← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2015:1885

Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummers: 09/754248-11; 09/765011-14 (gev. ttz.) Datum uitspraak: 24 februari 2015 Tegenspraak (Promis vonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting “[penitentiaire inrichting]”. Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 tot en met 6, 9 en 10 februari 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. N.H. Vogelenzang en R.A.E. van Noort en van hetgeen door de raadsvrouw en raadsman van verdachte, mrs. C.H. Zuur en N. Bertrand, beiden advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/754248-11: (Zaaksdossier [adres 1]) 1. hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(

  1. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud) heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk)horloges, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en/of hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan de [adres 1]aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden en/of (merk) horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
  2. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
  3. en)uit: - het gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onverhoeds binnen dringen en/of - het springen op de rug van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) het duwen van die [slachtoffer 1] op de grond en/of (vervolgens) het duwen van die [slachtoffer 1] in de rug en/of het (hardhandig) achterop het hoofd duwen en/of - het van achteren vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer 2] en/of - het houden van een hand voor de mond van die [slachtoffer 2] en/of - meermalen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zeggen dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of - aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens tonen en/of - het vastbinden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan handen en/of enkels met tie-ribs en/of - het duwen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op hun bed en/of (vervolgens) vastbinden van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met tie-ribs en/of - het harder aantrekken van de tie-ribs bij die [slachtoffer 1] en/of - het opsluiten van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of - het tegen die [slachtoffer 2] zeggen dat ze over een paar dagen terug zouden komen voor het geld; 2. hij in of omstreeks de periode van 16 november 2012 tot en met 17 november 2012 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) twee kind(eren) (van ongeveer 13 en 8 jaar oud), wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
  4. s)met dat opzet - gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de woning van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] onverhoeds binnengedrongen en/of - op de rug van die [slachtoffer 1] gesprongen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] op de grond geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] in de rug geduwd en/of (hardhandig) achterop het hoofd geduwd en/of - die [slachtoffer 2] van achteren vastgepakt en/of vastgehouden en/of - een hand voor de mond van die [slachtoffer 2] gehouden en/of - meermalen tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gezegd dat ze niet mochten bewegen en/of niet met elkaar mochten praten en/of op hun knieën moesten zitten en/of de alarmcode moesten afgeven en/of de mobiele telefoons moesten inleveren en/of - aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of hun kind(eren) meermalen een of meer vuurwapens getoond en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan handen en/of enkels met tie-ribs vastgebonden en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op hun bed geduwd en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met tie-ribs vastgebonden en/of - ( vervolgens) de tie-ribs bij die [slachtoffer 1] harder aangetrokken en/of - die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] opgesloten in hun slaapkamer (gescheiden van hun kinderen) en/of - gedurende een duur van ongeveer twee uur (22.30u tot 00.20u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of (diens) kinderen gebleven; (Zaaksdossier [adres 2]) 3. hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de '[adres 2] aldaar), met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  5. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een groot geldbedrag en/of een groot aantal (merk)horloge(
  6. s)en/of sieraden en/of pennen, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  7. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of horloge(
  8. s)en/of sieraden en/of pennen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  9. s)een haak van een (slaapkamer)raam verbroken en/of (vervolgens) zijn verdachte en/of zijn mededader(
  10. s)door een (slaapkamer)raam voornoemde woning binnengeklommen, en/of hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de '[adres 2] aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een groot geldbedrag en/of een groot aantal (merk) horloge(
  11. s)en/of sieraden en/of pennen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  12. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of horloge(
  13. s)en/of sieraden en/of pennen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  14. s)een haak van een (slaapkamer)raam verbroken en/of (vervolgens) zijn verdachte en/of zijn mededader(
  15. s)door een (slaapkamer)raam voornoemde woning binnengeklommen en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(
  16. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
  17. en)uit: - het gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de kelder, althans de woning van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] onverhoeds binnendringen en/of - het dreigend tonen van een of meer vuurwapen(
  18. s)en/of kogels en/of mes(sen) aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of - het onder schot houden van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met een of meer vuurwapen(
  19. s)en/of mes(sen) en/of - die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op de grond laten liggen en/of laten zitten en/of de handen op hun rug laten houden en/of - het vastbinden van de handen van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tie-ribs en/of - het zwaaien met een mes voor het gezicht van die [slachtoffer 4] en/of - het vasthouden van die [slachtoffer 4] bij haar badjas en/of - dreigend zeggen tegen die [slachtoffer 4]: "Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis, wordt hij heel boos. Niet liegen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking - het spugen in de haren van die [slachtoffer 4]; Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 16 november 2012 te Rijswijk en/of te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland en/of te België en/of te Frankrijk en/of te Spanje en/of te Marokko de gehele buit (afkomstig van de overval op 22/23 maart 2012 op familie [slachtoffer 3]/[slachtoffer 4]) of een deel van de buit (afkomstig van de overval op 22/23 maart op familie [slachtoffer 3]/[slachtoffer 4]), te weten een groot geldbedrag en/of een groot aantal (merk)horloges en/of sieraden en/of pennen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde geldbedrag en/of horloges en/of sieraden en/of pennen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof; 4. hij in of omstreeks de periode van 22 maart 2012 tot en met 23 maart 2012 te Rijswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
  20. s)met dat opzet - gekleed in het zwart en/of bedekt met bivakmuts de kelder, althans de woning van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] onverhoeds binnengedrongen en/of - dreigend een of meer vuurwapen(
  21. s)en/of kogels en/of mes(sen) aan die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] getoond en/of - die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met een of meer vuurwapen(
  22. s)en/of mes(sen) onder het schot gehouden en/of - die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] op de grond laten liggen en/of laten zitten en/of de handen op hun rug laten houden en/of - de handen van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] met tie-ribs vastgebonden en/of - met een mes voor het gezicht van die [slachtoffer 4] gezwaaid en/of - die [slachtoffer 4] bij haar badjas vastgehouden en/of - dreigend tegen die [slachtoffer 4] gezegd: "Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis, wordt hij heel boos. Niet liegen", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking - die [slachtoffer 4] in haar haren gespuugd - gedurende een duur van ongeveer twee uur (23.00u tot 01.02u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] gebleven; ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 09/765011-14: (Zaaksdossier [adres 3]) 1. hij in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 6 november 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de [adres 3] aldaar), met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
  23. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van - een geldbedrag (van ongeveer 23.035 euro, althans een groot geldbedrag) en/of - 14, althans een of meer siera(a)d(
  24. en)en/of - twee, althans een of meer horloge(
  25. s)(te weten: gouden dameshorloge en/of doublet dameshorloge), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  26. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of siera(a)d(
  27. en)en/of horloge(
  28. s)onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  29. s)met een of meer schroevendraaier(
  30. s)de binnendeur van de woning open gemaakt, en/of hij in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 6 november 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning (gelegen aan of bij de [adres 3] aldaar), met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen - een geldbedrag (van ongeveer 23.035 euro, althans een groot geldbedrag) en/of - 14, althans een of meer siera(a)d(
  31. en)en/of - twee, althans een of meer horloge(
  32. s)(te weten: gouden dameshorloge en/of doublet dameshorloge), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(
  33. s)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die geldbedrag en/of siera(a)d(
  34. en)en/of horloge(
  35. s)onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(
  36. s)met een of meer schroevendraaier(
  37. s)de binnendeur van de woning open gemaakt, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(
  38. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(
  39. en)uit: - het gekleed in het zwart en/of bedekt met een bivakmuts/zwarte doek de woning van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] (onverhoeds) binnendringen en/of - het (onverhoeds) van achteren beetpakken van die [slachtoffer 5] (op zijn erf) en/of het (vervolgens) tegen de grond werken van die [slachtoffer 5] en/of - het bij de nek naar achteren trekken van die [slachtoffer 5] en/of het bij zijn keel grijpen van die [slachtoffer 5] en/of het snoeren van de mond van die [slachtoffer 5] en/of - het onder schot houden van die [slachtoffer 5] met een vuurwapen en/of - ( daarbij) dreigend zeggen: "Je hebt een kluis, je hebt geld, meewerken", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - het geven van een klap tegen/op de neus van die [slachtoffer 5] en/of - het dreigend tonen van een of meer vuurwapen(
  40. s)en/of een of meer mes(sen) aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of - het vastbinden van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] met tie-ribs en/of broekriem en/of - het opsluiten van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] in de badkamer; 2. hij in of omstreeks de periode van 5 november 2012 tot en met 6 november 2012 te Honselersdijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(
  41. s)met dat opzet - gekleed in het zwart en/of bedekt met een bivakmuts/zwarte doek de woning van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] onverhoeds binnengedrongen en/of - die [slachtoffer 6] op de bank vastgebonden met tieraps en/of - die [slachtoffer 5] (op zijn erf) (onverhoeds) van achteren beetgepakt en/of (vervolgens) tegen de grond gewerkt en/of - die [slachtoffer 5] bij de nek naar achteren getrokken en/of bij zijn keel gegrepen en/of de mond gesnoerd en/of - die [slachtoffer 5] een klap tegen/op de neus gegeven en/of - die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] bedreigd en/of onder schot gehouden met een of meer vuurwapen(
  42. s)en/of mes(sen) en/of - die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] meermalen een of meer vuurwapen(
  43. s)en/of mes(sen) getoond en/of - die [slachtoffer 5] vastgebonden met tie-ribs en/of een broekriem en/of - ( vervolgens) die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] opgesloten in de badkamer en/of - gedurende een duur van ongeveer anderhalf uur (23.30u tot 00.50u) in de woning en/of in de directe nabijheid van die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gebleven; (Zaaksdossier [adres 4]) 3. hij op of omstreeks 11 januari 2012 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, te weten, een automatisch vuurwapen, (merk Agram, model 2000, kaliber 9 x 19
  44. mm)en/of een voorwerp van categorie I, te weten een (bijbehorende) geluidsdemper en/of munitie van categorie III, te weten 42, althans een of meer patro(o)n(
  45. en)(merk Hollow Point, kaliber 9 mm Luger, merk Prvi Partizan Namenska Proizodnja) heeft overgedragen aan een of meer ander(
  46. en)en/of voorhanden heeft gehad; (Zaaksdossier Kempenbaan) 4. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 te 's-Gravenhage en/of Geertruidenberg en/of Rijen en/of Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), in ieder geval (een) middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 te 's-Gravenhage en/of Geertruidenberg en/of Rijen en/of Oosterhout en/of Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een (grote) (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, zijnde amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), in ieder geval (een) middel als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, voor te bereiden en/of te bevorderen, - een of meer ander(
  47. en)heeft getracht te bewegen om dat/die feit(
  48. en)te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of - zich en/of een ander of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(
  49. en)heeft trachten te verschaffen, en/of - voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zijn mededader(
  50. s)wist(
  51. en)of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het hierboven bedoelde feit, hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(
  52. s)met dat opzet - een of meer contact(
  53. en)gehad (ontmoetingen en sms-berichten) ten behoeve van het bereiden en/of bewerken en/of aankopen en/of verkopen en/of leveren en/of vervoeren van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of - een of meer telefoongesprek(ken) gevoerd en/of sms-berichten gestuurd met betrekking tot het bereiden en/of bewerken en/of verkopen en/of leveren en/of vervoeren van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of - een hoeveelheid (hand)geld voorhanden gehad ten behoeve van het bereiden en/of bewerken en/of aankopen en/of verkopen en/of leveren en/of vervoeren van een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of - een (aanzienlijke) (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voorhanden gehad en/of - een (handels)hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed) en/of metamfetamine en/of MDMA en/of tenamfetamine (MDA) en/of N-ethyl-MDA (MDEA), althans een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of geleverd; (Zaaksdossier Gruis) 5. hij op een meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 maart 2012 tot en met 26 maart 2012 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam en/of Delft, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Inleiding 1. Op 11 november 2011 is een opsporingsonderzoek gestart onder de naam “Condor”, dat zich richtte op de verdenking van witwassen van criminele gelden door verdachte [verdachte]. In het kader van dat onderzoek zijn diverse onderzoeksmethoden ingezet, waaronder het afluisteren van telefoon-, SMS- en Pingverkeer maar ook het doen van observaties en het opnemen van vertrouwelijke communicatie. In het pand [adres 5] te Den Haag, waarvan bekend was dat verdachte daar verbleef, is in de periode van 16 mei 2012 tot en met 17 november 2012 vertrouwelijke communicatie opgenomen en uitgeluisterd. Vanaf 5 januari 2012 vonden observaties plaats. Daartoe was onder meer een observatiecamera geïnstalleerd tegenover de voordeur van de woning van de [adres 5]. Tenslotte zijn beelden veilig gesteld en aan het dossier toegevoegd die afkomstig zijn van beveiligingscamera’s die waren geïnstalleerd aan de buitenzijde van het appartementencomplex waarvan de woning [adres 5] deel uitmaakt, alsmede van een camera die in het portiek van dat complex was geplaatst. 2. Het onderzoek heeft uiteindelijk geleid tot zes verdenkingen tegen verdachte. Verdachte zou op 11 januari 2012 een automatisch vuurwapen met bijbehorende geluidsdemper en munitie hebben overgedragen (zaaksdossier [adres 4]). Daarnaast wordt hij ervan verdacht dat hij in de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 heeft gehandeld in synthetische drugs, dan wel de handel daarin heeft voorbereid (zaaksdossier Kempenbaan) en in de periode van 10 tot en met 26 maart 2012 heeft gehandeld in hennepgruis (zaaksdossier Gruis). Verdachte wordt bovendien – en daar ligt het zwaartepunt in deze zaak – verdacht van drie woningovervallen, die hij met een of meer mededaders zou hebben uitgevoerd. Hij zou op 22 op 23 maart 2012 in Rijswijk de heer [slachtoffer 3] en mevrouw [slachtoffer 4] hebben beroofd van een groot geldbedrag en een groot aantal horloges (zaaksdossier [adres 2]). Daarnaast wordt verdachte beschuldigd van de overval op 5 op 6 november 2012 op een echtpaar in een woning in Honselersdijk (zaaksdossier [adres 3]). De derde woningoverval die door verdachte zou zijn gepleegd betreft de overval op een gezin in Rotterdam (zaaksdossier [adres 1]). Overwegingen met betrekking tot een aangevoerd vormverzuim Inleiding 3. Nadat gedurende het onderzoek de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie in het pand [adres 5] op 19 oktober 2012 met vier weken was verlengd tot en met 16 november 2012, is door een administratieve fout aan de zijde van het openbaar ministerie geen nieuwe vordering ingediend. Er was dan ook geen machtiging van de rechter-commissaris aanwezig voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie na 16 november 2012 in de woning aan de [adres 5] te Den Haag. Vanaf 17 november 00.00 uur tot en met 02.17 uur is in die woning niettemin communicatie opgenomen. De uitwerkingen van deze opnamen zijn in een proces-verbaal neergelegd en in het dossier gevoegd. Er is daarmee evident sprake van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek dat niet meer kan worden hersteld en waarvan het rechtsgevolg niet blijkt uit de wet, zoals bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). 4. Ter terechtzitting heeft de rechtbank – op verzoek van de verdediging – beslist dat de op 17 november 2012 gemaakte opnamen voorshands niet ter zitting konden worden beluisterd, nu de rechtbank eerst bij vonnis kon en zou beslissen over de vraag of aan het vormverzuim en de daaruit voortvloeiende uitwerkingen rechtsgevolgen moeten worden verbonden en zo ja, welke. Het standpunt van de verdediging 5. De rechtbank vat het standpunt van de verdediging dat de desbetreffende opname niet op de zitting mocht worden beluisterd aldus op, dat als verweer wordt gevoerd dat de opnamen en de daarvan gemaakte uitwerkingen van het bewijs moeten worden uitgesloten. Het standpunt van de officieren van justitie 6. De officieren van justitie hebben betoogd dat bewijsuitsluiting niet aan de orde is, omdat het recht van verdachte op een eerlijk proces door het vormverzuim niet is tekort gedaan en evenmin kan worden gezegd dat er sprake is van een andere belangrijk strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel dat in aanzienlijke mate is geschonden. Nu bewijsuitsluiting ook niet noodzakelijk is om soortgelijke inbreuken te voorkomen, moet het verweer worden verworpen. Het oordeel van de rechtbank 7. Bij de beoordeling of, en zo ja, welk rechtsgevolg in aanmerking komt, dient de rechter rekening te houden met de in het tweede lid van artikel 359a Sv genoemde factoren, te weten het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het rechtsgevolg zal door deze factoren moeten worden gerechtvaardigd. 8. De rechtbank is van oordeel dat niet is gesteld, en ook niet gebleken of zelfs maar aannemelijk geworden dat verdachte enig concreet nadeel van het vormverzuim heeft ondervonden, wat betekent dat hij door dat vormverzuim niet in zijn verdediging is geschaad. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich ter zitting juist een voorstander heeft betoond van het afspelen van de desbetreffende opnamen omdat hij meent dat aan de toonzetting daarvan (door hem toegelicht als: niet gehaast) argumenten in zijn voordeel zijn te ontlenen. Reeds daarom komt – wat er van de ernst van het verzuim en het belang van het geschonden voorschrift ook zij – bewijsuitsluiting als rechtsgevolg niet in aanmerking (vgl. HR 7 januari 2014 ECLI:NL:HR:2014:36 r.o. 2.7.4.). De rechtbank zal het verweer dan ook verwerpen. Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 4] Inleiding 9. Op 11 januari 2012 heeft op het parkeerterrein van winkelcentrum [winkelcentrum] te Den Haag een ontmoeting plaatsgevonden tussen enerzijds verdachte en anderzijds [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Aan die ontmoeting is telefoon- en SMS-verkeer vooraf gegaan tussen verdachte en [medeverdachte 1]. Die ontmoeting is waargenomen door een observatieteam, terwijl er ook video-opnamen van zijn gemaakt. Later die dag is in een loods/garage in gebruik bij de vader van [medeverdachte 1] een zwarte tas met daarin een automatisch vuurwapen met geluiddemper en munitie aangetroffen. 10. Gelet op hetgeen aan verdachte op basis van dit dossier is ten laste gelegd dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of bij de ontmoeting op het parkeerterrein door verdachte aan [medeverdachte 1] het later aangetroffen vuurwapen met toebehoren is overgedragen. Het standpunt van de officieren van justitie 11. De officieren van justitie hebben gevorderd dat de rechtbank het ten laste gelegde feit bewezen zal verklaren, te weten de overdracht van het automatische vuurwapen met munitie en geluiddemper door verdachte. Het standpunt van de verdediging 12. De verdediging heeft vrijspraak bepleit van hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd en wel op de grond dat verdachte in het geheel niets aan [medeverdachte 1] heeft overgedragen op 11 januari 2012. Het oordeel van de rechtbank Observaties 13. Uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal van observaties die op 11 januari 2012 hebben plaatsgevonden blijkt het volgende: 14.52 uur Een auto merk Hyundai, type Lantra, kenteken [kenteken 1] wordt geparkeerd op het parkeerterrein van het winkelcentrum [winkelcentrum] te Den Haag. Verdachte stapt uit deze auto en maakt contact met (de later als zodanig herkende) [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. 14.57-15.00 uur Verdachte stapt achter in de [kenteken 1]. Deze auto vertrekt en stopt korte tijd later. Verdachte stapt uit en loopt de [adres 6] in. Even later komt hij weer aanlopen uit de richting van de [adres 6] en stapt in de [kenteken 1] waarna deze vertrekt. 15.02 uur De [kenteken 1] stopt weer op het parkeerterrein van winkelcentrum [winkelcentrum] te Den Haag. Verdachte stapt uit en maakt contact met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Verdachte overhandigt [medeverdachte 1] iets waarop [medeverdachte 1] de kofferbak opent van een personenauto, merk Audi, type A6, kleur groen en voorzien van het kenteken [kenteken 2]. [medeverdachte 1] gooit vervolgens een zwarte tas in de kofferbak en sluit deze weer. [medeverdachte 1] en verdachte omhelzen elkaar hartelijk waarna zij afscheid nemen. Verdachte stapt in de [kenteken 1] en vertrekt. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stappen in de [kenteken 2] en vertrekken ook. 15.25 uur De [kenteken 2] stopt op de [adres 4] te Den Haag. [medeverdachte 1] stapt uit en pakt uit de kofferbak de zwarte tas. [medeverdachte 1] opent vervolgens met sleutel een loods gelegen naast portiek [adres 4] en gaat naar binnen. Kort hierop verlaat [medeverdachte 1] genoemde loods zonder tas, stapt in de [kenteken 2] en vertrekt. Aanvang observatie genoemde loods. 14. Uit een proces-verbaal van bevindingen volgt dat de loods naast portiek [adres 4] Den Haag op 11 januari 2012 te 15.25 uur onder observatie is genomen en constant onder observatie is geweest totdat op die dag te 18.51 uur personeel van de politie Haaglanden ter plaatse kwam, aan wie de observatie is overgedragen. Gedurende voornoemde periode is niemand in of uit de loods gekomen. Aantreffen wapen 15. De politie is op 11 januari 2012 omstreeks 19.15 uur binnengetreden in de loods gelegen naast [adres 4]. Vervolgens is te 19.22 uur een doorzoeking geopend, waarbij onder meer een tas met vermoedelijk een vuurwapen in beslag werd genomen. Onderzoek wapen 16. Het wapen dat in de loods aan de [adres 4] is aangetroffen is nader onderzocht. Het wapen zat in een zwarte rugzak. Het betreft een automatisch vuurwapen, dat valt onder artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie II sub 2 va de wet wapens en munitie. Bij het vuurwapen was een geluiddemper aanwezig. Tevens zijn 42 stuks scherpe munitie aangetroffen, te weten kaliber 9 mm Luger verdeeld over twee patroonmagazijnen. De munitie kan met het aangetroffen wapen worden verschoten. Ook de aangetroffen patronen vallen onder de wet wapens en munitie, artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III. Verklaring [medeverdachte 2] 17. [medeverdachte 2], heeft, als verdachte door de politie gehoord, verklaard dat hij er op 11 januari 2012 bij was, dat hij weet dat de tas aan [medeverdachte 1] is gegeven en dat [medeverdachte 1] de tas in de kofferbak van de Audi heeft gelegd. Hij, [medeverdachte 2], was er bij om te rijden omdat [medeverdachte 1] geen rijbewijs heeft. Zij zijn toen naar de [adres 4] gereden naar de garage van [medeverdachte 1] en daar heeft [medeverdachte 1] de tas in de garage gelegd. Betrouwbaarheid van de observaties 18. Door de verdediging is op diverse gronden betoogd dat de observaties zoals die in het vorenstaande zijn weergegeven onbetrouwbaar zijn voor zover daar uit zou moeten blijken dat door verdachte op 11 januari 2012 op het parkeerterrein van winkelcentrum [winkelcentrum] iets aan [medeverdachte 1] is afgegeven. 19. Voor zover de gestelde onbetrouwbaarheid van de observaties is gestoeld op veronderstellingen omtrent de diverse posities die de observanten zouden hebben ingenomen en de (on)mogelijkheid om van daaruit te kunnen zien wat zij hebben geverbaliseerd gaat de rechtbank hieraan voorbij, nu die veronderstellingen niet op enig concreet feit zijn gebaseerd. 20. De verdediging heeft voorts argumenten ontleend aan de inhoud van een videofragment dat ter terechtzitting is afgespeeld en dat betrekking heeft op de ontmoeting tussen verdachte en [medeverdachte 1] waarbij volgens het openbaar ministerie een vuurwapen is overgedragen. Diverse zaken die de observanten in het proces-verbaal hebben vermeld zijn op die videobeelden niet te zien en omgekeerd, waardoor de observatie als geheel als onbetrouwbaar heeft te gelden, aldus de verdediging. 21. De rechtbank overweegt daaromtrent, dat de enkele omstandigheid dat iets op de videobeelden niet is te zien, nog niet betekent dat dit niet heeft plaatsgevonden en –vanuit een andere positie- wel degelijk door het observatieteam kan zijn waargenomen en terecht geverbaliseerd. Het openbaar ministerie heeft te kennen gegeven dat een feitelijke overdracht van enig voorwerp door verdachte aan [medeverdachte 1] op de videobeelden inderdaad niet is te zien, en de rechtbank heeft de juistheid van die constatering bij haar eigen waarneming kunnen bevestigen. Waar het echter om gaat is, of wat er op de videobeelden wel te zien is tenminste zodanige twijfel oproept of er inderdaad iets is overgedragen dat op grond daarvan de observatie als geheel als onbetrouwbaar moet worden bestempeld. De rechtbank heeft vastgesteld dat daarvan geen sprake is, nu op de beelden niets voorkomt dat een overdracht uitsluit of zelfs maar doet betwijfelen. 22. De conclusie is dat er geen aanleiding is om aan de betrouwbaarheid van de resultaten van de observatie, zoals neergelegd in het daarvan opgemaakte proces-verbaal, te twijfelen zodat die resultaten onverkort als bewijsmiddel kunnen gelden. Conclusie omtrent het bewijs 23. Op grond van de waarnemingen neergelegd in het proces-verbaal van observatie in combinatie met het aantreffen van het wapen in de loods aan de [adres 4] en de verklaring van [medeverdachte 2] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 januari 2012 te Den Haag op het parkeerterrein van winkelcentrum “[winkelcentrum]” een vuurwapen met munitie en geluiddemper heeft afgeleverd. Dat het observatieteam niet het feitelijk overdragen van de tas (waarin later het wapen werd gevonden) heeft gezien maar het overdragen van “iets” door verdachte aan [medeverdachte 1] doet daar niet aan af. Niet valt immers in te zien hoe de overdracht van een voorwerp aan [medeverdachte 1] en het direct hierop door [medeverdachte 1] stoppen van een zwarte tas in de kofferbak van de auto in een ander logisch verband tot elkaar zouden kunnen staan dan dat dat voorwerp en de zwarte tas één en hetzelfde object zijn. 24. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het aldus bewezen geachte feit samen met een ander of anderen heeft gepleegd, zodat hij van dat onderdeel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier Kempenbaan Inleiding 25. De verdenking tegen verdachte bestaat er in dat hij (samen met anderen) in de periode van 2 februari 2012 tot en met 3 maart 2012 heeft gehandeld in verdovende middelen, te weten speed of MDMA, in ieder geval een middel als vermeld op lijst I bij de Opiumwet (eerste cumulatief/alternatief) en/of voorbereidings- of bevorderingshandelingen daartoe heeft gepleegd (tweede cumulatief/alternatief). Het standpunt van de officieren van justitie 26. De officier van justitie heeft met betrekking tot dit feit tot vrijspraak geconcludeerd, omdat niet kan worden bewezen dat het verhandelde een stof bevatte die op lijst I bij de Opiumwet staat. Het standpunt van de verdediging 27. De verdediging acht het feit eveneens niet wettig en overtuigend bewezen. Het oordeel van de rechtbank 28. De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat dat er werd gehandeld in middelen zoals vermeld op lijst I bij de Opiumwet. Er zijn namelijk geen (verdovende) middelen onderschept en/of aan onderzoek onderworpen en ook anderszins kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het om dit soort middelen ging. Tevens kan niet worden vastgesteld dat verdachte de intentie had om in deze middelen te handelen. De rechtbank zal verdachte dan ook van beide ten laste gelegde varianten vrijspreken. Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier Gruis Inleiding 29. De verdenking tegen verdachte bestaat erin dat hij (samen met anderen) in de periode van 10 maart 2012 tot en met 26 maart 2012 heeft gehandeld in hennep(resten). Het standpunt van de officier van justitie 30. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het medeplegen van het opzettelijk vervoeren/aanwezig hebben van ongeveer 20 kilogram hennep(resten) op 19 maart 2012 wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het standpunt van de verdediging 31. De verdediging heeft aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat is gehandeld in middelen zoals vermeld op lijst II bij de Opiumwet, nu de handel kan hebben bestaan uit hennepresten waaruit de werkzame stoffen volledig waren onttrokken. Het oordeel van de rechtbank 32. De rechtbank acht – met de officier van justitie – niet bewezen dat verdachte zich op een andere datum dan op 19 maart 2012 aan het ten laste gelegde feit zou hebben schuldig gemaakt. 33. Verdachte is ter terechtzitting over een aantal van de telefoongesprekken en sms-berichten, die hij omstreeks 19 maart 2012 heeft gevoerd en verzonden, ondervraagd. In antwoord daarop heeft hij zich consequent op zijn zwijgrecht beroepen. Daarmee geconfronteerd dient de rechtbank zelfstandig te beoordelen wat uit deze gesprekken naar voren komt. 34. Op 19 maart 2012 om 08:02 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 1] zegt dat hij om half 11 bij zijn broertje moet zijn en om 11 uur bij [coffeeshop]. (…) [medeverdachte 1] zegt dat hij er echt 20 nodig had. Die van Delft had er 20 nodig. Verdachte zegt: maar daar is zeventien zoveel. [medeverdachte 1] zegt: laat ik er drie bij doen en dan zijn het er sowieso twintig. Verdachte zegt: maar hoe kom jij aan die andere drie dan. [medeverdachte 1] zegt: dat hij (3e persoon) die kan regelen voor 80 euro. Verdachte zegt: dit keer geen misverstand over de prijs toch. [medeverdachte 1] zegt: nee, nee. Op 19 maart 2012 om 08:11 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 1] zegt dat hij om half elf bij [medeverdachte 3] is. [medeverdachte 1] zegt dat hij ‘het’ even moet oppikken. Op 19 maart 2012 te 08:14 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte: Ik heb net gebeld en gaat gewoon door. Op 19 maart 2012 worden tussen 08:41 uur en 09:26 uur door [medeverdachte 1] en een NN-[medeverdachte 4] de volgende sms-berichten uitgewisseld: [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]: Maatje heb je er 3 by ? Zo ja dan kan ik half11 weg brengen dan kan je zie hoe hoog hy sta [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1]: Heb ik gevraag aan ze..maar waren weg het weekend...maar pak wel die andere zakken f terug die kan ik niet bewaren by my.. [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]: Ik haal ze zo op hoe laat afspraak met die rooien [medeverdachte 4] naar [medeverdachte 1]: Ik laat m bellen om 10 uur...dan spreek k n tyd voor je af. [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4]: 1 uur [medeverdachte 3] ik by je 35. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte en [medeverdachte 1] in de veronderstelling zijn dat er bij [medeverdachte 4] 17 kilo ligt. Omdat een persoon van (coffeeshop) [coffeeshop] in Delft 20 kilo nodig heeft, vraagt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 4] om er drie bij te doen. [medeverdachte 1] is voornemens om de 20 kilo om 13:00 uur bij [medeverdachte 4] op te halen. 36. Op 19 maart 2012 te 14:22 uur stuurt verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 1]: Maar snap niet heb je nou af gegeven of rij je der nog mee Op 19 maart 2012 te 14:24 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte: Ik heb het al af gegeven en ik maak af spraak voor woensdag oke Op 19 maart 2012 om 14:42 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 3] zegt: En eh die EENE is, die EENE is 9.115 netto. [medeverdachte 1] zegt: Ja. [medeverdachte 3] zegt: En die andere 728 Netto. Dus 16.400 nog wat. Ok. Dus ik weet niet of er nog een tas lag met EEN

(1)erin of zo, of waren het alleen die twee
(2)dozen. [medeverdachte 1] zegt: Er waren twee
(2)dozen. Dus jij zegt zestien
(16)? [medeverdachte 3] zegt: Zestien
(16), om precies is het zestien drie negen vijf (16.395) maar kan iets in die dinges zitten dus, zestien vier honderd (16.400) 37. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 1] de kilo’s om 14:24 uur inmiddels heeft geleverd en dat deze verpakt waren in twee dozen. Een doos bevatte 9,115 kilogram netto en de andere, gelet op het totaalgewicht van 16,395 kilogram, 7,280 kilogram. Wellicht bevatte een tas nog één kilo. Kennelijk is het niet gelukt om de drie extra kilo’s te leveren. 38. Op 19 maart 2012 te 14:57 uur stuurt verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 1]: Oke is cool maar heb je nou die papieren of wat x van vandaag x. Op 19 maart 2012 te 14:58 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte: Ja word zo naar myn toe gebrag maatje. Op 19 maart 2012 om 17:40 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en zijn vriendin [betrokkene 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] al honderd duizend keer loopt te bellen en vraagt wat hij moet zeggen. [betrokkene 1] vraagt op de achtergrond wat [medeverdachte 1] moet zeggen tegen [verdachte]. Op de achtergrond zegt [medeverdachte 2] (
  1. sh)dat [medeverdachte 1] moet zeggen dat hij geript is en dat hij nu naar de koffieshop moet gaan. [betrokkene 1] zegt dit vervolgens ook weer tegen [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] zegt: Ja, doei. Op 19 maart 2012 te 17:43 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte: We zyn nu naar [coffeeshop] om geld te galen. Op 19 maart 2012 te 17:43 uur stuurt verdachte een sms-bericht naar [medeverdachte 1]: Heb die het dus geaccepteerd broer. Op 19 maart 2012 te 17:43 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar verdachte: Ja. Op 19 maart 2012 te 17:46 en 17:51 uur stuurt verdachte twee sms-berichten naar [medeverdachte 1]: Oké kom je dan gelijk na mij hoor je zo maar stoten ze het door ruis of voor hun zelf. Die ruis gebruiken ze dat voor hun eigen shop of verkopen ze het door? Want jij zegt elke week twintig nodig. 39. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat niet is betaald voor de levering. [medeverdachte 2] suggereert dat [medeverdachte 1] tegen verdachte moet zeggen dat hij geript is en dat hij nu naar de coffeeshop (de rechtbank begrijpt: [coffeeshop]) moet gaan. [medeverdachte 1] laat verdachte weten dat hij naar [coffeeshop] gaat om zijn geld te halen. Verdachte vraagt [medeverdachte 1] of [coffeeshop] het “ruis” voor hun eigen shop (de rechtbank begrijpt: coffeeshop) gebruiken of dat ze het doorverkopen. Uit de combinatie van het “rippen”, hetgeen een term is voor het stelen van drugs, en de vraag over het gebruik door de coffeeshop zelf, leidt de rechtbank af dat wordt gesproken over hennepgruis en dat de levering daaruit bestond. 40. Op 19 maart 2012 om 17:58 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 1]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 3] zegt: Eh ik had net een afspraak met dinge, maar dat is niet helemaal goed gegaan geloof ik. (…) [medeverdachte 3] zegt: Nou eh wij hebben elkaar wel gezien maar hij is ineens pleite gegaan. NN-man zegt: Oh bel ik hem wel effe op. Spreek wat af voor je, hierzo. [medeverdachte 3] zegt: Hij staat uit. NN-man zegt: He? [medeverdachte 3] zegt: Hij staat uit zijn telefoon. Hij is pleitte gegaan en die ander die hebt het spul in de auto. Dus ik heb er nu twee bij mij, die zijn niet helemaal blij. NN-man: Dan bel ik hem wel effe op Ja? Op 19 maart 2012 worden tussen 18:04 en 18:24 uur door [medeverdachte 1] en verdachte de volgende sms-berichten uitgewisseld: [medeverdachte 1] naar verdachte: Maatje kom met spoet naar [coffeeshop] [adres 7] delft verdachte naar [medeverdachte 1]: Waarom waarom ? wat gebeurd broer [medeverdachte 1] naar verdachte: Die gozer is pleiten maar was voor shop dus we laten nu eigen naar komen en geen geld weg dag voor raad dan verdachte naar [medeverdachte 1]: Ja dan neuken we ze broer wij werken niet gratis maar waar is die gozer dan welke gozer die het zou nemen toch waar is die handel heb jij die nog in handen of wat? Hallo reageer snel is die pleiten met handel of bedoel je pleiten en der is dan geen geld [medeverdachte 1] naar verdachte: Ja we gingen naar zyn huis geld halen dat was in schiedam dus maar ze hebben hem nu en ze breng hem hier heen maar me tel is ook leeg maatje verdachte naar [medeverdachte 1]: Praat duidelijk wie brengt hem na jou toe en wat brengen ze na jou toe heb jij die handel nog ja of nee is die vandoor gegaan met die handen ofzo wees duidelijk hij is toch werkzaam in [coffeeshop] is toch bekende dan kan die geen kant op dus wat speeld er nou (…) [medeverdachte 1] naar verdachte: Kom nu alsjeblief. Op 19 maart 2012 18:31 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 2]) [medeverdachte 5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: NN-man zegt: Hee wat is er nou joh? Dit is, dit heb je echt verkeerd begrepen [medeverdachte 3] jongen. Ik zweer het je. Echt waar. IK wil, ik wou gewoon mee helpen dat jij er ook vanaf was. Echt! [medeverdachte 3] zegt: Ja NN-man zegt: Moet ik ineens lopen voor mijn leven. [medeverdachte 3] zegt: Nou ja, dat eh.....dat hoefde toch niet? NN-man zegt: Nee, maar [medeverdachte 3] hij komt ineens achter mij aan. Wat is er aan de hand man. Dit heb ik nog nooit meegemaakt man. [medeverdachte 3] zegt: Maar ja, ik ook niet. NN-man zegt: Echt. Ik heb pistool eh die die ik wil die geld terug geven [medeverdachte 3]. Ik eh ik heb het helemaal verkeerd begrepen jongen. Ik heb net [medeverdachte 6] aan de lijn, die dacht ook dat het zo was. Die kwam ermee bij mij. Snap je? [medeverdachte 3] zegt: Mh. NN-man zegt: Ik heb het echt verkeerd begrepen. [medeverdachte 6] wou ook anderhalf. Kan jij het alstublieft bij mij op komen halen [medeverdachte 3]? [medeverdachte 3] zegt: Eh Ja ik [medeverdachte 3] buiten de stad nu. NN-man zegt: Ja, kunnen wij dat regelen dat wij naar je toe komen rijden of zo of eh ....want dat wil ik gewoon met jou regelen en niet die andere idioot erbij [medeverdachte 3]. Daar zit ik helemaal niet op te wachten joh. Dat slaat echt nergens op. Dat had ik ook echt niet verwacht [medeverdachte 3]. Ik zweer het echt. Ik probeer jou ermee te helpen. Echt waar. Dat heb je echt honderd procent verkeerd begrepen joh. Je moet echt niet verkeerd over mij denken. Dat vind ik echt vervelend. Dat meen ik echt. [medeverdachte 3] zegt: Ja, Ik vind het ook vervelend hoe eh, wat er net .....want hij is ook ineens pleitte. (…) NN-man zegt: ik wil, ik wil het effe met jou afhandelen [medeverdachte 3]. Die andere jongens ken ik helemaal niet. Was die andere jouw broer of eh weet ik het wat? [medeverdachte 3] zegt: Ja. Dat is mijn broer. (…) NN-man: ik probeer je echt te helpen [medeverdachte 3] om er van af te komen. Dat heb ik echt verkeerd begrepen jongen. Ik doe nooit niet dat gruis gebeuren. Echt niet. [medeverdachte 3] zegt: Nou ja. Ik eh bel je zo terug. NN-man zegt: bel mij zo terug. [medeverdachte 3] zegt: Wacht effe. NN-man zegt: Ok goed. Op 19 maart 2012 om 18:39 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 2]) [medeverdachte 5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: NN-man zegt dat hij het wil teruggeven. [medeverdachte 3] zegt dat hij niet zou weten hoe hij daarmee moet komen aanzetten bij hun. (...) [medeverdachte 3] vraagt waar de man wil afspreken. NN-man vraagt wat makkelijk is, of ze elkaar bij Ikea zien of zo. [medeverdachte 3] zegt dat het goed is, spreken over 3 kwartier af, niet bij de hoofdingang, maar daarnaast. De man zegt: wel jij alleen he [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] zegt dat het goed is. Op 19 maart 2012 om 18:46 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] als gebruiker van de telefoon van [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 3] zegt: met wie spreek ik nou dan? [medeverdachte 2] zegt: [medeverdachte 2] [medeverdachte 3] zegt: oh he, hij belt me net. Hij is over drie kwartier met die Bolle samen bij de Ikea in Delft [medeverdachte 2] zegt: Over drie kwartier in Delft, Ikea [medeverdachte 3] zegt: Ja en hij wil alleen mij spreken, hij wil jullie niet zien. [medeverdachte 2] zegt: hij wil jou alleen spreken. Gaat hij nou de eisen stellen. Dat zou mooi worden. [medeverdachte 3] zegt: Nee maar [medeverdachte 2] zegt: Oke is goed, wij rijden naar Scheveningen en zien jullie zo. Op 19 maart 2012 te 18:49 uur stuurt [medeverdachte 1] (of [medeverdachte 2]) een sms-bericht naar verdachte: Over drie kwarties ikea delft kom je daar heen. 41. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 1] met [medeverdachte 2] in de middag naar het huis van [medeverdachte 5], een inkoper/werknemer van coffeeshop [coffeeshop], in Schiedam is gereden om het geld voor de levering op te halen. Bij de daarna ontstane onenigheid over de prijs is deze [medeverdachte 5] (of diens kompaan) met het hennepgruis weggereden. [medeverdachte 3] probeert [medeverdachte 5] te bellen, maar deze heeft zijn telefoon uitstaan. [medeverdachte 3] wordt daarna gebeld door [medeverdachte 5] dat hij de boel alleen met [medeverdachte 3] wil afhandelen en hij [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niet meer wil zien. Er wordt rond half acht afgesproken bij de Ikea in Delft. [medeverdachte 1] (of [medeverdachte 2]) vraagt aan verdachte om ook daarheen te komen. 42. Op 19 maart 2012 om 19:27 uur wordt waargenomen dat verdachte met het voertuig met kenteken [kenteken 3] aankomt bij de Ikea. Het voertuig wordt om 19:33 uur bij de McDonald’s te Delft geparkeerd. Op 19 maart 2012 om 19:38 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en zijn vriendin [betrokkene 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 1] zegt: die kankergek loopt te schieten. [betrokkene 1] zegt: te schieten? [medeverdachte 1] zegt: te schieten ja [betrokkene 1] zegt: rij maar weg dan he [medeverdachte 1] zegt: Rij maar weg. Ik zit achter hem. Ja wat denk jij da tik op me laat schieten gek. Ik maak hem dood geloof me nou. (…) [betrokkene 1] zegt: [medeverdachte 1] Op 19 maart 2012 20:01 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 2]) [medeverdachte 5], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: NN-man zegt: [medeverdachte 3], jij zou toch alleen komen jongen. Wij zouden gewoon toch effe afhandelen. (…) Probeer je me als een soort ripper uit te laten maken, wil je dat doen? (…) Die spullen komt [medeverdachte 6] bij jou terugbrengen. [medeverdachte 3] zegt: Is goed. Op 19 maart 2012 om 20:16 uur wordt waargenomen dat verdachte met het voertuig met kenteken [kenteken 3] stil staat ter hoogte van de [adres 8] te Den Haag. Daar staat verdachte te praten met [medeverdachte 2]. Om 20:30 uur neemt verdachte plaats als bestuurder in de [kenteken 3], waarop deze vertrekt. Op 19 maart 2012 om 20:44 uur vindt er een telefoongesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: Verdachte vraagt waar [medeverdachte 1] is. [medeverdachte 1] komt net bij [medeverdachte 2] aan. [medeverdachte 1] zegt dat ze tot twee keer toe wegrijden. [medeverdachte 1] zegt: eerst vanmiddag en net weer. [medeverdachte 1] zegt dat het terug wilde komen brengen. Verdachte zegt: hoe kan dat, ik was binnen 10 min bij Ikea. [medeverdachte 1] zegt: een stationwagen en hij erachter aan. [medeverdachte 1] zegt onder bruggetje en toen zo"n dingetje (wapen) gek. [medeverdachte 1] zegt dat de bedrijfsleider het bij zijn broertje gaat brengen, en dan willen ze overal van af zijn. Verdachte zegt: denk je dat het genoeg is als het terug is. verdachte vraagt wat derde te maken heeft met de shop. [medeverdachte 1] zegt dat hij de inkoper is. Verdachte vraagt of [medeverdachte 5] de vaste inkoper is. [medeverdachte 1] zegt: ja. [medeverdachte 1] zegt dat bedrijfsleider, ze noemen hem witte, die komt het terugbrengen. [medeverdachte 1] zegt dat die ook in de shop is. Verdachte zegt dat hij naar hun wil gaan. [medeverdachte 1] zegt dat hun denken dat het van zijn broertje is. [medeverdachte 1] zegt: die kale toch of niet. [medeverdachte 1] zegt: ja net was hij binnen. [medeverdachte 1] zegt: dat die lange dunne sowieso van de afspraak weet. Die kale dunne noemen ze witte. Verdachte zegt dat hij die kankertoko binnengaat. 43. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 3] niet in zijn eentje naar de afspraak bij de Ikea in Delft is gekomen, maar dat in ieder geval [medeverdachte 1] bij hem was. [medeverdachte 1] beweert dat op hem is geschoten. verdachte vraagt hoe dat kan zijn gebeurd, omdat hij zelf in de buurt was en – kennelijk – daarvan niets heeft gemerkt. [medeverdachte 3] heeft met [medeverdachte 5] afgesproken dat [medeverdachte 6], de bedrijfsleider van [coffeeshop], het hennepgruis terug komt brengen. Verdachte deelt [medeverdachte 1] mede dat hij naar de coffeeshop gaat. 44. Op 19 maart 2012 om 20:50 uur wordt waargenomen dat het voertuig met kenteken [kenteken 3] stil staat voor coffeeshop “[coffeeshop]” te Delft en dat deze om 20:54 uur weer vertrekt. Op 19 maart 2012 om 20:58 uur uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: Verdachte zegt: niet aannemen. Verdachte zegt dat die mannetje wil teruggeven, dat hij zei verkeerd 150 euro. Op 19 maart 2012 om 21:18 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 2] als gebruiker van de telefoon van [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 2] zegt: De batterij was leeg. Verdachte zegt: Dat begreep ik al. Maar luister dan. Waarom ontkennen ze dan dat hij die inkoper was. Dat weet je 100% toch? [medeverdachte 2] zegt: Ja. Maar daar hebben ze zelf ook bijgestaan toen die dat zei hoor! Verdachte zegt: Oh, die lange was er gewoon bij toen je erover ging praten met hun ofzo [medeverdachte 2] zegt: Nee, toen we daar stonden in Schiedam, toen zei die zelf al waar hun ook bij stonden van eh ik koop altijd in voor de gang. Verdachte zegt: Oh, maar hun kennen hem wel goed dus he [medeverdachte 2] zegt: Ja ja ja Verdachte zegt: Probeert hij jou nog te bellen of zo [medeverdachte 2] zegt: Nee, vanavond krijg ik een telefoontje en dan komen ze naar mijn huis om die spullen te brengen. Verdachte zegt: Nee, je moet zeggen op kankeren. Je moet zeggen ik neem die spullen niet aan. [medeverdachte 2] zegt: Oke. Op 19 maart 2012 om 21:20 uur wordt waargenomen dat het voertuig met kenteken [kenteken 3] stil wederom stopt voor coffeeshop “[coffeeshop]” te Delft. Daarna wordt om 21:21 uur waargenomen dat minimaal drie personen, onder wie verdachte, een blanke man en een man met een Noord-Afrikaans uiterlijk, ter hoogte van de coffeeshop staan te praten. De blanke man kwam uit de coffeeshop. Om 21:31 uur nemen de mannen afscheid van elkaar. Op 19 maart 2012 worden tussen 23:00 en 23:20 uur door NN-man [medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]) en verdachte de volgende sms-berichten uitgewisseld: NN-man naar verdachte: Wat er afgesproken is dat komt goed ik heb nog nooit iemand belazerd die portier had mij verx prijs gezegd Verdachte naar NN-man: Wat is er afgesproken welke prijs ? NN-man naar verdachte: Jou prijs Verdachte naar NN-man: 1500 de kilo zit daar 17,340 NN-man naar verdachte: Was 16.400 komt goed Verdachte naar NN-man: Nee dat wat ik zij min die zakken precies 16,690 Niks meer te maken met die [medeverdachte 3] of ze broertje ik Kom het zelf halen hoe laat precies morgen en waar? NN-man naar verdachte: Die jonge is morgen pm 10 uur bij mij dan bel ik je gelijk. Op 19 maart 2012 om 23:29 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en een NN-man ([telefoonnummer 1]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd: NN-man zegt: hij was met nog iemand, er komen 2 Marokkanen net hierzo, allemaal redelijke jongens hoor, maar die willen weer geld zien en die spullen willen ze niet en ze willen geld. 45. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat het hennepgruis bij [medeverdachte 2] zou worden teruggebracht. Verdachte instrueert [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], anders dan zij van plan waren, het hennepgruis niet terug te nemen. Verdachte gaat daarna samen met een andere man van Marokkaanse afkomst naar de coffeeshop “[coffeeshop]” om te vertellen dat ze het hennepgruis niet terug wilden, enkel het geld. Verdachte laat [medeverdachte 5] weten dat hij € 1500 per kilo wil voor de hoeveelheid hennepgruis die hij nog in zijn bezit moet hebben. Verdachte komt het geld zelf morgen halen, zodat [medeverdachte 5] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] niet meer hoeft te zien. 46. Op 20 maart 2012 om 10:12 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 7], die belt met het nummer van NN-man [medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 7] zegt dat hij die handel wil teruggeven. Verdachte zegt dat dat niet kan. [medeverdachte 7] zegt dat hij net die handel heeft bekeken en dat hij die of voor 150 overneemt of dat het nu wordt teruggeven. [medeverdachte 7] zegt dat hij er niet van houdt als zijn maatjes worden afgeperst. [verdachte] zegt: weet je wat, steek je maar in reet. [medeverdachte 7] zegt: dan ben je nu je handel kwijt. Op 20 maart 2012 om 10:44 uur stuurt verdachte aan NN-[medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]) het volgende sms-bericht: Is wat anders he dan [medeverdachte 7] laten bellen door jou zit ik er een week mee je hebt het aan genomen je bent akkoord gegaan je hebt het geript kanker aap nu probeer je het op te losse doe het dan goed en hou je je aan je woord niemand woord afgeperst verdien gewoon wat jij heb toegezegd gisteren nog dus ik zie je straks gaan we even praten hoe laat kan ik je zien? Met [medeverdachte 7] ook goed? 47. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [medeverdachte 7] namens [medeverdachte 5] aan verdachte laat weten dat zij de handel, die nog steeds in hun bezit is, willen overnemen voor 150 euro per kilo of willen teruggeven aan verdachte. Verdachte gaat daar kennelijk niet mee akkoord en wil een afspraak maken om er over te praten. 48. Op 20 maart 2012 om 12:49 uur stuurt [medeverdachte 1] aan verdachte het volgende sms-bericht: Ze willen dat we delf kommen ik kom naar je toe met mike en gaan we daar heen oke Op 20 maart 2012 om 12:57 uur stuurt [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 3] het volgende sms-bericht: Laat ze het maar brengen naar je we kunnen het kwyd en die boeten komt tog wel Op 20 maart om 13:00 wordt waargenomen dat er op de parkeerplaats van de McDonald’s in Delft vijf personen bij elkaar staan. Een van de mannen wordt herkend als verdachte. Op 20 maart 2012 om 13:00 uur vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 3] en NN-[medeverdachte 5] ([telefoonnummer 2]), waarin onder meer het volgende wordt gezegd: [medeverdachte 3] zegt dat hij die spullen weg heb kunnen doen. [medeverdachte 5] zegt dat hij met die jongens, die Marokkanen hier staat. [medeverdachte 3] zegt dat hij net een SMSje krijgt van zijn broer dat zij die spullen naar hem kunnen brengen. [medeverdachte 5] zegt dat hij de spullen net aan die Marokkanen heeft gegeven en dat zij ze hebben aangepakt van hem. Op 20 maart 2012 om 13:05 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: Verdachte zegt dat zijn broertje stuurt dat hij het kwijt kan [medeverdachte 1] zegt dat hij naar iemand rijdt die vaak opkoopt van hun Verdachte vraagt waar hij het wil hebben [medeverdachte 1] zegt dat hij naar zuiderpark rijdt Verdachte zegt dat hij naar hem toe rijdt Op 20 maart 2012 om 13:28 uur vindt er een gesprek plaats tussen verdachte en [medeverdachte 1], waarin onder meer het volgende wordt gezegd: Verdachte zegt dat [medeverdachte 1] bereikbaar moet blijven [medeverdachte 1] zegt dat hij even naar binnen was gelopen heen en weer maar hij zit vol [medeverdachte 1] is vlakbij het huis van verdachte Verdachte zegt: kom effe naar mij dan 49. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte [medeverdachte 5] heeft ontmoet op de parkeerplaats van de McDonald’s in Delft. Daar heeft [medeverdachte 5] het hennepgruis weer aan verdachte teruggegeven. [medeverdachte 1] en verdachte proberen het hennepgruis nog aan een andere afnemer te verkopen, maar deze wil het niet hebben. Uit voorgaande gesprekken en berichten volgt dat de handel in gruis de verdachten uiteindelijk geen geld heeft opgeleverd. Verklaring [medeverdachte 2] 50. De rechtbank ziet voor deze interpretatie van de tapgesprekken niet alleen steun in de hiervoor al aangehaalde observaties, die naadloos aansluiten bij de getapte communicatie tussen de verdachten, maar tevens in de verklaring die [medeverdachte 2] bij de politie heeft afgelegd. In deze verklaring belast [medeverdachte 2] zichzelf, hoewel hij ook probeert zijn eigen rol te minimaliseren. Zijn verklaring bevestigt wat uit de getapte communicatie en observaties reeds kon worden opgemaakt. [medeverdachte 2] heeft immers verklaard dat [medeverdachte 1] een partij handel had en zijn broer [medeverdachte 3] deze kwijt kon aan twee jongens. Hij heeft ook verklaard dat het best zou kunnen kloppen dat het gruis was (de rechtbank begrijpt: hennepgruis) en dat hij dacht dat dit wietafval was. Deze handel is op de [adres 9] (de rechtbank begrijpt: in Den Haag, het adres van [medeverdachte 3]) in de auto van de twee jongens gezet. Vervolgens zijn zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] achter deze jongens aangereden naar Schiedam. Daar deed een van de jongens zijn kofferbak open en toen zag [medeverdachte 2] twee dozen. Toen volgde er een gesprek over de betaling en zou er te weinig betaald worden. Een van de jongens is toen met de dozen in zijn auto weggereden. Daarna is er telefonisch contact geweest, waarbij werd gezegd dat zij richting een coffeeshop in Delft moesten gaan. [medeverdachte 2] is daar toen met [medeverdachte 1] naar binnen gegaan. [medeverdachte 1] heeft een gesprek gevoerd met de bedrijfsleider over het geld. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] hebben daarna een afspraak gemaakt met de jongens bij de Ikea, waarna [medeverdachte 1] later meldde dat hij was beschoten. Conclusie 51. In samenhang met de hiervoor al gedane constatering dat het om hennepgruis moet zijn gegaan, kunnen de reacties van [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte en de door hen concreet genoemde aantallen en prijzen tot geen andere conclusie leiden dan dat het “geripte” een substantiële waarde vertegenwoordigde. Anders dan door de verdediging betoogd kan daarmee - in combinatie met de vaststelling dat de afnemers van coffeeshop “[coffeeshop]” de handel hadden bekeken en er 150 euro per kilo voor wilden betalen en dus konden gebruiken - worden uitgesloten dat het om waardeloos hennepafval ging. Het betrof daarentegen een flinke hoeveelheid hennepresten over de prijs waarvan flink ruzie wordt gemaakt en waarvoor vanuit Den Haag naar Schiedam en Delft wordt gereden om het geld op te eisen. Bovendien vond verdachte het kennelijk de moeite waard om de volgende dag de handel weer in zijn bezit te krijgen. De rechtbank acht daarom bewezen dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte - nu zij allen op de hoogte waren van en een rol hadden bij de levering en het terughalen van hennepgruis en/of het corresponderende geldbedrag - tezamen en in vereniging ongeveer 17 kilogram hennepgruis hebben afgeleverd. Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 2] Inleiding 52. Op 23 maart 2012 te 01.01.58 uur ontvangt de politie een melding van een overval op een woning, gelegen aan ’[adres 2] in Rijswijk. De bewoonster meldt dat de overval is gepleegd door twee, mogelijk meer daders. Die daders hadden pistolen en messen. Ze waren in het zwart gekleed en spraken met een Marokkaans accent. De bewoners zijn vastgebonden met tiewraps in de kelder van de woning. Het standpunt van de officieren van justitie 53. De officieren van justitie achten de feiten wettig en overtuigend bewezen. Het standpunt van de verdediging 54. De verdediging heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Het oordeel van de rechtbank Aangifte door de bewoners 55. De bewoners, [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] (hierna te noemen: “[slachtoffer 3]” en “[slachtoffer 4]”) hebben verklaard dat zij op 22 maart 2012, omstreeks 23.00 uur, in de kelder van hun woning waren, toen [slachtoffer 3] een tweetal personen met bivakmutsen de trap zag aflopen. Beide personen hadden een vuurwapen. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] hebben bij één van deze personen ook een mes gezien. Zij riepen: “Dit is een overval, blijf rustig, dan gebeurt er niets.” [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] moesten op de grond zitten en liggen, met de handen op de rug. Eén van de overvallers haalde een bos tiewraps uit zijn broekzak. Hij bond daarmee de handen van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] vast. Dat ging met enig geweld, omdat [slachtoffer 3] tegenstribbelde. Deze overvaller heeft ook de houder uit zijn vuurwapen gehaald, zodanig dat [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zagen dat er kogels op de grond vielen. [slachtoffer 3] beschrijft de overvallers als volgt: Man 1: 1.72 meter, zwarte bivakmuts met twee gaten, zwarte trui en broek, rond de dertig, sprak goed Nederlands, met accent (mogelijk Antilliaans), had vuurwapen (zwart van kleur); Man 2: 1.85 meter, zwarte bivakmuts met twee gaten, zwarte trui en zwarte broek, rond de dertig, sprak goed Nederlands, met accent (mogelijk Antilliaans), had vuurwapen. [slachtoffer 4] beschrijft de overvallers als volgt: Dader 1: 25-30 jaar, 190 cm., zwarte kleding met in donkere letters “Amsterdam” erop. Bivakmuts met 1 groot gat voor beide ogen, zwarte stoffen handschoenen, met op de knokkels rubberen beschermdelen. Dader 2: 25-30 jaar, 168 (iets kleiner dan aangeefster), zwarte kleding en schoenen, zwarte bivakmuts met 1 gat voor ogen, zwarte stoffen handschoenen (net als dader 1). De overvallers doorzoeken de woning, lopen beurtelings met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] door de woning en stoppen spullen uit de woning in kussenslopen. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] hebben daarbij spullen aangewezen, waaronder (nep)horloges, een enveloppe met geld, briefgeld en een koopmansportemonnee met 300 a 400 euro. Voorts, in de vitrinekast in de eetkamer: een vijftal echte merkhorloges, onder meer van het merk Patec Philippe, Audemans Piquet, Dublot. Toen [slachtoffer 3] met één van de overvallers, de langere van de twee, boven in het huis was heeft de andere overvaller gepraat met [slachtoffer 4] en daarbij met een mes voor haar gezicht gezwaaid. [slachtoffer 4] voelde zich hierdoor bedreigd. Zij probeerde een paar keer op te staan, maar dan werd zij door deze overvaller bij de ceintuur van haar badjas gepakt en terug op de stoel geduwd. Als [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] beiden terug zijn in de kelder vragen de overvallers naar de kluis. Daarbij wordt door één van de overvallers gezegd: “Niet liegen, als jij zegt dat er is geen kluis en er is wel een kluis wordt hij heel boos. Niet liegen.” In de kluis lagen enveloppes met geld en 150 tot 200 horloges. [slachtoffer 3], die volgens [slachtoffer 4] als enige beschikt over de sleutel van de kluis, heeft geprobeerd met hen te onderhandelen. [slachtoffer 3] heeft geld geboden, € 50.000,-- en dacht een deal te hebben gesloten, maar dat bleek niet het geval. De kluis is door [slachtoffer 3] geopend. [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] zijn door één van de overvallers onder schot gehouden, terwijl de andere overvaller het geld telde. [slachtoffer 3] heeft zich achteraf gerealiseerd dat er mogelijk veel meer geld in de kluis zat. Er is daarbij nog gesproken over enkele horloges, die [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zouden mogen behouden. [slachtoffer 4] heeft in de kussenslopen gezocht naar die horloges. Uiteindelijk heeft één van de overvallers die horloges nog snel in zijn jaszak gestoken. Vervolgens hebben de overvallers met de gevulde kussenslopen de woning verlaten. [slachtoffer 4] heeft nog verklaard dat de overvallers door het slaapkamerraam binnen zijn gekomen. Daar zijn geen sporen van braak aangetroffen, wel is het badkamerraam beschadigd. De kleinere man zei tegen [slachtoffer 4] dat de spullen door het badkamerraam naar buiten zijn gegooid, op het dak van de keuken. 56. De woning was voorzien van beveiligingscamera’s en deze beelden zijn aan de politie ter beschikking gesteld. Op de beelden is te zien dat op 22 maart 2012 te 22.27 uur twee personen, in donker gekleed, voor het hek langsrennen. Tussen 22.35 uur en 01.00 uur (de volgende dag) is onder meer te zien hoe zich (steeds één of twee) personen op het terrein van ’[adres 2] bevinden. Zij lopen langs de (ramen van
  2. de)woning, staan in de deuropening, lopen de woning uit met een witte, (kennelijk) zware kussensloop en leggen die goederen bij de struiken langs het hek. Tenslotte is te zien dat zij over het hek klimmen en vertrekken in een Volkswagen Golf. Het politieonderzoek 57. Bij de R.C.I.E. Haaglanden is in de maand april 2012 informatie binnengekomen, houdende dat “de overval op [slachtoffer 3] is gepleegd door [verdachte], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9]. Alle drie verblijven in Marokko.” Met deze benamingen worden respectievelijk bedoeld: [verdachte], [medeverdachte 8] (hierna: [medeverdachte 8]) en [medeverdachte 9]. 58. Op 4 april 2012 wordt het onderzoek in deze zaak voortgezet door het onderzoekteam “Condor”, welk team zich vanaf november 2011 bezighoudt met een onderzoek naar de betrokkenheid van verdachte bij het witwassen van uit misdrijf verkregen gelden. In het kader van dit laatste onderzoek waren reeds diverse opsporingsmiddelen, waaronder telefoontaps en de inzet van een observatieteam, ingezet. 59. Uit telecomonderzoek in het onderzoek Condor was gebleken dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (medeverdachten in o.a. zaaksdossier “Gruis”) op 26 maart 2012 een ontmoeting zouden hebben bij McDonalds aan de [adres 10] te Delft. De camerabeelden van McDonalds zijn gevorderd en verkregen. Daarop is waargenomen dat ook verdachte op 26 maart 2012 rond 14.45 uur in deze McDonalds is, alsmede dat hij aldaar contact heeft met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Verdachte is voorts in het gezelschap van [medeverdachte 10]. Om 14.57 uur wordt gezien dat verdachte een horloge uit zijn rechterbroekzak haalt. Hij doet het horloge om zijn linker pols. Gezien wordt dat [medeverdachte 10] voor dit horloge veel aandacht toont. 60. Iets later die dag, om 15.39 uur, belt [medeverdachte 1] (met het nummer eindigend op …[telefoonnummer 3]) met zijn vriendin [betrokkene 1]. [medeverdachte 1] zegt in dat gesprek dat hij op een afspraak was en daarbij allemaal criminelen tegenkwam. Ook “[verdachte]”. Over deze “[verdachte]” zegt [medeverdachte 1]: “hij stond op het parkeerterrein met zijn advocaat, helemaal spier spierwit. Die ging ook weg, hij ging ook weg ook dus. Hij wilde mijn telefoon afpakken, die gek. (..) Hij was spierwit gek, hij heb nu gesprek met zijn advocaat, horloge laten brengen, papieren en geld en hij ging met de auto gelijk weg.” 61. [medeverdachte 10] heeft verklaard dat hij zijn auto, een BMW X5, met het kenteken [kenteken 4], heeft uitgeleend aan verdachte. Dat is ná de ontmoeting bij de McDonalds in Delft geweest. 62. De volgende dag, 27 maart 2012, wordt door een observatieteam van de politie waargenomen dat verdachte beschikt over de BMW X5, kenteken [kenteken 4]. Om 21.20 uur stapt verdachte in de auto en rijdt naar de [adres 11] in Den Haag. Om 21.25 uur gaat verdachte een aldaar gelegen restaurant, “[restaurant]” binnen. Om 21.33 wordt waargenomen dat verdachte in gezelschap van de eigenaar van het restaurant, [betrokkene 2], naar buiten komt. Verdachte pakt een voorwerp uit de BMW X5 pakt en gaat vervolgens met [betrokkene 2] het restaurant “[restaurant]” weer in. 63. Diezelfde avond, rond het tijdstip dat verdachte instapt in de BMW X5, hebben [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8] telefonisch contact. Om 21.07 uur vraag [medeverdachte 9] naar “de andere”, waar die is? [medeverdachte 8] zegt: hij zei “trek” (weg). Iets later (21.24 uur) hebben zij nogmaals contact, waarbij [medeverdachte 9] tegen [medeverdachte 8] zegt dat hij moet opschieten. 64. Op 28 maart 2012 om 00.09 uur parkeert de BMW X5 bij het adres [adres 5]. Verdachte stapt uit en gaat naar binnen. Om 01.09 uur worden, komende uit het portiek van [adres 5] drie personen gezien, waaronder twee mannen in zwarte kleding, uit voormeld portiek. Zij stappen in de BMW X5. 65. De BMW X5 wordt die avond (en nacht) enkele malen in de directe omgeving van een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken 5] gezien. Op 28 maart 2012 om 01.16 uur wordt gezien dat uit de BMW twee personen stappen, die vervolgens in de Volkswagen Golf stappen. Om 01.42 uur rijden beide auto’s direct achter elkaar over de van Vredenburchweg te Rijswijk. Daar stopt de Volkswagen Golf op een parkeerterrein, de BMW X5 stopt ook op de van Vredenburchweg. Om 01.50 uur stappen drie mannen, waarvan twee mannen in donkere kleding in de BMW X5. Zeer kort daarna, om 01.52 uur, wordt de Volkswagen Golf brandend aangetroffen op het parkeerterrein, terwijl enkele minuten later, 01.55 uur, de BMW X5 rijdt op over de Rembrandtkade te Rijswijk. De (uitgebrande) Volkswagen Golf heeft geen kentekenplaten (meer). De auto blijkt te zijn gestolen op 12 januari 2012 te Den Haag. Ook de kentekenplaten ([kenteken 5]) zijn gestolen, tussen vrijdag 23 maart 2012 om 21.00 uur en zaterdag 24 maart 2012 om 11.00 uur te Den Haag. 66. Iets later die nacht, 28 maart 2012, omstreeks 02.48 uur, worden achtereenvolgens enkele sms-berichten gestuurd door verdachte (gebruikmakend van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 4]) aan zijn zuster, [betrokkene 3] (gebruikmakend van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 5]). Daarin meldt verdachte aan zijn zuster dat hij haar nummer heeft gegeven aan iemand en dat die persoon haar gaat bellen. Zij moet “auto aan hem geven en alles doorgeven”. Ze mag hem niet laten praten door de telefoon en als verdachte iemand stuurt voor een ticket, moet ze gelijk boeken. Verder schrijft hij: “Sarf (= geld) weet je te halen, he, tel uit en halen als nodig is”. 67. De Marokkaanse autoriteiten hebben geregistreerd dat de BMW X5, kenteken [kenteken 4], is ingevoerd in Marokko door verdachte op 30 maart 2012. 68. In Marokko is onderzoek gedaan naar het verblijf van verdachte in (o.a.) het Mövenpickhotel in Tanger. Gebleken is dat verdachte in dit hotel heeft verbleven van 18 april 2012 tot 21 april 2012, dat hij de hele afdeling had gereserveerd en dat hij een factuur heeft betaald van 14.999,70 dirham. Ook meldt de Marokkaanse politie dat hen tijdens de opsporing is gebleken dat verdachte discotheek Al Uns had bezocht en aldaar veel geld heeft uitgegeven, in één nacht meer dan een miljoen dirham (ongeveer 100.000 euro). 69. In de maanden april, mei en juni 2012 is een aantal meisjes naar Marokko gereisd, op uitnodiging en voor rekening van verdachte (al dan niet tezamen met [medeverdachte 9] en [medeverdachte 8]). [getuige 1] verklaart dat zij, samen met een vriendin genaamd [getuige 2], op uitnodiging van verdachte in april 2012 naar Marokko is gereisd. Zij hebben drie dagen in Tanger verbleven waarbij [verdachte], [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] alles hebben betaald. [getuige 2] verklaart dat [verdachte] alles heeft betaald: de vlucht, het hotel, het uitgaan en het eten. In Tanger werden zij opgewacht door [verdachte] en twee vrienden. Zij reden in een BMW X5 of een Mercedes. Ze hebben aldaar ook [betrokkene 4], de vriendin van [verdachte], ontmoet. Op 5 april 2012 heeft een contante storting op de bankrekening van [getuige 2] plaatsgevonden, van € 1200,-. In Marokko heeft zij geld opgenomen via Western Union, te weten € 500,-. Er zijn vele meisjes op uitnodiging van [verdachte] en de jongens naar Marokko geweest. [verdachte] zei daarover tegen [getuige 2]: “Zondag komt een andere groep meisjes”. 70. Uit sms-berichten tussen [betrokkene 3] (gebruikmakend van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 5]) en verdachte (gebruikmakend van Marokkaans nummer, eindigend op …[telefoonnummer 6]) blijkt dat het verdachte is die op 2 april 2012 aankondigt dat hij het nummer van [betrokkene 3] aan een meisje geeft. [betrokkene 3] krijgt de opdracht om voor dit meisje een ticket te boeken, “sarf” weet ze te vinden.” Op 3 april 2012 en 5 april 2012 volgen twee tapgesprekken tussen [getuige 2] en [betrokkene 3], waaruit blijkt dat voor [getuige 2] en [getuige 1] een vlucht wordt geboekt naar Tanger, Marokko: vertrek 7 april 2012, retour 11 april 2012. 71. [betrokkene 5], toentertijd de vriendin van verdachte, is in 2012 vier keer naar Marokko gereisd: eind maart, begin april, eind mei en eind juni. De vliegreis werd steeds geregeld via het reisbureau van de vader van verdachte. De tickets zijn betaald via de zuster van verdachte, [betrokkene 3]. Uit een tapgesprek tussen [betrokkene 5] en [betrokkene 3] d.d. 10 april 2012 te 18.46 uur blijkt dat ze een afspraak maken om op 11 april 2012 naar “die man” te gaan om geld te halen. [betrokkene 5] heeft geld nodig voor een scooter en [betrokkene 3] moet ook voor zichzelf halen. Op 11 april 2012 wordt door het observatieteam waargenomen dat [betrokkene 5] en [betrokkene 3] naar de [adres 11] rijden, restaurant “[restaurant]” binnengaan en een minuut later weer naar buiten komen. [betrokkene 5] heeft hierover verklaard dat zij met [betrokkene 3] geld heeft gehaald bij [betrokkene 2] ([betrokkene 2], eigenaar van [restaurant]) en dat het om € 2. 000,- of € 3.000,- ging. 72. Op 14 mei 2012 is [betrokkene 5], samen met haar moeder (mevrouw [betrokkene 6]), gecontroleerd bij uitreis naar Marokko op de luchthaven Schiphol. In de bagage van [betrokkene 5] is een enveloppe met daarin een geldbedrag van € 3.000,-- aangetroffen. In de kleding van [betrokkene 6] is, in de broeksband, een geldbedrag ter hoogte van € 2.600,-- aangetroffen. 73. In twee tapgesprekken komt naar voren dat [betrokkene 5] dure geschenken, te weten een Chopard-horloge en een Louis Vuitton-tas, heeft gekregen van verdachte. 74. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het is voorgekomen dat meisjes voor hem geld hebben meegenomen naar Marokko. Het Chopard-horloge heeft verdachte gekregen van een Marokkaanse man, die het horloge aan diens vriendin wilde schenken. Toen bleek dat de vriendin het horloge niet mooi vond, heeft verdachte het horloge gekregen. Het klopt dat hij het horloge aan [betrokkene 5] heeft gegeven. Ook de Louis Vuitton-tas was een geschenk aan [betrokkene 5]. 75. [medeverdachte 11] (hierna: [medeverdachte 11]) is woonachtig op hetzelfde adres als verdachte, [adres 5] te Den Haag. In het kader van het onderzoek Condor is zijn telefoon getapt, heeft observatie plaatsgevonden en is een baken geplaatst in zijn auto, een Fiat Punto, kenteken [kenteken 6]. In de periode 4 t/m 10 juni 2012 komt het navolgende naar voren: Op 4 juni 2012, om 17.21 uur, belt [medeverdachte 11] (gebruikmakend van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 7]) met verdachte (gebruikmakend van het Marokkaanse nummer, eindigend op …[telefoonnummer 8]): Verdachte vraag of [medeverdachte 11] heeft gehaald. [medeverdachte 11] heeft wel wat/iets/beetje bij hem gehaald, gamsa (mogelijk: vijf). Verdachte: “asch…. twee nul (twintig) moet ik hier hebben. Je hebt geen tijd om naar Amsterdam te gaan? Breng die ssh uh die dingen. (…) Dan krijg ik/je het gelijk. In ieder geval bel me wanneer je het hebt. (…) Bel me wanneer je twintig hebt, ja.” [medeverdachte 11]: Luister dan? Blijf even bereikbaar, voor een andere bel ik je ja. Blijf even bereikbaar, ik ga een andere halen. Diezelfde dag, om 20.00 uur stuurt [medeverdachte 11] een sms-bericht naar [betrokkene 2] (bijnaam: [betrokkene 2], eerdergenoemde eigenaar van restaurant [restaurant]). Ze spreken af dat [medeverdachte 11] naar het restaurant komt. Uit de bakengegevens van de auto van [medeverdachte 11] blijkt dat deze auto uitpeilt aan de [adres 11] (alwaar [restaurant] is gevestigd) tussen 20.35 en 20.42 uur. Iets later die avond, om 21.06 uur belt [medeverdachte 11] (A) met verdachte (R), beiden gebruikmakend van de telefoonnummers zoals hierboven genoemd: R ik heb je toch nummer gegeven A van die van Ams, ja R waarom ga jij niet naar hem brengen dan.. A wat zeg je nou ik moest toch halen wat praat je nou R wat moest je halen A ja wat denk je wat ik moest halen R je hebt toch gehaald? A ja nu net net net Vervolgens geeft verdachte instructies aan [medeverdachte 11] (over een Amsterdam, het nummer van die Porsche Cayenne (…[telefoonnummer 9]) en dat [medeverdachte 11] daarbij moet zeggen: “het is van [naam 1]”. Uit het tapgesprek dat direct daarop volgt om 21.11 uur blijkt dat [medeverdachte 11] belt met de “Porsche Cayenne-man” op nr …[telefoonnummer 9]. Hij stelt zich voor als [medeverdachte 11], zegt dat hij naar die vriend van hem gaat en vraagt wat hij moet zeggen. ..[telefoonnummer 9] zegt: “begroet hem en zeg ik bel je ivm [naam 1]. (..) En geef het aan hem. Dat is het.” ..[telefoonnummer 9] geeft het nummer aan [medeverdachte 11] en zegt dat hij wel eerst moet bellen. Uit de bakengegevens blijkt dat [medeverdachte 11] naar de [adres 14] in Amsterdam gaat en aldaar stilstaat tussen 21.53 uur en 22.02 uur. Om 21.56 uur vindt een ontmoeting plaats tussen [medeverdachte 11] en een onbekende man. Tenslotte, om 22.02 uur belt [medeverdachte 11] nogmaals met de Porsche Cayenne-man (…[telefoonnummer 9]): [medeverdachte 11] Hallo chef, ik heb hem het cadeau gegeven [telefoonnummer 9] hoeveel heb je hem gegeven [medeverdachte 11] Twintig 76. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 11] heeft geregeld dat er geld naar hem werd overgemaakt. De hiervoor genoemde activiteiten waren nodig omdat aan overboekingen naar Marokko een bepaalde limiet per persoon is verbonden. 77. Uit de bakengegevens van de auto van [medeverdachte 11] blijkt dat de Fiat Punto op 5 juni 2012 tussen 20.48 uur en 21.40 uur wederom uitpeilt op de [adres 11], in de buurt van restaurant [restaurant]. Voorts is uit die bakengegevens gebleken dat dit voertuig op woensdag 6 juni 2012, tussen 15.19 uur en 16.28 uur op de Vestingstaat in Antwerpen heeft gestaan. Op camerabeelden, gemaakt rond dat tijdstip in de Vestingstraat, is een zwarte personenauto, gelijkend op een Fiat Punto, te zien. Iets later is op de beelden een persoon, die door de politie wordt herkend als [medeverdachte 11], te zien. In de omgeving van de Vestingstraat zijn vele juweliers, waaronder Naor Gold, gevestigd. 78. Uit diverse tapgesprekken bleek dat door of via [medeverdachte 11] geldbedragen werden overgemaakt naar verdachte in Marokko met gebruikmaking van “Western Union”. Op 2 augustus 2012 is het bedrijf “Western Union Benelux MT Limited” gevorderd opgave te doen van alle moneytransfers van (ontvanger of zender) [verdachte], [medeverdachte 8], [medeverdachte 11], [medeverdachte 12], [medeverdachte 13], [medeverdachte 14] en [getuige 5]. In de maanden juni, juli en augustus 2012 is een reeks transacties gemeld, tot een beloop van € 26.023,-. 79. [medeverdachte 11] is verdachte daarbij aan de Nederlandse zijde behulpzaam is geweest. Aan de Marokkaanse zijde is een persoon genaamd [getuige 5], die zich daarbij heeft geïdentificeerd met ID nummer [ID-nummer], daarbij behulpzaam geweest. 80. Deze [getuige 5] heeft verklaard dat hij verdachte heeft leren kennen via [betrokkene 7] in Tanger in april 2012. Verdachte heeft hem een groot geldbedrag laten zien dat hij in zijn auto, een BMX5 4 WD met Nederlands kenteken, bewaarde. Een foto van het geld in het interieur van die auto, is door verdachte per BBM naar (de telefoon van) [getuige 5] verstuurd. Verdachte heeft veel geld uitgegeven in Layali Alons, SNOP en 555. Hij bewaarde het geld in een schoudertas. Verdachte heeft [getuige 5] verteld dat er problemen waren met justitie in Nederland en hem gevraagd te helpen door geld op te nemen, dat via Western Union zou worden toegestuurd. [getuige 5] zou in ruil daarvoor een geldbedrag krijgen. [getuige 5] heeft verklaard dat hij, gedurende een periode van ongeveer twee maanden, ongeveer 5 á 7 keer een geldbedrag heeft opgehaald, waarbij het ging om bedragen tussen de € 1.100,- en de € 5.500,- per keer. Hij heeft daarbij soms ook gebruik gemaakt van de hulp van een andere persoon, genaamd “[betrokkene 8]”. 81. In augustus 2012 reizen [getuige 3] en [getuige 4] naar Marokko. [getuige 3] heeft hierover verklaart dat de reis is betaald met geld, dat [getuige 4] had gekregen van [verdachte] of van zijn vrienden. [getuige 4] heeft verklaard dat zij in april/mei 2012 in Marokko is geweest. Ook in augustus 2012, is zij met haar nichtje [getuige 3] naar Marokko geweest. Toen heeft zij twee dagen in een normaal hotel gezeten op kosten van [verdachte]. 82. [getuige 4] en [betrokkene 9] voeren op 23 november 2012, 22.21 uur een telefoongesprek. In dit gesprek zegt [getuige 4]: “Toch [medeverdachte 3] ik al twee keer naar Marokko gegaan met doekoe”, “Wholla, ik stopte mijn BH vol mijn onderbroek, ik nam gewoon 20 doezoe, ik nam zelfs vriendinnen mee, me nichten mee. Ik zei tegen hun: vullen en we gingen helemaal naar Marrakesh” en “We brachten hem geld en we konden weer terug”. 83. [medeverdachte 11] voert op 14 augustus 2012 een telefoongesprek met een onbekend gebleven man, welk gesprek lijkt te gaan over de verkoop van gestolen horloges. Het vermoeden bestond dat [medeverdachte 11] naar aanleiding van dit gesprek naar Antwerpen zou gaan met één of meerdere horloges. 84. [medeverdachte 11] op 15 augustus 2012 geobserveerd. De observanten nemen waar dat [medeverdachte 11] in een Fiat Punto met kenteken [kenteken 6] om 14.13 uur wegrijdt van de parkeerplaats bij [adres 5]. Om 14.38 uur wordt [medeverdachte 11] gezien, komende vanuit een portiek aan het [adres 17], nrs. 171 t/m 229 te Den Haag. Hij draagt een bruine stoffen tas, stapt in de Fiat Punto en vertrekt. Op de Rijksweg A6 wordt het voertuig om 15.26 uur gecontroleerd door een surveillance politievoertuig. 85. In de auto van [medeverdachte 11] treft de politie in het dashboardkastje een zilverkleurige oorbel aan. Voor de bijrijdersstoel wordt een Louis Vuittontas, met daarin een witte stoffen zak, die na opening een groot aantal horloges blijkt te bevatten, gevonden. Verder treft men nog een rood H&M tasje met horloges en een doosje met daarin een goudkleurig hangertje met rode steen aan. Er worden in totaal 20 horloges in de witte zak en 4 horloges in het H&M-tasje geteld. 86. De onder [medeverdachte 11] inbeslaggenomen horloges worden getoond aan [slachtoffer 3]. Een aantal van die horloges
(17)wordt door hem herkend als zijn eigendom, waaronder een Omega De Ville, Omega Constellion “my choice”, Patek Philippe Geneve, IWC, Cartier; Coum Automatic, een Jan Marel (gekregen van [naam 2]) en een Pierre Balmain (1000% zeker). Ook een oorring wordt door [slachtoffer 3] als zijn eigendom herkend.
  1. De witte stoffen zak waarin de horloges zijn aangetroffen is bemonsterd en voor onderzoek naar het NFI verstuurd. Uit het DNA-onderzoek is gebleken dat daar zowel DNA-materiaal dat overeenkomt met [medeverdachte 11] als DNA-materiaal dat overeenkomt met aangeefster [slachtoffer 4] op wordt aangetroffen. [slachtoffer 4] is voorts geconfronteerd met de witte stoffen zak en zij heeft deze als een haar toebehorende kussensloop herkend.
  2. Na de controle op de A16 heeft [medeverdachte 11] omstreeks 15.55 uur zijn reis vervolgd. Door het observatieteam wordt waargenomen dat [medeverdachte 11] naar Antwerpen rijdt, een juwelierszaak, genaamd “Rezotal” bezoekt, waarbij gekeken wordt naar een horloge.
  3. Enkele minuten later, om 16.04 uur, stuurt [medeverdachte 11] (gebruikmakend van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 10]) een sms-bericht naar de gebruiker van het Marokkaanse nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]. Dit bericht luidt: “Nood bro, niks opmaken whollah alles is zbet”
  4. [medeverdachte 11] ontvangt op 15 augustus 2012 om 13.49 uur een sms, verzonden door de gebruiker van een Marokkaans nummer, eindigend op ..[telefoonnummer 11] met de tekst: “mijn nr [naam 3]”
  5. Deze naam, “[naam 3]”, komt overeen met de pingnaam “[pingnaam 1]”, die door verdachte wordt gebruikt. Voorts hebben twee verbalisanten, betrokken bij dit onderzoek, de stem van de gebruiker van dit nummer vergeleken met een eerder tapgesprek, waarin het nummer, eindigend op ..[telefoonnummer 12] wordt gebruikt en waarvan verdachte erkent dat hij op dat moment de gebruiker is van dat nummer. De verbalisanten komen tot een herkenning van verdachte als de gebruiker van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]. Tenslotte is onderzoek gedaan naar de historische gegevens van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]. In de periode van 15 augustus 2012 tot 18 augustus 2012 worden gesprekken gevoerd met [betrokkene 5], [betrokkene 10], [betrokkene 11], [betrokkene 12], [betrokkene 13] en de moeder van [verdachte].
  6. Het contact tussen [medeverdachte 11] en de gebruiker van het nummer eindigend op … [telefoonnummer 11] krijgt een vervolg in een gesprek om 16.08 uur: (R = … [telefoonnummer 11]; A = ([medeverdachte 11]) [medeverdachte 11]) R: zeg A: Praat dadelijk, kan niet dit. Kan echt niet vandaag R: wat is er? A: ik bel je dadelijk ja R: puinhoop (chaos)? A: ja man kanker kanker puinhoop ik zweer het R: wie? A: insecten (politie) R: Zweer? A: Ik zweer.
  7. Na dit gesprek volgt een hele serie sms-berichten tussen [medeverdachte 11] en verdachte, waarin onder meer het volgende wordt uitgewisseld: 16.12 uur (R sms A): is er een probleem 16.14 uur (A sms R): wat een kanke probleem 19.12 uur (R sms A): ruzie (samenvatting: A is laks, heeft niet gedaan wat R heeft gezegd; over en weer schelden) 19.46 uur (R sms A): “alles was oke ook als ik trug zou gaan ook lekker rustig sarf op kekening niemand belles steeds ma jij echt bedacht dat je moeite nam te luisteren en goed te luisteren bedankt” 19.50 uur (R sms A) : “… als je mij had geluister niks gebeurd steeds dag later en niet je rent sbut ofzo ma doet laks later laat” De volgende dag wordt de ruzie voortgezet: - 16.09 (R sms A): “judas” - 19.38 uur (R sms A): “Poep nog meer op saaf gaat om kanker onderschatten oren kapot jij begrijp niet luister niet en eindstand dan draai je het om niet jou fout ma kk ezel zeker jou fout onthou dat” OVC 16 augustus 2012
  8. [medeverdachte 11] (bijnaam [medeverdachte 11]) en nn-vrouw spreken in de woning aan de [adres 5] over de aanhouding van [medeverdachte 11] en de horloges: [medeverdachte 11] zegt dat ze allemaal gestolen zijn. De horloges? Volgens mij was het niet zo super veel, maar hun gaan kijken naar de kanker nieuwwaarde, begrijp je. [medeverdachte 11] heeft het over vastzitten. Gesprek gaat over vastzitten, Scheveningen. NN-vrouw: hij keert toch een miljoen uit? [medeverdachte 11]: nee drie ton. Miljoen was voor alle buit terug incl de daders veroordeeld met zijn tweeën. Dan kan die blijven dromen, ik ga sowieso niks verklaren. NN-vrouw: maar [verdachte] heeft wel een paar miljoen, want [verdachte] had gezegd 10 miljoen ofzo [medeverdachte 11]: ook niet, nee, .. ja dat dacht ik ook NN-vrouw: al die horloges was al… weet ik veel [medeverdachte 11]: ja, was kanker (ntv) vertrek drie ton cash, het is meer die horloges gevonden horloges ter waarde van… na onderzoek gebleken ter waarde van zo en zo duizenden euro’s… oohhh, dat het weet je.
  9. [medeverdachte 11] heeft hieromtrent ter terechtzitting in zijn eigen strafzaak verklaard: “Als u mij een OVC-gesprek van 16 augustus 2012 tussen [medeverdachte 11] en een NN-vrouw voorhoudt, zeg ik u dat dit gesprek inderdaad waarschijnlijk over de overval op [slachtoffer 3] gaat.”
  10. Verdachte heeft geen legale inkomstenbron. Nadere bewijsoverwegingen en conclusies
  11. De rechtbank zal de feiten en omstandigheden, zoals die hierboven zijn weergegeven, bespreken en daarbij, waar dit aangewezen is, ook de standpunten van de officier van justitie en de verdediging bespreken.
  12. In deze zaak staat vast dat in de nacht van 22 maart 2012 een overval heeft plaatsgevonden in de woning van de heer [slachtoffer 3] en mevrouw [slachtoffer 4], gelegen aan [adres 2] te Rijswijk. Bij die overval is (onder meer) een grote hoeveelheid horloges en een aanzienlijk bedrag aan contant geld buitgemaakt. De rechtbank neemt daarbij de verklaringen, zoals die zijn gedaan door de bewoners direct ná de overval, alsmede het onderzoek van de politie ter plaatse, tot uitgangspunt. Er is geen rechtstreeks bewijs voorhanden dat leidt tot vaststelling van de identiteit van één of meer daders van deze overval. Noch uit sporenonderzoek, noch uit getuigenverklaringen kan rechtstreeks worden afgeleid welke personen voor het plegen van deze overval verantwoordelijk kunnen worden gehouden.
  13. De rechtbank ziet zich aldus geplaatst voor de vraag of uit de bewijsmiddelen, zoals die zijn gepresenteerd door de officier van justitie, niettemin kan worden afgeleid dat het verdachte is geweest die bij deze overval is betrokken geweest en zo ja, waaruit die betrokkenheid heeft bestaan.
  14. De rechtbank dient allereerst de vraag te beantwoorden of uit de gang van zaken rond de inbeslagneming van de horloges bij [medeverdachte 11] op 15 augustus 2012, waarvan vaststaat die die horloges deels behoren tot de buit van de overval op [slachtoffer 3], blijkt dat verdachte is aan te merken als direct betrokkene en belanghebbende bij die horloges. Wie is de gebruiker van het telefoonnummer, eindigend op …[telefoonnummer 11]?
  15. Daarbij is van belang of kan worden vastgesteld dat verdachte op 15 augustus 2012, de gebruiker was van het Marokkaanse telefoonnummer, eindigend op … [telefoonnummer 11]. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van stemherkenning, waarin door twee verbalisanten wordt verklaard dat zij de stem van verdachte herkennen.
  16. Bij het gebruik van een zogenaamde stemherkenning dient terughoudendheid te worden betracht. Dat gaat naar het oordeel van de rechtbank evenwel niet zo ver dat daaraan geen (enkele) bewijskracht toekomt als die stemherkenning niet op wetenschappelijke wijze door bijvoorbeeld het NFI, is geschied. Wel dient de stemherkenning te steunen op andere bewijsmiddelen.
  17. In deze zaak vindt de stemherkenning steun in de historische gegevens over de periode op en direct ná 15 augustus
  18. Daaruit is gebleken dat met dit nummer vrijwel uitsluitend contact is gelegd met personen uit de directe omgeving van verdachte. De stelling van verdachte, dat ook anderen in die (korte) periode, vanuit Marokko, contact zouden kunnen hebben gehad met zowel zijn moeder, zijn beide broers als zijn vriendin [betrokkene 5], is zonder nadere toelichting, welke door verdachte niet is gegeven, niet geloofwaardig te achten.
  19. Voorts is gebleken dat de door verdachte gebruikte pingnaam “[naam 3]” grote overeenkomsten vertoont met de door de gebruiker van het nummer eindigend op …[telefoonnummer 11] gebruikte naam “[naam 3]”.
  20. Tenslotte is deze stemherkenning opgenomen in een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, waaruit blijkt dat de stem uit het tapgesprek van 15 augustus 2012 is vergeleken met een eerder tapgesprek dat als referentiemateriaal kon dienen. De twee verbalisanten hebben bovendien verklaard al langer ervaring te hebben met het uitluisteren van tapgesprekken waarop de stem van verdachte te horen is.
  21. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de stemherkenning betrouwbaar is te achten en verbindt zij daaraan, in combinatie met de overige omstandigheden rond het gebruik van dit nummer, de conclusie dat het verdachte is geweest die op 15 augustus 2012 de gebruiker was van het nummer, eindigend op …[telefoonnummer 11].
  22. Hieruit volgt dat het verdachte is die, enkele minuten nadat [medeverdachte 11] is aangehouden en de horloges in beslag worden genomen, door [medeverdachte 11] wordt gewaarschuwd met een sms-berichtje dat hij niks moet opmaken, omdat alles weg (zbet) is. Kort daarna is het verdachte die door [medeverdachte 11] als eerste wordt gebeld.
  23. Onder [medeverdachte 11] is die dag een (deel van de) horloges die bij de overval op [slachtoffer 3] zijn gestolen inbeslaggenomen. [medeverdachte 11] was met die horloges op weg naar Antwerpen. [medeverdachte 11] was zich van de herkomst van de horloges en de mogelijke consequenties van de inbeslagname bewust en heeft daarover op 16 augustus 2012 in de woning aan de [adres 5] een gesprek met een nn-vrouw, in welk gesprek ook verdachte als direct betrokkene bij de buit van de overval op [slachtoffer 3] wordt genoemd.
  24. De informatie die door [medeverdachte 11] is het telefoongesprek aan verdachte wordt gegeven beperkt zich tot “ja, man kanker kanker puinhoop ik zweer het” en “insecten”. Wat daarmee wordt bedoeld is evenwel kennelijk duidelijk voor verdachte. Het is immers verdachte die, direct daaropvolgend, gedurende 15 en 16 augustus 2012 een lange reeks van sms-berichten wisselt met [medeverdachte 11] waaruit (tenminste) kan worden geconcludeerd dat verdachte boos is op [medeverdachte 11] en het hem zeer kwalijk neemt dat hij lui is geweest en niet goed heeft geluisterd naar verdachte.
  25. Verdachte heeft over deze tap en de daaropvolgende sms-berichten geen verklaring afgelegd. De inhoud van deze sms- en telefooncontacten, in samenhang met het moment waarop deze contacten plaatsvinden, leiden de rechtbank tot de conclusie dat het niet anders kan dan dat verdachte een rechtstreeks belang had bij de onder [medeverdachte 11] inbeslaggenomen horloges, en daarbij ten opzichte van [medeverdachte 11] een leidende rol vervult. Vertrek naar Marokko
  26. Verdachte heeft op 26 maart 2012 een afspraak bij restaurant McDonalds te Delft met [medeverdachte 10]. Op camerabeelden wordt gezien dat de aandacht van [medeverdachte 10] wordt getrokken door een horloge, dat door verdachte uit zijn broekzak wordt gehaald. Verdachte leent de auto van [medeverdachte 10] een BMW X
  27. In dat restaurant treft hij nog anderen, waaronder [medeverdachte 1]. In een telefoongesprek, kort daarna, spreekt [medeverdachte 1] over “[verdachte]”, die weg zou gaan en “horloge, papieren en geld liet brengen”.
  28. Op 27 maart 2012 beschikt verdachte over de BMW X
  29. Hij is degene die de auto heeft geleend van [medeverdachte 10]. Tot 28 maart 2012, 00.09 uur wordt verdachte door het observatieteam in of bij de BMW X5 gezien. Om 01.09 uur worden drie personen gezien, komende uit het portiek waar ook verdachte woont, waarvan twee met zwarte kleding. Geen van de personen wordt door het observatieteam herkend. Ze stappen in de BMW X5, die vervolgens diverse malen in de buurt van een Volkswagen Golf rijdt. Gezien wordt voorts dat twee personen uit de BMW X5 stappen, die vervolgens in de Volkswagen Golf stappen. Even later, om 01.52 uur, staat de Volkswagen Golf in brand. Het blijkt een gestolen auto en de kentekenplaten (die er enkele momenten eerder nog op zaten) zijn er af gehaald. Ook die kentekenplaten blijken te zijn gestolen.
  30. Deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank, gelet op al hetgeen hierboven is overwogen, in samenhang met de omstandigheid dat bij de overval op [slachtoffer 3] een Volkswagen Golf is gebruikt, als zodanig belastend dat van verdachte kan worden gevergd dat hij daarvoor een aannemelijke verklaring geeft. Deze specifieke combinatie van feiten en omstandigheden kan immers niet anders worden gezien dan als een verhullende handeling, die beoogt te voorkomen dat kan worden vastgesteld dát met deze auto iets is geschied dat het daglicht niet kan verdragen óf dat daarin sporen worden aangetroffen.
  31. Verdachte heeft ter terechtzitting, desgevraagd, ontkend dat hij op dat moment in de BMW X5 zat. Hij is op een later tijdstip die nacht, met gebruikmaking van een andere auto, naar een ontmoetingspunt ergens langs de snelweg gebracht. Op de vragen waarom dit zo is gegaan, met behulp van wie en met welke auto heeft verdachte geen antwoord gegeven. Ook heeft verdachte niet willen verklaren aan wie hij de auto, die hij had geleend van [medeverdachte 10], die nacht tussen 01.09 en 01.52 uur, ter beschikking heeft gesteld. De rechtbank acht deze verklaring volstrekt onaannemelijk. De verklaring vindt geen enkele steun in de overige bewijsmiddelen en verdachte biedt geen enkel aanknopingspunt ter verificatie van deze verklaring. Aan het ontbreken van een aannemelijke verklaring verbindt de rechtbank de conclusie dat het, gelet op hetgeen hierboven reeds is overwogen, niet anders kan dan dat verdachte betrokken is geweest bij het in brand steken van de Volkswagen Golf op 28 maart 2012, zulks met het doel te voorkomen dat deze auto, zijnde een auto van dezelfde kleur, merk en type als de auto waarmee de overval op [slachtoffer 3] is gepleegd, zou kunnen worden onderzocht. Het geld
  32. Verdachte heeft in de periode direct na de overval, zowel in Nederland als in Marokko, de beschikking gehad over grote geldbedragen. Binnen enkele dagen na de overval regelt hij zijn reis naar Marokko en geeft hij zijn zuster opdracht om, als verdachte iemand stuurt, direct tickets te regelen. Geld is daarbij geen probleem, zijn zuster mag “halen als het nodig is”. Ze moet daarbij wel haar telefoon uitdoen. Gebleken is dat zijn zuster (en overigens ook zijn vriendin [betrokkene 5]), om geld te halen naar “[restaurant]”, het restaurant van [betrokkene 2] ([betrokkene 2]), gaat.
  33. In Marokko verblijft verdachte in hotels, nodigt meisjes uit (en betaalt voor hen ook de kosten), begeeft zich in het uitgaansleven en koopt (dure) cadeautjes voor vrienden en vriendinnen. Over de herkomst van dit geld heeft [getuige 5] verklaard dat verdachte hem heeft verteld dat hij een groot contant geldbedrag had meegenomen naar Marokko in de BMW X
  34. Verdachte heeft [getuige 5] daarvan een foto gestuurd, met daarop de Euro-bankbiljetten in de BMW X
  35. Opvallend detail daarbij is dat, naar de officier van justitie aan de hand van ter terechtzitting overgelegde documenten heeft aangetoond en wat ook niet door verdachte is bestreden, het interieur van de auto op de foto grote overeenkomsten vertoont met het interieur van een BMW X5 van dat type en dat bouwjaar. Op de foto is voorts waarneembaar dat het Eurobiljetten betreft, terwijl de uitbetaling van het door of via [medeverdachte 11] toegestuurde geld heeft plaatsgevonden in Marokkaanse Dirham.
  36. De verklaring van getuige [getuige 5] betreft een niet ter terechtzitting afgelegde, de verdachte belastende verklaring. Het gebruik als bewijsmiddel van een dergelijke verklaring is, ook als de verdachte niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad de persoon die de verklaring heeft afgelegd als getuige te ondervragen, niet ongeoorloofd indien die verklaring in belangrijke mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Daarvoor is voldoende dat de betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit wordt bevestigd door ander bewijsmateriaal dat betrekking heeft op die onderdelen van de hem belastende verklaring die de verdachte betwist.
  37. Dit onderdeel van de verklaring van [getuige 5] vindt naar het oordeel van de rechtbank onder meer steun in andere bewijsmiddelen (hierboven genoemd onder 69 en 70) waaruit blijkt dat verdachte, ook vóórdat sprake is van door of via [medeverdachte 11] overgemaakte bedragen, veel geld uitgeeft aan het inviteren van meisjes, hotels en het uitgaansleven. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding deze verklaring van het bewijs uit te sluiten.
  38. Verdachte komt ook aan geld omdat het wordt meegebracht vanuit Nederland door meisjes, waaronder [betrokkene 5]. Anders dan verdachte hecht de rechtbank betekenis aan de inhoud van het telefoongesprek [getuige 4] en [betrokkene 9] op 23 november
  39. Niet valt in te zien waarom [getuige 4] hier uit rancune zou hebben gesproken. Verdachte heeft immers zelf ter terechtzitting verklaard dat het is voorgekomen dat meisjes voor hem geld hebben meegenomen. [getuige 4] stopte het geld, twintig doezoe (de rechtbank begrijpt: twintig duizend), in haar BH en haar onderbroek, waaruit blijkt dat zij zich kennelijk bewust was van het feit dat het vervoeren van grote hoeveelheden contant geld verhuld diende te worden.
  40. Door of via [medeverdachte 11] worden voorts aanzienlijke bedragen naar Marokko verstuurd. Dat daarbij een wel heel ingewikkelde methode werd gebruikt, had volgens verdachte te maken met een, aan het overmaken van geld naar Marokko, gestelde limiet. Ook indien dit juist zou zijn, vormt dit naar het oordeel van de rechtbank geen verklaring voor de wijze waarop, bijvoorbeeld op 4 juni 2012, over zo’n betaling in verhullend taalgebruik wordt gecommuniceerd en met onbekende mensen, met gebruikmaking van codewoorden, wordt afgesproken. Daaruit kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het de bedoeling is geweest van verdachte en [medeverdachte 11] om te verhullen dat een geldbedrag naar verdachte werd overgemaakt.
  41. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit tapgesprekken, bakengegevens en observaties blijkt dat verdachte in die periode aan [medeverdachte 11], telefonisch of per sms-bericht, opdrachten geeft, die [medeverdachte 11] vervolgens ook uitvoert. Zo dient [medeverdachte 11] iets te halen, mensen te bellen en iets te brengen en daarbij al dan niet codes door te geven. [medeverdachte 11] krijgt van verdachte een vergoeding als hij het regelt. De rechtbank stelt daarbij vast dat het verdachte is die in deze contacten het initiatief neemt, opdrachten verstrekt en [medeverdachte 11] van informatie voorziet.
  42. Aan de wijze waarop deze communicatie verloopt, waarbij het in de onderlinge verhouding tussen verdachte en [medeverdachte 11] zonder uitzondering verdachte is, die bepaalt wanneer, hoeveel en op welke wijze betalingen dienen te worden verricht, verbindt de rechtbank de conclusie dat het verdachte is - en niet: [medeverdachte 11] – die zich presenteert als degene aan wie de beschikkingsmacht over deze geldbedragen toekomt.
  43. Enkele uren vóór het vertrek van verdachte naar Marokko, in de avond van 27 maart 2012, om 21.33 uur, wordt waargenomen dat verdachte, op dat moment in gezelschap van [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) iets uit de auto (de BMW X5) pakt en daarmee, samen met [betrokkene 2] restaurant “[restaurant]” binnengaat. Zijn zuster [betrokkene 3], zijn vriendin [betrokkene 5] halen op 11 april 2012 geld bij [betrokkene 2]. Aannemelijk is dat ook [medeverdachte 11] op 4 juni 2012 geld of goederen bij [betrokkene 2] ophaalt. [medeverdachte 11] wordt voorts op 5 juni 2012 gezien bij [restaurant], één dag voordat hij naar Antwerpen rijdt en aldaar in de Vestingstraat wordt gezien. Verdachte is met deze feiten geconfronteerd en heeft zich te dien aanzien beroepen op zijn zwijgrecht. Dat betekent dat de rechtbank zelfstandig dient te beoordelen welke betekenis aan deze feiten toekomt. De rechtbank is van oordeel dat het, bij gebreke aan enige verklaring die in een andere richting duidt, niet anders kan dan dat verdachte bij [betrokkene 2] op 27 maart 2012 iets van (zeer) grote waarde heeft achtergelaten, nu alleen een dusdanige uitleg verklaart waarom [betrokkene 2] gehouden zou zijn om aan de zuster, de vriendin of een vriend van verdachte geld of spullen af te geven.
  44. Vaststaat dat verdachte geen legale inkomsten heeft gehad in de periode voorafgaand aan zijn vertrek naar Marokko op 28 maart
  45. Voor zover verdachte heeft willen betogen dat hij (al dan niet aanzienlijke) inkomsten uit “de verdenking in zaaksdossier Gruis” heeft genoten, is daarvan – althans uit dat zaaksdossier – niet gebleken. Integendeel, op 20 maart 2012 is de deal rond het hennepgruis, om welke het in dat dossier (onder meer) draait, uiteengevallen en is verdachte – met gruis, maar zonder inkomsten – achtergebleven. Nu verdachte daartegenover enkel heeft verwezen naar “de verdenking in zaaksdossier Gruis”, zonder dit nader toe te lichten, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk kan worden geacht dat verdachte met hennephandel grote bedragen heeft verdiend.
  46. Verdachte heeft, ruim twee jaar na zijn arrestatie, eerst ter zitting een verklaring gegeven de omstandigheid dat hij in Marokko gelden ter beschikking heeft gehad. Hij heeft allereerst gesteld dat hij een bedrag heeft geleend. Nu verdachte deze verklaring op geen enkele wijze heeft willen concretiseren, is deze verklaring aannemelijk noch controleerbaar en gaat de rechtbank aan deze mogelijkheid voorbij. Bovendien heeft verdachte verklaard de lening weer terugbetaald te hebben. Indien verdachte daadwerkelijk een geldbedrag geleend zou hebben, hetgeen niet aannemelijk geworden is, dan blijft nog altijd onverklaard met welk geld verdachte deze lening vervolgens heeft afgelost. Voor zover de verdediging, onder verwijzing naar een tapgesprek d.d. 11 januari 2012 tussen verdachte en [betrokkene 2] ([betrokkene 2]) aan wenst te tonen dat aangenomen mag worden dat verdachte “wel vaker” geld leent van [betrokkene 2] overweegt de rechtbank dat geen steun vindt in enig ander bewijsmiddel. In het bijzonder vindt die stelling geen steun in de verklaring van [betrokkene 2] die zich, in antwoord op een concrete vraag over deze tap, heeft beroepen op zijn zwijgrecht. De rechtbank stelt overigens vast dat de verdediging, ter eventuele onderbouwing van die stelling, kennelijk ook geen aanleiding heeft gezien getuige [betrokkene 2] te (doen) horen bij de rechter-commissaris.
  47. Verdachte heeft voorts aangevoerd dat hij geld heeft verdiend door in Marokko met geld “te strooien”. Verdachte zou, met het oog op de komst van een rijke man, van de eigenaar van een nachtclub een grote hoeveelheid geld hebben gekregen, welk geld hij letterlijk zou uitstrooien in de nachtclub. De rechtbank begrijpt het aldus, dat deze handelswijze de ander (de rijke man) er toe moest brengen om op zijn beurt ook geld te gaan strooien. Het door die man gestrooide geld is verdeeld tussen verdachte en de nachtclubeigenaar, aldus verdachte. Nog daargelaten de omstandigheid dat verdachte deze stelling niet van controleerbare of verifieerbare gegevens heeft willen voorzien, hecht de rechtbank aan deze verklaring van verdachte geen geloof. De rechtbank kwalificeert ook de verklaring van verdachte, houdende dat hij het op deze wijze verdiende geld door, verder onbekend gebleven, personen naar Nederland heeft laten vervoeren, teneinde het vervolgens weer door (bijvoorbeeld) [medeverdachte 11] aan hem te (laten) toekomen als sturen, als een hoogst onwaarschijnlijke mogelijkheid en hecht daaraan geen betekenis in voor verdachte ontlastende zin.
  48. Verdachte heeft aldus, naar het oordeel van de rechtbank, geen enkele aannemelijke verklaring kunnen geven voor het feit dat hij, in de periode direct ná de overval op [slachtoffer 3], en vanaf dat moment voortdurend tot het moment van de inbeslagname van horloges bij [medeverdachte 11], over grote (deels contante) geldbedragen kon beschikken.
  49. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat verdachte, zeer kort na de overval op [slachtoffer 3], naar Marokko is vertrokken, waarbij hij in de uren daaraan voorafgaand achtereenvolgens iets van grote waarde heeft afgegeven aan [betrokkene 2] en voorts betrokken is geweest bij het in de brand steken van een auto van hetzelfde merk en type als de auto waarmee de overval op [slachtoffer 3] is gepleegd. Vervolgens blijkt verdachte [medeverdachte 11] aan te sturen bij het te gelde maken van horloges die bij de overval zijn weggenomen. Tenslotte, en dat is naar het oordeel van de rechtbank van doorslaggevend belang, blijkt hij vanaf enkele dagen na de pleegdatum van de overval op [slachtoffer 3], zowel in Nederland als in Marokko, over een grote hoeveelheid geld te kunnen beschikken. Geld dat hem (onder andere) wordt toegestuurd door [medeverdachte 11], onder wie een deel van de buit van de overval op [slachtoffer 3] wordt aangetroffen. Verdachte, die niet beschikt over enige (legale) bron van inkomsten, heeft hiervoor geen enkele aannemelijke verklaring gegeven. De rechtbank stelt in dat verband vast dat het op zich mogelijk is goederen (zoals horloges) die door anderen zijn gestolen in bezit te krijgen maar dat dit niet aannemelijk is voor wat betreft (grote) geldbedragen die bij een dergelijke overval zijn buit gemaakt. Dat geld blijft gebruikelijk in handen van degenen die het hebben gestolen en wordt ook door hen uitgegeven.
  50. Nu ook overigens noch uit het dossier, noch uit het verhandelde terechtzitting iets is gebleken dat in een andere richting wijst komt de rechtbank tot de slotsom dat het, gelet op al hetgeen hierboven is overwogen, niet anders kan dan het verdachte is die metterdaad, tezamen met een ander, op 22/23 maart 2012 te Rijswijk de overval op [slachtoffer 3] heeft gepleegd. De rechtbank zal de feiten die verdachte in verband met deze overval zijn ten laste gelegd, te weten diefstal met geweld, afpersing en wederrechtelijke vrijheidsberoving wettig en overtuigend bewezen verklaren. Bewijsoverwegingen met betrekking tot Zaaksdossier [adres 3] Inleiding
  51. Op 5 november 2012 is een echtpaar in hun woning aan de [adres 3] in Honselersdijk overvallen. De overval heeft ongeveer vijf kwartier geduurd. Tijdens de overval zijn de man en de vrouw des huizes met tiewraps vastgebonden. De buit bestond uit een geldbedrag en aantal sieraden. Het standpunt van de officier van justitie
  52. De officier van justitie concludeert in de zaak [adres 3] tot een bewezenverklaring van het onder 1 en 2 tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging
  53. De verdediging heeft in deze zaak algehele vrijspraak bepleit. Het oordeel van de rechtbank Aangifte en verhoor aangevers
  54. Op 5 november 2012 omstreeks 23.30 uur heeft aangever [slachtoffer 5], verder ook te noemen aangever, zijn woning aan de [adres 3] in Honselersdijk verlaten om zijn paarden schillen en etensresten te voeren. Aangever heeft een vee- en vleeshandel. Nadat aangever de paarden gevoerd had en terugliep naar zijn woning kwamen er ineens drie donker geklede mannen op aangever af. Aangever is toen aan zijn nek naar achteren getrokken en werd door de mannen naar de grond gewerkt. Hierbij werd hij bij zijn keel geknepen en werd hem de mond gesnoerd. Bij de worsteling die toen ontstond heeft aangever een klap tegen zijn neus gehad en een bloedneus opgelopen. Degene die hem de mond snoerde droeg zwartkleurige, strakke handschoenen met een soort rubber reliëf. Nadat aangever tegen de grond was gewerkt is aangever met tiewraps geboeid door om iedere hand een tiewrap te doen en deze tiewraps vervolgens met een derde tiewrap aan elkaar vast te maken. Toen zei een van de mannen: “Je hebt een kluis, je hebt geld, meewerken” of woorden van gelijke strekking. Op dat moment werd ook een pistool op het hoofd van aangever gericht. Een van de mannen heeft toen de binnendeur met een schroevendraaier opengemaakt en is vervolgens naar binnen gegaan. De andere twee mannen bleven bij aangever. De

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.