Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/767116-14 Datum uitspraak: 1 december 2014 Tegenspraak (Promis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, adres: [adres], thans gedetineerd in de [penitentiaire inrichting]. 1Inleiding Geïnspireerd door soortgelijke ontwikkelingen in andere Arabische landen kwam in het voorjaar van 2011 een groot deel van de bevolking van Syrië vreedzaam in verzet tegen het dictatoriale regime van president Assad. Het regime probeerde de roep om hervormingen met geweld de kop in te drukken, maar dit bracht het verzet niet tot zwijgen. In reactie op de gewelddadigheden van het regime begon de oppositie zich aan het eind van het jaar 2011 meer en meer gewapenderhand te verzetten. Wat begon als een vreedzaam protest ontwikkelde zich tot een verschrikkelijke burgeroorlog. Het aantal doden dat tijdens het conflict in Syrië is gevallen werd begin 2014 al geschat op meer dan 140.000. Ruim tweeëneenhalf miljoen Syriërs vluchtten naar het buitenland. Het aantal ontheemden in Syrië bedraagt ongeveer 6,5 miljoen. Naar mate de burgeroorlog vorderde werd deze steeds meer “gejihadiseerd”. Jihadistische groepen mengde zich steeds meer en nadrukkelijker in de strijd. Hun doel was niet alleen - misschien niet eens in de eerste plaats – het ten val brengen van het regime van Assad, maar ook – of vooral – de vestiging van een streng islamitische staat op het grondgebied van Syrië. Dat deze strijdgroepen zich daarbij op grote schaal schuldig maakten en maken aan grove mensenrechtenschendingen is een feit van algemene bekendheid. Alle in hun ogen ongelovigen (kuffar) zijn het slachtoffer van extreem geweld. Aanvankelijk kwamen de jihadistische strijders nog bijna uitsluitend uit Syrië zelf. Al gauw werd het land echter ook een aantrekkelijke bestemming voor niet-Syrische jihadisten. De meesten van hen kwamen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, maar ook uit (West-) Europese landen trokken jihadisten naar Syrië om zich bij deze strijdgroepen aan te sluiten. Uit Nederland zijn inmiddels meer dan 160, meestal jeugdige personen, naar Syrië vertrokken om daar deel te nemen aan de jihad. Tegen deze achtergrond is op 12 april 2013 onder leiding van de officier van justitie van het arrondissementsparket in Den Haag een opsporingsonderzoek onder de naam Context gestart naar aanleiding van het vertrek naar Syrië van een groot aantal jongeren uit het werkgebied van de politie Eenheid Den Haag. In dit onderzoek is verdachte naar voren gekomen. Verdachte is een teruggekeerde Syriëganger. De kern van het verwijt tegen hem is dat hij zich in Nederland heeft voorbereid op deelname aan de jihad, zich in Syrië bij een jihadistische groepering heeft aangesloten en dat hij (met name na zijn terugkomst) gegevensbestanden die opruien tot terroristische misdrijven heeft verspreid. Het onderzoek tegen verdachte vond plaats op 3, 4 en 17 november 2014. Verdachte was daarbij aanwezig. Hij werd bijgestaan door mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam. De officieren van justitie waren mr. N.H. Vogelenzang en mr. H.A.C. Banning. Ter terechtzitting is prof. dr. Edwin Bakker, hoogleraar (contra)terrorisme aan de Universiteit Leiden, als deskundige gehoord. 2De beschuldigingen, de eis en het verweer Wat verdachte verweten wordt is omschreven in de (gewijzigde) tenlastelegging, welke als bijlage I onderdeel uitmaakt van dit vonnis. De beschuldigingen komen – kort gezegd – op het volgende neer: Feit 1 Verdachte heeft in de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 in Nederland en in Syrië: (
(1)overweegt de rechtbank dat de omstandigheid dat deze bestanden afkomstig zijn uit openbare bron niet aan bewezenverklaring in de weg staat. Naar vaste jurisprudentie is ook (verdere) verspreiding van opruiende bestanden strafbaar. Het door de verdediging gedane beroep op de vrijheid van meningsuiting, zoals onder meer gewaarborgd in artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, stuit af op artikel 17 van dat verdrag: artikel 10 van het EVRM biedt geen schuilplaats aan hen die opruien tot terroristische misdrijven dan wel geschriften die daartoe opruien verspreiden. 5De bewezenverklaring De laatste zin in de tenlastelegging van feit 1 primair, tweede variant, is ongelukkig geformuleerd. Letterlijk genomen staat er dat de aan verdachte verweten voorbereiding (tot moord en/of doodslag) zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk. Bedoeld is echter, zoals de officieren van justitie ter terechtzitting hebben aangegeven, verdachte het verwijt te maken dat de moorden of doodslagen waarop zijn voorbereiding gericht was, indien deze daadwerkelijk zouden zijn begaan, zouden zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk. De rechtbank heeft de tenlastelegging verbeterd gelezen, zoals blijkt uit de tekst van de bewezenverklaring (opgenomen in bijlage II). 6De strafbaarheid van de feiten De bewezenverklaarde derde variant van feit 1 primair is toegesneden op artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel luidt als volgt: “Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie”. Deze strafbepaling vindt haar oorsprong in zowel een motie van de Tweede Kamer waarin de regering werd opgeroepen deelneming aan training voor terrorisme strafbaar te stellen als in het Europees Verdrag ter voorkoming van terrorisme van 16 mei 2005 (het verdrag van Warschau). Artikel 7 van dit verdrag verplicht tot het strafbaar stellen van “het geven van instructie voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, of voor andere specifieke methoden of technieken, met als doel het plegen van of bijdragen aan het plegen van een terroristisch misdrijf, in de wetenschap dat beoogd wordt de verstrekte vaardigheden daarvoor in te zetten”. Omdat de op dat moment bestaande strafbaarstellingen mogelijk niet in alle gevallen toereikend zouden zijn om deelneming aan een terroristische training strafbaar te stellen, heeft de wetgever, het zekere voor het onzekere nemend, in deze mogelijke lacune willen voorzien met het nieuwe artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht. In de toelichting bij het betreffende wetsvoorstel is meermalen benadrukt dat wetswijziging wenselijk was vanwege het gevaar dat uitgaat van deelneming aan terroristische trainingen. De wetgever heeft echter nagelaten met zoveel woorden in de tekst van dit artikel op te nemen dat (uitsluitend) deelneming aan dit soort trainingen strafbaar gesteld wordt. Met het betreffende wetsvoorstel werd eveneens het nieuwe artikel 83b Sr geïntroduceerd. Dit artikel luidt als volgt: “Onder misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf wordt verstaan elk van de misdrijven omschreven in de artikelen 131, tweede lid, 132, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 205, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 225, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 285, vierde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 311, eerste lid, onderdeel 6° (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 312, tweede lid, onderdeel 5° (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 317, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), jo. 312, tweede lid, onder 5° (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 318, tweede lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 322a (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), 326, tweede lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), en 354a, eerste lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854)”. De wetgever achtte ook deze bepaling noodzakelijk om uitvoering te geven aan het verdrag van Warschau, omdat het in artikel 1 van dat verdrag gehanteerde begrip terrorist offense een ruimere betekenis zou hebben dan het begrip terroristisch misdrijf in de zin van de artikelen 83 en 83a Sr en in artikel 7 van dat verdrag direct wordt gerefereerd aan dit begrip. In de bewezenverklaring van deze variant (zie bijlage II) is geen enkel onderdeel te relateren aan het volgen of geven van een terroristische training. Ter beantwoording ligt dus de vraag voor of het bewezenverklaarde valt te kwalificeren als het misdrijf dat is strafbaar gesteld in artikel 134a Sr. Het Openbaar Ministerie heeft deze vraag (impliciet) – kennelijk op basis van louter de letter van de wet – bevestigend beantwoord. De verdediging heeft zich hierover niet uitgelaten. De parlementaire behandeling van het wetsvoorstel dat leidde tot de invoering van artikel 134a Sr vormt een sterke aanwijzing dat dit artikel niet het oog heeft op gedragingen die geen relatie hebben tot een terroristische training. In het intitulé en de considerans van het wetsvoorstel wordt de voorgestelde wijziging van het Wetboek van Strafrecht uitdrukkelijk en uitsluitend in verband gebracht met de wenselijkheid van “strafbaarstelling van het deelneming en meewerken aan training voor terrorisme”. Ook in de memorie van toelichting wordt op verscheidene plaatsen uitdrukkelijk en uitsluitend gesproken over strafbaarstelling van deelneming en meewerken aan training voor terrorisme. De strafbare training ziet zowel op de reeds eerder als zodanig aangemerkte terroristische misdrijven als op de misdrijven die vanaf dat moment in artikel 83b Sr werden aangemerkt als misdrijven ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan . Afgezien van dit wetshistorisch argument dwingt een wetssystematisch argument de hierboven opgeworpen vraag negatief te beantwoorden. Indien artikel 134a een strafbaarstelling zou bevatten welke geheel los staat van deelneming aan een terroristische training zou dit voor wat betreft het voorbereiden van het plegen van moord of doodslag met een terroristisch oogmerk neerkomen op een gedeeltelijke doublure van de reeds bestaande strafbaarstelling daarvoor op basis van de artikelen 288a en 289 in relatie tot artikel 96, lid 2 Sr. In beide strafbaarstellingen zou dan immers strafbaar gesteld zijn het zich verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van een zodanige moord/doodslag, waarbij dit delict op grond van de artikelen 288a/289 juncto 96, lid 2 Sr met een maximale gevangenisstraf wordt bedreigd van tien jaar en op grond van artikel 134a Sr met een maximale gevangenisstraf van acht jaar. Het terzijde schuiven van de relatie met een terroristische training zou ook tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld bij het verspreiden van een bestand waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid met gebruikmaking van een computer een maximale gevangenisstraf kan worden opgelegd van vier jaar (artikel 132 lid 3 Sr), terwijl op grond van artikel 134a Sr juncto 83b Sr het kopen van een computer, ja zelfs het proberen dat te doen, teneinde daarmee een dergelijk bestand te verspreiden bestraft zou kunnen worden met een gevangenisstraf van maximaal acht jaar. De conclusie moet derhalve zijn dat het in feit 1 primair onder variant 3 bewezenverklaarde niet kan worden gekwalificeerd als het misdrijf dat is strafbaar gesteld in artikel 134a Sr. Dit moet leiden tot ontslag van alle rechtsvervolging. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die ten aanzien van het overige de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. 7De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is voor de bewezen verklaarde strafbare feiten strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 8De strafoplegging 8.1 De vordering van het Openbaar Ministerie Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht – mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring van een of meer feiten komen – te volstaan met oplegging van een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Zoals in de inleiding van dit vonnis kort is beschreven, heeft het regime van president Assad op uiterst gewelddadige wijze geprobeerd vreedzame protesten de kop in te drukken. Verzet tegen dit dictatoriale regime ontmoette dan ook in Nederland in brede kring sympathie. Dat geldt niet voor het deelnemen aan jihadistische terroristische strijdgroepen. Het doel wat hen voor ogen staat is naast het verjagen van het regime Assad ook het vestigen van een islamitische staat, waarin de rechten van andersdenkenden – christenen, joden, sjiieten, alawieten en ook niet fundamentalistische soennieten – op zeer gewelddadige wijze worden geschonden. Door deze strijdgroepen worden op grote schaal ernstige mensenrechtenschendingen begaan, zoals standrechtelijke executies, marteling, verminking en verkrachting van krijgsgevangenen en burgers. Verdachte is afgereisd naar Syrië en heeft zich daar aangesloten bij een jihadistische terroristische strijdgroep. Daarmee heeft hij zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen gericht op het plegen van moord en doodslag met een terroristisch oogmerk. Terrorisme wordt internationaal gezien als een van de ernstigste misdrijven. De strafoplegging dient ertoe verdachte zich ervan bewust te maken dat zijn handelen strafbaar en strafwaardig is, zeker nu niet valt uit te sluiten dat hij opnieuw naar Syrië zal willen afreizen. Van de strafoplegging dient in deze zaak echter ook een niet mis te verstaan signaal van afschrikking uit te gaan aan anderen die voornemens zijn dit te doen. Bij de vaststelling van de duur van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf laat de rechtbank echter ook meewegen dat onbekend is of, en zo ja, welk geweld tegen mensenlevens of dreiging daarmee verdachte tijdens zijn deelname aan de gewapende strijd heeft gepleegd. Verdachte heeft zich tevens zich schuldig gemaakt aan het verspreiden van opruiende afbeeldingen en bestanden. Aldus heeft verdachte getracht mensen aan te zetten tot het begaan van terroristische misdrijven. Verdachte is hierin het meest actief geweest na zijn terugkomst uit Syrië. Hij heeft daarmee geen afstand genomen van de gebeurtenissen die hij daar heeft meegemaakt, maar heeft zijn status als jihadstrijder zelfs gebruikt om anderen te motiveren zijn voorbeeld te volgen. De rechtbank rekent ook dit verdachte zeer aan. De rechtbank merkt ten slotte nog op dat er veel vrees bestaat in de samenleving dat teruggekeerde Syriëgangers in Nederland terroristische aanslagen zullen plegen. Vanzelfsprekend kan die vrees geen rol spelen bij de aan verdachte op te leggen straf. Immers, hij dient te worden gestraft voor de strafbare feiten welke hij heeft begaan en niet voor wat hij mogelijk in de toekomst zou kunnen gaan doen. De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 24 april 2014, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van misdrijven. Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van een rapport van de reclassering van 6 mei 2014 en twee aanvullingen daarop d.d. 17 juli 2014 en 15 oktober 2015. In deze rapporten doet de reclassering de aanbeveling verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met een aantal bijzondere voorwaarden, waaronder dat verdachte zou meewerken aan een deradicaliseringstraject. De rechtbank volgt dit advies niet. Zij onderschrijft in deze het standpunt van het Openbaar Ministerie om voorwaarden aan een voorwaardelijke invrijheidsstelling te verbinden. Tijdens de detentie van verdachte kan immers een betere inschatting worden gemaakt ten aanzien van de mogelijk aan verdachte op te leggen voorwaarden in verband met zijn terugkeer in de maatschappij. Deze voorwaarden dienen gericht te zijn op zowel de verlaging van de recidivekans als op een zo goed mogelijke re-integratie van verdachte in de samenleving. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen van drie jaar, zoals de officieren van justitie hebben gevorderd. 9De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 83, 83a, 96 lid 2, 132 lid 3, 288a, 289, 289a lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank, verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1, primair, eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 1, primair, tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: met het oogmerk om moord en doodslag met een terroristisch oogmerk voor te bereiden zich gelegenheid, middelen en inlichtingen verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf; verklaart dit bewezen verklaarde strafbaar; verklaart deels wettig en overtuigend bewezen dat hetgeen aan verdachte onder 1, primair, derde cumulatief/alternatief is verklaart dit bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging; verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding onder 2, tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: een geschrift en afbeelding waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, verspreiden, terwijl hij weet dat daarin zodanige opruiing voorkomt, meermalen gepleegd; verklaart dit bewezen verklaarde strafbaar; verklaart de verdachte strafbaar ter zake de bewezenverklaarde strafbare feiten; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) JAREN; bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. R. Elkerbout, voorzitter, mrs. J.A. van Steen en J.B. Wijnholt, rechters in tegenwoordigheid van mr. F. Verkijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2014. Bijlage I Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 22 juli 2014 (pro forma) en van 29 september 2014 (pro forma) – ten laste gelegd dat: Feit 1: Hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België en/of te Syrië en/of te Irak, heeft samengespannen tot het plegen van moord en/of doodslag (een misdrijf omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht), terwijl dit misdrijf zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)met elkaar, althans alleen, A. een of meerdere website(
- s)bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of B. een of meerdere website(
- s)bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd
- in)Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied
- in)Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(
- en)die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat en/of H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen; Artikel 288a jo 289 jo 289a lid 1 jo 80 EN/OF hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om de/het te plegen misdrijf(ven) omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht (te weten moord en/of doodslag), te begaan met een terroristisch oogmerk voor te bereiden en/of te bevorderen - een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of - gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich en/of anderen heeft verschaft en/of - voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf en/of - plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd zijn om aan anderen te worden medegedeeld, in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad en/of - enige maatregel van regeringswege genomen om de uitvoering van het misdrijf te voorkomen of te onderdrukken, heeft getracht te beletten, te belemmeren of te verijdelen, Immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, A. een of meerdere website(
- s)bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of B. een of meerdere website(
- s)bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd
- in)Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied
- in)Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(
- en)die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen; in welke strijd moorden en/of doodslagen worden gepleegd; terwijl die voorbereiding en/of bevordering tot moord en/of doodslag zou zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk; Artikel 288a jo 289 jo 289a lid 2 jo 96 lid 2 EN/OF hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk - zich en/of (een) ander(
- en)gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of - kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(
- en)heeft bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, te weten: - opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen met een terroristisch oogmerk en/of de samenspanning tot opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen en/of - deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven en/of - moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk en/of de samenspanning tot moord met een terroristisch oogmerk en/of - opruiïng tot (een) terroristisch misdrijf(ven) en/of het ter verspreiding voorhanden hebben en/of verspreiden van (een) ter opruiïng tot een terroristisch misdrijf(ven) geschrift(
- en)en/of afbeelding(
- en)dan wel deze geschriften en/of afbeeldingen ten gehore brengen , immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
- s)tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, A. een of meerdere website(
- s)bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en/of B. een of meerdere website(
- s)bezocht waarop informatie over de Jihad en/of (de gewapende strijd
- in)Syrië en/of de Taliban en/of terrorisme wordt gedeeld en/of C. zich middels chatberichten geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar (het strijdgebied
- in)Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(
- en)die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of D. een of meerdere documenten en/of geschriften en/of afbeeldingen en/of bestanden en/of gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en/of martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en/of E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en/of F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en/of G. in Syrië deelgenomen en/of bijgedragen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties, althans (een) terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat en/of H. een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding voorhanden gehad en/of gedragen; Artikel 134a jo 83 jo 83b jo 131 lid 2 jo 132 lid 3 jo 140a jo 157 jo 176a jo 176b jo 288a jo 289 jo 289a Subsidiair voorbereidingshandelingen tot moord / doodslag hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland en/of te Antwerpen, in elk geval in België, en/of te Syrië en/of te Irak, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, ter voorbereiding van de/het misdrijf/misdrijven - moord (artikel 289 Wetboek van Strafrecht) - brandstichting en/of het teweegbrengen van een ontploffing (artikel 157 Wetboek van Strafrecht), in elk van een of meer misdrijf/misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, opzettelijk voorwerpen, te weten een of meer vuurwapens en/of camouflagekleding, althans legerkleding en/of outdoorspullen heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of voorhanden heeft gehad; 46 jo 289 jo 157 Sr Feit 2 hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 23 april 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, en/of te Antwerpen, in elk geval in België, meermalen, een geschrift en/of afbeelding en/of (audio)bestand waarin tot een terroristisch misdrijf dan wel enig strafbaar feit en/of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, heeft verspreid, openlijk tentoongesteld en/of aangeslagen en/of om te verspreiden en/of openlijk tentoon te stellen of aan te slaan, in voorraad heeft gehad, terwijl hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat in het geschrift en/of afbeelding en/of (audio)bestand (telkens) zodanige opruiing voorkomt, immers heeft verdachte A. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven naar (het strijdgebied
- in)Syrië en/of om (vervolgens) deel te nemen aan de gewapende strijd en/of (vervolgens) (als martelaar) te sterven tijdens de Jihad en/of (daarbij) te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals Jabhat al Nusra en/of Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of naar een of meerdere artikel(
- en)die geplaatst is/zijn op de website www.dewarereligie.nl (waaronder: "Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en/of "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en/of deze artikelen voorhanden gehad en/of B. één of meer Jihadistische Youtube films en/of Jihadistische documentatie verspreid via Whatsapp en/of C. één of meer liederen over de Jihadstrijd voorhanden gehad en/of D. een afbeelding op social media, te weten (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facepagina (op de website www.facebook.com) geplaatst, waarop hij verdachte, staat afgebeeld met een Kalashnikov in zijn handen en waarbij onder meer de tekst “wij zijn beide strijders” is vermeld E. een of meer afbeeldingen op social media, te weten op (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facebookpagina (op de website www.facebook.com), geplaatst van (een of meer) vlag(gen) van het Islamitisch Kalifaat en/of IS en/of Al Qaida, althans een of meer vlag(gen) die gelieerd kunnen worden aan de Jihadstrijd in Syrië, althans de Jihad, en/of (een) terroristische organisatie(
- s)(zoals Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat Al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of E. één of meer afbeeldingen voorhanden gehad, waarop hij, verdachte, staat afgebeeld met een Kalashnikov in zijn handen en/of andere afbeeldingen die gelieerd kunnen worden aan de Jihadstrijd in Syrië, althans de Jihad, en/of (een) terroristische organisatie(
- s)(zoals Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat Al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en/of aan een andere terroristische organisatie gelieerde organisatie) en/of F. een poster die met name door de terroristische organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties wordt gebruikt, voorhanden gehad; Artikel 132 lid 3 Wetboek van Strafrecht Bijlage II De rechtbank verklaart bewezen dat: Feit 1: hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 in Nederland en/of in België en te Syrië, met het oogmerk om de te plegen misdrijven omschreven in artikel 289 en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht (te weten moord en/of doodslag), te begaan met een terroristisch oogmerk voor te bereiden - gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich heeft verschaft en - voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf, immers heeft verdachte A. websites bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en B. websites bezocht waarop informatie over de Jihad en (de gewapende strijd
- in)Syrië en de Taliban en terrorisme wordt gedeeld en C. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven naar het strijdgebied in Syrië en vervolgens deel te nemen aan de gewapende strijd en vervolgens als martelaar te sterven tijdens de Jihad en daarbij te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en Jabhat al Nusra, althans aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en naar artikelen die geplaatst zijn op de website www.dewarereligie.nl ("Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en D. documenten en afbeeldingen en bestanden en gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en G. in Syrië deelgenomen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door een terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, H. vuurwapens en camouflagekleding voorhanden gehad en gedragen; in welke strijd moorden en doodslagen worden gepleegd met een terroristisch oogmerk; EN hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 3 februari 2014 in Nederland en/of in België en te Syrië opzettelijk - zich gelegenheid en middelen en inlichtingen heeft verschaft tot het plegen van een terroristisch misdrijf, te weten: moord en/of doodslag met een terroristisch oogmerk, immers heeft verdachte A. websites bezocht waarop informatie over (de aanschaf van) outdoorspullen wordt gedeeld en B. websites bezocht waarop informatie over de Jihad en (de gewapende strijd
- in)Syrië en de Taliban en terrorisme wordt gedeeld en C. zich middels chatberichten geuit over zijn wens zich te begeven naar het strijdgebied in Syrië en vervolgens deel te nemen aan de gewapende strijd en vervolgens als martelaar te sterven tijdens de Jihad en daarbij te verwijzen naar terroristische organisaties (zoals: Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en Jabhat al Nusra, althans aan Al Qaida gelieerde terroristische organisaties en naar artikelen die geplaatst zijn op de website www.dewarereligie.nl ("Jihad in Syrië is voor iedere moslim verplicht" en "Raad der verdicten van Azhar Universiteit: Jihad in Syrië individueel verplicht") en D. documenten en afbeeldingen en bestanden en gegevens/informatiedragers voorhanden gehad met daarop informatie betreffende het Jihadistisch gedachtegoed en martelaarschap (waaronder audiobestanden met liederen over de Jihadstrijd) en E. zich laten informeren over het afreizen naar het strijdgebied in Syrië en F. zich begeven op een reis (via Duitsland) naar Turkije met als eindbestemming Syrië en G. in Syrië deelgenomen aan de gewapende Jihad strijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door een terroristische organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, H. vuurwapens en camouflagekleding voorhanden gehad en gedragen; Feit 2 hij op tijdstippen in de periode van 12 augustus 2013 tot en met 23 april 2014 te Zoetermeer en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, een geschrift of afbeelding of (audio)bestand waarin tot een terroristisch misdrijf wordt opgeruid, heeft verspreid, terwijl hij wist dat in het geschrift en de afbeelding en het (audio)bestand telkens zodanige opruiing voorkomt, immers heeft verdachte B. Jihadistische Youtube films en Jihadistische documentatie verspreid via Whatsapp en D. een afbeelding op social media, te weten (het openbare deel van) zijn persoonlijke Facebookpagina (op de website www.facebook.com) geplaatst, waarop hij verdachte, staat afgebeeld met een Kalasjnikov in zijn handen en waarbij onder meer de tekst “wij zijn beide strijders” is vermeld en E