beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2013/1 zaak-/rekestnummer: 434660/ KG RK 13-34 kenmerk: 1093674 / 11-6231 datum beschikking: 4 februari 2013 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van: de besloten vennootschap IMBO Vastgoed B.V., gevestigd te Muiden, verzoekster, tevens eiseres in de hoofdzaak, gemachtigde: mr. R.J.G. Mengelberg, tegen de besloten vennootschap Praxis Automation Technology B.V., gevestigd te Leiderdorp, gedaagde in de hoofdzaak, gemachtigde: mr. C.M. van der Burg, strekkende tot wraking van: mr. F.P.L.M. Vennix, kantonrechter in de rechtbank te ’s-Gravenhage. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop In de civiele procedure tussen verzoekster en Praxis Automation Technology B.V. (hierna te noemen: Praxis) heeft de kantonrechter op 7 maart 2012 een tussenvonnis gewezen, waarin Praxis wordt toegelaten bewijs te leveren van haar stellingen. Op 24 mei 2012 heeft de kantonrechter vier getuigen aan de zijde van Praxis gehoord. Op 20 november 2012 is het getuigenverhoor van 24 mei 2012 voortgezet. Tijdens het verhoor van de eerste getuige heeft de kantonrechter de zitting tweemaal geschorst. Na de tweede schorsing heeft mr. Mengelberg meegedeeld dat hij en zijn cliënt het verhoor niet langer zouden bijwonen en zich zouden beraden op een wrakingsverzoek. Daarop heeft de kantonrechter het verhoor geschorst. Op 27 november 2012 heeft de griffier een brief aan mr. Mengelberg gestuurd met het verzoek om uiterlijk op 30 november 2012 uitsluitsel te geven over de vraag of er een wrakingsverzoek zou worden ingediend. Op (vrijdag) 30 november 2012 heeft de rechtbank, sector kanton, locatie Leiden een brief van mr. Mengelberg ontvangen, waarin hij onder meer schrijft: “ik kom begin volgende week op de kwestie terug”. Op (donderdag) 6 december 2012 heeft de griffier een brief aan mr. Mengelberg gestuurd, waarin onder meer staat: “Aangezien er nog steeds geen bericht van u is ontvangen, is er voor het nog langer geschorst houden van de procedure geen grond meer aanwezig”. In deze brief zijn vervolgens verhinderdata opgevraagd. Op 10 december 2012 was er een stroomstoring in Leiden, waardoor het faxapparaat van de rechtbank, sector kanton te Leiden enkele dagen niet heeft gewerkt. Op 3 januari 2013 heeft de griffier een brief met bijlagen van mr. Mengelberg ontvangen. Deze bijlagen betroffen een per fax verzonden brief van mr. Mengelberg van 10 december 2012 inhoudende een wrakingsverzoek en een bijbehorend faxjournaal. Bij brief van 14 januari 2013 heeft de kantonrechter gereageerd op het tegen hem ingediende wrakingsverzoek. Per fax van 18 januari 2013 heeft mr. Van der Burg namens Praxis een reactie op het wrakingsverzoek gegeven. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 21 januari 2013 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Namens verzoekster is verschenen de heer [A.], bijgestaan door de gemachtigde mr. Mengelberg. Tevens zijn verschenen de heer [B.] namens Praxis, bijgestaan door de gemachtigde mr. Van der Burg. Het wrakingsverzoek is door de gemachtigde van verzoekster toegelicht. 3Het standpunt van verzoekster Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. De kantonrechter heeft tijdens de zittingen die in de zaak tussen verzoekster en Praxis zijn gehouden er blijk van gegeven geen regie te kunnen houden tijdens de zitting. Verzoekster heeft tijdens het getuigenverhoor op 20 november 2012 bij monde van haar gemachtigde bezwaar gemaakt tegen de manier waarop de kantonrechter vragen stelde aan de getuige. Daarop heeft de kantonrechter het verhoor geschorst. Na de hervatting van het getuigenverhoor heeft verzoekster wederom bezwaar gemaakt tegen de wijze van ondervragen, waarop de kantonrechter het verhoor nogmaals heeft geschorst. De kantonrechter heeft daarbij niet aangegeven wat het doel daarvan was. Volgens verzoekster heeft de kantonrechter met de schorsing duidelijk gemaakt zijn wijze van ondervragen niet te wijzigen en verzoeksters bezwaren tegen de ondervragingsmethode niet te zullen honoreren. 4Het standpunt van mr. Vennix De kantonrechter stelt zich op het standpunt dat verzoekster en hij van mening verschillen over de wijze waarop het getuigenverhoor in deze zaak dient plaats te vinden. Vanwege de vele en toenemende interrupties heeft hij het verhoor tweemaal geschorst, in de hoop het verhoor weer werkbaar te kunnen vervolgen. Het verschil van mening tussen verzoekster en de kantonrechter heeft geen invloed op de rechterlijke onpartijdigheid. 5De beoordeling 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.