← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2014:376

Rechtbank DEN HAAG Kinderrechter Rekestnummer: JE RK 13-2937 Zaaknummer: C/09/454935 Datum beschikking: 6 januari 2014 Verlenging ondertoezichtstelling Beschikking op de op 19 november 2013 ingekomen verzoekschriften van: de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, vestiging Zoetermeer (verder: Bureau Jeugdzorg), met betrekking tot de minderjarigen:

  1. [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] te [geboorteplaats 1]
  2. [minderjarige 2] geboren op [geboortedag 2]2008 te [geboorteplaats 2]
  3. [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2009 te [geboorteplaats 3] kinderen van: [mevrouw A], de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, die het ouderlijk gezag alleen uitoefent. Als belanghebbende in deze procedure wordt tevens aangemerkt: [de heer B] , de biologische vader (verder de vader), wonende te [woonplaats]. De minderjarigen verblijven feitelijk bij de moeder. Procedure De kinderrechter heeft kennisgenomen van de verzoekschriften met bijlagen Op 6 januari 2014 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank met gesloten deuren behandeld. Hierbij is verschenen: - de heer [gezinsvoogd], namens Bureau Jeugdzorg. Feiten De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking d.d. 15 januari 2013 de minderjarigen onder toezicht gesteld van 15 januari 2013 tot 15 januari
  4. Verzoek De verzoeken strekken tot verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de periode van één jaar. Beoordeling De moeder is niet verschenen, doch blijkens de gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie is de moeder, ten tijde van de oproeping ter terechtzitting te verschijnen, op voornoemd adres woonachtig. De kinderrechter acht de moeder derhalve goed opgeroepen. De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:254, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. Daarbij overweegt de kinderrechter in het bijzonder dat de inzet van een gezinsvoogd nog noodzakelijk is om de moeder te kunnen blijven stimuleren om van de aangeboden hulpverlening gebruik te kunnen blijven maken. Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen van 15 januari 2014 tot 15 januari 2015 met behoud van de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden, zijnde een stichting zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg; verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.J.M. Weijnen, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2014, in tegenwoordigheid van A.U. Hatuina als griffier. Van deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de uitspraak door indiening van een beroepschrift bij de griffie van het Gerechtshof Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.