← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ4450

RECHTBANK DEN HAAG Kinderrechter Rekestnummer: JE RK 13-449 Zaaknummer: C/09/437444 Datum beschikking: 26 februari 2013 Nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg Beschikking op het op 18 februari 2013 ingekomen verzoekschrift van: de Stichting Bureau Jeugdzorg [plaats] (verder: Bureau Jeugdzorg), met betrekking tot de minderjarige: [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], kind van: [de moeder], de moeder, wonende te [woonplaats], die het ouderlijk gezag alleen uitoefent, en erkend door [de vader], de vader. De minderjarige verblijft feitelijk in [naam instelling] te [plaats]. Procedure De kinderrechter heeft kennisgenomen van: - het verzoekschrift met bijlage(n) waaronder de verklaring van Bureau Jeugdzorg dat een situatie als bedoeld in artikel 29b, derde lid, van de Wet op de Jeugdzorg zich voordoet; - de instemmingsverklaring d.d.22 februari 2013 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 29b,vijfde lid, van de Wet op de Jeugdzorg, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht; - het indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg d.d. 15 februari

  1. Op 26 februari 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen: mevrouw Y. Doornebosch namens Bureau jeugdzorg, de moeder, de minderjarige, bijgestaan door mr. J.H. Weermeijer. Feiten De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 19 februari 2013 de Raad voor Rechtsbijstand te 's-Gravenhage bevolen een advocaat aan de minderjarige toe te voegen. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 4 september 2012 de minderjarige onder toezicht gesteld van 8 september 2012 tot 8 juni
  2. Bij beschikking d.d. 4 september 2012 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om de minderjarige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg te doen opnemen en te doen verblijven van 8 september 2012 tot 4 maart
  3. Verzoek en verweer Het verzoek strekt tot machtiging de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de ondertoezichtstelling. De moeder heeft ingestemd met het verzochte, althans heeft zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. De advocaat heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna - voor zover nodig - zal worden besproken. Beoordeling Mevrouw Doornebosch heeft verklaard dat de minderjarige zo snel mogelijk overgeplaatst zal worden naar [naam], waarbij zij hoopt dat aldaar meteen in een (meer) open groep kan worden geplaatst, omdat de minderjarige nu al veel zelfstandig doet. Daarnaast heeft de minderjarige veel doelen behaald. Echter een open crisisplek ter overbrugging naar [naam] wordt niet in belang van de minderjarige geacht. De moeder heeft verklaard dat zij met het verzoek instemt en zich kan vinden in de lijn die is uitgezet. Mr. Weermeijer heeft aangevoerd dat niet aan de formele eisen is voldaan en dat het verzoek afgewezen dient te worden. Voorts heeft hij aangevoerd dat verdere behandeling in het belang van de minderjarige is en verzoekt hij subsidiair het verzoek toe te wijzen voor maximaal drie maanden, zodat de minderjarige zo snel mogelijk overgeplaatst kan worden. De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de minderjarige ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen heeft die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg noodzakelijk zijn om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die zij nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat aan de formele eisen is voldaan, aangezien een instemmingsverklaring en indicatiebesluit zijn overgelegd. Dat het inmiddels beter gaat met de minderjarige en zij baat heeft bij de behandeling, betekent niet dat er geen gronden meer zijn voor een gesloten plaatsing. Immers, de behandeling die is ingezet dient op een veilige en verantwoorde wijze te worden voortgezet om te voorkomen dat de minderjarige afglijdt naar de situatie van voor de gesloten plaatsing. Met de machtiging kan gewerkt worden naar plaatsing in een open setting, waarbij de kinderrechter er van uit gaat dat de minderjarige op korte termijn overgeplaatst wordt naar [naam]. Naar het oordeel van de kinderrechter leidt dit voorgenomen traject er niet toe dat de machtiging voor kortere duur zou moeten worden verleend, nu de wetgever met de bepaling van artikel 29h, zesde lid van de Wet op de Jeugdzorg, juist mogelijk heeft willen maken dat deze trajectaanpak plaats heeft binnen de machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: machtigt de Stichting Bureau Jeugdzorg [plaats] de minderjarige te doen opnemen en te doen verblijven in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg zoals bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de Wet op de Jeugdzorg van 4 maart 2013 tot 8 juni 2013, zulks ter effectuering van het aangehechte indicatiebesluit d.d. 18 februari
  4. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Dam, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2013, in tegenwoordigheid van F.M. Coppens als griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.