vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/418957 / HA ZA 12-589 Vonnis van 19 juni 2013 in de zaak van mr. [curator] QQ zijn zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de stichting Stichting Urban Organism, wonende te [woonplaats], eiser, advocaat mr. M.A.D. Posthumus Meyjes te Den Haag, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats], gedaagde, advocaat mr. J.H. Pelle. Partijen worden hierna de curator en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.1 Het procesverloop blijkt uit: - de dagvaarding van 2 mei 2012 met producties; - de conclusie van antwoord met producties; - het vonnis van 25 juli 2012 waarin een comparitie van partijen is gelast; - het proces-verbaal van de op 20 december 2012 gehouden comparitie van partijen; - het rolbericht van 16 maart 2013 waarin de curator vonnis heeft gevraagd. 1.2 Tot slot is een datum voor vonnis bepaald. 2De feiten 2.1 Op 5 april 2011 is de stichting Stichting Urban Organisation 2009 (hierna: UO) failliet verklaard met benoeming van de curator als curator. 2.2 Het bestuur van UO bestond uit de stichting Stichting Aquarius Consulting Engineers & Architects (hierna: Aquarius) en de vereniging Vereniging Vrienden van de Koningstoren (hierna: Koningstoren). [gedaagde] was enig bestuurder van Aquarius en van Koningstoren. 2.3 De activiteiten van UO zijn in de statuten omschreven als: “het organiseren van een jaarlijkse te houden conferentie onder de naam: “Yearly Conference on Urban Organism”; Het bij de conferentie laten ontstaan van initiatieven, discussies en activiteiten op het gebied evan wonen en werken in combinatie met energie-innovatie, duurzaamheid en schone lucht met als sleutelwoord “sustainability”. 2.4 Op 2 september 2009 heeft UO een conferentie georganiseerd onder de naam “Urban Organism 2009”en met als ondertitel “Duurzame stad, stad van de toekomst” (hierna: de conferentie). De conferentie hield verband met het project De Koningstoren te Den Haag. UO heeft geen andere activiteiten ontplooid dan het organiseren van de conferentie. 2.5 De organisatie van de conferentie is in 2008 aangevangen. In eerste instantie was het de bedoeling dat de conferentie zou plaatsvinden op 20 mei 2009, tegelijk met en op dezelfde locatie als The Hague Jazz. Gestreefd werd naar een deelnemersaantal van circa 300. UO had contacten met derden die tot de doelgroep van de conferentie behoorden dan wel relaties hadden die tot deze doelgroep behoorden. Deze derden, voornamelijk bouwbedrijven en projectontwikkelaars, hadden sponsoring toegezegd en hadden toegezegd voor circa 100 betalende deelnemers te kunnen zorgen. 2.6 Voor de organisatie van de conferentie maakte UO gebruik van externe bureaus. In de periode van januari 2009 tot en met mei 2009 hebben twee bureaus in opdracht van UO werkzaamheden verricht. UO heeft de facturen van deze bureaus niet voldaan. Deze bureaus hebben bij de curator vorderingen ingediend van € 23.235,75 en € 6.291,83. 2.7 Kort voor 20 mei 2009 heeft UO besloten de conferentie niet door te laten gaan, in verband met “terugtrekkende bewegingen” van de onder 2.5 bedoelde bouwbedrijven en projectontwikkelaars, die vanwege de verslechterde economische omstandigheden en de effecten daarvan in hun branche hun afspraken/toezeggingen niet langer bleken te kunnen/willen nakomen. 2.8 Kort na het onder 2.7 bedoelde besluit kwam UO in contact met Clockround Events, die te kennen gaf later dat jaar alsnog de conferentie te kunnen organiseren voor 500 tot 700 mensen, die voor deelname € 295 exclusief btw zouden moeten betalen. Eind mei 2009 hebben UO en Clockround Events een overeenkomst gesloten, uit hoofde waarvan Clockround Events de “all in organisatie” zou verzorgen voor de conferentie, die op 2 september 2009 zou plaatsvinden. In de overeenkomst is een betalingsschema opgenomen van twee voorschotnota’s (met 1 juli en 1 augustus 2009 als betalingsdata ) en een nacalculatie op 15 september 2009. 2.9 Na het sluiten van de onder 2.8 bedoelde overeenkomst is de volgende begroting opgesteld voor de conferentie: “Baten realisatie begroting totaal ---------------------------------------- ------------------------------- ------------------------- € € Deelnemers (500-700) 147.500 (206.500) Sponsoren 20.000 25.000 Gemeente Den Haag 10.000 Bijzondere inkomsten 4.500 ------------- ------------- 20.000 187.000 Lasten ------------------------------------------- € € Organisatie en conferente 25.596 7.500 Medewer(st)ers 12.000 Startwerkzaamheden 3.000 Overige algemene kosten 2.907 0 Programma en sprekers 20.000 Pers,adverstenties e.d. 3.505 10.000 Productie infra, facilitair en draaiboeken e.d 25.000 Congres hospitality 5.000 Genodigden en reiskosten 5.000 Congres veiligheid 7.500 Congres overige kosten 20.000 Voorbereidingen 2008/2009 72.000 --------------- ------------------ 32.008 187.000 -12.008 0” 2.10 In juni 2009 heeft [gedaagde] een deel van een vordering gecedeerd aan UO. Het gaat om een bedrag van € 460.000 van een vordering van € 920.000 die [gedaagde] stelt te hebben op de ANWB in verband met het verbeuren van bij vonnis van 31 januari 2006 opgelegde dwangsommen. 2.11 Op 13 juli 2009 verkreeg UO de toezegging van een aantal (bouw)bedrijven, die inhield dat zij zich hadden gecommitteerd in totaal 80 kaarten voor de conferentie in eigen relatiekring te doen aankopen of deze zelf aan te kopen. 2.12 In juli 2009 is een conflict ontstaan tussen Clockround Events en UO en is de samenwerking beëindigd. Clockround Events heeft een vordering van € 54.002,70 ingediend bij de curator ter zake van de eerste voorschotnota. 2.13 UO is heeft vervolgens besloten de conferentie door te laten gaan en heeft het bureau Rostra opdracht gegeven om de conferentie (verder) te organiseren. Op 28 juli 2009 heeft Rostra een voorschotnota van € 35.700 gezonden aan UO. 2.14 Op 21 augustus 2009 heeft de advocaat van Rostra aan UO geschreven dat Rostra niet in staat is haar verantwoordelijkheid voor de organisatie van de conferentie waar te maken, aangezien: “Door cliënte aangeschreven door u opgegeven sponsors hebben tot dusverre ofwel niet gereageerd ofwel laten weten dat zij ten onrechte als zodanig waren aangemerkt. Het aantal verwachte deelnemers is tot dusverre ver bij de verwachtingen achtergebleven. Cliënte is bovendien te ore gekomen dat de stichting een zeer twijfelachtige debiteurenstatus heeft. De optie op het World Forum, die aanvankelijk tot 12 augustus 2009 is verleend, is in overleg met u tot 19 augustus verlengd maar inmiddels geannuleerd. (...) Bijgaand treft u het concept aan voor de aan deelnemers en inleiders te verzenden brief; deze heeft ten doel de schade voor alle betrokkenen zo veel mogelijk te beperken. Gaarne verneem ik nog hedenmiddag uw eventuele commentaar, zodat tot uitzending kan worden overgegaan. (...)” Hierop heeft UO € 15.000 voldaan aan Rostra. 2.15 Eind augustus 2009, toen bleek dat World Forum de zaal niet ter beschikking wilde stellen aan UO, is de locatie van de conferentie veranderd naar hotel Bel Air te Den Haag. UO heeft een lening van € 15.000 verkregen van een architectenbureau en heeft het geleende bedrag meteen overgemaakt aan Bel Air als betaling van de kosten van de zaalhuur. 2.16 De conferentie is bezocht door 43 betalende deelnemers. 2.17 UO, die voorafgaand aan de conferentie geen sponsorovereenkomsten en evenmin een bijdrage van de gemeente Den Haag had ontvangen, heeft na de conferentie tevergeefs getracht de gemeente Den Haag te bewegen om het tekort te dekken en heeft vervolgens haar faillissement aangevraagd. 3Het geschil 3.1 De curator vordert dat [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt veroordeeld tot betaling aan de curator van het gehele boedeltekort dan wel schadevergoeding op te maken bij staat en de proceskosten, waaronder de beslagkosten. 3.2 De curator stelt dat: I [gedaagde] op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk is voor de door UO geleden schade, bestaande uit het gehele boedeltekort, aangezien hem een ernstig verwijt treft omdat hij de organisatie van de conferentie is aangevangen zonder een startbegroting en zonder enige dekking en/of startkapitaal of zicht daarop en dat hij de organisatie van het congres heeft voortgezet toen hem duidelijk had moeten zijn dat de inkomsten ver achter bleven bij de gemaakte en/of begrote kosten; II [gedaagde] op grond van artikel 6:162 BW jegens de gezamenlijke crediteuren van failliet aansprakelijk is voor schade ter grootte van het boedeltekort als gevolg van: a. het aangaan van verplichtingen door [gedaagde] namens UO terwijl hij wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat UO niet binnen redelijke termijn in staat zou zijn haar verplichtingen na te komen en evenmin verhaal zou bieden voor de door deze wanprestatie veroorzaakt schade van de wederpartij; b. [gedaagde] de activiteiten van UO heeft voortgezet na het moment van feitelijke insolventie; III [gedaagde] op grond van artikel 6:162 BW jegens de gezamenlijke crediteuren van failliet en jegens failliet aansprakelijk is voor schade als gevolg van het nalaten een deugdelijke administratie te voren bij failliet. 3.3 [gedaagde] voert gemotiveerd verweer. 3.4 Voor zover van belang worden de standpunten van partijen hierna besproken. 4De beoordeling 4.1 Niet in geschil is dat [gedaagde] middellijk bestuurder was van UO. De curator heeft onweersproken gesteld dat in feite één natuurlijk persoon ([gedaagde]) betrokken was bij UO. Door [gedaagde] is niet betwist dat hij in feite de gang van zaken binnen UO bepaalde. 4.2 [gedaagde] heeft niet weersproken dat de curator namens de gezamenlijke crediteuren een vordering tegen hem kan instellen op grond van artikel 6:162 BW. 4.3 De curator heeft onweersproken gesteld dat toen UO in 2008 begon met de organisatie van de conferentie geen sprake was van een startkapitaal en ook niet van een (start)begroting. Op dat moment had UO wel de onder 2.5 bedoelde toezeggingen van bouwbedrijven en projectontwikkelaars, die zicht gaven op sponsoring en betalende deelnemers. Ten aanzien van de beslissing om onder deze omstandigheden de conferentie te gaan organiseren en in verband daarmee verplichtingen aan te gaan, valt [gedaagde] geen verwijt te maken, mede gelet ook op het feit dat er toen voldoende tijd was om voor de geplande datum van de conferentie een en ander nader uit te werken en rond te krijgen. 4.4 [gedaagde] treft evenmin een verwijt ten aanzien van de daaropvolgende periode, tot aan het besluit om de conferentie in mei 2009 niet door te laten gaan. Dat, achteraf bezien de organisatie wellicht op een meer doelmatige wijze had kunnen geschieden, is daartoe onvoldoende. Er zijn evenmin voldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat [gedaagde] in deze periode - waarin zicht was op inkomsten uit sponsoring en betalende deelnemers – als middellijk bestuurder verbintenissen namens UO is aangegaan terwijl hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat UO niet binnen redelijke termijn in staat zou zijn haar verplichtingen na te komen en evenmin verhaal zou bieden voor de door deze wanprestatie veroorzaakte schade van de wederpartij. Indien en voor zover in deze periode sprake was van de door de curator gestelde situatie van feitelijke insolventie en het ontbreken van een deugdelijke administratie, blijkt niet dat dit heeft geleid tot de door de curator gestelde benadeling van schuldeisers. 4.5 Eind mei 2009 was de uitgangssituatie voor het organiseren van de conferentie niet rooskleurig. De conferentie was wel inhoudelijk voorbereid - er was een programma en er waren sprekers - maar: i.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.