beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2014/63 zaak-/rekestnummer: C/09/476853/ KG RK 14-2140 zaaknummer: SGR 14/3454 datum beschikking: 11 december 2014 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht, in de zaak van: [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, (eisers in de hoofdzaak), gemachtigde: mr. S. Deldjou Fard, tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), (verweerder in de hoofdzaak), strekkende tot wraking van: mr. L. Koper, rechter in de rechtbank Den Haag. Partijen worden hierna aangeduid met ‘verzoeker’, ‘de gemachtigde’, ‘het Uwv’ en ‘de bestuursrechter’. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Verzoekster is eiseres in een zaak waarin zij bij monde van haar gemachtigde procedeert tegen het Uwv. Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak heeft de gemachtigde zijn verzoek om verdaging van 28 oktober 2014 aan de orde gesteld, waarop bij brief van gelijke datum door de bestuursrechter reeds afwijzend was beslist. De gemachtigde heeft ter zitting aangevoerd dat hij het verweerschrift pas de dag voor de zitting heeft ontvangen en onvoldoende in de gelegenheid is geweest dit met verzoekster te bespreken. De gemachtigde heeft ter onderbouwing van het aanhoudingsverzoek gewezen op medische stukken die in het geding zijn gebracht. De bestuursrechter heeft aangegeven dat de gemachtigde de gelegenheid krijgt om zijn inhoudelijke standpunt naar voren te brengen en dat na afloop van de zitting het onderzoek zal worden gesloten, waarna de bestuursrechter zich in raadkamer zal beraden over de vraag of er op grond van hetgeen naar voren is gebracht aanleiding bestaat om de zaak te heropenen. De gemachtigde van verzoekster heeft de bestuursrechter vervolgens gewraakt omdat verzoekster niet bij de behandeling ter zitting aanwezig kon zijn. De bestuursrechter heeft daarop de behandeling ter zitting geschorst. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 1 december 2014 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Namens het Uwv is [vertegenwoordiger] verschenen. Verzoekster, noch haar gemachtigde is ter zitting van de wrakingskamer verschenen. De bestuursrechter heeft haar standpunt met betrekking tot het wrakingsverzoek schriftelijk kenbaar gemaakt en daarbij tevens aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen. 3Het standpunt van verzoeker Van de zitting van 6 november 2014 is een proces-verbaal opgemaakt. Daarin is opgenomen dat de gemachtigde van verzoekster heeft verklaard dat verzoekster op 26 november 2014 geopereerd zal worden. Verzoekster kan hierdoor niet ter zitting aanwezig zijn omdat dit lichamelijk en psychisch te belastend voor haar is, aldus de gemachtigde. Verzoekster heeft de bestuursrechter bij monde van haar gemachtigde gewraakt omdat zij – door de beslissing van de bestuursrechter om de zaak eerst inhoudelijk te behandelen en zich na sluiting van het onderzoek te beraden over het al dan niet heropenen van de zaak – niet bij de behandeling ter zitting aanwezig kan zijn. 4Het standpunt van de bestuursrechter De bestuursrechter heeft niet in de wraking berust en heeft zich – verkort en zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat de gronden van het wrakingsverzoek niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van (de schijn van) vooringenomenheid ten aanzien van verzoeker. De bestuursrechter heeft onder verwijzing naar het proces-verbaal van de zitting toegelicht dat haar reactie op het aanhoudingsverzoek een procedurele beslissing betreft die is ingegeven door het feit dat een goede afweging van het verzoek pas kan worden gemaakt na een inhoudelijke toelichting van de beroepsgronden, waarvan de verweerder volgens de bestuursrechter heeft aangevoerd dat die (in overwegende mate) geen betrekking hebben op het voorliggende bestreden besluit. 5De beoordeling 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.