RECHTBANK DEN HAAG Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/441476 / KG ZA 13-428 Vonnis in kort geding van 12 juni 2013 in de zaak van 1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid DE NEDERLANDSCHE VEREENIGING VAN POSTZEGELHANDELAREN, gevestigd te Den Haag, 2. de vennootschap onder firma POSTZEGELSHOP ANNETTE V.O.F., gevestigd te Zeist, 3. [eiser sub 3], wonende te [adres], eisers, advocaat mr. M. Schut te Amsterdam, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KONINKLIJKE POSTNL B.V., gevestigd te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam. Partijen zullen hierna worden aangeduid als enerzijds 'NVPH', 'Annette' en '[eiser sub 3]' (gezamenlijk ook wel als 'eisers') en anderzijds 'PostNL''. 1. De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 29 mei 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 1.1. Na de privatisering van het Staatsbedrijf der PTT werd op 1 januari 1989 PostNL, althans haar rechtsvoorganger PTT Post B.V., opgericht. Blijkens het handelsregister houdt PostNL zich bezig met "Het uitoefenen, al dan niet op grond van daartoe door de staat der Nederlanden verleende concessies, van activiteiten in de ruimste zin op het gebied van het vervoer van postzendingen en goederen, en het verrichten van geldhandelingen, alsmede het ten behoeve en in opdracht van derden aanbieden van produkten en diensten". 1.2. Op grond van een aanwijzing/concessie van de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie is PostNL belast met de zogenaamde 'universele postdienst', op grond waarvan zij gehouden is om op een wettelijk omschreven niveau postvervoer in Nederland te verzorgen. Uit hoofde daarvan geeft zij - onder andere - postzegels uit, die kunnen worden gebruikt als 'frankeermiddel' ('betalingswijze') voor de door haar te verrichten postvervoersdiensten. 1.3. NVPH is een vakorganisatie voor de beroepspostzegelhandel. Zij is opgericht in 1928 en heeft thans meer dan honderd leden. Blijkens artikel 3 van haar statuten luidt haar doelstelling "de instandhouding en de bevordering van de filatetelie (voorzieningenrechter: bedoeld zal zijn "filatelie") in het algemeen en van de beroepsfilatelie in het bijzonder". 1.4. Annette is opgericht op 1 maart 2010 en houdt zich bezig met de detailhandel in postzegels via postorder en internet. Haar vennoten zijn [vennoot 1]en [vennoot 2]. 1.5. [eiser sub 3] is (al circa 60 jaar) een - hobbymatig - verzamelaar van postzegels. 1.6. Na de invoering van de euro op 1 januari 2002 zijn door (de rechtsvoorganger van) PostNL geen postzegels meer uitgegeven met een frankeerwaarde in guldens c.q. guldencenten (hierna 'guldenzegels'). De daarvóór uitgegeven guldenzegels bleven echter wel hun geldigheid als frankeermiddel behouden. 1.7. Op 28 januari 2013 heeft PostNL - middels een persbericht - kenbaar gemaakt dat de guldenzegels vanaf 1 november 2013 ongeldig zijn als frankeermiddel bij de verzending van poststukken. 1.8. Op 5 maart 2013 heeft NVPH PostNL gesommeerd om de guldenzegels na 1 november 2013 als geldig betaalmiddel voor haar diensten te blijven aanvaarden, dan wel voor de ongeldigverklaring van die zegels een ruimere termijn - van tenminste twee jaar - te hanteren, met de mogelijk om de zegels gedurende die periode in te ruilen tegen andere - voor onbepaalde tijd geldige - zegels. 1.9. Op 17 april 2013 hebben Annette en [eiser sub 3] PostNL gesommeerd om hun guldenzegels ook na 1 november 2013 als betaling te aanvaarden, althans dat aan hen een reële mogelijkheid wordt geboden om die zegels in te ruilen tegen zegels die hun waarde voor onbepaalde tijd zullen behouden. 2. Het geschil 2.1. Zakelijk weergegeven vorderen eisers PostNL - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te bevelen: primair - vanaf 1 november 2013 guldenzegels te (blijven) aanvaarden als geldig frankeermiddel voor de door PostNL uit te voeren postvervoersdiensten; subsidiair - guldenzegels bij aanbieding in te ruilen tegen 'eurozegels', met een equivalente nominale waarde en een geldigheid voor onbepaalde tijd; een en ander totdat definitief is beslist in een door eisers aanhangig te maken bodemprocedure over de ongeldigverklaring van guldenzegels. 2.2. Daarnaast vordert NVPH - verkort weergegeven - PostNL, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te bevelen om het in de onderhavige procedure te wijzen vonnis openbaar te maken door middel van publicatie van een mededeling in drie landelijke dagbladen en op de homepage van de website van PostNL gedurende zes maanden. 2.3. Samengevat voeren eisers daartoe het volgende aan. PostNL is niet gerechtigd om (eenzijdig) over te gaan tot ongeldigverklaring van de guldenzegels, meer specifiek de vanaf 1 januari 1977 uitgegeven guldenzegels en de daarvóór uitgegeven guldenzegels van het type 'Juliana Regina' en de cijferzegels van het type 'Crouwel'. Bovendien kan de wijze waarop zij daaraan vorm heeft gegeven niet door de beugel, nu een (veel) te korte termijn tussen de ingangsdatum van de ongeldigheid en de mededeling daarvan in acht is genomen en geen mogelijkheid wordt geboden om de guldenzegels in te ruilen tegen eurozegels. Al van oudsher heeft PostNL (althans haar rechtsvoorganger[s]) zich bij de verkoop van postzegels voor onbeperkte tijd verplicht om de zegels in de toekomst te blijven aanvaarden als betaalmiddel voor de door haar te verrichten diensten uit hoofde van de door de bezitters van die zegels verstrekte opdrachten tot postbezorging. De kopers/bezitters van de guldenzegels mochten er in ieder geval op vertrouwen dat de zegels te allen tijde hun (frankeer)waarde blijven behouden. Op dit moment zijn nog veel ('postfrisse'/ongebruikte) guldenzegels in omloop. Zelf schat PostNL de waarde daarvan tussen € 20 miljoen en € 200 miljoen, terwijl volgens haar nog jaarlijks voor een bedrag van circa € 2 miljoen aan guldenzegels wordt gebruikt als frankeermiddel. De handel in guldenzegels is ook nog levendig. De ongeldigverklaring werkt derhalve (zeer) nadelig voor iedereen die nog in het bezit is van guldenzegels, zoals Annette, [eiser sub 3] en de leden van NVPH, die de vorderingen instelt als 'belangenbehartiger' in de zin van artikel 3:305a van het Burgerlijk Wetboek ('BW'). De guldenzegels worden per 1 november 2013 immers waardeloos, terwijl de thans aanwezige 'voorraad' niet kan worden verbruikt in een periode van slechts negen maanden. Door de plotselinge ongeldigverklaring van de guldenzegels en de wijze waarop dat gebeurt schiet PostNL toerekenbaar tekort in haar verplichtingen jegens de bezitters van de zegels, dan wel handelt zij onrechtmatig jegens hen. Op de zitting hebben eisers de grondslag van hun vorderingen nog aangevuld met een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Door middel van de onderhavige procedure beogen eisers te bewerkstelligen dat de status quo met betrekking tot de guldenzegels voorlopig wordt gehandhaafd, in afwachting van de beslissing van de rechter in een door hen - binnen twee maanden - aanhangig te maken bodemprocedure. Daarvoor is reden temeer, nu PostNL geen, althans onvoldoende, belang heeft bij de ongeldigverklaring van de guldenzegels per 1 november 2013. 2.4. PostNL heeft de vorderingen van eisers gemotiveerd bestreden. Voor zover nodig zal haar verweer hierna worden besproken. 3. De beoordeling van het geschil 3.1. Zoals hiervoor al aangegeven strekken de vorderingen van eisers ertoe, dat vooralsnog - in afwachting van de beslissing van de bodemrechter - geen uitvoering wordt gegeven aan de door PostNL op 28 januari 2013 bekendgemaakte ongeldigverklaring van de guldenzegels per 1 november 2013. Bij de beoordeling van de vorderingen zal - op basis van de thans voorhanden zijnde stukken en de gemotiveerde stellingen van partijen over en weer - mede moeten worden ingeschat hoe de bodemrechter zal beslissen in een aan hem voor te leggen geschil. Van toewijzing van (één van) de vorderingen kan alleen dan sprake zijn, indien met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de bodemrechter in een aan hem voorgelegde procedure zal beslissen dat de guldenzegels niet ongeldig mogen worden verklaard, althans dat voor de bekendmaking van een dergelijke maatregel een ruimere termijn dan negen maanden in acht moet worden genomen en/of de mogelijkheid moet worden geboden de guldenzegels in te ruilen tegen eurozegels. 3.2. PostNL heeft de vorderingen van eisers en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen uitvoerig en gemotiveerd bestreden. Zonder volledig te zijn, heeft zij - verkort weergegeven - onder andere het navolgende aangevoerd. (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.