Rechtbank dEN haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/462078 / KG ZA 14-303 Vonnis in kort geding van 22 mei 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Mobilis B.V., gevestigd te Apeldoorn, eiseres, advocaat mr. J.P. Heering te Den Haag, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Leiden, zetelende te Leiden, gedaagden, advocaat mr. S.C. Brackmann te Rotterdam, waarin zijn tussengekomen: 1. de naamloze vennootschap Dura Vermeer Groep N.V., gevestigd te Rotterdam, 2. de vennootschap naar Belgisch recht N.V. Besix S.A., gevestigd te Sint Lambrechts-Woluwe (België) advocaat mr. E. Verweij te Amsterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Mobilis’, ‘de Gemeente’ en ‘de Combinatie’. 1Het incident tot tussenkomst De Combinatie heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen Mobilis en de Gemeente. Ter zitting van 8 mei 2014 hebben Mobilis en de Gemeente verklaard geen bezwaar te hebben tegen tussenkomst, zij het onder de voorwaarde dat de Combinatie geen inzage krijgt in de inschrijving van Mobilis. De Combinatie heeft met deze voorwaarden ingestemd. De Combinatie is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 8 mei 2014 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Op 4 juli 2013 heeft de Gemeente een aankondiging gedaan voor een niet-openbare aanbestedingsprocedure inzake de opdracht ‘PD-DBM Parkeergarage Garenmarkt Gemeente Leiden’ (hierna ‘de Opdracht’). Op de aanbestedingsprocedure is de Aanbestedingswet 2012 (Aw) van toepassing. Het gunningscriterium is de ‘economisch meest voordelige inschrijving’. 2.2. De Opdracht komt voort uit de wens van de Gemeente om 1.000 extra parkeerplaatsen te realiseren op de locaties Garenmarkt, waarvoor deze aanbestedingsprocedure wordt gehouden en Lammermarkt, waarvoor de Gemeente een afzonderlijke eveneens niet-openbare aanbestedingsprocedure heeft gehouden. Met de Opdracht beoogt de Gemeente de aanleg van een meerlaagse ondergrondse parkeergarage en de (stedenbouwkundige en architectonische) inpassing van de bovengrondse werken. De bovengrondse werken bestaan onder meer uit een entreepaviljoen (hierna ook wel ‘hoofdpaviljoen’) en een of meer noodtrappenhuizen (hierna ook wel ‘noodopgangen’). 2.3. De aanbestedingsprocedure is nader omschreven in onder meer de ‘Inschrijvingsleidraad PD-DBM Parkeergarage Garenmarkt Gemeente Leiden’ (hierna ‘de Inschrijvingsleidraad’), ‘Vraagspecificatie deel 1 (Producteisen DBM parkeergarage Garenmarkt’ (hierna ‘Vraagspecificatie 1’), waarin wordt verwezen naar Bindend Document 3500 (‘Parkeergarage Garenmarkt, stedenbouwkundige en architectonische randvoor-waarden Bovengrondse werk’ (hierna ‘BD3500’). Daarnaast heeft de Gemeente op 4 oktober 2013 een informatiebijeenkomst gehouden, waar onder meer een schematische tekening van de Garenmarkt is getoond. Naar aanleiding van die bijeenkomst heeft de Gemeente een Nota van Inlichtingen verstrekt. Nadien heeft zij nog een tweede Nota van Inlichtingen verstrekt. 2.4. Met de aanbestedingsprocedure beoogt de Gemeente een partij te selecteren met wie zij een overeenkomst wil sluiten voor de zogenoemde Pre-Design (PD) fase en vervolgens voor de Design, Build & Maintain (DBM) fase. Paragraaf 3.2 van de Inschrijvingsleidraad vermeldt met betrekking tot de PreDesign-Overeenkomst en de PreDesign-fase – voor zover hier relevant – het volgende: “De PreDesign-overeenkomst heeft tot doel het verifiëren en optimaliseren van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving, zodanig dat maximaal aan de Kritische succesfactoren tegemoet wordt gekomen. (…) Het Aanbestedingsdossier bevat geen ontwerp of Referentieontwerp, omdat de Aanbesteder maximale ruimte wil bieden voor de expertise en creativiteit vanuit de markt, binnen de geformuleerde kaders van de Vraagspecificatie. (…) De Opdrachtgever wil zich in de PreDesign-fase een scherper beeld kunnen vormen van de wijze waarop de Opdrachtnemer invulling zal gaan geven aan de gestelde eisen in de Vraagspecificatie (…). Ook wil de Opdrachtgever actief invloed kunnen uitoefenen op de wijze waarop de Opdrachtnemer invulling zal gaan geven aan de gestelde eisen in de Vraagspecificatie, om te bewerkstelligen dat deze optimaal tegemoet komt aan de Kritische succesfactoren.” 2.5. Paragraaf 5 van de Inschrijvingsleidraad schrijft voor dat de inschrijving onder meer moet bestaan uit een Aanbiedingsontwerp. Met betrekking tot dit Aanbiedingsontwerp vermeldt de Inschrijvingsleidraad het volgende: “Het aanbiedingsontwerp betreft een beschrijving en weergave van het fysieke eindresultaat van de Werkzaamheden. Dit wordt door de Inschrijver uitgewerkt in de vorm van een Voorontwerp op hoofdlijnen en is beschreven en weergegeven op maximaal 12 blz. A3-landscape. Het doel van het aanbiedingsontwerp c.q. Voorontwerp op hoofdlijnen is het ontwikkelen van een globale voorstelling van het bouwwerk, middels beschrijvingen, plattegronden, doorsneden, visualiaties van de alle (niet) publiekstoegankelijke ruimten, boven- en ondergronds, zodanig dat deze een goed beeld geeft van: 1. De visie van de Inschrijver op de opgave; 2. De situering en stedenbouwkundige inpassing van het bouwwerk in de omgeving; (…) 8. (…).” 2.6. In paragraaf 6 van de Inschrijvingsleidraad is met betrekking tot de beoordeling van de inschrijvingen het volgende opgenomen: “De Inschrijvingen die voldoen aan de onderstaande criteria komen voor inhoudelijke beoordeling in aanmerking: 1. De inschrijving is tijdig ingediend. Niet tijdige inschrijvingen legt de Aanbesteder terzijde; 2. De inschrijving is compleet ingediend. Inschrijvingen die tijdig zijn ingediend worden beoordeeld op compleetheid en vervolgens op de vormvereisten die gelden in de Aanbestedingsprocedure. Inschrijvingen die niet zijn geanonimiseerd, waarin antwoorden of gegevens ontbreken worden uitgesloten, indien geen sprake is van een herstelbare omissie. Als – om welke reden dan ook – een vraag niet beantwoord kan worden, danwel de gevraagde gegevens niet (compleet) overgelegd kunnen worden, dient dit voorzien van de reden daarvoor bij de Inschrijving uitdrukkelijk te worden vermeld. De Aanbesteder zal afhankelijk van de aard van het gebrek beoordelen of de inschrijving ongeldig is en in dat geval terzijde zal worden gelegd, of dat het gebrek voor herstel vatbaar is.” 2.7. In paragraaf 5 van Vraagspecificatie deel 1 is een opsomming gegeven van de van toepassing zijnde bindende en informatieve documenten. Ten aanzien van de bindende documenten is het volgende bepaald: “- bindende documenten: documenten met verplichtingen waarvan de Opdrachtnemer niet mag afwijken tenzij uit de hiërarchie van bindende documenten het tegendeel blijkt;” De in de Vraagspecificatie deel 1 opgenomen Eis0020 luidt als volgt: “Het systeem dient stedenbouwkundig te zijn ingepast in de omgeving, stijgpunten, eventuele nooduitgangen en in- en uitritten dienen binnen de zoekgebieden te zijn gesitueerd als weergegeven in het document (…) [BD3500].” 2.8. BD3500, dat ziet op de stedenbouwkundige inpassing van de bovengrondse werken van de parkeergarage, bevat onder meer een ‘visie’ en tekeningen van het hoofdpaviljoen (het entreepaviljoen) en de noodopgangen (de noodtrappenhuizen). Onder het kopje ‘visie’ heeft de Gemeente met verwijzing naar een eerder opgestelde structuurvisie – voor zover hier relevant – het volgende opgenomen: “Het ruimtelijk concept gaat uit van een architectonische familie van gebouwtjes/paviljoentjes waarin alle verticale voorzieningen worden opgenomen (trappen, liften, ventilatie). Deze gebouwtjes zijn aan de rand van een open middenruimte gepositioneerd. (…) Voor het organisatieprincipe en de positionering van de stijgpunten is gebruik gemaakt van de rooilijnen van het verdwenen bouwblok. Op deze manier kan de historische structuur weer enigszins inzichtelijk gemaakt worden. Tegelijkertijd worden de omliggende straten en het middengebied ruimtelijk gedefinieerd. Door de stijgpunten en overige voorzieningen als gebouwtjes in de hoeken van het verdwenen bouwblok te positioneren: wordt de middenruimte zoveel mogelijk vrijgehouden (…) worden zowel de middenruimte als de omliggende straten ruimtelijk gedefinieerd wordt de verdwenen historische laag gemarkeerd (…)” BD3500 bevat op pagina 7 een tekening van de Garenmarkt met daarop een weergave van rooilijnen, hoekpunten en bebouwingsvlakken, waarop of waarbinnen het entreepaviljoen en de noodtrappenhuizen dienen te worden gesitueerd. Op deze tekening zijn de hierna te vermelden rooilijnen A (aan de zuidzijde), D (aan de oostzijde) en B (aan de westzijde) aangemerkt als ‘vast’; bij rooilijn C (een schuine lijn aan de noordzijde) staat aangegeven “hoekpunt aan rooilijn (schuifbaar”). Hoekpunt AD (aan de zuidoostzijde) staat aangeven als een “vast hoekpunt”. BD3500 bevat voorts deeltekeningen van de bebouwingsvlakken waarbinnen het entreepaviljoen en de noodtrappenhuizen moeten worden gesitueerd, met daarbij opmerkingen. Op de tekening ‘Vrijheidsgraden hoofdpaviljoen’ (BD3500, p. 8) staan – voor zover hier relevant – de volgende opmerkingen: Bebouwing binnen het aangegeven bebouwingsvlak Aan de oostzijde geldt de aangegeven rooilijn Korevaarstraat (lijn D op de tekening), deze is parallel aan de rooilijn van de secundaire stijgpunten (Garenmarkt, lijn B). Aan de zuidzijde geldt de aangegeven rooilijn Raamsteeg (lijn A). 1 hoekpunt is gefixeerd: het snijpunt Korevaarstraat-Raamsteeg (A-D). Het gebouw is vierhoekig, hierbij zijn 2 basisvormen mogelijk: * Een parallellogram (I) (…) * Een trapezium (II), met als noordelijke begrenzing de Levendaal rooilijn (lijn C). De westelijke zijde is parallel aan de Korevaarstraat rooilijn (D). De maximale bouwhoogte van de hoofdvorm is 5 meter (…) De maximale oppervlakte is 150 m2. Op de schematische weergave van de basisvormen van het entreepaviljoen (het parallellogram en het trapezium) staan de bouwvormen ingetekend op de rooilijnen A en D. Op de tekening ‘Vrijheidsgraden noodopgangen’ (BD3500, p.9) staan – voor zover hier relevant – de volgende opmerkingen: Als uit het ontwerp blijkt dat er buiten het hoofdpaviljoen geen (nood-)opgangen op maaiveld hoeven te worden gerealiseerd dan is het hoofdpaviljoen het enige gebouw op het plein. Als er 2 noodopgangen benodigd zijn (…) worden er 2 gebouwtjes gerealiseerd in de aangegeven bebouwingsvlakken. Specifieke eisen voor deze gebouwtjes: * 2 vrijwel identieke, of ten opzichte van elkaar gespiegelde gebouwtjes met een rechthoekige hoofdvorm, * De lengteas van de gebouwtjes volgt de Garenmarkt-rooilijn, de breedteas de Raamsteeg rooilijn. * De westzijde van beide gebouwtjes is gekoppeld aan de Garenmarkt-rooilijn. * Het zuidelijke gebouwtje is aan de zuidzijde gekoppeld aam de aangegeven rooilijn Raamsteeg (lijn A). * Het noordoostelijk hoekpunt van noordelijke gebouwtje is gekoppeld aan de aangegeven Levendaal rooilijn (lijn C). * Als verhouding geldt: Lengte ≥ breedte * De maximale bouwhoogte is 3,5 meter. (…) Op de tekeningen met de titel ‘Vormgeving hoofdpaviljoen’ en ‘Vormgeving noodopgangen A’ staan het entreepaviljoen en de noodopgangen ingetekend op de rooilijnen. 2.9. Na de selectiefase hebben van de vijf door de Gemeente geselecteerde inschrijvers alleen Mobilis en de Combinatie een inschrijving ingediend. 2.10. Na de inschrijving heeft de Gemeente Mobilis op 8 februari 2014 per e-mail verzocht om haar inschrijving op meerdere punten te verduidelijken. Zo heeft de Gemeente aan Mobilis meegedeeld dat zij door middel van maaiveldtekeningen en ontwerpen inclusief aanzichten moet aantonen dat de locatie en vormgeving van het entreepaviljoen en de noodopgangen voldoen aan BD3500. In de begeleidende tekst schrijft de Gemeente het volgende: “De positie van het entreepaviljoen, de nooduitgangen (…) op maaiveldniveau zijn niet uitgewerkt en daardoor niet te beoordelen (de situering en stedenbouwkundige inpassing van het bouwwerk in de omgeving. Mede daarom is niet te beoordelen of de relatie met het maaiveld voldoet (…) aan BD3500.” 2.11. Bij brief, met daarbij de gevraagde tekeningen, van 11 februari 2014 heeft Mobilis aan de Gemeente geantwoord dat de door haar ontworpen bouwwerken voldoen aan de in BD3500 gestelde randvoorwaarden. 2.12. Naar aanleiding van voormelde brief en bijgevoegde tekeningen heeft de Gemeente bij e-mail van 13 februari 2014 aan Mobilis meegedeeld dat het erop lijkt dat het Aanbiedingsontwerp niet in overeenstemming is met BD3500, aangezien daarbij niet het aangeven vaste hoekpunt en vaste rooilijnen in acht zijn genomen. In deze e-mail stelt de Gemeente Mobilis in de gelegenheid nogmaals te motiveren waarom haar inschrijving voldoet aan de eisen met betrekking tot de bebouwing van de vaste rooilijn en de vaste (schuifbare) hoekpunten. 2.13. Bij brief van 17 februari 2014 heeft Mobilis aan de Gemeente meegedeeld dat haar inschrijving voldoet aan de eisen van BD3500, aangezien zij haar gebouwen heeft geprojecteerd binnen het door de Gemeente aangegeven bebouwingsvlak. In deze brief schrijft Mobilis dat het een recht is om op de rooilijn te bouwen maar geen plicht. 2.14. Bij brief van 27 februari 2014 heeft de Gemeente aan Mobilis meegedeeld dat haar inschrijving als ongeldig terzijde moet worden gelegd en dat zij voornemens is de Opdracht te gunnen aan de Combinatie, die als enige een geldige inschrijving heeft gedaan. In deze brief schrijft de Gemeente: “De oorzaak van de ongeldigheid van uw Inschrijving is gelegen in het Aanbiedingsontwerp, in de situering en stedenbouwkundige inpassing van het entreepaviljoen en de noodtrappenhuizen. Deze voldoet niet aan een aantal van de gestelde eisen in bindend document BD3500 “stedenbouwkundige randvoorwaarden ten aanzien van de positie ten opzichte van de aangegeven vaste rooilijnen en vaste hoekpunten. Daarvoor gelden onder andere de volgende specifieke eisen uit BD3500, die ondersteund en toegelicht worden door de in het document beschreven context en visualisaties: “Aan de oostzijde geldt de aangegeven (vaste, red.) rooilijn Korevaarstraat (lijn D op de tekening), deze is parallel aan de rooilijn van de secundaire stijgpunten (Garenmarkt, lijn B). Aan de zuidzijde geldt de aangegeven (vaste, red.) rooilijn Raamsteeg (lijn A). 1 (vast, red.) hoekpunt (van het entreepaviljoen, red.) is gefixeerd: het snijpunt Korevaarstraat-Raamsteeg (A-D). Het zuidelijke gebouwtje (noodtrappenhuis, red.) is aan de zuidzijde gekoppeld aan de aangegeven (vaste, red.) rooilijn Raamsteeg (lijn A). Het noordoostelijk hoekpunt van noordelijke gebouwtje (noodtrappenhuis, red.) is gekoppeld aan de aangegeven Levendaal (vaste hoekpunt aan, red) rooilijn (lijn C).” Nu uw inschrijving niet voldoet aan de eisen die worden gesteld in BD3500 wordt uw inschrijving als ongeldig terzijde gelegd en voor het overige niet betrokken bij de beoordeling zoals omschreven in paragraaf 6.6 van de Inschrijvingsleidraad.” 2.15. Mobilis heeft bezwaar gemaakt tegen de ongeldigverklaring van haar inschrijving. Naar aanleiding daarvan hebben Mobilis en de Gemeente twee evaluatiegesprekken gevoerd. 3Het geschil 3.1. Mobilis vordert – zakelijk weergegeven – (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.