beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rekestnummer: C/09/472448 / HA RK 14-458 Beschikking van 21 augustus 2015 in de zaak van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekster, advocaat mr. S. Mahabier te Amsterdam, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Veiligheid en Justitie, Immigratie- en Naturalisatiedienst), verder te noemen ‘de IND’, zetelende te Den Haag, belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. R.Y Reckers. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het op 25 augustus 2014 ingekomen verzoekschrift, de brief van de IND van 9 juli 2015, de brief van de officier van justitie van 18 augustus
- 2Het verzoek Verzoekster vraagt de rechtbank om vast te stellen dat zij het Nederlanderschap bezit. Zij voert daartoe aan dat zij op [geboortedag] 1946 is geboren in [geboorteplaats] , Suriname, en dat zij bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit verkreeg. Bij de inwerkingtreding op 25 november 1975 van de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten, gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de republiek Suriname (TOS) was zij meerderjarig en had zij haar woonplaats in Nederland. Zij behield daardoor haar Nederlandse nationaliteit. Op 4 november 2008 heeft zij vanwege de Remigratieregeling de Surinaamse nationaliteit aangenomen. Op 3 oktober 2013 heeft zij zich weer in Nederland gevestigd. Bij de verkrijging van de Surinaamse nationaliteit heeft zij haar Nederlandse nationaliteit niet verloren aangezien zij onder de uitzondering van artikel 15 lid 2 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) valt, aldus verzoekster. 3Het standpunt van de IND en van de officier van justitie De IND stelt zich op het standpunt dat verzoekster thans in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit en dat het verzoek kan worden toegewezen. De officier van justitie heeft schriftelijk medegedeeld zich aan te sluiten bij het advies van de IND. 4De beoordeling Verzoekster heeft bij haar geboorte op [geboortedag] 1946 in [geboorteplaats] , Suriname, de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 4 november 2008 heeft verzoekster vrijwillig de Surinaamse nationaliteit verkregen. De rechtbank is met verzoekster en de IND van oordeel dat verzoekster door voormelde naturalisatie niet de Nederlandse nationaliteit heeft verloren. Artikel 15 lid 1 aanhef en onder a RWN bepaalt dat het Nederlanderschap voor een meerderjarige verloren gaat door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit. Verzoekster valt echter onder de in artikel 15 lid 2 aanhef en onder a en b RWN genoemde uitzonderingen. Zij is in Suriname geboren en had ten tijde van de verkrijging haar hoofdverblijf in Suriname. Voorts heeft zij voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren haar hoofdverblijf gehad in Suriname. De in voormelde artikel omschreven bescherming tegen het verlies van het Nederlanderschap komt ook toe aan een meerderjarige Nederlander die vrijwillig de nationaliteit van een nieuwe soevereine staat verkrijgt en op het grondgebied van die staat is geboren voordat het een zelfstandige en soevereine staat werd, en ten tijde van zijn naturalisatie zijn hoofdverblijf in die nieuwe soevereine staat heeft, dan wel als minderjarige een onafgebroken periode van tenminste vijf jaren zijn hoofdverblijf heeft gehad op het grondgebied van die staat voordat het een zelfstandige en soevereine staat werd (zie uitspraak Hoge Raad van 26 juni 2015 ECLI:NL:HR:2015:1749). Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek dient te worden toegewezen. 5De beslissing De rechtbank stelt vast dat [verzoekster] , geboren op [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats] (Suriname) vanaf haar geboorte op [geboortedag] 1946 in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Deze beschikking is gegeven door mr. G.H.I.J. Hage en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus
- type: 206 coll: