishandeld. 3.4 De beoordeling van de tenlastelegging. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank ten aanzien het volgende af. De rechtbank stelt aan de hand van de aangiften van [aangever 1] en [aangever 2] vast dat zij op 30 april 2013, omstreeks 03.25 uur, samen met een vriend van hen, [getuige], op de Lange Poten te Den Haag liepen. Zij liepen een groep jongens tegemoet, waarvan er één plotseling de fiets van [getuige] bij de bagagedrager vastpakte. [aangever 1] heeft toen tegen die jongen gezegd dat hij daarmee moest ophouden. De hele groep keerde zich vervolgens tegen [aangever 1] en hij kreeg van één van de jongens een vuistslag op zijn mond. Als reactie pakte [aangever 1] de jongen bij zijn armen om te voorkomen dat hij verder zou gaan. Hierop voelde [aangever 1] diverse klappen op zijn achterhoofd. Hij voelde dat hij met een hard voorwerp op zijn hoofd werd geslagen. [aangever 1] viel vervolgens met de jongen die hij nog steeds vasthad tegen een fietsenstalling. De gehele tijd werd hij geslagen en geschopt door die andere jongens. Uit de geneeskundige verklaring blijkt dat [aangever 1] ten gevolge van de mishandeling een scheurwond op zijn achterhoofd, een loszittende tand, een kleine wond bij zijn mondhoek en een hersenschudding heeft opgelopen. Ook [aangever 2], die [aangever 1] wilde helpen door een jongen van hem af te trekken, kreeg uit het niets een klap op zijn neus. [aangever 2] zag dat zijn neus hevig aan het bloeden was en voelde dat er een stuk van zijn voortand was afgebroken. Op de camerabeelden die tijdens Koninginnenacht op de Lange Poten zijn gemaakt, is te zien dat om 03.01.05 uur medeverdachte [medeverdachte 2] met zijn rechterarm een slaande beweging maakt naar een manspersoon. Ook is te zien dat verdachte deze manspersoon vast heeft. Vervolgens stappen verdachte en [medeverdachte 2] naar achteren en komt (er) een man aanrennen, die later medeverdachte [medeverdachte 1] blijkt te zijn. Hij maakt een slaande beweging naar de manspersoon die even daarvoor door verdachte en [medeverdachte 2] werd belaagd. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij tijdens Koninginnenacht op de Lange Poten een jongen op zijn gezicht heeft geslagen met een gebalde vuist. Daarop zijn zij in worsteling geraakt en samen op de grond gevallen. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat hij zich tijdens Koninginnenacht op de Lange Poten te Den Haag met een vechtpartij heeft bemoeid door een schop en een klap te geven. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat hij naar de vechtpartij was gelopen om de boel te sussen. Voorts heeft [medeverdachte 2] een Hollandse jongen weggetrokken. Volgens hem ging het gevecht er hard aan toe. Op grond van voornoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte aanwezig is geweest bij de vechtpartij tussen meerdere personen. Verdachte heeft daarbij aangever [aangever 1] met gebalde vuist gestompt op zijn mond en hem bij de armen vastgepakt. Daarnaast hebben de medeverdachten op datzelfde moment geweld gebruikt tegen de aangevers. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met zijn gedragingen een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging zoals ten laste gelegd. De stelling van verdachte dat hij in zijn beleving één op één heeft gevochten en niet wist dat de anderen eveneens aan het vechten waren doet hier niets aan af. De rechtbank acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging en daarbij het letsel dat [aangever 1] bij zijn mond heeft opgelopen, heeft veroorzaakt. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte hij op 30 april 2013 te 's-Gravenhage met anderen, op de openbare weg, de Lange Poten, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever 1] en [aangever 2], welk geweld bestond uit het (met kracht) - slaan/stompen met de vuist, tegen het gezicht, het hoofd, van voornoemde [aangever 1] en [aangever 2] en - vastpakken van de armen van voornoemde [aangever 1] en - schoppen tegen het lichaam van voornoemde [aangever 1] terwijl deze [aangever 1] op de grond lag; , waarbij hij, verdachte (met kracht) met de vuist, tegen het gezicht van voornoemde [aangever 1] heeft gestompt, en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te weten, een wond in de mondhoek) voor voornoemde [aangever 1] ten gevolge heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. 4De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De strafoplegging 6.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.