← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2015:3204

Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer jeugdstrafzaken Parketnummer 09/777202-13 (tul) Datum uitspraak: 19 maart 2015 Beslissing na voorwaardelijke veroordeling De veroordeelde; de opgelegde straf Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank Den Haag rechtdoende in jeugdstrafzaken d.d. 17 oktober 2013 is [veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres] , veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen jeugddetentie waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde: dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de Stichting Bureau Jeugdzorg, zolang die instelling zulks nodig acht. De vordering De schriftelijke vordering van de officier van justitie d.d. 20 januari 2015 strekt ertoe dat de rechtbank de tenuitvoerlegging zal gelasten van het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van voormelde werkstraf. De behandeling ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 19 maart

  1. De veroordeelde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen. De raadsman van de veroordeelde, mr. J. Looman, heeft zich ter terechtzitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De officier van justitie, mr. C. Rijnaarts, heeft gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging. De beoordeling van de vordering Blijkens het als bijlage bij het faxbericht d.d. 18 december 2014 van de Stichting Bureau Jeugdzorg, team dubbele maatregelen Den Haag Zuid/Rijswijk, gevoegde rapport negatieve terugmelding d.d. 21 november 2014, heeft de veroordeelde zich niet gehouden aan de bij voormeld vonnis opgelegde bijzondere voorwaarde. Blijkens de rapportage is de veroordeelde sinds oktober 2014 voortvluchtig en heeft hij zich aldus onttrokken aan het toezicht van de jeugdreclassering. Ook voor die tijd vond de veroordeelde de begeleiding door de jeugdreclassering niet nodig en was hij niet gemotiveerd zich op enigerlei wijze te laten begeleiden. Tijdens de behandeling ter terechtzitting heeft de heer [reclasseerder] , rapporteur Jeugdreclassering, desgevraagd meegedeeld dat er grote zorgen zijn over de veroordeelde, maar dat hij tot op heden niet te traceren is. Ook de diverse besprekingen in het Veiligheidshuis van het gezin waartoe de veroordeelde behoort, hebben niet geleid tot het aantreffen van de veroordeelde. De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, termen aanwezig de tenuitvoerlegging te gelasten van het voorwaardelijk gedeelte van de opgelegde werkstraf. Toepasselijke wetsartikelen Artikel 77m, 77n, 77cc, 77dd van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing De rechtbank: gelast dat de niet ten uitvoer gelegde straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, te weten: een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 60 uren; beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen. *(aftrek alleen i.g.v. geheel voorwaardelijk opgelegde straf, nb dit is verborgen tekst)Deze beslissing is gegeven door mr. A.J.J.M. Weijnen, voorzitter, kinderrechter, mr. H.M. Boone, kinderrechter, mr. J.A.H.M. Janssen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart
  2. Mr. Janssen is buiten staat deze beslissing te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.