RECHTBANK DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 13/2860 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2013 in de zaak tussen [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst[te P], verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 4 maart 2013 op het bezwaar van eiser tegen de beslissing op het verzoek om toepassing het bijzondere tarief voor een kampeerauto (hierna: de beschikking). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2013. Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder is verschenen [A]. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 44 aan eiser te vergoeden. Overwegingen 1. Volgens de kentekenregistratie is eiser sinds 27 april 2012 houder van een Chevrolet (het motorrijtuig) met kenteken [kenteken] die is ingericht als kampeerauto. 2. Eiser heeft op 25 september 2012 een verzoek gedaan voor toepassing van het bijzondere tarief voor kampeerauto’s (het kwarttarief). Verweerder heeft bij beschikking van 19 november 2012 dit verzoek goedgekeurd en het kwarttarief met ingang van 11 september 2012 toegepast. 3. Eiser heeft tegen de beschikking bezwaar aangetekend en zich hierbij op het standpunt gesteld dat hij met terugwerkende kracht tot de datum van tenaamstelling, 27 april 2012, in aanmerking komt voor het kwarttarief. 4. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 4 maart 2013 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. 5. In geschil is of het kwarttarief van artikel 23a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (Wet MRB) met terugwerkende kracht vanaf 27 april 2012, de datum van tenaamstelling, moet worden toegepast. Schending hoorplicht? 6. Eiser heeft onweersproken gesteld dat hij heeft verzocht om te worden gehoord in de bezwaarfase. Voorts heeft hij gesteld dat dit ten onrechte niet is gebeurd en dat hij met verweerder mogelijk buiten de rechter om tot een oplossing had kunnen komen. De rechtbank is van oordeel dat het bezwaar niet als kennelijk ongegrond kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser, doordat hij niet is gehoord in de bezwaarfase, benadeeld, omdat tussen hem en verweerder over de waardering van de van belang zijnde feiten verschil van mening bestaat (zie ook Hoge Raad 18 april 2003, nr. 37790, LJN AF7495, BNB 2003/267 en Hoge Raad, 28 januari 2011, nr. 10/00648, LJN BP2132). De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien, nu eiser daarom heeft verzocht. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd en nader beoordeeld of de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar al dan niet in stand kunnen worden gehouden. De toepassing van het kwarttarief 7. Artikel 23a, lid 1, van de Wet MRB (tekstversie 2012) luidt: “Voor een personenauto waarvan de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen en is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid en die voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden en beperkingen met betrekking tot uiterlijk en inrichting, bedraagt de belasting in afwijking van artikel 23 en onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, een kwart van de ingevolge dat artikel verschuldigde belasting.” 8. In artikel 5aa, vierde en vijfde lid van het uitvoeringsbesluit MRB (tekst 2012) is bepaald dat de toepassing van artikel 23a van de Wet MRB plaatsvindt op verzoek, welk verzoek voor aanvang van het tijdvak bij de inspecteur wordt ingediend. 9. Ingevolge artikel 5aa, achtste lid van het uitvoeringsbesluit MRB (tekst 2012) beslist de inspecteur op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Tenzij in de beschikking anders is bepaald, werkt deze terug tot op het tijdstip waarop het verzoek is ingediend. 10. In punt 12 van het Kaderbesluit MRB (besluit van 15 juni 2012, nr. BLKB/2012/942M) is het volgende vastgesteld:“De toepassing van een bijzonder tarief of vrijstelling vindt plaats op verzoek. Dit verzoek moet bij de inspecteur worden ingediend voor de aanvang van het tijdvak. De aanschaf of aanpassing van het voertuig vindt doorgaans niet plaats op het moment van begin van het tijdvak. Uit praktische overwegingen keur ik met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat een verzoek om vrijstelling of toepassing van het bijzondere tarief wordt toegekend met ingang van het begin van het tijdvak waarin het verzoek is binnengekomen.” 11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op hetgeen in 7 tot en met 10 hiervoor is overwogen, terecht het kwarttarief eerst met ingang van 11 september 2012 toegepast. De stelling van eiser dat artikel 5aa, vijfde lid onverbindend is, berust op een onjuiste rechtsopvatting nu in artikel 23a, eerste lid, van de Wet MRB staat dat de belasting een kwart van de ingevolge artikel 23 van de Wet MRB verschuldigde belasting bedraagt, onder bij algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden. In artikel 23a is geen beperking gegeven aan die te stellen voorwaarden. De uitspraak van de Hoge Raad waar eiser naar verwijst (met kenmerk LJN: AS4109 op www.rechtspraak.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.