VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 12/11458 BESLU en AWB 13/513 BESLU uitspraak ingevolge artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek om een voorlopige voorziening en op het beroep van [eiseres], te [plaats], (gemachtigde: mr. D.H. van Tongerlo), tegen het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder. I Procesverloop Op 12 september 2011 heeft eiseres verweerder verzocht om afgifte van een huisvestingsvergunning voor bewoning van een woonwagen op de standplaats [a-straat 1], te Gouda (hierna: de standplaats). Bij besluit van 4 oktober 2011 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Bij brief van 14 november 2011 heeft eiseres een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Bij besluit van 30 oktober 2012, verzonden op 5 november 2012, heeft verweerder, conform het advies van de bezwaarschriftencommissie Gouda, het besluit van 12 september 2011 herroepen. Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 13 december 2012 een beroepschrift ingediend. Tevens heeft zij bij brief van 20 januari 2013 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek om voorlopige voorziening is op 19 februari 2013 ter zitting behandeld. Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens verweerder is F.A. Bottenberg verschenen. II Overwegingen 1.1 Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 1.2 Op grond van het bepaalde in artikel 8:86 van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. Er bestaat aanleiding om in dit geval van laatstgenoemde bevoegdheid gebruik te maken. 2.1 Ingevolge artikel 7:11, eerste lid, van de Awb vindt, indien het bezwaar ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats. 2.2 Ingevolge artikel 7:11, tweede lid, van de Awb herroept, voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, het bestuursorgaan het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit. 3.1 Op 19 oktober 2012 heeft de bezwaarschriftencommissie verweerder, kort samengevat, geadviseerd het bestreden besluit te herroepen omdat niet is voldaan aan de gemeentelijke procedure met betrekking tot het verlenen van een huisvestingsvergunning voor woonwagenstandplaatsen, zoals voorgeschreven in de Huisvestingsverordening Gouda 2009 (hierna: de Huisvestingsverordening). Het besluit de gevraagde huisvestingsverordening af te wijzen is voorbarig en dus onrechtmatig geweest. De bezwaarschriftencommissie heeft de bezwaren van eiseres niet inhoudelijk beoordeeld. 3.2 In het bestreden besluit heeft verweerder het advies van de bezwaarschriftencommissie gevolgd en het besluit van 4 oktober 2011 herroepen. 3.3 Door middel van publicatie in de Goudse Post van 14 november 2012 en door toezending van een brief op 12 november 2012 aan alle personen die op de belangstellendenlijst staan is het beschikbaar komen van de woonwagenstandplaats conform de gemeentelijke procedure bekend gemaakt. Eiseres heeft op 13 november 2012 schriftelijk kenbaar gemaakt belangstellend te zijn. Naast eiseres hebben tien andere kandidaten kenbaar gemaakt belangstelling te hebben voor de standplaats. Verweerder heeft een selectie gemaakt van de kandidaten en hierbij is eiseres aangemerkt als nummer zes in de rangorde. Bij besluit van 11 januari 2013 heeft verweerder de aanvraag van eiseres, onder verwijzing naar de aanvraag van 12 september 2011, afgewezen. Tegen dit besluit heeft eiseres een bezwaarschrift bij verweerder ingediend. Verweerder heeft dit bezwaar als beroep aangemerkt en doorgezonden naar de rechtbank (AWB 13/909 BESLU). 4.1 De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen in geschil is of het besluit van 11 januari 2013, in samenhang met het besluit van 30 oktober 2012, gezien moet worden als een beslissing op het bezwaar van 14 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.