Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 15/1051 uitspraak van de meervoudige kamer van 19 augustus 2015 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. J.C.P. Rath), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats] , verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2010 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 223.528 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 19.892. Voorts heeft verweerder bij beschikking € 4.773 aan heffingsrente in rekening gebracht. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiser heeft voor de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juni 2015. Namens eiser is zijn gemachtigde verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A] en [persoon B] . Overwegingen Feiten 1. Eiser woonde in het jaar 2010 in Nederland en werkte in dat jaar als ‘chief engineer’ aan boord van een ‘deepwater semisubmersible drilling unit’ genaamd [bedrijf X]. Eiser was werknemer van [bedrijf Y] Limited. In het jaar 2010 was eiser tevens werknemer van [bedrijf Z] AS. Met de [bedrijf X] zijn in 2010 in verschillende periodes (1 januari 2010 tot 24 februari 2010 en 29 mei 2010 tot 9 oktober 2010) exploratiewerkzaamheden verricht in de Filipijnse wateren. Eiser verbleef in 2010 in totaal minder dan 183 dagen in de Filipijnen. Van 24 februari tot 29 mei 2010 zijn met de [bedrijf X] in de Indonesische wateren exploratiewerkzaamheden verricht. Eiser heeft aldaar in de periode van 3 maart tot 1 april 2010 en van 28 april tot 29 mei 2010 op de [bedrijf X] gewerkt. 2. [bedrijf Y] Limited heeft eisers salaris over het jaar 2010 maandelijks aan hem betaald. [bedrijf W] BV heeft, in verband met het loon betaald aan eiser voor zijn werkzaamheden in de Filipijnen, over het jaar 2010 829.523 Filipijnse pesos (PHP), omgerekend ongeveer € 16.945, aan belasting aan de Filipijnse autoriteiten afgedragen. BUT [bedrijf Z] AS heeft, in verband met het loon betaald aan eiser voor zijn werkzaamheden in Indonesië, over het jaar 2010 29.786.083 Rupiah, ongeveer € 1.996, aan belasting afgedragen aan de Indonesische autoriteiten. 3. [bedrijf Z] AS heeft op 17 augustus 2007 een ‘Drilling Rig & Associated Services Contract’ met [EX] Inc. (in de stukken ook wel genoemd: [EX]; hierna te noemen: [EX]) gesloten. In dat contract wordt [bedrijf Z] AS als Contractor aangeduid en [EX] als Company en is onder meer het volgende overeengekomen: 1.1. CONTRACT SERVICES Contractor shall furnish the Drilling Unit and associated equipment described in Exhibit C and H, attached hereto and made a part hereof and shall fulfill all requirements set out in Exhibit C and H and elsewhere herein. (…) Utilizing the Drilling Unit and other Contract Equipment defined in Subsection 2.1, below, Contractor shall drill for Company, by the rotary method, certain wells in search of hydrocarbons at such locations, as may be designated by Company, in waters offshore the Country of Operations named in Exhibit A, attached hereto (…). In addition to the drilling of such wells, Contractor shall perform for Company certain related services as specified in this Agreement. (…) 3.1. NUMBER AND QUALIFICATION OF CONTRACTOR’S PERSONNEL Contractor shall furnish, under its exclusive responsibility, sufficient competent and experienced supervisory, technical and other personnel to perform properly the Contract Services and to meet the minimum governmental requirements in any area offshore the Country of Operations, including but not limited to the minimum number, classification and work schedule of personnel (…). Contractor shall present to Company for its review a resume for individual supervisory personnel prior to assigning them to performance of any work hereunder, and shall not assign to such work anyone who for any reason is unacceptable to Company. Contractor shall also review with Company its plans for transferring any supervisors or skilled workmen from performance of work hereunder to work elsewhere, and shall endeavor to accede to any reasonable request, which Company may make that Contractor refrain from making such a transfer. (…) 3.6. REMOVAL OF CONTRACTOR’S PERSONNEL In the performance of the Contract Service, including, but not limited to, during transit to the Drilling Unit, Contractor shall maintain strict discipline and good order among its employees and the employees of its contractors and subcontractors, and may not permit any of them to engage in activities which Company deems contrary or detrimental to Company’s interests. If Company should request that any employee of Contractor or of a contractor or subcontractor of Contractor be removed from the Contract Services because such employee’s continued relationship thereto could be detrimental to the performance thereof or is a source of concern to Company, Contractor shall accede to such request end shall provide a replacement acceptable to Company at no additional cost to Company. (…) 4.1. RESPONSIBILITIES OF CONTRACTOR. The entire performance, operation, navigation, management and direction of the Drilling Unit and other Contract Equipment and the personnel furnished by Contractor shall be under the exclusive control and direction of Contractor, subject to Company’s right to give Instructions and right of inspection and supervision. (…)” 4. Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2010 onder meer een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 223.528 aangegeven. Dit is als volgt samengesteld: Loon i.v.m. werkzaamheden in de Filipijnen € 101.646 Loon i.v.m. werkzaamheden in Indonesië € 54.734 Loon i.v.m. werkzaamheden in China € 74.581 € 230.961 Eigenwoningforfait € 1.295 Af: aftrek wegens geen eigenwoningschuld € 1.295 € 230.961 Af: lijfrentepremies € 7.433 € 223.528 In zijn aangifte heeft eiser voor het hiervoor genoemde bedrag van € 230.961 aftrek ter voorkoming van dubbele belasting geclaimd. 5. Verweerder heeft ter zake van het loon ontvangen in verband met de werkzaamheden in China volledige aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend. Ter zake van het loon ontvangen in verband met de werkzaamheden in de Filipijnen heeft verweerder geen en ter zake van het loon dat verband houdt met de werkzaamheden in Indonesië € 10.460 aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend. Geschil 6. In geschil is of eiser met betrekking tot het volledige loon in verband met de werkzaamheden die hij in de Filipijnen en Indonesië heeft verricht recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. 7. Eiser stelt dat Nederland niet heffingsbevoegd is met betrekking tot het loon dat hij heeft ontvangen in verband met zijn werkzaamheden in de Filipijnen en in Indonesië. Volgens eiser moet [EX], de opdrachtgever van [bedrijf Z] AS, als materiële werkgever worden aangemerkt in de zin van het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 12 januari 2010, nr. DGB2010/267M, omdat [EX] nauwkeurig toeziet op de werkzaamheden die worden verricht en instructiebevoegd is ten aanzien van individuele werknemers. [EX] is een in de Filipijnen respectievelijk Indonesië gevestigde onderneming omdat [EX] olievelden in de Filipijnen en in Indonesië exploiteert en het meerjarige operaties betreft. Daarnaast kan de [bedrijf X] worden aangemerkt als een vaste inrichting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel f, van het belastingverdrag tussen Nederland en de Filipijnen omdat er sprake was van exploratie of winning van natuurlijke rijkdommen door de [bedrijf X] in de Filipijnen. Op grond van het arms length-beginsel moeten de lonen ten laste van die vaste inrichting zijn gekomen. Specifiek ten aanzien van Indonesië geldt voorts dat, op grond van artikel 25, derde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en Indonesië, sprake is van een vaste inrichting in Indonesië omdat de [bedrijf X] meer dan 30 dagen in Indonesische wateren lag. Bovendien is ten behoeve van eiser in Indonesië belasting betaald over zijn loon in verband met zijn werkzaamheden aldaar. Over het inkomen van € 101.646 (Filipijnen) en € 54.734 (Indonesië) dient aftrek ter voorkoming van dubbele belasting te worden verleend. 8. Verweerder stelt dat met betrekking tot het salaris, genoten in verband met de werkzaamheden in de Filipijnen en in Indonesië, Nederland heffingsbevoegd is. Ter onderbouwing daarvan stelt hij dat eiser minder dan 183 dagen in de Filipijnen verbleef, de beloning werd betaald door een werkgever die geen inwoner van de Filipijnen was en er geen vaste inrichting in de Filipijnen was zodat de beloning niet ten laste van een vaste inrichting in de Filipijnen van de werkgever heeft kunnen komen. Met betrekking tot de werkzaamheden in Indonesië stelt verweerder dat er geen sprake is van een vaste inrichting van eisers werkgever. Artikel 25, derde lid, van het belastingverdrag tussen Nederland en Indonesië is niet van toepassing. Ter zitting heeft verweerder zich nader op het standpunt gesteld dat de berekening van het bedrag waarover aftrek ter voorkoming van dubbele belasting verleend dient te worden, moet worden vastgesteld op € 88.214 (€ 74.581 (loon ter zake van de werkzaamheden in China) + € 13.633 (stallingsbeschikking)) in plaats van € 85.041. Verweerder concludeert dan ook tot gegrondverklaring van het beroep. Beoordeling van het geschil Vooraf 9. Het bezwaar en beroep moeten naar het oordeel van de rechtbank worden geacht ook te zijn gericht tegen het niet (tijdig) nemen van een beschikking als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 (BvdB 2001). Werkzaamheden in de Filipijnen 10.1. Artikel 5, tweede lid, onderdeel f, van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek der Filippijnen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol, gesloten te Manilla op 9 maart 1989 (hierna: het belastingverdrag met de Filipijnen) luidt: “2. The term “permanent establishment” includes especially: (…) f. a (…) place of exploration or extraction of natural resources; (…)” 10.2. Artikel 15, eerste en tweede lid, van het belastingverdrag met de Filipijnen luiden: “Dependent Personal Services 1. Subject to the provisions of Articles 16, 18, 19 and 20 salaries, wages and other similar remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment shall be taxable only in that State unless the employment is exercised in the other State. If the employment is so exercised, such remuneration as is derived therefrom may be taxed in that other State. 2. Notwithstanding the provisions of paragraph 1, remuneration derived by a resident of one of the States in respect of an employment exercised in the other State shall be taxable only in the first-mentioned State if:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.