Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 15/6603 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2015 in de zaak tussen [eiser], te [woonplaats], eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 26 augustus 2015 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december
- Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A]. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 11 november aan eiser op het adres [adres] te [woonplaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 13 november 2015 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Op 18 juli 2015 om 18:57 stond de auto van eiser geparkeerd op een door parkeerapparatuur gereguleerde parkeerplaats aan de Ruijsdaelstraat te Den Haag. Deze locatie is door het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen als plaats waar mag worden geparkeerd tegen betaling van parkeerbelasting.
- Tijdens een controle op voormelde plaats, datum en tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat in de auto van eiseres geen geldig parkeerkaartje of geldige vergunning aanwezig was. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag aan eiser opgelegd.
- In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
- Eiser stelt dat de naheffingsaanslag niet terecht is opgelegd omdat hij wel een parkeerkaartje duidelijk achter zijn voorruit had gelegd. Eiser stelt dat hij zijn bankpas vergeten was mee te nemen waardoor hij niet bij de parkeerautomaat zijn parkeerkaartje heeft kunnen kopen. Een behulpzame burger heeft voor € 2 met zijn bankpas een parkeerkaartje bij de automaat bij een aan de Van der Veldestraat geplaatste automaat gekocht voor eiser, welk kaartje hij duidelijk en leesbaar achter zijn voorruit heeft geplaatst. Het kan zijn dat het kaartje is verschoven.
- Verweerder voert aan dat het parkeerkaartje niet door de parkeercontroleurs is waargenomen. Hierdoor heeft eiser niet aangetoond dat hij aan zijn aangifte- en betalingsverplichting heeft voldaan. Eiser heeft de mogelijkheid gekregen om alsnog aan te tonen dat hij de belasting wel heeft betaald, maar het enkel overleggen van het parkeerkaartje is daartoe onvoldoende.
- De enkele mogelijkheid dat een dergelijk kaartje nadien in het bezit van eiser kan zijn gekomen, geeft verweerder niet ten onrechte aanleiding strikt te toetsen, bijvoorbeeld door te verifiëren wanneer en door wie dat kaartje is betaald, om aan de hand daarvan te beoordelen de aannemelijkheid dat eiser op reguliere wijze bij het parkeren over het kaartje zou hebben beschikt. Of dat zo het geval is geweest, is op grond van de gedingstukken niet aannemelijk geworden.
- Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
- De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C.J.A. Huijgens, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Scholte, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 december
- Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.