beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/430912 / HA RK 12-667 Beschikking van 12 maart 2013 in de zaak van [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, advocaat mr. L.J. van Rooijen te Rotterdam, tegen 1. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Amsterdam, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid COMFORTA NIEUWKOOP B.V., gevestigd te Nieuwkoop, verweerders, advocaat mr. J. Boer te Amsterdam. Partijen zullen hierna “[verzoekster]”, “Delta Lloyd” en “Comforta” genoemd worden. 1. De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 9 november 2012, met eenendertig producties; - het verweerschrift; - de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 januari 2013. 1.2. Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald. 2. De feiten 2.1. Op 16 december 2002 heeft [verzoekster] in een afgesloten ruimte een leren jas ingespoten met een door Comforta in het verkeer gebrachte “anti-rain spray”. Door het inademen van de spray heeft [verzoekster] longklachten opgelopen (hierna: “het inhalatie-incident”). In verband met de klachten heeft [verzoekster] gedurende zes dagen in het ziekenhuis gelegen. 2.2. Delta Lloyd is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Comforta. Delta Lloyd heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het inhalatie-incident erkend en de schadeafwikkeling ter hand genomen. 2.3. In het kader van de schaderegeling hebben partijen longarts prof. dr. J. Postmus (hierna: “Postmus”) opdracht gegeven een medische expertise te verrichten. 2.4. In het rapport van Postmus van 12 augustus 2010 is – voor zover relevant – het volgende vermeld: “(…) Samenvatting 48-jarige vrouw met veel kortademigheidklachten ontstaan na inhalatie “rainprotector spray” in december 2001 [2002]. Beeld van alveolitis geobjectiveerd, na hoge doses corticosteroiden sterk verbeterd. Restverschijnselen: iets verlaagde diffusiecapaciteit en anamnestisch persisterend hyperreactiveit; dit wordt gekarakteriseerd als RADS (reactieve airways dysfunction syndrome). De ernst van de klachten van patiënten is moeilijk te objectiveren. Haar klachten lijken sterk gekleurd door de aangetoonde psychiatrische problematiek. Mede hierdoor is het verrichte inspanningsonderzoek nauwelijks van waarde. Conclusie Anamnestisch hyperreactiviteit en iets verlaagde diffusiecapaciteit ruim 8 jaar na alveolitis door inhalatie toxische stof (RADS). (…)” 2.5. Vervolgens is [verzoekster] op gezamenlijk verzoek van partijen onderzocht door prof. dr. R.J. van den Bosch (hierna: “Van den Bosch”) en prof. dr. H.J.C. van Marle (hierna: “Van Marle”). In het op 13 januari 2011 uitgebrachte rapport komen Van den Bosch en Van Marle tot de volgende conclusie: “(…) Betrokkene is lijdende aan een aanpassingsstoornis met gemengd angstige en depressieve stemming, gekenmerkt door lusteloosheid, nerveuze spanning, concentratiestoornissen, angstaanvallen, vermoeidheid, depressiviteit en prikkelbaarheid. Er zijn geen aanwijzingen voor een persoonlijkheidsstoornis, zij het dat betrokkene haar klachten emotioneel en expressief naar voren brengt. Deze wijze van klachtenpresentatie wordt door de eerdere artsen ook al vermeld. In termen van adaptatie blijkt dat betrokkenen erg externaliseert en de bron van haar problemen voornamelijk buiten zichzelf legt, in casu bij de door haar ervaren kwaliteit van werken die beneden haar kunnen zou zijn. In deze blijkt betrokkenen erg ambitieus. Hierbij zijn transculturele aspecten mogelijk aanwezig in de vorm van de normen en waarden die zij bij haar opvoeding in Servië heeft meegekregen. Niet te ontkennen valt dat zij een gedegen vooropleiding heeft gehad. Uit de stukken en uit betrokkenes eigen relaas komt geen verband met het inhalatie-incident d.d. 16.12.02. Bovenstaande symptomatologie vertoonde betrokkene al hiervoor. Ten tijde van het inhalatie-incident zat zij al in de ziektewet vanwege (psychische) problemen in verband met haar werk. Het inhalatie-incident heeft wel lichamelijke beperkingen bij betrokkene opgeleverd in de vorm van een perfusiestoornis, maar haar inspanningsvermogen is, zo blijkt uit de desbetreffende stukken, genormaliseerd. De ervaring van de inhalatie is, zo blijkt uit de desbetreffende stukken, genormaliseerd. De ervaring van de inhalatie is natuurlijk een traumatische geweest. Bij betrokkene valt echter geen posttraumatische stress stoornis vast te stellen. Wel kunnen wij als onderzoekers ons goed voorstellen dat betrokkene erg geschrokken is en de herinnering daaraan haar niet snel zal verlaten. Deze ervaring wordt echter gesuperponeerd op de al eerder bestaande klachten en aanvallen die betrokkene en de haar destijds onderzoekende artsen rapporteren. Betrokkene klaagt erover dat na het inhalatie-incident de frequentie van deze aanvallen is toegenomen. Een duidelijk verband met de somatische implicaties van de inhalatie is hierbij echter niet aan te tonen. Het ligt veel meer in de rede dat de door patiënte geconstateerde toename in frequentie te maken heeft met psychische problematiek zoals boven beschreven, i.c. de aanpassingsstoornissen in het werk en in haar privéleven. De bovenstaande beperkingen zijn dan ook niet het gevolg van de inhalatie van de anti-rain spray. (…)” In het rapport van Van den Bosch en Van Marle is verder – voor zover relevant – vermeld: “(…) Indien het incident betrokkene niet was overkomen achten ondergetekenden de situatie van betrokkene gelijk aan zoals die nu is. (…)” 3. Het geschil 3.1. [verzoekster] verzoekt – zakelijk weergegeven – bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”): a. te bepalen dat de door [verzoekster] ervaren, in het rapport van Van den Bosch en Van Marle omschreven psychische klachten, het gevolg zijn van het [verzoekster] op 16 december 2002 overkomen inhalatie-incident; b. Delta Lloyd en Comforta te veroordelen een voorschot op de door [verzoekster] geleden schade te voldoen ad € 100.000,--; c. de kosten van deze procedure aan de zijde van [verzoekster] te begroten en Delta Lloyd en Comforta te veroordelen tot betaling van deze kosten. 3.2. [verzoekster] legt aan haar verzoek ten grondslag dat Van den Bosch en Van Marle ten onrechte de conclusie hebben getrokken dat de (toename van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.