beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2015/3 zaak-/rekestnummer: 480828 KG RK 15-71 Reg. nummer: SGR AWB 14/9578 ZW G PA 9 februari 2015 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:16 van de Algemene wet bestuursrecht, in de zaak van: [verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker, tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), belanghebbende in deze zaak, strekkende tot wraking van: mr. B. Hammer, rechter in de rechtbank Den Haag. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Op 8 januari 2015 is het beroep van verzoeker ter zitting door de rechter behandeld. Van hetgeen ter zitting is verhandeld is een proces-verbaal opgemaakt. Uit het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting kan worden opgemaakt dat verzoeker, na het sluiten van het onderzoek ter zitting, kenbaar heeft gemaakt dat hij de rechter wenst te wraken. De rechter heeft daarop medegedeeld dat een mondelinge wraking niet meer mogelijk was, omdat het onderzoek ter zitting was gesloten. Verzoeker heeft op 8 januari 2015 een schriftelijk wrakingsverzoek ingediend. De rechter heeft op 20 januari 2015 op dit verzoek gereageerd. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 26 januari 2015 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen en heeft zijn verzoek toegelicht. Gebleken is dat verzoeker, na het toezenden van het proces-verbaal van de zitting van 8 januari 2015, een aanvullend handgeschreven stuk aan de rechtbank heeft doen toekomen. Dit stuk heeft de wrakingskamer echter niet bereikt. Verzoeker heeft een kopie van dit stuk aan de voorzitter van de wrakingskamer overhandigd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Verzoeker heeft onvoldoende gelegenheid gekregen om zijn zaak toe te lichten. Dit werd mede veroorzaakt doordat de zitting 50 minuten later is aangevangen dan gepland was, waarbij verzoeker heeft ervaren dat de druk op hem werd opgevoerd. 4Het standpunt van de gewraakte rechter De rechter is van oordeel dat verzoeker geen feiten en omstandigheden naar voren heeft gebracht die grond geven te vrezen dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt. Verzoeker heeft in eerste termijn de gelegenheid gekregen om zijn beroep nader toe te lichten en vervolgens in tweede termijn gelegenheid gehad om op het ter zitting ingenomen standpunt van het bestuursorgaan te reageren. Verzoeker is daarmee voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze op zijn beroepschrift ter zitting toe te lichten. Om de orde zo goed mogelijk te bewaken, heeft de rechter de zitting efficiënt en kort laten verlopen. 5De beoordeling 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.