← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7304

RECHTBANK DEN HAAG Kinderrechter Rekestnummer: JE RK 13-493 Zaaknummer: C/09/437780 Datum beschikking: 19 maart 2013 Verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing Beschikking op het op 21 februari 2013 ingekomen verzoekschrift van: [mevrouw A], de moeder, wonende te [plaats A], advocaat: mr. S. van der Eijk te 's-Gravenhage, met betrekking tot de minderjarige: [minderjarige 1], geboren op [datum] 2012 te [plaats C]. Als belanghebbenden worden aangemerkt:

  1. de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, (verder: Bureau Jeugdzorg),
  2. [de heer D] de vader, wonende te ’s-Gravenhage. Procedure De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift, met als bijlage een kopie van de schriftelijke aanwijzing; - de brief, met bijlagen, d.d. 15 maart 2013 van de advocaat van de moeder. Op 19 maart 2013 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen: - de moeder met haar advocaat; - mevrouw [mevrouw E], namens Bureau Jeugdzorg; - de vader; - mevrouw [mevrouw F] en mevrouw [mevrouw G], namens de Raad voor de Kinderbescherming (gehoord als informant). Feiten - De moeder is alleen belast met het ouderlijk gezag. - De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 4 januari 2013 de minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld van 6 januari 2013 tot 21 maart 2013, met benoeming van Bureau Jeugdzorg als de stichting die de ondertoezichtstelling uitvoert. - Voorts heeft de kinderrechter in deze rechtbank bij voormelde beschikking aan Bureau Jeugdzorg machtiging verleend de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een ziekenhuis en aansluitend in een crisispleeggezin van 6 januari 2013 tot 21 maart
  3. - De minderjarige verblijft feitelijk in [instelling], een AWBZ-voorziening. - Bureau Jeugdzorg heeft de moeder een schriftelijke aanwijzing gegeven op 6 februari 2013, ertoe strekkende dat de ouders drie keer per week een begeleid bezoek hebben van anderhalf uur met de minderjarige. Deze bezoeken worden gepland in overleg tussen ouders en begeleiders van de Opvoedpoli. De bezoeken vinden plaats tussen maandag en donderdag. Verzoek en verweer Het verzoek strekt er toe de na te melden schriftelijke aanwijzing geheel dan wel gedeeltelijk vervallen te verklaren. Bureau Jeugdzorg heeft verweer gevoerd. Beoordeling Nu het verzoek binnen twee weken na toezending of uitreiking van genoemde beslissing aan de verzoekster ter griffie van deze rechtbank is ingediend, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek. De kinderrechter overweegt als volgt. Met het oog op het doel van de uithuisplaatsing is een contactregeling vastgesteld tussen de minderjarige en de ouders. De ouders kunnen bij de minderjarige op bezoek komen onder begeleiding van een medewerker van Bureau Jeugdzorg of een zorgaanbieder. Met de inzet van ambulante hulpverlening van de Stichting Jeugdformaat was het mogelijk om op werkdagen dagelijks een bezoek van anderhalf uur te realiseren. Echter, omdat deze ambulante hulpverlening slechts voor vier weken kon worden ingezet, heeft Bureau Jeugdzorg voor een vervolg hiervan de Opvoedpoli benaderd die een frequent bezoek kan begeleiden en observeren. Daarbij heeft Bureau Jeugdzorg de bezoekfrequentie teruggebracht naar het voor de Opvoedpoli maximaal haalbare, te weten drie maal per week een bezoekmoment van anderhalf uur. De ouders willen meer en langer bezoek, doch vanwege de praktische haalbaarheid en in combinatie met de zorgen over de veiligheid van de minderjarige heeft Bureau Jeugdzorg het besluit gehandhaafd tot beperking van de bezoekregeling. De kinderrechter is ter zitting gebleken dat de bezoekregeling probleemloos verloopt en dat een uitbreiding van de bezoeken, zoals ook door de Stichting Jeugdformaat is geadviseerd, geïndiceerd is. Vanwege praktische problemen van de Opvoedpoli kan hieraan geen invulling worden gegeven, doch dat neemt niet weg dat uitbreiding van de bezoekregeling, in het belang van de minderjarige is. Er staat nog niet vast of het letsel bij de minderjarige door de ouders is veroorzaakt. Gelet op de zeer jonge leeftijd van de minderjarige en de hechting met zijn ouders is de kinderrechter van oordeel dat tenminste zes contactmomenten per week noodzakelijk zijn. De kinderrechter overweegt voorts dat in het geval het contact niet begeleid kan worden door de Opvoedpoli of door een persoon uit het netwerk van de ouders, deze contacten dan maar onbegeleid dienen plaats te vinden, zulks in het belang van de minderjarige. Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: verklaart genoemde schriftelijke aanwijzing d.d. 6 februari 2013 vervallen en bepaalt dat de ouders onder begeleiding omgang met de minderjarige zullen hebben: - vijf dagen in de week 1,5 uur per dag; - in het weekend, op zaterdag of op zondag, 1,5 uur, en verklaart deze bezoekregeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. van Steen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 maart 2013, in tegenwoordigheid van A.U. Hatuina als griffier. Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift ter griffie van het Gerechtshof te Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.