← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ2628

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 12/9874 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 7 februari 2013 in de zaak tussen [eiseres], te [plaats], en de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, verweerder Zitting De mondelinge behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 7 augustus

  1. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar echtgenoot. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. de Bluts. De rechtbank heeft na het onderzoek te hebben gesloten bij mondelinge uitspraak het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard en verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht. Overwegingen Bij het bestreden besluit van 5 oktober 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard tegen een beslissing van 16 augustus 2012, waarbij een plan van aanpak voor eiseres is opgesteld in het kader van haar re-integratie. In dit plan wordt als door eiseres te ondernemen activiteit vermeld: “betrokkene gaat zich de komende 6 weken oriënteren op de arbeidsmarkt”. Bij de uitspraak van 23 september 2009 (LJN BJ8466) heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat ene plan van aanpak een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 Awb. Bij de uitspraak van 16 mei 2012 (LJN BW6282) heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat een plan van aanpak een besluit is als de uit de wet voortvloeiende rechten en verplichtingen voor de verzekerde (nader) worden geconcretiseerd. In het plan van aanpak van 16 augustus 2010 wordt op geen enkele manier aangegeven wat eiseres nu daadwerkelijk moet gaan doen en welk concreet resultaat zij na de genoemde 6 weken bij het vervolggesprek met de arbeidsdeskundige moet kunnen laten zien. Dat brengt de rechtbank tot het oordeel dat onvoldoende sprake is van het concretiseren van voor eiseres uit de wet voortvloeiende verplichtingen (met name in het licht van artikel 45, eerste lid, onder p, Ziektewet) om van een besluit te kunnen spreken. Daarom is het beroep gegrond en wordt het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank voorziet met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onder c, Awb, zoals dat luidde vóór 1 januari 2013, zelf in de zaak door het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk te verklaren. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - verklaart het bezwaar ven eiseres tegen de beslissing van 16 augustus 2012 niet-ontvankelijk; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 42,-- aan eiseres te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, rechter, in aanwezigheid van W. Colpa, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 februari
  2. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.