Rechtbank DEN HAAG Kinderrechter Rekestnummer: 13-1089 Zaaknummer: C/09/441956 Datum beschikking: 9 juli 2013 Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling Beschikking op het op 1 mei 2013 ingekomen verzoekschrift van: de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Den Haag zuid/Rijswijk (verder: Bureau Jeugdzorg), met betrekking tot de minderjarige: - [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats], kind van: [belanghebbende A], de vader, wonende te [woonplaats A], en [Belanghebbende B], de moeder, wonende te [woonplaats A], die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De minderjarige verblijft feitelijk bij de vader. Procedure Bij beschikking d.d. 13 mei 2013 heeft de kinderrechter in deze rechtbank de ondertoezichtstelling van de minderjarige verlengd van 13 mei 2013 tot 13 juli 2013 en het verzoek voor het overige aangehouden tot de zitting van heden. De kinderrechter heeft kennisgenomen van: de voornoemde beschikking d.d. 13 mei 2013 waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd; het verzoekschrift met bijlagen; de brief d.d. 8 juli 2013 met bijlagen van de advocaat van de vader, mr. E.A. Kazzaz-de Hoog. Op 9 juli 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen: [belanghebbende C], namens Bureau Jeugdzorg; de vader, bijgestaan door mr. E.A. Kazzaz-de Hoog; de minderjarige. De minderjarige is op 9 juli 2013 in raadkamer gehoord. Verzoek Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar. De grond voor het verzoek van Bureau Jeugdzorg is, blijkens de stukken, gelegen in het navolgende. Er is sprake van een positieve ontwikkeling bij de minderjarige. Om deze positieve ontwikkeling voort te kunnen zetten is structuur en directe begeleiding noodzakelijk. De vader biedt weerstand tegen de hulpverlening en werkt onvoldoende mee. Ook is er sprake van een loyaliteitsconflict, doordat de ouders het belang van de minderjarige onvoldoende voorop zetten. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de positieve ontwikkeling vast te houden en om ervoor te zorgen dat de begeleiding en behandeling wordt voortgezet. De vader heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling De moeder is opgeroepen, doch niet verschenen. De kinderrechter acht haar goed opgeroepen, aangezien uit de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie blijkt dat zij woonachtig is op het adres waarnaar de oproep is verstuurd. Onder verwijzing naar bovengenoemd verzoekschrift heeft [belanghebbende C] namens Bureau Jeugdzorg het verzoek ter terechtzitting gehandhaafd. In aanvulling op het verzoekschrift heeft zij naar voren gebracht dat er nog zorgen bestaan over de sociaal-emotionele ontwikkeling van de minderjarige en dat gelet hierop de minderjarige gebaat is bij voortzetting van de gespecialiseerde naschoolse opvang. Mr. Kazzaz-de Hoog heeft namens de vader aangevoerd dat het goed gaat met de minderjarige en dat er geen gronden meer aanwezig zijn voor een verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling niet, althans onvoldoende, aanwezig zijn. Daarbij overweegt de kinderrechter dat er sprake is van een positieve ontwikkeling bij de minderjarige. Op dit moment zijn er geen wezenlijke zorgen meer omtrent de minderjarige, zodat niet aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling wordt voldaan. Dit betekent dat het verzoek wordt afgewezen. Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: wijst af het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2013, in tegenwoordigheid van B.P. Reiff als griffier. Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.