Rechtbank DEN HAAG Meervoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 14-8959 Zaaknummer: C/09/477349 Datum beschikking: 25 maart 2015 Paspoortwet Beschikking op het op 14 november 2014 ingekomen verzoek van: [de moeder], de moeder, wonende te [woonplaats], advocaat: mr. T. Dreiling te Leiderdorp. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader], de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen het verzoekschrift. Op 18 februari 2015 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank gelijktijdig met het verzoek tot het verkrijgen van eenhoofdig gezag (zaaknummer C/09/477414) behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat. De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen per advertentie in de [naam dagblad] d.d. [datum], niet verschenen. Verzoek en verweer De moeder verzoekt de rechtbank vervangende toestemming te verlenen voor het verkrijgen van een reisdocument zoals bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Paspoortwet ten behoeve van de na te melden minderjarige. De vader heeft geen verweer gevoerd. Feiten Uit het huwelijk van partijen is geboren: - [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]. Beoordeling De moeder voert ter onderbouwing van het verzoek aan dat de verblijfplaats van de vader sinds ongeveer twee jaar onbekend is, zodat onmogelijk is hem toestemming te vragen voor het aanvragen van een paspoort en voor het op reis gaan met de minderjarige. De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Bij beschikking van heden, zaaksnummer C/09/477414, heeft de rechtbank voor recht verklaard dat het gezag van de man over de minderjarige is geschorst. Dit betekent dat thans en zolang de schorsing voortduurt, de moeder het gezag alleen uitoefent en derhalve voor het verkrijgen van een paspoort voor de minderjarige geen vervangende toestemming meer nodig heeft. Het verzoek zal derhalve bij gebrek aan belang worden afgewezen. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M. Vink, M. van Paridon en M.P. Verloop, kinderrechters, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2015. Bij afwezigheid van de voorzitter getekend door de oudste rechter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.