beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2014/50 zaaknummer: C/09/473112 KG RK 14/1746 parketnummer: 09/767174-13, RC-nummer: 13/2812 datum beslissing: 22 september 2014 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van: [verzoeker], wonende te [plaats], verzoeker, advocaat: mr. A.M. Seebregts; strekkende tot wraking van: mr. S.W.E. de Ruiter, rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, in de rechtbank Den Haag (hierna: de rechter-commissaris). Belanghebbende: de officier van justitie. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop 1.1 Verzoeker is op 5 september 2014 door de rechter-commissaris gehoord op de vordering tot bewaring en tevens in verband met de toetsing van de rechtmatigheid van diens inverzekeringstelling op grond van artikel 59a van het Wetboek van Strafvordering. Bij het verhoor van verzoeker was mr. A.M. Seebregts als raadsman van verzoeker aanwezig. De rechter-commissaris heeft vervolgens beslist dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is en dat de vordering tot inbewaringstelling wordt toegewezen, in verband waarmee een bevel tot bewaring zal worden afgegeven. 1.2 Bij brief van 5 september 2014 heeft verzoeker een verzoek tot wraking van de rechter-commissaris ingediend. 1.3 De rechter-commissaris berust niet in de wraking en heeft bij brief van 5 september 2014 haar reactie gegeven. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 8 september 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker heeft afstand gedaan van zijn recht om persoonlijk aanwezig te zijn bij deze zitting van de wrakingskamer en heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn raadsman. De rechter-commissaris is niet verschenen. Belanghebbende, de officier van justitie mr. N. Vogelenzang, is in persoon verschenen. Het wrakingsverzoek is door de advocaat aan de hand van de door hem overgelegde pleitaantekeningen toegelicht. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - ten grondslag gelegd dat de rechter-commissaris tijdens het motiveren van de beslissing de verzoeker heeft medegedeeld: “Ik heb in het dossier de ideologie die u aanhangt gelezen en dat is een ideologie die leidt tot strafbare feiten die wij allen verafschuwen”. Verzoeker wordt verdacht van het ronselen voor de gewapende strijd met terroristisch oogmerk en van opruiing tegen het openbaar gezag met terroristisch oogmerk. Kernvraag daarbij is wat de precieze inhoud is van de ideologie die verzoeker aanhangt en uitdraagt. Dat dat een ideologie zou zijn “die leidt tot strafbare feiten” staat daarbij volgens verzoeker bepaald nog niet vast. Met haar uitlating heeft de rechter-commissaris in de ogen van verzoeker reeds een antwoord gegeven op die centrale vraag, zodat er een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter-commissaris bestaat. Die vrees is relevant voor het verdere verloop van de strafzaak indien de rechter-commissaris verder belast zal blijven met de behandeling van deze strafzaak. 4Het standpunt van de rechter-commissaris De rechter-commissaris stelt dat zij de door verzoeker aangehaalde bewoordingen kan hebben gezegd, en wel om uit te leggen waarom zij herhalingsgevaar aanwezig achtte. Zij brengt naar voren dat zij daarbij ook heeft medegedeeld dat zij verzoeker respecteert in zijn ideologie, maar dat deze ideologie kan leiden tot strafbare feiten. Nadat de raadsman van verzoeker had gevraagd of hij haar goed had verstaan, heeft zij gezegd dat haar woorden wellicht iets te stellig waren geweest en heeft zij uitgelegd wat zij had bedoeld te zeggen. Nadat de raadsman op zijn gelegenheid heeft gevraagd om met verzoeker te overleggen over het eventueel verbinden van consequenties aan de door de rechter-commissaris gebezigde woorden heeft zij nog uitgelegd dat zij met de uitdrukking “strafbare feiten die wij verafschuwen” enkel heeft gedacht aan hoe er in de samenleving over wordt gesproken. De rechter-commissaris stelt zich op het standpunt dat zij niet vooringenomen is en met de gebezigde woorden ook niet de schijn van vooringenomenheid op zich heeft geladen. 5Het standpunt van de officier van justitie ter zitting van de wrakingskamer De officier van justitie heeft ter zitting van de wrakingskamer medegedeeld dat de rechter-commissaris belast zal blijven met de behandeling van deze strafzaak. Zij is niet aanwezig geweest bij het horen door de rechter-commissaris op 5 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.