Rechtbank DEN HAAG Meervoudige Kamer Rekestnummers: JE RK 13-2796 vervangende toestemming medische behandelingJE RK 14-73 machtiging tot uithuisplaatsing JE RK 14-380 vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing Zaaknummers: C/09/453914 vervangende toestemming medische behandeling C/09/458242 machtiging tot uithuisplaatsing C/09/460191 vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing Datum beschikking: 1 april 2014 Vervangende toestemming medische behandeling Machtiging tot uithuisplaatsing Vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing Beschikking op de op 1 november 2013 en 13 januari 2014 ingekomen verzoekschriften van: Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (verder: het LJ&R) namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Haaglanden (verder: Bureau Jeugdzorg), met betrekking tot de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats]; kind uit het door echtscheiding ontbonden huwelijk van: [vader], de vader, wonende te [plaats A], en [moeder], de moeder, wonende te [plaats A], die gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen, en op het 10 februari 2014 ingekomen verzoekschrift van: de moeder, voornoemd. De minderjarige verblijft feitelijk in [X]. Procedure en feiten Bij beschikking d.d. 3 februari 2014 van de kinderrechter in deze rechtbank zijn de verzoeken tot vervangende toestemming medische behandeling en tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor verdere behandeling verwezen naar de meervoudige kamer en is mevrouw drs. [A] benoemd als bijzondere curator over de minderjarige. De rechtbank heeft kennisgenomen van alle stukken, waaronder thans ook: - voornoemde beschikking d.d. 3 februari 2014, waarvan de inhoud als hier overgenomen dient te worden beschouwd; - het op 10 februari 2014 ingekomen verzoekschrift vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing, met als bijlage een kopie van de schriftelijke aanwijzing d.d. 17 december 2013; - het schrijven d.d. 4 maart 2014 van de zijde van het LJ&R, met bijlagen; - het faxbericht d.d. 10 maart 2014 van de zijde van het LJ&R, met als bijlage een schriftelijke aanwijzing d.d. 10 maart 2014; - het schrijven d.d. 10 maart 2014 van de (voormalige) pleegouders van de minderjarige; - het rapport d.d. 14 maart 2014 van mw. drs. [A], bijzondere curator. Op 18 maart 2014 zijn de zaken ter terechtzitting van deze rechtbank (opnieuw) met gesloten deuren behandeld. Hierbij zijn verschenen: • de moeder, vergezeld van haar gemachtigde de heer [B], • mr. S. Salhi, advocaat van de vader, • mevrouw [X] en mevrouw[Y], beiden namens het LJ&R, • de heer [Z], gezinsbegeleider. Bureau Jeugdzorg heeft de uitvoering van de maatregel(en) gemandateerd aan het LJ&R. Van de zijde van Bureau Jeugdzorg is, hoewel daartoe opgeroepen, ter terechtzitting niemand verschenen. Verzoeken Vervangende toestemming medische behandeling Het verzoek in de zaak met rekest-/zaaknummer JE RK 13-2796 / C/09/453914 strekt tot het verlenen van vervangende toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige op grond van artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW). Zoals reeds in de beschikking van 3 februari 2014 is aangegeven is het volgens het LJ&R al gedurende lange tijd noodzakelijk dat er een persoonlijkheidsonderzoek wordt afgenomen bij de minderjarige. Er zijn zorgen omtrent de sociale en emotionele ontwikkeling van de minderjarige en hij stagneert hierdoor in zijn ontwikkeling. Sinds 2011, het jaar waarin het LJ&R werd belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, heeft het LJ&R al aangedrongen op het uitvoeren van een onderzoek. Om uiteenlopende redenen is dit onderzoek echter tot op heden niet van de grond gekomen. Het LJ&R heeft aangegeven er geen vertrouwen meer in te hebben dat de moeder alsnog haar medewerking zal verlenen aan een onderzoek. De vader reageert volgens het LJ&R niet op correspondentie, zodat moet worden aangenomen dat ook hij geen medewerking verleent. Het LJ&R is van mening dat er alsnog op korte termijn diagnostisch onderzoek moet worden gedaan en behandeling moet worden gestart en dat deze (medische) behandeling noodzakelijk is om ernstig gevaar voor de gezondheid van de minderjarige te voorkomen. Het LJ&R verzoekt daarom de toestemming van de ouders te vervangen door die van de rechtbank. Op 4 maart 2014 heeft het LJ&R schriftelijk haar aanvullende standpunt ingediend. Dit standpunt komt erop neer dat - hoewel er overeenstemming lijkt te zijn met de moeder en de vader dat het persoonlijkheidsonderzoek van de minderjarige door de Opvoedpoli zal worden uitgevoerd - het LJ&R toch vervangende toestemming van de rechtbank verzoekt om te voorkomen dat het onderzoek opnieuw vertraging oploopt. Hierbij is aangegeven dat de moeder in het verleden herhaaldelijk haar toestemming alsnog niet heeft gegeven of weer heeft ingetrokken en dat het LJ&R daardoor haar huidige toezegging om mee te werken aan het onderzoek onvoldoende acht. Machtiging tot uithuisplaatsing Het verzoek in de zaak met rekest-/zaaknummer JE RK 14-73 / C/09/458242 strekt tot machtiging de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een residentiële voorziening tot einde ondertoezichtstelling en de te geven beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Als bijlage bij de stukken van 4 maart 2014 is het indicatiebesluit d.d. 23 januari 2014, met onderbouwing, overgelegd. Van de zijde van het LJ&R is ter zitting van 18 maart 2014 meegedeeld dat het de bedoeling is dat het verblijf van de minderjarige in [X] wordt gecontinueerd tijdens het onderzoek door de Opvoedpoli en in afwachting van het resultaat daarvan. Aangegeven is dat het onderzoek nog moet worden opgestart en ongeveer drie maanden zal duren. Een uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 12 juli 2014, is zeker nodig. De minderjarige heeft een andere problematiek dan de overige kinderen in het gezin. Het resultaat van het onderzoek is belangrijk voor het vervolgtraject. Tijdens het onderzoek kan de Opvoedpoli een ambulante behandeling van de minderjarige opstarten. Verzoek vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing Het namens de moeder ingediende verzoek in de zaak met rekest-/zaaknummer JE RK 14-380 / C/09/460191 strekt tot vervallen verklaring van de d.d. 17 december 2013 door het LJ&R gegeven schriftelijk aanwijzing inzake de omgang tussen de moeder en de minderjarige. Primair is gesteld dat het besluit onrechtmatig is, nu het onbevoegd is genomen. Bureau Jeugdzorg had de aanwijzing dienen te geven. Tevens is gesteld dat er niet is voldaan aan het beginsel van hoor en wederhoor, nu Bureau Jeugdzorg heeft verzuimd een vooraankondiging te sturen. Ook is er gesteld dat er sprake lijkt te zijn van misbruik van gezag, nu de uitvoerder van de ondertoezichtstelling de term gezinsvoogd hanteert terwijl dit geen wettelijke term is. De ouders worden hierdoor in hun gezagspositie aangetast. De wettelijke term is gezinsvoogdijwerker. Verzocht wordt een dwangsom op te leggen van € 1.000,- per keer dat de onwettige term gezinsvoogd wordt gebruikt tot een maximum van € 50.000,-. Aan een inhoudelijke beoordeling van de aanwijzing komt de gemachtigde van de moeder niet toe. Ten slotte wordt verzocht het LJ&R in de proceskosten te veroordelen. Verweer moeder Namens de moeder deelt de heer [B] ter terechtzitting van 18 maart 2014 mee dat er geen noodzaak meer is voor de vervangende toestemming medische behandeling, nu er een overeenkomst ligt over het onderzoek van de minderjarige door de Opvoedpoli. Deze overeenkomst is dusdanig vormgegeven dat de noodzaak van vervangende toestemming door de rechtbank ontbreekt. Namens de moeder verzoekt de heer [B] dan ook dit verzoek af te wijzen. Tevens verzoekt de heer [B] ter terechtzitting opheffing van de ondertoezichtstelling, gelet op het verslag van de bijzondere curator. Gesteld is dat het LJ&R al twee jaar niet meer in het belang van de minderjarige handelt en dat de bijzondere curator zijn belangen verder kan behartigen, niet alleen in deze procedure, maar ook daarbuiten. De verdere benoeming van de bijzondere curator wordt dan ook verzocht teneinde de belangen van de minderjarige te blijven behartigen. Mocht de rechtbank niet besluiten tot opheffing van de ondertoezichtstelling, dan wordt overdracht aan een andere gezinsvoogdij-instelling verzocht. Er is geen vertrouwen meer in het LJ&R. Bovendien voldoen de rapporten van het LJ&R blijkens het rapport van de Kinderombudsman d.d. 10 december 2013 niet aan de eisen die de Kinderombudsman daaraan stelt. De rechtbank is dan ook al die jaren verkeerd voorgelicht. Nu de moeder het eens is met het verblijf van de minderjarige in [X] tijdens het onderzoek van de Opvoedpoli, zijn Bureau Jeugdzorg en het LJ&R niet meer nodig. De moeder verzet zich dan ook primair tegen de toewijzing van het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige. Subsidiair verzoekt de moeder de machtiging niet langer dan voor een periode van drie maanden, namelijk de periode waarin het onderzoek van de Opvoedpoli moet zijn uitgevoerd, toe te wijzen. De minderjarige zou per direct naar huis kunnen met ondersteuning vanuit de Opvoedpoli en eveneens met ambulante behandeling vanuit de Opvoedpoli. Uit het verslag van de bijzondere curator blijkt ook dat de minderjarige graag naar huis terugwil. Ten aanzien van de vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing handhaaft de heer [B] namens de moeder zijn reeds op schrift gesteld standpunt en verzet hij zich er stellig tegen om de nieuwe schriftelijke aanwijzing d.d. 10 maart 2014 in het onderhavige verzoek tot vervallen verklaring te betrekken. De moeder heeft ter zitting van 18 maart 2014 meegedeeld dat zij geen ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige meer wil en dat de benoeming van een bijzondere curator, die de belangen van de minderjarige behartigt, en onderzoek en ondersteuning vanuit de Opvoedpoli voldoende moeten zijn. De moeder heeft aangegeven dat zij van Bureau Jeugdzorg in het verleden geen hulp heeft gehad en dat zij ook geen vertrouwen meer heeft in het LJ&R. Verweer vader Mr. Salhi deelt allereerst mee dat de vader van de behandeling van de zaken ter zitting van heden op de hoogte is, maar dat hij vanwege zijn werk verhinderd is ter zitting te verschijnen. Mr Salhi bepleit namens de vader afwijzing van het verzoek tot vervangende toestemming medische behandeling, nu alle partijen het eens zijn met het persoonlijkheidonderzoek van de minderjarige door de Opvoedpoli. Ook het toekomstperspectief zal in dit onderzoek worden meegenomen. Mr. Salhi heeft voorts meegedeeld dat de vader het eens is met het verblijf van de minderjarige in het logeerhuis gedurende het onderzoek door de Opvoedpoli, maar dat dit verblijf in het vrijwillige kader kan plaatsvinden. De vader zal alles doen om het traject bij de Opvoedpoli goed te laten verlopen. Mocht de rechtbank besluiten dat de machtiging tot uithuisplaatsing wel wordt verleend, dan niet langer dan voor een periode van drie maanden. De belangen van de minderjarige zijn steeds niet vooropgesteld en nu is duidelijk dat hij alleen maar naar huis wil. Er zijn, aldus de vader, ook geen contra indicaties meer om de minderjarige bij de moeder thuis te laten verblijven. Voorts is door mr. Salhi meegedeeld dat de vader het verzoek van de zijde van de moeder tot verdere benoeming van de bijzondere curator om de belangen van de minderjarige te blijven behartigen ondersteunt. Primair wordt ook het verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling ondersteund en subsidiair stelt ook de vader dat het mandaat van het LJ&R zou moeten worden ingetrokken en dat een ander Bureau Jeugdzorg de begeleiding over zou moeten nemen. Het LJ&R werkt volgens de vader alleen maar tegen. Verweer LJ&R ten aanzien van het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing d.d. 17 december 2013 en het ter zitting gedane verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling Op 21 februari 2014 heeft het LJ&R schriftelijk het standpunt ten aanzien van het verzoek tot vervallen verklaring van de schriftelijke aanwijzing d.d. 17 december 2013 uiteengezet. Dit standpunt is als bijlage gevoegd bij het schrijven van het LJ&R d.d. 4 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.