← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2015:16409

beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2015/58 zaak-/rekestnummer: 494562 KG RK 15-1643 zaaknummer: 3764979 RL EXPL 15-1161 datum beschikking: 21 september 2015 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij in de hoofdzaak, thans verzoekster, tegen de Staat der Nederlanden, meer in het bijzonder de Belastingdienst/Toeslagen, gevestigd te Leeuwarden, eisende partij in de hoofdzaak, thans belanghebbende, strekkende tot wraking van: mr. R.J. ter Kuile, kantonrechter in de rechtbank Den Haag. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Op 15 juni 2015 heeft de kantonrechter in de zaak tussen verzoekster en belanghebbende een comparitie van partijen gehouden. Daarbij is verzoekster verschenen; namens belanghebbende was niemand verschenen. De kantonrechter heeft de griffier tijdens die zitting naar belanghebbende laten bellen. Vervolgens is de zaak naar de rol van 14 juli 2015 verwezen voor repliek. Op de rolzitting van 11 augustus 2015, waarbij verzoekster in de gelegenheid was gesteld om te dupliceren, heeft verzoekster de kantonrechter gewraakt. Van het verhandelde tijdens deze zitting is proces-verbaal opgemaakt. Per brief van 19 augustus 2015 heeft de kantonrechter gereageerd op het onderhavige wrakingsverzoek. Per brief van 24 augustus 2015 heeft verzoekster haar wrakingsverzoek nader toegelicht. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 7 september 2015 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoekster is verschenen en heeft haar wrakingsverzoek toegelicht. De kantonrechter is, met bericht van afwezigheid, niet ter zitting van de wrakingskamer verschenen. 3Het standpunt van verzoekster Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Verzoekster heeft niet het gevoel dat de kantonrechter onpartijdig is, nu de kantonrechter tijdens de zitting van 15 juni 2015 heeft laten bellen met eisende partij en hij geïrriteerd reageerde naar haar toe. 4Het standpunt van mr. Ter Kuile De kantonrechter heeft zijn griffier tijdens de zitting van 15 juni 2015 laten bellen naar eisende partij om de reden van niet verschijnen ter zitting te kunnen achterhalen. Dit zinde verzoekster niet, waarna zij op intimiderende wijze om vonniswijzing vroeg. Daar is de kantonrechter niet op ingegaan. Pas later heeft verzoekster de kantonrechter gewraakt, namelijk op het moment dat zij mocht dupliceren. 5De beoordeling 5.

  1. Ingevolge artikel 37 lid 1 Rv dient het verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden. Uit het wrakingsverzoek blijkt dat de gronden voor wraking zijn gelegen in de wijze waarop de kantonrechter tijdens de comparitie van partijen van 15 juni 2015 heeft opgetreden. Nu verzoekster aanwezig was tijdens deze comparitie van partijen, zijn de feiten en omstandigheden die haar aanleiding gaven een wrakingsverzoek in te dienen, haar op dat moment bekend geworden. Verzoekster heeft de kantonrechter echter pas op de zitting van 11 augustus 2015, dus twee maanden later, gewraakt. Dit is te laat, zodat verzoekster niet ontvankelijk zal worden verklaard in haar wrakingsverzoek. 5.
  2. De stelling van verzoekster dat zij na de comparitie van partijen heeft gekeken wat zij tegen de gang van zaken kon doen, doet aan het voorgaande niet af. Aan verzoekster kan enige termijn worden gegund teneinde te achterhalen wat zij kan doen om haar onvrede over de handelswijze van de kantonrechter kenbaar te maken, maar deze termijn is niet dermate lang dat wordt toegestaan dat zij haar verzoek tot wraking pas doet op het moment dat haar wederpartij reeds een conclusie van repliek heeft ingediend en zij geacht wordt daar bij dupliek op te reageren. 6De beslissing De wrakingskamer: - verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar wrakingsverzoek; - bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek; - beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: • de verzoekster; • de eisende partij in de hoofdzaak; • de kantonrechter mr. R.J. ter Kuile; Deze beslissing is gegeven door mrs. O. van der Burg, G.P. Verbeek en R. Cats, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.F. Ritmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.