beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingsnummer 2015/67 zaak-/rekestnummer: C/09/498074 / KG RK 15/2002 parketnummer: 09/819438-15 RC-nummer: 15/4219 datum beschikking: 16 november 2015 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van: [verzoeker] , zonder vaste woonplaats hier te lande, verblijvende te [verblijfplaats] , verzoeker, raadsman: mr. H. Weisfelt, strekkende tot wraking van: mr. A.C.M. Höppener, rechter-commissaris in de rechtbank Den Haag. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Op 14 oktober 2015 is verzoeker door de rechter-commissaris gehoord op de vordering tot bewaring alsmede in verband met de toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Blijkens het proces-verbaal heeft verzoeker na een schorsing van het verhoor de rechter-commissaris gewraakt. De rechter-commissaris heeft vervolgens na een tweede schorsing meegedeeld dat de vordering tot inbewaringstelling een spoedeisende aangelegenheid betreft en dat om die reden de beslissing van de wrakingskamer niet kan worden afgewacht. Het verhoor is vervolgens ondanks protest daartegen door de bij het verhoor aanwezige raadsman van verzoeker voortgezet, waarna de rechter-commissaris heeft meegedeeld dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is, dat de vordering tot inbewaringstelling wordt toegewezen en dat een bevel tot bewaring voor een termijn van veertien dagen zal worden afgegeven alsmede dat het verzoek tot opschorting van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen. De rechter-commissaris heeft schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 2 november 2015 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman, is verschenen. De rechter-commissaris is met bericht niet verschenen. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. De rechter-commissaris heeft verzoeker geplaatst in de categorie ‘zonder vaste woon- verblijfplaats’ omdat verzoeker volgens de rechter-commissaris niet bereikbaar is voor politie en justitie, terwijl verzoeker heeft aangegeven dat hij een verblijfadres heeft. Ook heeft de rechter-commissaris tijdens het verhoor gezegd niets te kunnen met de door verzoeker besproken papieren waaruit volgens verzoeker zou blijken dat de door hem aangekochte goederen niet geregistreerd staan als gestolen. Hieruit blijkt dat de rechter-commissaris vooringenomen is. 4Het standpunt van de gewraakte rechter-commissaris De rechter-commissaris berust niet in de wraking. Volgens haar is van enige vooringenomenheid geen sprake. Verzoeker wordt verdacht van heling van een aanzienlijke hoeveelheid gereedschap en andere zaken. Omdat het tijdens een voorgeleiding onmogelijk is om nauwgezet de nummers en stukken van de inbeslaggenomen goederen te bekijken en te vergelijken met de serienummers die de raadsman van verdachte heeft opgezocht op de website stopheling.nl, heeft de rechter-commissaris op dat moment gezegd dat zij niets met de papieren kon die de raadsman van verzoeker tijdens het verhoor toeschoof aan verzoeker. Zij heeft tegen verzoeker gezegd dat ze de betreffende lijst aan de stukken zou toevoegen, zodat de politie kan nagaan of hetgeen hij zegt klopt. Overigens wil het feit dat de serienummers niet voorkomen op de website stopheling.nl volgens de rechter-commissaris nog niet zeggen dat er geen sprake kan zijn van heling. 5De beoordeling 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.