RECHTBANK DEN HAAG Team vreemdelingenkamer Zittingsplaats Arnhem Registratienummer: AWB 13/17824 Datum uitspraak: 5 november 2013 Uitspraak Ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) inzake [eiseres], geboren op [geboortedatum], v-nummer [nummer], van Algerijnse nationaliteit, eiseres, gemachtigde mr. D.W. Beemers, tegen de Minister van Buitenlandse Zaken, Visadienst, verweerder. Het procesverloop Op 3 december 2012heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een visum voor kort verblijf bij [naam] (hierna: referent). Bij besluit van 7 februari 2013 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Dit besluit is op 11 februari 2013 aan eiseres bekendgemaakt. Tegen dit besluit heeft eiseres op 6 maart 2013 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 13 juni 2013 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiseres op 9 juli 2013 beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 10 september 2013. De gemachtigde van eiseres en referent zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.A.W. Oude Lenferink. De beoordeling 1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:69 van de Awb, dient de rechtbank het bestreden besluit — de motivering waarop dit besluit berust daaronder begrepen — te toetsen aan de hand van de tegen dat besluit aangevoerde beroepsgronden. 2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eiseres niet beschikt over voldoende middelen van bestaan voor de duur van het voorgenomen verblijf. Voorts is als afwijzingsgrond opgenomen dat getwijfeld wordt aan het voornemen het grondgebied tijdig te verlaten. Eiseres is gehuwd met referent, die in Nederland woont en heeft in juli 2012 al een inburgeringsexamen afgelegd. Hieruit volgt dat eiseres naar Nederland wenst te komen. Weliswaar verblijven de ouders, de broers en de zussen van eiseres in Algerije, maar nu niet is gebleken dat eiseres de zorg voor hen heeft of in staat zou zijn hen te onderhouden en evenmin is gebleken van andere zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen, kan volgens verweerder niet zonder meer worden aangenomen dat eiseres een zodanige sociale binding met het land van herkomst heeft dat tijdige terugkeer naar dat land redelijkerwijs gewaarborgd is te achten. 3. Eiseres heeft betoogd dat zij wel degelijk over voldoende middelen beschikt en dat verweerder ten onrechte stelt dat de sociale binding met Algerije minder sterk is dan die met Nederland. Haar hele familie woont immers in Algerije en in Nederland heeft zij alleen referent. Bovendien is de omstandigheid dat zij zich in de toekomst in Nederland wil vestigen juist een reden om zich aan de regels te houden en op tijd terug te keren naar Algerije. Eiseres heeft zich tot slot op het standpunt gesteld dat verweerder haar ten onrechte niet heeft gehoord. 4. De rechtbank overweegt als volgt. 5. Het onderhavige besluit is genomen op basis van artikel 32 van Verordening (EG) nummer 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (hierna: de Visumcode), en met inachtneming van de Schengengrenscode (Verordening (EG) nummer 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006). 6. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Visumcode wordt bij het onderzoeken van aanvragen voor een eenvormig visum nagegaan of de aanvrager aan de inreisvoorwaarden als omschreven in artikel 5, eerste lid, aanhef en onder a, c, d, en e, van de Schengengrenscode voldoet en wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toetsing van de vraag of de aanvrager een risico van illegale immigratie of een risico voor de veiligheid van de lidstaten vertegenwoordigt, en met name, of de aanvrager het voornemen heeft het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór de geldigheidsduur van het aangevraagde visum verstrijkt. Op grond van artikel 32, eerste lid, van de Visumcode, voor zover hier van belang, wordt een visum geweigerd: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.